Personenvennootschappen in het ontwerp-WVV: welke regels vallen op door hun afwezigheid of behoud?

Met een gastrol voor ‘gold-plating’

Een wetgevend project kenmerkt zich evenzeer door wat het niet wijzigt, als door wat het wel wijzigt. Dat op vlak van bestuursaansprakelijkheid de bestaande minderheidsvordering, ondanks evidente gebreken, niet werd opgelapt in het ontwerp-WVV zegt even veel over de maatschappelijke keuzes van het ontwerp als de invoering van een ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid.

Vorige posts behandelden enkele opvallende nieuwigheden voor maatschap, VOF en CommV. Het ontwerp behoudt ook veel; vele bepalingen zijn nog altijd een on- of nauwelijks gewijzigde kopie van de bepalingen uit art. 1832 e.v. van de Code civil  van 1804 (maatschap) of de Vennootschapswet van 1873 (VOF en CommV).

Deze post behandelt kort enkele regels die opvallen door dat ze bleven of ongeregeld werden gelaten. En soms is dit ook relevant voor de meer courante vennootschapsvormen. Continue reading “Personenvennootschappen in het ontwerp-WVV: welke regels vallen op door hun afwezigheid of behoud?”

Zorgt het ontwerp van nieuw BW voor een spectaculaire verzwaring van de externe bestuursaansprakelijkheid?

Voorgestelde afschaffing van immuniteit van uitvoeringsagent heeft onvoorziene gevolgen voor handelsverkeer

Het in een vorige post besproken cassatie-arrest van  4 mei 2018 bevestigt nogmaals dat ook de bestuurder van een vennootschap kan genieten van de immuniteit van de uitvoeringsagent indien hij wordt aangesproken door een contractuele schuldeiser van de vennootschap voor de niet-uitvoering van de contractuele verbintenis van die vennootschap:

“Lorsqu’une personne morale agit par un organe pour l’exécution de son obligation contractuelle, celui-ci ne peut être déclaré responsable sur le plan extracontractuel que si le manquement qui lui est reproché a causé un dommage autre que celui résultant de la mauvaise exécution du contrat.

Le moyen, qui, en cette branche, repose sur le soutènement qu’il suffit, pour engager sa responsabilité, que l’organe ait manqué à l’obligation générale de prudence, manque en droit.”

Ik zelf werd, zoals zovelen, ingeleid in de regel van de immuniteit van de uitvoeringsagent door een bespreking van het zgn. “Stuwadoorsarrest” van 7 december 1973. Ik had, zoals zovelen, geen idee wat een stuwadoor of stevedore is. Het bleek “iets in de haven” te zijn. Als student stopte ik dit in het het mentale vakje van kennis die ik wellicht nooit nodig zou hebben. Misschien komt het door mijn koudwatervrees, maar havenwerk sprak me niet aan.

Het onderschatten van de immuniteit van de uitvoeringsagent was een zware vergissing. Continue reading “Zorgt het ontwerp van nieuw BW voor een spectaculaire verzwaring van de externe bestuursaansprakelijkheid?”

‘Het voorgestelde Belgische kwantitatieve aansprakelijkheids-maximum verdient geen navolging in Nederland’

P. Broere en O. Oost: “De mythe van bestuurdersaansprakelijkheid”, Ars Aequi 2018

In het redactioneel van het april-nummer van het Nederlandse tijdschrift Ars Aequi schrijven Pjotr Broere (Radboud Nijmegen) en Olivier Oost (Erasmus Rotterdam) over de in België voorgenomen ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid.

Ze zijn kritisch over de gevolgen (“Nu bestuurdersaansprakelijkheid vaak pas aan de orde is als de vennootschap geen verhaal biedt, betekent dit dat de gelaedeerde voor de schade opdraait“) en de motivering van de voorgenomen regel (“Het wetsvoorstel lijkt ervan uit te gaan dat het aansprakelijkheidsrisico van bestuurders lastig te verzekeren is. Daarvoor bestaat echter geen empirische onderbouwing“). Zij besluiten :

“Een kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking in combinatie met een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering zou er, tot slot, naar Belgisch recht toe leiden dat een bestuurder behoudens bedrieglijk opzet in het geheel niet persoonlijk geraakt wordt door een bestuurdersaansprakelijkheidsvordering, hoe terecht die vordering ook moge zijn. Dit lijkt ons wenselijk noch afschrikwekkend. Vergoedend is het evenmin, als het schadebedrag althans het maximumbedrag te boven gaat. Het voorgestelde Belgische kwantitatieve aansprakelijkheidsmaximum verdient geen navolging in Nederland. Onzes inziens volstaatde hoge kwalitatieve drempel die voor bestuurdersaansprakelijkheid geldt. Aansprakelijkheid van bestuurders – het moet geen mythe worden.”

Continue reading “‘Het voorgestelde Belgische kwantitatieve aansprakelijkheids-maximum verdient geen navolging in Nederland’”

Zit na invoering van een ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid straks iedereen aan het Belgisch vennootschapsrecht?

En bereiken we de ‘top’ of de ‘bottom’?

Het nieuwe jaar komt met de belofte van een nieuw vennootschapsrecht.

Eén van de meest fundamentele wijzigingen in de vooropgestelde hervorming van het vennootschapsrecht is de mogelijkheid om vrij het toepasselijk vennootschapsrecht te kiezen (vulgo: de statutaire zetelleer). Oprichters en aandeelhouders van een Belgische onderneming worden vrij in de keuze van de  lex societatis . Een Belgische onderneming zal, zonder enig reëel aanknopingspunt met de betrokken jurisdictie, kunnen kiezen voor het recht van Nederland, Bulgarije of Malta of — en hier zou de Belgische wetgever verder gaan dan dan enige Europese verplichting —  van Oezbekistan, Delaware of Panama.

Een andere voorgestelde wijziging zou de invoering zijn van een maximumbedrag voor bestuursaansprakelijkheid voor een feit of complex van feiten (de “cap“). 

Voor Belgische of  buitenlands ondernemers zal die ‘cap’ een van de meest unieke aspecten van het Belgisch vennootschapsrecht vormen.  In deze post gaan we in op mogelijke interferenties tussen de ‘cap’ en de mogelijkheid om je vennootschapsrecht vrij te kiezen.  Continue reading “Zit na invoering van een ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid straks iedereen aan het Belgisch vennootschapsrecht?”

Van minimumkapitaal naar maximumkapitaal

Naar de vennootschap met zeer beperkte aansprakelijkheid

In vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid zoals een NV of een BV(BA) zijn de aandeelhouders niet aansprakelijk. Daar zijn goede reden voor. Kapitaalintensieve projecten kunnen op deze manier veel aandeelhouders als financier aantrekken. Die aandeelhouders kunnen door de niet-aansprakelijkheid hun investeringen met een gerust hart diversifiëren en overlaten aan een gespecialiseerd management. Door de niet-aansprakelijkheid van aandeelhouders kunnen aandelen ook vrij overdraagbaar worden: vennootschapsschuldeisers hoeven hun toestemming niet te verlenen. Continue reading “Van minimumkapitaal naar maximumkapitaal”

Bestuurder zal zelf niet meer opdraaien voor zijn eigen kennelijk grove fout

Enkele glossen bij een artikel in de Tijd

In De Tijd van afgelopen zaterdag verscheen een artikel waarin toelichting wordt gegeven bij het kwantitatief plafond op bestuursaansprakelijkheid (hierna “cap”) dat in het komende ontwerp van nieuw wetboek voor vennootschappen en verenigingen zou worden voorgesteld (“Bestuurder niet meer uitgekleed na uitschuiver“). We willen hierbij enkele glossen plaatsen:  Continue reading “Bestuurder zal zelf niet meer opdraaien voor zijn eigen kennelijk grove fout”

Kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders in Delaware (en België?)

Voorontwerp WVV komt met maximumaansprakelijkheid voor bestuurders van rechtspersonen

In de recente gepubliceerde slides van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht m.b.t. het Voorontwerp van het Wetboek “Vennootschappen en Verenigingen” wordt de invoering van een kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking ten voordele van bestuurders van rechtspersonen besproken. Het Voorontwerp maakt ter zake geen onderscheid tussen feitelijke bestuurders en formeel benoemde bestuurders.

Het bekendste voorbeeld van de (overigens zeldzame) buitenlandse rechtstelsels die een gelijkaardige aansprakelijkheidsbeperking heeft ingevoerd, is Section 102(b)(7) of the Delaware General Corporation Law : Continue reading “Kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders in Delaware (en België?)”