‘Qui a compagnon, a maître’: ook in een maatschap gebruikt voor estate planning

Gent 5 september 2018: maat kan vragen dat een voorlopig bewindvoerder wordt aangesteld die bevoegdheden statutair zaakvoerder overneemt

De laatste decennia is er een fiscaal-juridische industrie ontstaan waarbij het gebruik van de maatschap als vehikel voor familiale vermogensplanning wordt aangeprezen. Eén van de verkoopsargumenten daarbij is dat maatschap toelaat om de eigendomstitel over te dragen (bv. van aandelen in een vennootschap) en toch nog controle te behouden als zaakvoerder van de maatschap.

Wat niet altijd voldoende in het licht wordt gesteld is dat de controle van een zaakvoerder, hoe ruim en discretionair die ook wordt geschreven, anders dan die van een eigenaar een fiduciaire bevoegdheid is, die niet louter in het eigen belang kan worden uitgeoefend. Elke vorm van mede-eigendom, in juridische of economische zin, leidt tot een doelgebonden bevoegdheid: Qui a compagnon, a maître.  Andere maten hebben daarbij een juridisch arsenaal aan middelen om het fiduciair karakter van de bevoegdheid van de zaakvoerder te doen naleven. Bestuursaansprakelijkheid is er daar één van.

Een ander middel – de atoombom in het arsenaal – is de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 5 september 2018 (2016/RK/34 2017/RK/28) bevestigt de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder in een familiale maatschap die een controlepakket in een operationele vennootschap beheert. De voorlopig bewindvoerder werd aangesteld op vraag van de kinderen-maten om het bestuur en beheer van de maatschap waar te nemen in de plaats van de pater familias die levenslang als statutair zaakvoerder was benoemd.  Continue reading “‘Qui a compagnon, a maître’: ook in een maatschap gebruikt voor estate planning”

Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement

Recent kwamen de gevolgen en werkwijze van frauduleuze faillissementen opnieuw in de publieke belangstelling.  In het recentste nummer van de Juristenkrant betoogt meester Vincent Verlaeckt dat er effectief middel bestaat tegen frauduleuze faillissementen en de gekende lege dozen: de (ambtshalve) aanstelling van een voorlopig bewindvoerder (artikel XX.32 WER).

Verlaeckt argumenteert dat door een tijdige ambtshalve interventie van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel, enerzijds activa kunnen bewaard blijven die anders dreigen te verdwijnen op een bedrieglijke (of toch rangverstorende) manier en anderzijds insolvabele elementen sneller uit het handelsverkeer kunnen genomen worden, door een faillietverklaring op dagvaarding van de bewindvoerder.

Verlaeckt schrijft hierover over onder meer: Continue reading “Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement”