‘Privaatrecht in actie!’, met empirisch onderzoek naar verdeling bij faillissement

Verslagboek conferentie empirisch onderzoek in het privaatrecht (18 mei 2018)

De laatste jaren wordt steeds vaker gepleit voor meer empirisch onderzoek door rechtswetenschappers. Het uitvoeren van empirisch onderzoek veronderstelt evenwel een beroep op andere methoden dan deze die gangbaar zijn in de klassieke, dogmatische rechtswetenschap. Klassiek geschoolde juristen zijn doorgaans weinig (of zelfs niet) met deze methoden vertrouwd, wat voor hen een drempel kan vormen om zelf empirisch onderzoek uit te voeren.

Op 18 mei 2018 organiseerde het Gentse Centrum voor Verbintenissenrecht een conferentie, voorgezeten door Eric Dirix (KU Leuven) over empirisch onderzoek in het privaatrecht. De bijdragen van de conferentie werden gebundeld in het boek Privaatrecht in Actie!, uitgegeven bij die Keure. Hiermee wilden de initiatiefnemers aantonen dat klassiek geschoolde juristen wel degelijk in staat zijn empirisch onderzoek te voeren, dat niet alleen het klassieke rechtswetenschappelijke onderzoek kan aanvullen, maar ook voor de rechtspraktijk nuttige inzichten kan opleveren.

Terwijl empirisch onderzoek in het privaatrecht in België nog in de kinderschoenen staat, hebben Nederlandse onderzoekers hier al meer ervaring mee. Wat we uit de Nederlandse ervaring kunnen leren, komt aan bod in de bijdrage van Willem van Boom (Universiteit Leiden) en Ivo Giesen (Universiteit Utrecht). Zij geven een overzicht van wat de voorbije tien jaar in Nederland aan empirisch onderzoek in het privaatrecht werd gedaan.

Vervolgens komen in het boek zes voorbeelden van empirisch onderzoek uit verschillende domeinen in het privaatrecht – van het familierecht tot het insolventierecht – aan bod.

Vooreerst onderzoeken Joke Baeck (Universiteit Gent) en Ignace Claeys (Universiteit Gent) hoe vrederechters te werk gaan wanneer zij de handelshuurprijs bij een handelshuurovereenkomst op grond van artikel 6 of artikel 18 Handelshuurwet “naar billijkheid” moeten vaststellen. Hiervoor bestudeerden zij gerechtelijke dossiers van de Gentse vredegerechten uit de periode 2010-2015. Dit dossieronderzoek werd aangevuld met interviews met alle gerechtsdeskundigen die werden aangesteld in de dossiers waarin de Gentse vrederechters daadwerkelijk gebruik dienden te maken van hun bevoegdheid om de handelshuurprijs naar billijkheid vast te stellen.

De volgende bijdrage zoemt in op artikel 374,§2 BW, op grond waarvan de rechter bij geschillen over de verblijfsregeling van kinderen van wie de ouders niet (meer) samenleven, rekening moet houden “met de concrete omstandigheden van de zaak en het belang van de kinderen en van de ouders.” Christine Van Roy (Katholieke Universiteit Leuven) gaat na in welke mate rechters hierbij rekening houden met de leeftijd van het betrokken kind. Zij baseert zich hiervoor op een zelf aangelegde databank van ongeveer 4.000 ongepubliceerde uitspraken van 40 (Nederlandstalige) rechtbanken en hoven uit 2005 (i.e. voor de invoering van artikel 374,§2 BW) en uit 2013 (i.e. enkele jaren na de invoering van artikel 374,§2 BW).

Daarna onderzoekt Gijs Van Dijck (Universiteit Maastricht) de rol van niet-financiële compensatie in het aansprakelijkheidsrecht, aan de hand van zaken over seksueel misbruik door de Rooms-Katholieke Kerk. Hiervoor analyseerde hij 1.237 zaken die in Nederland werden afgewikkeld op grond van een speciaal voor slachtoffers van seksueel misbruik door de Rooms-Katholieke Kerk ontwikkelde klachtenprocedure. Hierbij ging hij na welke vormen van niet-financiële compensatie (zoals excuses of erkenning van het misbruik) de slachtoffers zochten, en wat zij vonden.

In de volgende bijdrage staat de opkomst van ondergrondse warmtenetten als duurzame energiebron centraal. Maja Reynebeau (Universiteit Gent) bespreekt de goederenrechtelijke vragen die bij de aanleg en exploitatie van dergelijke warmtenetten rijzen. Om de praktische knelpunten in kaart te brengen, nam zij interviews af van personen die vanuit diverse invalshoeken bij de aanleg van warmtenetten betrokken zijn: advocaten en juridische adviesbureaus, energieontwikkelaars, bedrijfsjuristen en stakeholders met technische achtergrond.

Vervolgens gaat Sandra Callewaert (Universiteit Gent) na welke rol zakelijke zekerheidsrechten bij uitvoerend beslag op roerende goederen spelen. Hiervoor analyseerde zij een steekproef van 104 verdelingsdossiers van twaalf gerechtsdeurwaarderskantoren uit de provincies Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen. Op basis van deze dossierstudie geeft zij een overzicht van de zakelijke zekerheden die in de praktijk (vaak of minder vaak) worden ingeroepen en besteedt zij aandacht aan de praktische vragen die bij de verdeling van de opbrengst van het beslag rijzen.

Ten slotte onderzoekt Joke Baeck (Universiteit Gent) wat er in geval van faillissement nog onder de verschillende categorieën van schuldeisers te verdelen valt en welke impact de schrapping van bepaalde zakelijke zekerheidsrechten (zoals de voorrechten van de fiscus) in de praktijk zou hebben. Hiervoor bestudeerde zij 286 faillissementsdossiers van de Gentse rechtbank van koophandel en paste zij een aantal berekeningen op de gegevens uit deze dossiers toe.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s