Je est un autre: Cassatie over belastingen, simulatie en rechtspersoonlijkheid

Op deze blog wordt veel over rechtspersoonlijkheid en weinig over belastingen geschreven. Rechtspersoonlijkheid en belastingen zijn echter nauw verbonden. De juridische techniek van de rechtspersoonlijkheid wordt immers gretig gebruikt voor fiscale doeleinden, waarbij het zelden de bedoeling is van de belastingplichtige meer belastingen te betalen. Belgen (m/v, Waal/Brusselaar/Vlaming) schijnen hier goed (minstens zeer bedreven) in te zijn. Het arrest van 2 januari 2020 (F.18.0074.N/1) van het Hof van Cassatie zal dan ook menig lezer van deze blog interesseren.

Het Hof van Cassatie poneert eerst volgende algemene principes:

De inkomstenbelastingen dienen in beginsel, onder voorbehoud van toepassing van de door de wet voorziene anti-misbruikbepalingen, te worden geheven op de door de belastingplichtige werkelijk gehanteerde juridische constructie.
Hieruit vloeit voort dat slechts abstractie kan worden gemaakt van het bestaan van een vennootschap en van de door deze vennootschap gesloten overeenkomsten wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van simulatie.

Deze principes worden vervolgens toegepast op volgende vaststellingen van de appelrechters (kort samengevat: na statutair zaakvoerder te zijn geweest van bvba A verstrekt de voormalige zaakvoerder diensten aan bvba A, niet rechtstreeks, maar via een dienstverleningsovereenkomst tussen bvba A en bvba B):

– de eerste eiseres na haar eervol ontslag als statutair zaakvoerder van bvba 32, in het kader van een dienstverleningsovereenkomst gesloten tussen bvba 32 en bvba R&C° werkzaam was voor de bvba 32 binnen de bvba R&C°;
– de eisers in het kader van die overeenkomst diensten dienden te verrichten, zoals het tot een goed einde brengen van een bepaalde collectie, het verlenen van supervisie aan het nieuwe team van ontwerpers van bvba 32 bij het ontwerpen van
nieuwe collecties, het aanwezig zijn tijdens défilés in Parijs en persvoorstellingen en het waken over het imago “A. D.”;
– in artikel 4.1 van de overeenkomst uitdrukkelijk wordt bepaald dat bvba R&C° zich ertoe verbindt om voor de uitvoering van de diensten een beroep te doen op de eisers;
– in artikel 4.2 van de overeenkomst verder wordt bepaald dat de eisers de diensten op een volledig zelfstandige basis leveren en op geen enkel ogenblik zullen worden beschouwd als of zich zullen gedragen als werknemers van de bvba 32;
– uit dit alles, alsook uit de door verweerder overgelegde persberichten, blijkt dat de eerste eiseres via bvba R&C° in bvba 32 een leidinggevende functie heeft van commerciële en technische aard, en dit buiten een arbeidsovereenkomst.

De appelrechters (het Hof van Beroep te Antwerpen) hadden, zonder vast te stellen dat er sprake was van simulatie, geoordeeld dat de voormalige zaakvoerder van bvba A beschouwd diende te worden als een bezoldigd bedrijfsleider van bvba A. Deze beoordeling overleeft het cassatieberoep niet:

Door aldus, zonder vast te stellen dat er sprake is van simulatie, te oordelen dat de eerste eiseres moet worden beschouwd als een bezoldigd bedrijfsleider van de bvba 32 terwijl zij vaststellen dat de eerste eiseres de diensten verricht in uitvoering van een dienstverleningsovereenkomst gesloten tussen de bvba R&C° en de bvba 32, miskennen de appelrechters de eigen rechtspersoonlijkheid van de bvba R&C° en het bestaan van de dienstverleningsovereenkomst. Zij verantwoorden hun beslissing aldus niet naar recht.

Resultaat: de deur sluit zich voor de fiscus. Over de (niet-)tegenstelbaarheid van rechtshandelingen aan de fiscus werd recent een grondig proefschrift gepubliceerd: A. Nollet, De l’« abus fiscal » ou Quand des actes juridiques du contribuable sont inopposables au fisc pour l’établissement de l’impôt, Brussel, Larcier, 2019, 766 p. De geïnteresseerde lezer zal daarin zeker zijn gading vinden.

 

 

 

 

Author: Arie Van Hoe

Lawyer (NautaDutilh), voluntary scientific collaborator (University of Antwerp)

One thought on “Je est un autre: Cassatie over belastingen, simulatie en rechtspersoonlijkheid”

  1. Interessant arrest. Simulatie als eerste – en noodzakelijke- stap in het rechtsvindingsproces op de weg naar relativering van de rechtspersoonlijkheid. Op mijn gevoel ligt simulatie dichter bij het hanteren van een schijnconstructie dan bij misbruik van rechtspersoonlijkheid. Een stapje op de goede weg, zou ik nemen.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s