Een eerder blogbijdrage maakte de vaststelling dat het knipperlicht van de onbetaalde RSVZ-bijdragen niet werkt. Hoewel artikel XX.23, §2, 3de lid WER sinds 1 mei 2018 aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) de verplichting oplegt om elk kwartaal een lijst van schuldenaren met minstens één onbetaalde verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen mee te delen aan de ondernemingsrechtbanken, gebeurt dit blijkbaar niet. Niet vandaag, niet de voorbije acht jaar. Voormelde blogbijdrage stelt: “Waarom deze RSVZ-gegevens niet worden meegedeeld, is niet gekend. Het is ook niet passend daarover gissingen te doen”.
Deze blogpost heeft evident geleid tot enige beweging. Zo werd onder meer door volksvertegenwoordiger Raskin verschillende parlementaire vragen gesteld aan de Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s.
De eerste twee vragen luiden:
“Klopt het dat de RSVZ de in artikel XX.23, § 2 WER bedoelde gegevens niet of niet systematisch aan de ondernemingsrechtbanken overmaakt? Zo ja, waarom wordt deze wettelijke verplichting (sinds 2018) niet volledig uitgevoerd? Hoeveel meldingen heeft de RSVZ sinds 2018 jaarlijks overeenkomstig deze bepaling aan de ondernemingsrechtbanken overgemaakt?”
De minister antwoordt:
“Het klopt dat het RSVZ deze gegevens niet doorgeeft aan de Kamer voor Ondernemingen in Moeilijkheden. Dit komt omdat het RSVZ niet over de gegevens van de betalingstoestand van de bijdragen, noch over cijfers over de procedures inzake faillissementen beschikt. Binnen het sociaal statuut van de zelfstandigen zijn de Sociale verzekeringsfondsen bevoegd voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen. Dankzij de invoering van de inhoudingsplicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, zal het RSVZ in de toekomst over deze gegevens kunnen beschikken. Na het bekomen van een beraadslaging zal het deze gegevens vervolgens kunnen doorgeven aan de Kamer voor Ondernemingen in Moeilijkheden.”
Verder wordt aan de Minister gevraagd:
“Beschikt de RSVZ over cijfers inzake zelfstandigen met langdurige bijdrageachterstanden? Zo ja, hoeveel zelfstandigen hadden de afgelopen vijf jaar jaarlijks minstens 4, 8, 12 en 20 onbetaalde kwartalen? Welke richtlijnen gelden voor de sociale verzekeringsfondsen voor de invordering bij langdurige bijdrageachterstanden en voor het eventueel vorderen van het faillissement? Hoeveel faillissementsvorderingen hebben zij de afgelopen vijf jaar jaarlijks ingesteld ?”
Hierop antwoordt de minister:
“In onderstaande tabel vindt u het aantal zelfstandigen dat op 31/12/2025 minstens 4, 8, 12 en 20 onbetaalde kwartalen hadden. Deze cijfers zijn gebaseerd op de boekhoudkundige gegevens van de sociale verzekeringsfondsen waarover de dienst Externe Audit (EAE) van het RSVZ beschikt:
| Aantal onbetaalde bijdragekwartalen | Situatie op 31/12/2025 |
| 1 of meer onbetaalde bijdragekwartalen | 390.860 zelfstandigen |
| 4 of meer onbetaalde bijdragekwartalen | 171.091 zelfstandigen |
| 8 of meer onbetaalde bijdragekwartalen | 62.387 zelfstandigen |
| 12 of meer onbetaalde bijdragekwartalen | 32.236 zelfstandigen |
| 20 of meer onbetaalde bijdragekwartalen | 8.247 zelfstandigen |
De sociale verzekeringsfondsen dienen bij de invordering van achterstallige bijdragen richtlijnen te volgen die zijn vastgelegd in specifieke nota’s aan de socialeverzekeringsfondsen, zoals bijvoorbeeld de nota P.760/05/16 van 4 augustus 2005 betreffende de performantiecriteria inzake inning en invordering van de bijdragen en de technische nota behandeling van oninbare schuldvordering van 27 november 2018. Deze richtlijnen omvatten onder meer de verplichting tot het versturen van herinneringen, de toekenning van betalingsfaciliteiten binnen welbepaalde termijnen, en — bij een openstaande hoofdsom van 12.500 EUR of meer — een diepgaand onderzoek van het dossier. Bij aanhoudende niet-betaling dient het fonds sowieso over te gaan tot gerechtelijke invordering (in hoofdzaak via dwangbevel) en finaal, indien er sprake is van continue niet-betaling gedurende meerdere jaren, het onderzoeken van/dreigen met de mogelijkheid tot effectieve dagvaarding in faillissement. Het RSVZ beschikt niet over centrale cijfergegevens over het aantal faillissementsvorderingen dat de fondsen de afgelopen vijf jaar zelf hebben ingesteld. Deze informatie dient bij de fondsen zelf te worden opgevraagd.”
Kortom: de wetgever legt een verplichting op aan een eigen overheidsdienst die deze verplichting niet kan nakomen omdat zij niet beschikt over haar eigen gegevens wegens uitbesteed aan sociale verzekeringsfondsen. Nochtans is de verplichting tot het meedelen van knipperlichten in de wet niet ingeschreven ten aanzien van deze sociale verzekeringsfondsen.
Ter achtergrond: 62.387 zelfstandigen laten minstens 8 kwartalen – dat is twee jaar – aan RSVZ bijdragen onbetaald. De wetgever heeft in 2012 hierover gesteld: Twee kwartalen wijzen meestal op een hopeloze toestand” (Parl. St. Kamer, 2012-13, 2692/001, p.11).