Vereist een splitsing van een soort aandelen altijd unanimiteit?

Tijdens de disputatio van 1 juni jl. was één van de drie quaestiones de vraag of een splitsing van een soort aandelen altijd unanimiteit vereist.

Het geanimeerde debat tussen Professor De Wulf (UGent) en Professor Wyckaert (KU Leuven), gemodereerd door Professor Tom Vos (UAntwerpen), kan u hier herbekijken.

Eerstdaags publiceert Corporate Finance Lab een gezamenlijk standpunt van de disputanten over mogelijke uitwegen uit dit debat.

Genderquota blijven vooralsnog een doekje voor het bloeden

Een post door gastblogger Marieke Wyckaert (hoogleraar KU Leuven)

“Quota: maar een heel klein deel van het antwoord op de zoektocht naar diversiteit in representativiteit”

Onlangs was het weer prijs: ‘Topjobs voor vrouwen blijven werk van lange adem’(DS 21 juni). Juicht, wij ­allen, want nog geen derde van alle ­topposities in de Vlaamse overheid wordt ingevuld door vrouwen. Bovendien stapten er onlangs vier op, van wie er al twee zijn vervangen door mannen; een vijfde vertrekt volgend jaar. Nog geen één op de drie, dus, en het riskeert nog erger te worden. Nochtans mikt de Vlaamse overheid op 40 procent, maar een nieuwe diversiteitsambtenaar benoemen, voor ­zover dat al de oplossing zou zijn, lukt blijkbaar niet.

Sinds Caroline Pauwels om ­gezondheidsredenen stopte als rector aan de VUB, hebben we ook geen ­enkele Vlaamse rector meer. De cijfers van vrouwelijke academici zullen u ook niet opvrolijken: in Leuven is vandaag 31 procent vrouw, bij de hoog­leraren zelfs maar 22 procent.

Continue reading “Genderquota blijven vooralsnog een doekje voor het bloeden”

De vertrouwensleer: symptoom van de objectivering van het privaatrecht, op zijn beurt symptoom van het toegenomen belang van onstoffelijke organisaties

J. Vananroye, “Respecteert het overgangsrecht van het WVV de rechtmatige verwachtingen”, in Liber Amicorum Xavier Dieux, 2022, 647-660.

In zijn magistraal proefschrift Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui analyseert Professor Dieux de rol van het respect voor de rechtmatige verwachtingen van anderen in privaatrechtelijke verhoudigingen (X. Dieux, Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui. Essai sur la genèse d’un principe général de droit, Brussel, Bruylant, 1995, 286 p.).

De daar ontwikkelde these is een prachtige illustratie van de objectivering van het privaatrecht in de loop van de twintigste eeuw. Subjectieve noties zoals wil of nalatigheid verloren hun centrale plaats. Ze werden afgezwakt, aangevuld of vervangen door objectieve noties als vertrouwen, risico, redelijkheid en billijkheid, maatschappelijke verwachtingen. Enkele voorbeelden daarvan: het erkennen van het bestaan van risico-aansprakelijkheid, de invoering van nieuwe gronden van objectieve aansprakelijkheid, de objectivering van het gemeenrechtelijke foutbegrip, de opkomst van de objectieve goede trouw, de objectivering van de ‘subjectieve’ goede trouw, het erkennen van de rol van het vertrouwen bij de totstandkoming van verbintenissen… Men neme de inhoudstafel van voornoemd proefschrift en men kan dit makkelijk verder aanvullen.

Elders heb ik proberen aan te tonen dat deze objectivering van het privaatrecht nauw verband houdt met het toenemend belang van rechtspersonen (en andere organisaties) in de laatste tweehonderd jaar (J. Vananroye, “Toerekening aan rechtspersonen en andere organisaties”, TPR 2004, 792). Subjectieve noties als wil, fout, opzet, bedrog … die zijn uitgedacht op maat van natuurlijke personen, zijn immers moeilijk toe te passen op ‘zielloze’ organisaties zoals een rechtspersoon. Ik beëindigde die bijdrage uit 2004 met de volgende reflecties: “De toekomst zal uitwijzen of zich rond het begrip organisatie een nieuwe breuklijn in het privaatrecht gaat vormen, ter vervanging van klassieke distinguo’s zoals commercieel/burgerlijk of rechtspersoon/natuurlijk persoon.” (J. Vananroye, “Toerekening aan rechtspersonen en andere organisaties”, TPR 2004, 793)

Die evolutie heeft zich inderdaad voorgedaan met de invoering door de Wet Hervorming Ondernemingsrecht van 15 april 2018 van het huidige art. I.1, 1° WER. Deze definitie van ‘onderneming’ (onder meer gebruikt voor het insolventierecht, het bewijsrecht in het BW en de bevoegdheidsomschrijving van de ondernemingsrechtbank in het Ger.W.) stelt het begrip ‘organisatie’ centraal. Het kwam in de plaats van de handelaar als aanknooppunt van regels en erkent naast de natuurlijke en rechtspersoon ook ‘organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’.

Het zal niet verbazen dat met het toenemende belang van onstoffelijke organisaties, vooral in het economische verkeer maar dus ook in de wetgeving, ook de these van Professor Dieux vandaag – in het Nederlands meestal onder de vlag ‘vertrouwensbeginsel’ – stand heeft gehouden en enkel maar aan belang heeft gewonnen (zie bv. B. Verheye, “Schijnvertegenwoordiging en vertrouwensleer revisited”, RW 2020-21, 1176, nr. 22 e.v.).

Continue reading “De vertrouwensleer: symptoom van de objectivering van het privaatrecht, op zijn beurt symptoom van het toegenomen belang van onstoffelijke organisaties”

Zinloos geweld? Over gemeen vennootschapsrecht en lastgeving in het WVV

Een post door gastblogger Jeroen Delvoie (VUB)

Vooraf

Xavier Dieux was de eerste name partner van het kantoor waar ik in 2000 als jonge snaak begon: Dieux Geens Cornelis. Al tijdens mijn studies was ik geïntrigeerd door de naam waarnaar ik zo vaak moest verwijzen in de voetnoten van een licentiaatswerk vennootschapsrecht: DIEUX, X., volgens de toenmalige V&A-regels. Decaan aan de ULB nog wel…Nadien, als startend advocaat, gaf het toch altijd een speciaal gevoel als je hem in de gang tegenkwam. Om maar te zeggen dat ik zeer blij was een dikke 20 jaar later te mogen meeschrijven aan het Liber Amicorum Xavier Dieux, dat hem gisteren feestelijk werd overhandigd. Geheel in de traditie van het vrij onderzoek als stichtend beginsel sinds 1834 van ons beider alma mater, bevat mijn bijdrage een kritische reflectie over een van zijn standpunten, of althans over de manier waarop dit in het WVV werd vertaald. In deze blogpost vat ik mijn voornaamste bevindingen samen.

Exit gemeen vennootschapsrecht in het WVV

Het gaat meer bepaald om de “speciale militaire operatie” van het WVV tegen het gemeen vennootschapsrecht, en meer bepaald tegen de lastgeving als een van de doelwitten. Het leidt immers weinig twijfel dat Xavier Dieux, indien misschien niet de generaal, dan toch minstens de huisideoloog van deze operatie was. Gelijkenissen met bestaande gebeurtenissen zijn uiteraard zuiver toeval, maar toegespitst op de lastgeving was de initiële aanval nogal chaotisch, en volgde een poging tot hergroepering via de “reparatiewet”[1] . Op basis van artikel 2:51 WVV is een bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling  van de hem opgedragen taak. In het Frans luidde dit in 2019 echter : “de la bonne exécution du mandat qu’il a reçu”. Dit werd “gerepareerd” tot: “de la bonne exécution de la mission qui lui a été confiée”. Volgens de toelichting van het Kamerlid dat het wetsvoorstel indiende, is dat omdat het betuursmandaat geen lastgeving is.[2]

Kijk, dit vind ik nu echt niet ernstig.

Continue reading “Zinloos geweld? Over gemeen vennootschapsrecht en lastgeving in het WVV”

‘Determinatio Magistralis’ door Xavier Dieux

Deficitaire vereffening, soortvorming en -wijziging van aandelen, gerechtelijke reorganisatie

De Belgische dominicaan, kenner van het thomisme en rector aan de Universiteit van Fribourg Pierre Mandonnet beschreef de rol van de determinatio magistralis volgend op een disputatio als volgt:

Les objections proposées et résolues, au cours de la dispute, sans ordre préétabli, présentaient finalement une matière doctrinale assez désordonnée, moins semblable cependant aux débris d’un champ de bataille d’aux matérieux demi-ouvrés d’un chantier de constructions. C’est pourquoi à cette séance d’élaboration en succédait une seconde, qui portait le nom de détermination magistrale.‘ (Revue Thomiste 1928, 267-269, geciteerd in Jacques Le Goff, Les intellectuels au Moyen Âge, éditions du Seuil, 2014, 102)

De magister kreeg één dag om de brokstukken van één quaestio samen te rapen. Op de disputatio van 1 juni j.l. kreeg Professor Xavier Dieux enkele minuten om dit te doen voor drie quaestiones. Dat verhinderde niet dat dit op magistrale wijze gebeurde.

Op de dag dat aan Professor Dieux zijn Liber Amicorum wordt overhandigd, wilden we u graag de kans geven zijn beschouwingen hier te herbekijken (29 minuten).

We geven nog mee dat het proefschrift van Professor Dieux over Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui uit 1995 nu ook in open access beschikbaar is in de digitale archieven van de Leuvense rechtsbibliotheek.

Vermogensrechten en faillissement

Op maandag 27 juni 2022 (17 u) verdedigt Sander Baeyens  aan de KU Leuven zijn proefschrift onder het promotorschap van prof. dr. Vincent Sagaert (promotor) en prof. dr. Matthias Storme (copromotor) in de Promotiezaal te Leuven (Naamsestraat 22).

De titel van het proefschrift luidt ‘Vermogensrechten en faillissement. Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de tegenwerpelijkheid en afdwingbaarheid van verwervingsrechten, gebruiksrechten en verbodsrechten in faillissement’.

In zijn proefschrift onderzoekt Sander de tegenwerpelijkheid en afdwingbaarheid van vermogensrechten aan de failliete boedel.

Het faillissementsrecht betreft het sluitstuk van het private vermogensrecht. Dit betekent dat het faillissementsrecht een einde stelt aan de individuele verhaalsrechten van de gezamenlijke schuldeisers. De wetgever bepaalt uitdrukkelijk dat een faillissementsprocedure de vereffening van alle beslagbare goederen van de gefailleerde tot doel heeft (art. XX.98 WER). Het volledige vermogen van de gefailleerde vormt het onderpand voor zijn schuldeisers (art. 3.36, eerste lid BW). De gezamenlijke schuldeisers moeten het vermogen van de gefailleerde evenwel nemen zoals ze het aantreffen op het ogenblik van de faillietverklaring. Bij de uitoefening van hun verhaalsrecht kunnen ze geconfronteerd worden met goederen waarop (on)rechtstreeks een zakelijk of persoonlijk recht (vermogensrecht) rust ten voordele van een individuele titularis van een vermogensrecht met wie de gefailleerde in een contractuele verhouding staat. De gezamenlijke schuldeisers kunnen ten aanzien van deze goederen in beginsel niet méér rechten doen gelden dan de gefailleerde zelf. De verhaalsrechten van de gezamenlijke schuldeisers zijn immers afgeleid van de rechten van de gefailleerde, waardoor zij geen hogere waarde kunnen vertegenwoordigen.

Continue reading “Vermogensrechten en faillissement”

Look Who’s Back: de return van de handelaar

Het overlijden van de handelaar werd op deze blog breed verkondigd (zie o.a. Exit het handelsrecht; een nieuw ondernemingsrecht verrijst vóór Pasen). Na jaren van trouwe dienst werd de handelaar verwezen naar de hemel der rechtsbegrippen en ingeruild voor de onderneming. Het concept van de handelaar zou snel verworden tot een rechtshistorisch curiosum om na verloop van tijd alleen nog maar in historische overzichten vermeld te worden.

Maar de wetgever kan de handelaar, zoals een oude liefde, niet loslaten. Met de wet van 20 maart 2022 tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel VIbis in boek III van het oud Burgerlijk Wetboek (BS 31 maart 2022) werd de handelaar opnieuw tot leven gewekt.

Artikel 11 van deze wet voegt artikel 1701/1 toe in het Oud Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bevat volgende definitie van het begrip handelaar.

5° “handelaar”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

Voor de regels inzake overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten wordt dus (opnieuw) gewerkt met het begrip handelaar.

Precies gelet op de nog recente hervorming van het ondernemingsrecht, kan de herintrede van de handelaar verwonderen. Een amendement van de oppositie om handelaar te vervangen door onderneming werd echter niet weerhouden. Het verslag van de eerste lezing bevat daartoe volgende verantwoording

Tot slot stelde mevrouw Van Bossuyt voor om, middels een amendement, het begrip “handelaar” in artikel 11 van het wetsontwerp te vervangen door het begrip “onderneming”. De vice-eersteminister wil het begrip “handelaar” behouden, aangezien dat wordt gebruikt in de richtlijn en in het Europees recht. De definitie van “handelaar” in het Europees recht is ruimer dan die van “onderneming” in het Belgisch recht. De vice eersteminister verwijst in dat verband naar het arrest betreffende BKK Mobil Oil van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-59/12, ECLI:EU:C:2013:634). Zo wordt een met een opdracht van algemeen belang belaste publiekrechtelijke instelling aangemerkt als een “handelaar”. In een aantal rechtsleerartikels wordt overigens bepleit het begrip “onderneming” in Boek VI van het Wetboek van economisch recht te vervangen door het begrip “handelaar”.

Terecht werd opgemerkt dat de vervanging van de handelaar door de onderneming niet alle problemen heeft opgelost. Nieuwe woorden lossen oude problemen niet op. De recente, stille herintrede van de handelaar betekent evenwel een bijkomende factor van complexiteit. Naast de diverse ondernemingsbegrippen in het WER is er nu opnieuw de handelaar in het Oud Burgerlijk Wetboek. Wie kan nog volgen?

Het zou sterk de voorkeur genieten mocht de Belgische wetgever doorheen het recht zoveel mogelijk zou werken met uniforme begrippen en aanknopingspunten. Op een nieuwe verkokering van het recht zit niemand te wachten.

Leve ons (voor één keer)

In de link hier kan u het openingspraatje zien van de disputatio van eerder deze week, met een korte reflectie op vijf jaar Corporate Finance Lab.

Zwarte zondag in Leuven (postscript bij het dispuut tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf over unanimiteit bij soortsplitsing)

Een post door Jeroen Delvoie (VUB)

“Het gaat niet om de gelijke behandeling van aandeelhouders als zweverig principe, het gaat om pacta sunt servanda

Deze blogpost is ingegeven door een ernstig geval van FOMO naar aanleiding van het dispuut op 1 juni 2022 ter ere van 5 jaar Corporate Finance Lab in Leuven (zie hier voor de opname, de slides en de documentatie).

Ik kon er jammer genoeg echt niet bij zijn, maar slaagde er in extremis wel in de discussie tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf online mee te pikken. Daar zat ik dan wippend op mijn stoel met de digitale vinger in de lucht, maar zonder mogelijkheid om aan de actie deel te nemen. Daarom via deze weg een postscript over een specifiek punt, waaromtrent ik graag was tussengekomen. Ik vat dit – geheel in de sfeer van het dispuut – wat badinerend op, het wordt me hopelijk vergeven.

Het betreft een argument dat me dunkt cruciaal was in de onverwachte overwinning van De Wulf in de stemming na de debatten. Hoewel het feit dat hij de rol van underdog meesterlijk speelde, ook wel zal hebben meegespeeld (weliswaar met iets té veel enthousiasme, waardoor hij de resultaten van het publieksreferendum vooraf al met het brexit-vuilnis buiten had gezet, waarvan dus akte…).

Continue reading “Zwarte zondag in Leuven (postscript bij het dispuut tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf over unanimiteit bij soortsplitsing)”

Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)

Lustrum Corporate Finance Lab

Voor de studienamiddag op 1 juni e.k. te Leuven zijn op dit ogenblik meer dan 200 deelnemers ingeschreven. Dat is een mooie opkomst voor een academische oefening van bijna duizend jaar oud, waarbij zes doctores drie vragen telkens een uur lang fileren.

Omdat vele deelnemers via livestream volgen is het mogelijk alsnog in te schrijven (EUR 75 met koffiepauze en receptie). De studiedag is voor 4 punten erkend door OVB, IBJ en Nationale Kamer van Notarissen. Voor magistraten, gerechtelijke stagiairs en personeelsleden neemt het IGO de kosten ten laste.

Wie voorbereid aan het debat wil deelnemen vindt hier de digitale documentatiemap (in opbouw).

Na de aankondiging van het event heb ik quasi onmiddellijk afgesproken met een collega om gezamenlijk af te zakken naar Leuven. De onderwerpen, het concept en de keuze van de disputanten garanderen een erg interessante en –  in het genre – zelfs leuke namiddag.

Een rechter in een Ondernemingsrechtbank

Programma

Continue reading “Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)”

Shareholder activism in Belgium: boon or curse for sustainable value creation? 9 June 2022

Activisten, zo wil het dominerende verhaal, hebben geen positieve naam (zie over het belang van “the narrative”, M. J. Roe en R. Shapira, “The Power of the Narrative in Corporate Law Making”, Harvard Business Law Review 2021, 237-278). Ze zijn uit op snelle winsten en maken het leven van bestuurders zuur. Een andere visie luidt dat activisten tekortkomingen (en soms meer dan dat) in het ondernemingsbeleid blootleggen en zo waarde creëren voor alle aandeelhouders. Ook leggen activisten meer en meer niet-financiële (ESG) klemtonen.

Het “narratief” van het activisme is niet zwart-wit, maar geschakeerd. Om de verschillende facetten van (ESG)aandeelhoudersactivisme in kaart te brengen, organiseren het VBO en de Jean-Pierre Blumberg Leerstoel (UA) op 9 juni 2022 een studiedag gewijd aan activisme. Tijdens deze studiedag zullen alle facetten van (ESG)aandeelhoudersactivisme in kaart worden gebracht.

Het programma van de studiedag is als volgt:

9:30 – 9:55: Setting the scene: causes and consequences of shareholder activism (Tom Vos, University of Antwerp)
9:55 – 10:20: Setting the scene: ESG-focused shareholder activism (Anna Christie, University of Edinburgh and University of Cambridge)
10:20 – 10:45: Setting the scene: recent trends in (ESG) shareholder activism (Wouter Gabriëls, Lazard)
10:45 – 11:00: Q&A nr. 1
11:00 – 11:15: Coffee break

11:15 – 11:40: The activist’s (legal and extra-legal) toolbox (Pierre Nothomb, Deminor)
11:40 – 12:05: The company’s rights, challenges and obligations when faced with activism  (Deborah Janssens & Sigrid Ververken, Freshfields)
12:05 – 12:30: Securities law and shareholder activism (Marijke Spooren, Cleary Gottlieb Steen & Hamilton)
12:30 – 12:45: Q&A nr. 2
12:45 – 14:00: Walking lunch
14:00 – 14:25: The view from a non-profit activist (Maria van der Heide, ShareAction)
14:25 – 14:50: The view from an asset manager (Gisele Duenas Leiva, BlackRock)
14:50 – 15:15: The view from the FSMA: what (not) to expect from the securities and markets regulator (Annemie Rombouts, FSMA)
15:15 – 15:30: Q&A nr. 3
15:30 – 16:00: Coffee break

16:00 – 16:25: Shareholder activism in the Belgian courtroom (Robbie Tas, KU Leuven and Intui & Karel Schulpen, Arcas Law)
16:25 – 16:50: Shareholder activism in the Dutch courtroom (Sven Dumoulin, VU Amsterdam and De Brauw Blackstone Westbroek)
16:50 – 17:00: Q&A nr. 4
17:00 – 17:30: Panel discussion
Marieke Wyckaert (KU Leuven)
Xavier Dieux (ULB)
Thierry L’Homme (Linklaters)
17:25 – 17:30 : Closing remarks (Arie Van Hoe)

Inschrijven voor deze unieke studiedag is nog steeds mogelijk.

Over ‘lege dozen’ en andere verwante insolventietopics: een denkoefening van een eenvoudig curator-sterveling (zonder roze bril)

Een post door gastblogger mr. Vincent Verlaeckt

Beoefenaars van de insolventiesport herinneren zich wellicht de aankondiging van een wetsvoorstel ter bestrijding van de zogenaamde lege-dozen-faillissementen, uitgaande van volksvertegenwoordiger dhr. Geens  (Parl.St. Kamer, 2020-21, 1591/001, p. 1-19).

Dit wetsvoorstel werd als ‘dringend’ omschreven gelet op de stortvloed aan faillissementen die komende was ten gevolge de corona-crisis. Het wetsvoorstel zou zelfs “gedicteerd worden door de economische openbare orde”.

De samenvatting van de memorie van toelichting, gegoten in een persmededeling werd gretig gecopy-pastet op juridische websites en nieuwsbrieven allerhande. Bijna iedereen vond het blijkbaar een goed idee. Eindelijk een oplossing voor de lege dozen.

Hoewel de mogelijke invloed van het wetvoorstel eerder beperkt is (gelet op het reeds bestaande problematische artikel 2:74 WVV), heb ik na een eerste lezing van het wetsvoorstel onmiddellijk op kantoor gedeclareerd dat ik te voet naar Scherpenheuvel zou trekken als dit voorstel ooit wet zou worden. Omdat het aantal aanwezigen in een eenmanskantoor eerder beperkt is, werd mij aangeraden mijn standpunt over dit wetsvoorstel schriftelijk uiteen te zetten voor een breder publiek.

In het document onderaan deze post kan u het resultaat hiervan lezen.

Met mijn denkoefening zal ik proberen u te overtuigen van de noodzaak aan controle door een onafhankelijk vereffeningsbewind in geval van insolventie, ook bij de zgn. “lege dozen”. Men lost geen probleem op door te doen alsof er geen probleem is en het onmiddellijk onder de mat te vegen. Ik zal uiteenzetten waarom het wetsvoorstel los tegen de openbare orde ingaat.

Met statistiek zal ik ook proberen aanschouwelijk te maken dat de Staat (publieke middelen) wel degelijk gebaat is met de aanstellingen van curatoren in geval van definitieve discontinuïteit. De Belgische Staat schiet vaak in eigen voet.

Tenslotte geef ik nog even aandacht aan de deficitaire vereffening onder het hoofdstuk “Huidige deficitaire vereffening is het failliet van de insolventieafwikkeling”. Al jaren roep ik ergens in een woestijn dat de deficitaire vereffening een kunstmatig in stand gehouden ontsnappingsalibi is. Nu heb ik het ook neergeschreven. Over dit onderwerp zullen wij ongetwijfeld veel wijzer worden tijdens de geplande “disputatio” op 1 juni 2022 ter ere van het lustrum van Corporate Finance Lab.

Of in mijn denkoefening alles even academisch werd verwoord, laat ik in het midden. Doch een genuanceerde, wollige noodrem werkt niet. Een slappe stok in een hoenderhok ook niet.

Inschrijven voor de ‘disputatio’ van 1 juni 2022 kan hier.

Vincent Verlaeckt
Advocaat

Studieavond Grondige Studie Insolventierecht (UA) – bestuurdersaansprakelijkheid bij (dreigende) insolventie

Zoals in een eerdere post aangekondigd, vindt de volgende studieavond verzorgd door studenten van de GS Insolventierecht (UA) plaats op 18 mei 2022 om 19u.

Het thema van de (reeds) veertiende van deze studieavond is opnieuw bijzonder actueel: “Dreigende insolventie: bestuurders, wees op uw hoede“.

Het programma is als volgt:

  • Inleiding: het belang van bestuurdersaansprakelijkheid bij (dreigende) insolventie – Stijn De Dier
  • Selectieve betaling bij een dreigend faillissement – Axelle Konings
  • Wrongful trading en de coronapandemie – Aruna Audenaert
  • Zorginstellingen in zwaar (corona)weer – Jarne Jacobs
  • Feitelijke bestuurder: op gelijke voet? – Sarah Serneels

Deelname is gratis, kan zowel digitaal als bij fysieke verschijning, en vereist enkel dat u zich registreert via deze webpagina.

Vereist de splitsing van soort aandelen steeds unanimiteit?

Een disputatio over soorten van aandelen tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf

Dat één van de doelstellingen van het WVV een verregaande flexibilisering van het vennootschapsrecht was, is welbekend onder vennootschapsjuristen. Een concrete uiting hiervan is dat er sinds het WVV voor de niet-genoteerde BV en NV een quasi-onbegrensde vrijheid bestaat om de stem- en vermogensrechten verbonden aan aandelen te regelen (in een genoteerde BV en NV houdt de wetgever wel sterker vast aan het beginsel van “één aandeel, één stem”, met beperkte uitzonderingen voor onder andere aandelen zonder stemrecht en loyauteitsstemrecht; maar de vermogensrechten kan men ook in genoteerde vennootschappen volledig vrij regelen). 

Zulke flexibiliteit betekent dat soortvorming een belangrijker onderwerp is geworden. Het WVV bevat een (erg brede) definitie van soortvorming: soorten van aandelen zijn aandelen waaraan andere rechten zijn verbonden dan aan andere aandelen uitgegeven door dezelfde vennootschap (Artikel 5:48, 6:46 en 7:60 WVV). Zodra men dus gaat spelen met de stemrechten of vermogensrechten verbonden aan aandelen, zal er soortvorming zijn.

In een bijdrage met Frank Hellemans voor de Themis reeks, waarschuwden we (overigens niet als enigen) reeds voor de gevaren van soortvorming, meer bepaald als het gaat over de wijziging van soortrechten (zie artikel 5:102 en 7:155 WVV). Ten eerste gaat een toegenomen flexibilisering gepaard met een groter belang van algemene normen (zoals het gelijkheidsbeginsel, het vennootschapsbelang, misbruik van meerderheid, …).[1]

Ten tweede heeft het WVV het toepassingsgebied van de bijzondere procedure voor de wijziging van soortrechten sterk uitgebreid, meer bepaald bij de uitgifte van aandelen die niet evenredig binnen elke soort gebeurt. Dit houdt het risico in dat een (beperkte) blokkeringsminderheid binnen één soort zorgt voor een voortdurende betonnering van de rechten verbonden aan de soorten van aandelen, zelfs indien het voor de verdere ontwikkeling van de vennootschap aangewezen is om aanpassingen door te voeren. 

Ten derde concludeerden Frans Hellemans en ik in onze bijdrage dat de wetgeving rond de wijziging van soortrechten op een aantal punten onduidelijk is, bijvoorbeeld over de volgende vragen:

  • Als de uitgifte van aandelen niet volstrekt evenredig met het aantal aandelen uitgegeven binnen elke soort gebeurt, maar dit te wijten is aan de afronding van fracties van aandelen, leidt dit dan tot toepassing van de procedure voor wijziging van soortrechten?
  • Als de uitgifte van nieuwe aandelen volstrekt evenredig met het aantal aandelen uitgegeven binnen elke soort gebeurt, maar dit geen impact heeft op de soortrechten (stel bijvoorbeeld dat het soortrecht een voordrachtrecht voor bestuurders is dat ook na de uitgifte blijft bestaan), leidt dit dan tot toepassing van de procedure voor wijziging van soortrechten?
  • Kunnen de aandeelhouders met unanimiteit afwijken van de noodzaak om een verslag van de commissaris, bedrijfsrevisor of externe accountant, zonder dat de wetgeving deze mogelijkheid bevat (de memorie van toelichting suggereert van wel)?
  • Moet de verslaggevingsplicht worden nageleefd als er een nieuwe soort van aandelen wordt uitgegeven, maar er voor de uitgifte slechts één soort bestond?
  • Mag de meerderheid vereist voor de wijziging van soortrechten worden verstrengd in de statuten? 
  • Vereist de splitsing van een bestaande soort aandelen in twee verschillende soorten aandelen steeds de unanimiteit tussen aandeelhouders?

Deze laatste vraag is de focus van de tweede sessie van de studiedag van 1 juni ter ere van 5 jaar Corporate Finance Lab, die plaats vindt volgens het format van de “disputatio”. Marieke Wyckaert (KU Leuven) zal tijdens de disputatio de stelling verdedigen: “een splitsing van een soort aandelen vereist altijd unanimiteit”. Hans De Wulf (UGent) zal tegen deze stelling argumenteren. Ikzelf zal optreden als voorzitter (‘praeses’).

Continue reading “Vereist de splitsing van soort aandelen steeds unanimiteit?”

Weg met de deficitaire vereffening?

De vennootschap die in vereffening wordt gesteld, blijft krediet genieten wanneer haar schuldeisers hun vertrouwen in deze beslissing en in het verloop van de vereffening behouden, voor zover dit vertrouwen op regelmatige en transparante wijze wordt verkregen. De vennootschap, waarvan de ontbinding gebeurt met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers of, waarvan de ontbinding toelaat te ontsnappen aan de bijzondere aansprakelijkheden die verbonden zijn aan de staat van faillissement of aan het in vraag stellen van handelingen die werden gesteld tijdens de verdachte periode, waarbij de ontbinding plaatsvindt in hun nadeel, steunt niet op het vertrouwen van de schuldeisers, zelfs wanneer deze hun wantrouwen niet zouden hebben geuit.

Zo kan de rechtspraak van het Hof van Cassatie worden samengevat sinds het arrest van 5 juni 2020 (dat u eerst op deze blog las en dat sindsdien enkele van de beste pennen in het vennootschaps- en insolventierecht heeft bewogen). Frapperend in dit arrest is dat het arrest a quo niet werd verbroken, ook al sprak het slechts van aanwijzingen dat de vereffening van de schuldeisers benadeelt (R. Aydogdu, “La failliet des liquidations déficitaires: The Usual Suspects”, TBH/RDC 2021, 609).

Continue reading “Weg met de deficitaire vereffening?”