Over de ex nunc-werking van constitutieve vonnissen in het vennootschaps- en insolventierecht

Recente arresten van de Hoge Raad en het Hof van Cassatie over hervorming faillissements- en vereffeningsvonnissen

In een arrest van 11 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2577) bevestigt de Hoge Raad dat de faillissementstoestand van een gefailleerde voortduurt tot de uitspraak waarmee de faillietverklaring werd vernietigd kracht van gewijsde heeft verkregen. Handelingen die de curator verrichtte voordat de vernietiging van het faillissementsvonnis kracht van gewijsde verkreeg, blijven nadien overeind. Hieruit blijkt dat de rechtstoestand gecreëerd door een faillissementsvonnis niet retroactief wordt tenietgedaan bij een latere hervorming, wat wij in een eerdere blogpost reeds argumenteerden naar aanleiding van een Belgisch arrest van het Hof van Cassatie.

In de zaak die werd voorgelegd aan de Hoge Raad werd een vennootschap op 20 augustus 2014 failliet verklaard. Op 9 oktober 2014 werd de faillietverklaring in hoger beroep vernietigd. Het tegen die vernietiging gerichte cassatieberoep werd verworpen bij arrest van de Hoge Raad van 6 maart 2015. Op 22 november 2014, dus na vernietiging van de faillietverklaring, heeft de curator nog eigendommen van de vennootschap verkocht aan een derde, waarvoor zij nu diens bevoegdheid betwist voor de Hoge Raad.

Naar Nederlands recht bepaalt 13 Fw dat, indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, handelingen van de curator, verricht vóór de vernietiging, geldig en verbindend voor de schuldenaar blijven. In casu had de curator de eigendommen van eiseres evenwel verkocht het arrest waarbij het vonnis van faillietverklaring werd vernietigd, maar vóór het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest. De vraag die werd voorgelegd aan de Hoge Raad is of de vennootschap is gebonden door deze handelingen.

Curator blijft bevoegd tot hervorming faillissement kracht van gewijsde verkrijgt

De Hoge Raad (voor een bespreking, klik hier of hier) oordeelt dat het faillissement intreedt met de uitspraak daarvan overeenkomstig art. 4 lid 5 Fw. Deze uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van faillietverklaring – equivalent van art. 14 Belgische Faillissementswet – is een logisch uitgangspunt: bij faillissement zijn dilatoire beroepsprocedures uit den boze, de langdurige onzekerheid ten gevolge van een beroepsprocedure ongewenst.

Daarenboven blijft de vennootschap in faillissement bij de instelling van een rechtsmiddel daartegen en blijft die rechtstoestand voortduren tot een uitspraak waarin de faillietverklaring is vernietigd in kracht van gewijsde is gegaan.

Vervolgens overweegt het Hof dat handelingen door de curator verricht vóór de aankondiging van de vernietiging bindend zijn. Nu de handelingen van de curator in casu zijn verricht ná de vernietiging door het Hof, maar vóór het in kracht van gewijsde gaan daarvan (lees: vóór de aankondiging overeenkomstig art. 15 Fw), oordeelt het Hof dat het faillissement pas eindigt wanneer de vernietiging daarvan in kracht van gewijsde is gegaan. Ten tijde van de handelingen door de curator was dat (nog) niet het geval: de vennootschap is dus gebonden door deze handelingen.

De Hoge Raad maant de curator evenwel aan om omzichtig te werk te gaan wanneer hij handelingen stelt na een vernietigingsarrest, doch voordat het kracht van gewijsde verkrijgt. Uitoefening van zijn bevoegdheid met onomkeerbare gevolgen dient te worden beperkt tot gevallen waarin deze in het belang is van de boedel en uitstel, gelet op alle betrokken belangen, niet kan worden geduld. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer deze uitoefening noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming van de schuldenaar.

In lijn met Belgisch recht

De Hoge Raad snijdt hiermee een problematiek aan die ook recent in Belgisch recht opleefde naar aanleiding van een arrest van het Hof van Cassatie van 28 oktober 2016 (TRV-RPS 2017, 173-174). Het Hof werd met een gelijkaardige problematiek geconfronteerd bij de hervorming in hoger beroep van een vonnis van gerechtelijke ontbinding. De vraag stelde zich wat het lot was van vereffeningshandelingen gesteld door de vereffenaar volgend op een gerechtelijke ontbinding bij een latere hervorming van het ontbindingsvonnis.

Hoewel de problematiek in beide uitspraken niet identiek is, peilen ze beide naar dezelfde vraag: werkt een hervormingsuitspraak van een constitutief vonnis ex nunc?

Constitutieve vonnissen en hun hervorming in hoger beroep

Het wordt niet betwist dat constitutieve vonnissen ex nunc effect ressorteren. Een vonnis van faillietverklaring en een vonnis dat de gerechtelijke ontbinding uitspreekt zijn hier voorbeelden van. Ze wijzigen de bestaande rechtstoestand voor de toekomst. Deze gewijzigde rechtstoestand kan ingaan (‘nunc’) vanaf het ogenblik het arrest in kracht van gewijsde gaat of vanaf het moment van uitspraak, afhankelijk van de vraag of de wetgever voorlopige tenuitvoerlegging toestaat of niet, maar werkt slechts voor de toekomst.

De notie ‘voorlopige tenuitvoerlegging’ is overigens bedenkelijk voor constitutieve vonnissen. Het betreft immers eerder een onmiddellijke intreding van de gewijzigde rechtstoestand op het moment bepaald door de wetgever: er is geen initiatief van een van de partijen vereist opdat de rechtstoestand zou intreden. De gewijzigde rechtstoestand vloeit rechtstreeks voort uit de materiële rechtskracht van de uitspraak; d.i. de door het vonnis teweeggebrachte verandering in de rechtsverhouding tussen de partijen of de rechtsorde in het algemeen (P. TAELMAN, Het gezag van rechterlijk gewijsde, Diegem, Kluwer, 2001, 37 en 40; J. VANANROYE, “Voorlopig bewind: onbevoegdheid van de gewone organen of onbekwaamheid van de rechtspersoon”, TRV 2005, (8) 12). Van tenuitvoerlegging is dus geen sprake, laat staan voorlopige tenuitvoerlegging, eerder van ‘onmiddellijke materiële rechtskracht’.

Bij een latere hervorming van deze constitutieve uitspraak zijn twee oplossingen mogelijk: ofwel valt door de intrekking van de ontbinding retroactief de bevoegdheid van de vereffenaar of de curator weg (ex tunc), ofwel verdwijnt deze bevoegdheid enkel voor de toekomst, vanaf de intrekking door het beroepsarrest (ex nunc).

Wij argumenteerden naar Belgisch recht, naar aanleiding van bovenvermeld cassatiearrest, dat ook een beroepsarrest dat de ontbinding intrekt of het faillissementsvonnis hervormt een constitutieve rechterlijke uitspraak is die de rechtstoestand ex nunc wijzigt (J. VAN EETVELDE en J. VANANROYE, “Trekt de hervorming in hoger beroep van een gerechtelijke ontbinding het tapijt weg onder de vereffenaar?”, (noot onder Cassatie 28 oktober 2016), TRV-RPS 2017, 174-185). Aangezien het Belgische Hof van Cassatie enkel de vraag naar de aansprakelijkheid van de vereffenaar voor de schade aan het vennootschapsvermogen werd voorgelegd, kreeg het Hof niet de kans zich ook over deze ex nunc werking uit te spreken.

We zien geen reden om op de intrekking van de ontbindings- of faillissementsvonnis door een beroepsarrest niet de gewone regels inzake constitutieve vonnissen toe te passen: de intrekking werkt enkel ex nunc, d.i. vanaf de datum van het beroepsarrest zonder terug te werken tot op de datum van het hervormde vonnis in eerste aanleg. Dit betekent dat de intrekking in hoger beroep geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de vereffenaar of de curator voor de handelingen die hij heeft gesteld tussen zijn aanstelling ‘bij voorraad’ en de intrekking daarvan. Hij haalt deze bevoegdheid immers rechtstreeks uit de materiële rechtskracht van het vonnis in eerste aanleg. Deze materiële rechtskracht verdwijnt bij een latere hervorming in hoger beroep niet retroactief. Hier zijn twee redenen voor.

Ten eerste betreft het retroactieve effect enkel de uitvoerbare kracht van het vonnis. De relevante vraag betreft niet de uitvoerbare kracht (die immers ontbreekt bij constitutieve vonnissen, supra), maar de materiële rechtskracht. De materiële rechtskracht van het eerste vonnis blijft bestaan zolang en totdat de beslissing is ongedaan gemaakt in hoger beroep. Van retroactief effect is er geen sprake bij de materiële rechtskracht. Art. 26 Ger.W. bepaalt overigens expliciet hetzelfde voor het gezag van gewijsde; bij een hervorming in hoger beroep houdt het vonnis van de eerste rechter pas op gezag van gewijsde te hebben vanaf de dag van de hervormende of vernietigende beslissing. De materiële rechtskracht – die door het Ger.W. niet expliciet wordt onderscheiden van het gezag van gewijsde – volgt dezelfde principes van art. 26 Ger.W. ( TAELMAN, Het gezag van het rechterlijk gewijsde, Diegem, Kluwer, 2001, 387, nr. 497).

Ten tweede is de nadruk op het retroactieve effect van de uitvoerbare kracht een symptoom van de verwaarlozing van de eigen aard van constitutieve vonnissen door de doctrine en de wetgever, voor wie condemnatoire vonnissen als het impliciete model gelden. Soms wordt hierbij zelfs het bestaan van constitutieve of declaratoire vonnissen vergeten. Een symptoom hiervan is dat ook bij constitutieve of declaratoire vonnissen het ogenblik van het ingaan of de vaststelling van een rechtstoestand wordt gevat onder de noemer “tenuitvoerlegging”, ook al is dit een begrip dat enkel zin heeft bij een veroordeling tot geven, doen of niet-doen. ‘Uitvoerbare’ constitutieve vonnissen werken immers ipso facto, zonder dat er uitvoeringshandelingen nodig zijn. Daarin verschillen ze van condemnatoire vonnissen.

Concreet gevolg van onze argumentatie is dat de materiële rechtskracht van het eerste vonnis niet retroactief wordt teruggedraaid. De intrekking van de ontbinding of het faillissementsvonnis in hoger beroep heeft slechts materiële rechtskracht vanaf de uitspraak in hoger beroep. Dit heeft tot gevolg dat de aspecten die volgen uit deze materiële rechtskracht van het ontbindingsvonnis – in het bijzonder de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vereffenaar of de curator – evenmin retroactief worden weggeveegd.

Uit bovenvermeld arrest van de Hoge Raad blijkt nu dat onze noorderburen dezelfde mening zijn toegedaan, middels een toepassing van art. 13 Fw.: indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor de schuldenaar de handelingen, door de curator verricht vóór of op de dag, waarop aan het voorschrift tot aankondiging overeenkomstig artikel 15 is voldaan. De materiële rechtskracht blijft dus gelden bij een vernietiging in hoger beroep of cassatieberoep en wordt slechts voor de toekomst gewijzigd (ex nunc). De curator behoudt zijn bevoegdheden zelfs totdat de hervormingsbeslissing kracht van gewijsde heeft verkregen (overeenkomstig art. 15 Fw wordt aankondiging gedaan wanneer de hervormingsbeslissing definitief is geworden). Wanneer cassatieberoep wordt aangetekend tegen de hervormingsbeslissing impliceert dit dat het interregnum van de curator zich uitstrekt totdat de hervormende uitspraak in hoger beroep bevestiging vindt voor de Hoge Raad. Al die tijd beschikt de curator nog over de vertegenwoordigingsbevoegdheid om vereffeningshandelingen te stellen.

Besluit

Door deze verduidelijkingen uit de rechtspraak zitten curatoren en vereffenaars steviger in het zadel bij de uitoefening van hun taak. Een latere hervorming van het faillissements- of ontbindingsvonnis ontneemt hen hun bevoegdheid niet retroactief. Een hervormende uitspraak met kracht van gewijsde is vereist opdat ze voor de toekomst geen handelingen meer zouden mogen stellen. De ex nunc-werking van constitutieve rechterlijke uitspraken – wat vaak over het hoofd wordt gezien – biedt hiervoor een logische verklaring. Met de Hoge Raad benadrukken we wel dat het bovenstaande geen afbreuk doet aan de voorzichtigheid die de vereffenaar of curator aan de dag dient te brengen, wanneer de vereffenings- of faillissementstoestand nog vatbaar is voor hervorming.

Jasper Van Eetvelde & Joeri Vananroye

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s