Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers

Recht is belangenafweging. Deze (evidente) waarheid is terug te vinden in zelfs de meest technische bepaling. Een mooi voorbeeld hiervan wordt geboden door de regeling voorzien in art. 37 WCO (binnenkort: art. XX.58 WER). Dit artikel bepaalt ten eerste het statuut van schuldvorderingen die beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie in een navolgende vereffening of faillissement en ten tweede de verhouding tussen deze schuldvorderingen en de rechten van zekergestelde schuldeisers. Een recent cassatiearrest van 22 februari 2018 (C.17/0503.N/1) luidt een ommekeer in wat deze verhouding betreft. 

Op grond van art. 37, lid 1, WCO gelden de schuldvorderingen van een medecontractant die betrekking hebben op prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie als boedelschulden in een navolgende vereffening of faillissement in zoverre er een nauwe band bestaat tussen de beëindiging van de reorganisatieprocedure en die collectieve procedure. De ratio legis van deze bepaling wordt als volgt omschreven door het Hof van Cassatie:

Deze bepaling strekt ertoe het in stand houden van bestaande en het aangaan van nieuwe contractuele verhoudingen aan te moedigen en het krediet van de schuldenaar te versterken ten einde de continuïteit van de onderneming veilig te stellen.

Op de betwiste vraag of dit statuut ook moet gelden voor overheidsschuldeisers (het antwoord is neen, doch zie art. XX.58 WER), waarbij er geen sprake is van een contractuele verhouding, wordt hier niet ingegaan.

Eigen aan boedelschulden is dat ze niet aan de samenloop onderworpen zijn. Ze gaan voor op chirografaire schuldeisers. Om deze reden moeten ze beperkend worden geïnterpreteerd.

Boedelschulden zijn in het faillissement niet aan de samenloop onderworpen en worden bij voorrang boven de andere schulden voldaan.
Aangezien boedelschulden afbreuk doen aan de gelijkheid tussen schuldeisers dienen zij beperkend te worden geïnterpreteerd.

Vervolgens, en hier ligt het belang van het nieuwe arrest, is de verhouding tussen de boedelschuldeiser en de zekergestelde schuldeisers aan de orde. Hierover bepaalt art. 37, lid 3, WCO dat de betaling aan deze boedelschuldeisers slechts bij voorrang afgenomen van de opbrengst van de te gelde gemaakte goederen waarop een zakelijk recht is gevestigd, voor zover die prestaties bijgedragen hebben tot het behoud van de zekerheid of de eigendom. Aan deze regeling ligt opnieuw een belangenafweging ten grondslag:

Deze bepaling strekt tot bescherming van de kredietverlening derwijze dat de bedoelde boedelschuldeisers geen afbreuk doen aan de rechten van zekerheidsschuldeisers op hun respectieve onderpand, tenzij wordt aangetoond dat de prestaties hebben bijgedragen tot het behoud ervan. Het is nodig maar voldoende dat die schuldvorderingen hebben bijgedragen tot het behoud van die zekerheid of de eigendom.

In de praktijk worden boedelschuldeisers op grond van art. 37, lid 1, WCO niet zelden geconfronteerd met de concurrerende aanspraak van een pandhoudende schuldeiser op de handelszaak (een bank). Of boedelschuldeisers dan enig concreet voordeel halen uit hun statuut, hangt af van de gestrengheid waarmee het criterium van art. 37, lid 3, WCO moet worden toegepast door de feitenrechter:

Indien het zekerheidsrecht betrekking heeft op het geheel of een gedeelte van de activa van een onderneming, zoals een pand op de handelszaak, dan dragen de prestaties geleverd tijdens de periode van opschorting ertoe bij dat de handelsactiviteiten kunnen worden voortgezet met alle risico’s van dien, maar heeft dit daarom nog niet tot gevolg dat de economische waarde van deze activa bewaard worden in het vermogen van de onderneming. Dit laatste zal eerst het geval zijn indien de medecontractant in concreto aantoont dat de geleverde prestaties de economische waarde van het voorwerp van het zekerheidsrecht hebben bewaard.

Vervolgens toetst het Hof van Cassatie het bestreden arrest aan deze principes:

De appelrechters oordelen dat “de omstandigheid dat op het ogenblik van het faillissement de facturen die de gefailleerde als gevolg van de door [de eiseres geleverde prestaties aan haar klant had gericht, nog niet geïnd waren niet leidt tot de conclusie dat [de eiseres] heeft bijgedragen heeft tot het behoud van het pand”, het pandrecht van de bank “een wisselende samenstelling heeft waarvan de juiste omvang maar relevant wordt op het ogenblik van het faillissement”, “uit niets blijkt dat de prestaties [van de eiseres] niet door andere vliegtuigmaatschappijen konden worden uitgevoerd”, “geen bijzondere capaciteiten waren vereist waardoor [de eiseres] als enige voldoende bekwaam was om de betrokken prestaties te leveren” en “de medewerking van de [eiseres] wel nuttig, maar niet onontbeerlijk was voor de verderzetting van de activiteiten van de gefailleerde tijdens de periode van opschorting”.

Met die redenen die niet uitsluiten dat door de geleverde prestaties de economische waarde van het voorwerp van het zekerheidsrecht van de eerste verweerste werd bewaard, verantwoorden zij hun beslissing dat de eiseres voor de geleverde prestaties geen aanspraak kan maken op de toepassing van de voorrangsregel van artikel 37, derde lid, WCO met betrekking tot de bedoelde schuldvorderingen niet naar recht.

Het bestreden arrest wordt verbroken.

Met dit arrest geeft het Hof van Cassatie blijk van een gewijzigde opvatting inzake de verhouding tussen de (fictieve) boedelschuldeiser en de zekerheidsschuldeiser (vgl., Cass. 28 februari 2014, C.13.0201.F/2). Aan de (fictieve) boedelschuldeiser wordt een reël vooruitzicht geboden dat zijn statuut als boedelschuldeiser effectief iets waard is, ook (en vooral) in verhouding met een zekerheidsschuldeiser.

Aan de feitenrechter om de balans in evenwicht te houden.

Author: Arie Van Hoe

Lawyer (NautaDutilh), voluntary scientific collaborator (University of Antwerp)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s