De billijke prijs en prijsaanpassing bij verplicht openbaar bod

Tom Vos in TRV-RPS over arrest Marco Tronchetti Provera

In een eerdere bijdrage op deze blog en later op Oxford Business Law Blog becommentarieerde Tom Vos (KU Leuven) het arrest Marco Tronchetti Provera SpA e.a. v. Consob  van het Hof van Justitie. In de laatste editie van het TRV-RPS verscheen een uitgebreide en Nederlandstalige versie van deze bijdrage als noot onder het arrest.

In deze zaak had de Italiaanse toezichthouder, de Consob, besloten om de prijs van het verplicht openbaar bod te verhogen, omdat er sprake zou zijn van collusie tussen de bieder en één van de verkopende aandeelhouders. De bieders argumenteerden echter dat de toepasselijke Italiaanse bepalingen de Overnamerichtlijn schonden, en meer bepaald de voorwaarden van “welomlijnde omstandigheden” en “duidelijk omschreven criteria” voor prijsaanpassing bij verplicht bod. Het Hof van Justitie is de bieders echter niet gevolgd en oordeelde dat het Italiaans recht niet (per se) een schending is van de Overnamerichtlijn.

De auteur concludeert over dit arrest:

“De beslissing van het Hof lijkt redelijk. Rechtszekerheid over de biedprijs is belangrijk voor de bieder, maar de centrale gedachte achter het verplicht bod is minderheidsbescherming, zoals ook blijkt uit overweging 9 en het opschrift van artikel 5 van de Overnamerichtlijn, “Bescherming van minderheidsaandeelhouders, verplicht bod en billijke prijs”. Het verplicht bod geeft in essentie een exitmogelijkheid voor minderheidsaandeelhouders en net als bij andere exitmechanismen (zoals het sell-out recht of de uittreding in het kader van de geschillenregeling) is de bepaling van een billijke prijs essentieel om aan de aandeelhouders een effectieve bescherming te bieden. Wat een billijke prijs is, is echter moeilijk in exacte regels te gieten. Het is dan ook logisch dat het recht in anti-omzeilingsregels voorziet, die rekening houden met collusie, prijsmanipulatie en andere relevante omstandigheden bij de prijsbepaling. Zulke bepalingen vereisen noodzakelijkerwijze een zekere mate van algemeenheid om alle situaties te kunnen dekken. De argumenten van de bieders in de huidige zaak komen dan ook neer op het argument dat tegen elke antimisbruikbepaling wordt opgeworpen, namelijk dat zij de rechtszekerheid zouden aantasten.”

De bijdrage maakt vervolgens een vergelijking wat betreft het regime voor prijsaanpassing bij verplicht bod tussen Italië, België, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland. De auteur concludeert ten slotte dat de uitspraak goed nieuws is voor de Italiaanse wetgever, maar ook voor lidstaten met een gelijkaardige regeling als de Italiaanse, en met name voor België.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s