Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen

In rechtsreeks.be, het gedigitaliseerde archief van de bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven op initiatief van bibliothecaris Christophe Malliet (zie eerder hier) bevindt zich nu ook het proefschrift van Jeroen Delvoie over Orgaantheorie in rechtspersonen van privaatrecht (2010).

Toerekening aan rechtspersonen betreft de vraag wanneer schadeverwekkend handelen (met inbegrip van een stilzitten) kan worden toegerekend aan een rechtspersoon. Meestal wordt gesproken over het toerekenen van onrechtmatige daden aan de rechtspersoon, maar het gaat eigenlijk om het toerekenen van schadeveroorzakend handelen (dat op het niveau van rechtspersoon en natuurlijke persoon verschillend kan worden beoordeeld). Bij natuurlijke personen is de toerekeningsvraag een feitelijke kwestie (“wie heeft het gedaan?”). Bij een rechtspersoon dient ook een juridisch link te worden gelegd tussen het schadeverwekkend handelen enerzijds en het onstoffelijk rechtssubject dat de rechtspersoon is anderzijds.

Het voorontwerp van nieuw buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht geeft voor het eerst een expliciete regel hieromtrent met artikel 5.158, dat de aansprakelijkheid van rechtspersonen voor leden van bestuursorganen schoeit op de leest van de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde (hiervoor wordt intern verwezen naar artikel 5.157, dat de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde regelt).

Continue reading “Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen”

Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW

Het laatste nummer van het TPR is helemaal besteed aan bijdragen over het voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek.

Met Olivier Roodhooft schreef ik een bijdrage in dit thema-nummer over (i) toerekening aan rechtspersonen en (ii) de aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten (‘hulppersonen’) t.a.v. de contractuele schuldeiser van hun opdrachtgever.

Continue reading “Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW”

Stakingsvorderingen tegen Vooruit door Vooruit afgewezen

De Ondernemingsrechtbank van Brussel velde gisteren enkele uitspraken over stakingsvorderingen door lokale bewegingen met de naam Vooruit tegen de beweging Vooruit, voorheen bekend als de partij SP.A. Deze vorderingen werden afgewezen. Centraal daarbij staat het – weinig gecontesteerde – idee dat een politiek partij geen ‘onderneming’ (in functionele zin) is :

Continue reading “Stakingsvorderingen tegen Vooruit door Vooruit afgewezen”

Parlementaire voorbereiding WVV artikelsgewijs ontsloten

De Grondwet heeft Huyttens en Van Overloop, de Code civil Locré en de Vennootschapswet van 1873 Guillery (Commentaire législatif de la loi du 18 mai 1873 sur les sociétés commerciales en Belgique, Brussel, Bruylant, 1878): een systematisch overzicht van de voorbereidende werken dat vertrekt vanuit de uiteindelijk goedgekeurde artikelen.

Voor wetenschappelijk onderzoek zijn dit werken van grote waarde. Het is dan ook erg gelukkig dat het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht op haar webpagina een compilatie van parlementaire voorbereidingen van het WVV ter beschikking stelt met met achtereenvolgens de per 1 september 2021 in voege zijnde wettekst, de tekst van wetsontwerp(en), voorontwerp(en), de memorie van toelichting en, in voorkomend geval, de toelichting bij goedgekeurde amendementen en passages uit de adviezen van de Raad van State.

Deze overzichten zijn oorspronkelijk opgesteld door mevrouw Filiz Korkmazer, die als gewezen adjunct-kabinetchef economisch recht op het kabinet van toenmalig minister van justitie Geens zeer nauw betrokken was in het traject van totstandkoming van het WVV, en alle werkgroepen en vergaderingen leidde (zie de toelichting bij de compilatie).

Continue reading “Parlementaire voorbereiding WVV artikelsgewijs ontsloten”

Studiedag ‘Schuldeisers en ondernemingen in moeilijkheden’ – 19 november 2021

Naar aanleiding van de publicatie van de commerciële editie van het proefschrift van dr. Frederik De Leo, wordt op 19 november 2021 de themadag ‘Schuldeisers en ondernemingen in moeilijkheden’ georganiseerd. Inschrijven kan hier.

De themadag, een samenwerking tussen Intersentia en LegalNews, bestaat uit een flexibele webinar-formule: elke deelnemer volgt de plenaire sessie (gegeven door dr. De Leo) en volgt nadien drie sessies naar keuze.

Deze studiedag werd erkend door OVB (6 standaardpunten), IBJ (6 punten), NKN (6 uur), NKGB (6 punten) en ITAA (6 uur categorie A). Het IGO komt tussen in de kosten (boek inbegrepen). De inschrijvingsprijs van EUR 395 (excl. btw) omvat het boek Schuldeiser en behoorlijk insolventiebestuur (met een winkelwaarde van EUR 260). Het boek (van 1140 blz.) bevat een schat van informatie over de verschillende controlemogelijkheden van schuldeisers bij reorganisatie- en faillissementsprocedures en kan een belangrijke inspiratiebron zijn bij de vormgeving en toepassing van de implementatie van de Europese Herstructureringsrichtlijn.

Continue reading “Studiedag ‘Schuldeisers en ondernemingen in moeilijkheden’ – 19 november 2021”

De (strikt?) privaatrechtelijke dimensie van rechtsmisbruik

Op 22 oktober 2021 heeft de Franstalige eerste kamer van het Hof van Cassatie een belangrijk arrest geveld inzake rechtsmisbruik. Dit arrest zal op termijn ongetwijfeld becommentarieerd worden door mensen met meer kennis van zaken. Het belang van het arrest verantwoordt evenwel een korte poging tot duiding.

Iemand (niet ik) zou een mooi boek kunnen schrijven over de feitelijke achtergrond en de protagonisten van belangrijke cassatiearresten. Wanneer het arrest van 22 oktober 2021 deel zou uitmaken van dit boek, dan zou het verhaal beginnen met een ordinaire burenruzie. Bomen zijn mooi maar vallende bladeren zijn een bron van frustratie, zeker wanneer ze afkomstig zijn van een belendend perceel. Frustraties die niet langer adequeaat gekanaliseerd kunnen worden met Van Morisson of een vervuilende bladblazer durven dan weleens de rechtszaal binnen dwarrelen.

(Oud) Artikel 37 van het Veldwetboek (thans vervangen door Art. 3.133 BW, waarover straks meer) gaf gefrustreerde bladblazers een concrete actiemogelijkheid:

“Degene over wiens eigendom takken van bomen van een nabuur hangen, kan de nabuur noodzaken die takken af te snijden.”

Het verzoek om de heggenschaar boven te halen viel in casu echter op een koude steen. Niet alleen bij de betrokken buren, maar ook bij de rechters die over de vordering van de almaar meer gefrustreerde buren dienden te oordelen. Over de principiële toepassing van (oud) Artikel 37 van het Veldwetboek bestond geen betwisting. Wel over de vraag of er in casu sprake was van rechtsmisbruik. In het bestreden vonnis had de rechtbank dienaangaande als volgt geoordeeld.

Cependant, l’examen de proportionnalité auquel la théorie de l’abus de droit astreint le tribunal ne peut, dans l’état actuel des relations sociales, se satisfaire d’une simple balance entre les intérêts privés opposés, mais doit aussi intégrer les conséquences humaines, environnementales et sociales, en d’autres mots les dimensions collectives, de l’usage du droit en cause.

Bij de analyse van het rechtsmisbruik, in de relatie tussen privé-partijen, weigerde de feitenrechter zich aldus te beperken tot een proportionaliteitstoets (enkel) in de verhouding tussen de betrokken privé-partijen. Volgens de feitenrechter diende, dans l’état actuel des relations sociales, het blikveld verruimd te worden, teneinde les conséquences humaines, environnementales et sociales, en d’autres mots les dimensions collectives, in de proportionaliteitstoets te betrekken.

Het cassatiemiddel stelt de schending van het algemeen rechtsbeginsel van rechtsmisbruik centraal. De essentie van de aanval luidt als volgt

Ce faisant, l’arrêt attaqué considère que, dans le cadre de l’application de l’abus de droit, l’existence du préjudice et son caractère disproportionné qui résulte pour autrui de l’exercice du droit litigieux s’apprécie au regard de l’intérêt collectif. Or, la sanction de l’abus de droit vise à protéger les intérêts privés de la partie qui en est la victime, et non l’ordre public ou l’intérêt collectif

Ten langen leste worden de frustraties van de bladblazende buur erkend. Het Hof van Cassatie vernauwt het speelveld voor het algemeen beginsel van rechtsmisbruik (waarbij de essentie in de laatste paragraaf zit).

L’abus de droit consiste à exercer un droit d’une manière qui excède manifestement les limites de l’exercice normal de ce droit par une personne
prudente et diligente.

Tel est le cas spécialement lorsque le préjudice causé est sans proportion
avec l’avantage recherché ou obtenu par le titulaire du droit. Dans l’appréciation des intérêts en présence, le juge doit tenir compte de toutes les circonstances de la cause.

Lorsqu’une personne privée invoque un droit à l’encontre d’une autre personne privée, le juge ne peut apprécier la proportionnalité de l’exercice qu’elle fait de ce droit à l’aune d’un intérêt collectif distinct de leurs intérêts respectifs.

De op de sociale relaties betrokken analyse van het rechtsmisbruik, zoals voorgestaan door de feitenrechter, wordt een halt toegeroepen door het Hof van Cassatie. De proportionaliteitstoets, in de verhouding tussen privé-personen, veronderstelt geen proportionaliteitstoets in het licht van “un intérêt collectif distinct de leurs intérêts respectifs“.

Bij dit arrest passen twee specifieke en een algemene opmerking.

Eerste specifieke opmerking. De cassatievoorziening bewaart het stilzwijgen over het cassatiearrest van 16 november 1961. In dit arrest werd geoordeeld dat het een eigenaar “tussen verschillende wijzen van uitoefening van zijn recht met hetzelfde nut, (…) niet toegelaten is die te kiezen welke voor een ander schadelijk is of welke het algemeen belang miskent“. De toets aan het algemeen belang, die thans miskend wordt door het Hof van Cassatie, werd vroeger dus wel reeds erkend (waarbij Sagaert evenwel opmerkt dat het onzeker is hoe deze rechtspraak (Cass. 16 november 1961) zich verhoudt met andere cassatierechtspraak (Cass. 23 mei 1991) die stelt dat er geen algemeen rechtsbeginsel bestaat volgens hetwelk het algemeen belang voorrang heeft op het individueel belang, V. Sagaert, Goederenrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 227, nr. 260, vn. 273).

Tweede specifieke opmerking. Bij de hervorming van het goederenrecht werd (oud) Artikel 37 van het Veldwetboek vervangen door art. 3.133 BW. De thans door het Hof van Cassatie verboden toetsing aan het algemeen belang ligt wel vervat in deze bepaling.

De nabuur kan de snoeiing of rooiing eisen van de beplantingen die op en kortere afstand zijn aangebracht, tenzij de rechter van oordeel is dat zulks rechtsmisbruik uitmaakt. De rechter houdt bij dat oordeel rekening met alle omstandigheden van het geval, met inbegrip van het algemeen belang.

Tot slot de algemene opmerking. Een snelle consultatie van de “grote” handboeken verbintenissenrecht/goederenrecht leert dat de plaats (if any) van het algemeen belang in de invulling van het algemeen rechtsbeginsel van rechtsmisbruik maar weinig aandacht krijgt. Doorgaans wordt (voor de volledigheid) verwezen naar het arrest van 16 november 1961, doch zonder de mogelijke gevolgen hiervan consequent door te denken. Het arrest van 22 oktober 2021 zal alvast de verdienste hebben de motor te zijn van een grondig(er) onderzoek naar de verhouding tussen privé-belangen en het algemeen belang.

Dit grondig onderzoek is nodig want de inzet is belangrijk. De verwijzing van de feitenrechter naar “l’état actuel des relations sociales”, zoals deze door hem wordt bepaald, oogt/leest sympathiek. Het gevolg is wel dat een concrete rechtsuitoefening afhankelijk werd gemaakt van “les conséquences humaines, environnementales et sociales, en d’autres mots les dimensions collectives”, zoals deze door een rechter worden bepaald/aangevoeld. Volgens de Franstalige eerste kamer van het Hof van Cassatie maken deze gevolgen echter geen deel uit van de proportionaliteitstoets. Hiermee wordt ingegaan tegen de onmiskenbare maatschappelijke en juridische tendens om bij de concrete rechtsuitoefening met zoveel mogelijk belangen rekening te houden (een concrete bron om deze tendens te staven, heb ik niet onmiddellijk voorhanden, maar iedereen die in “het” recht actief is, zal deze tendens wel (h)erkennen). De naakte bewoordingen van het cassatiearrest zullen velen dan ook erg ontgoochelen (of bevestigen in hun ontgoocheling).

In het licht van dergelijke fundamentele vragen kan de typisch gebalde (“het recht is zoals ik het poneer”) motivering van het arrest niet overtuigen. Achter de centrale motivering van het Hof van Cassatie (“Lorsqu’une personne privée invoque un droit à l’encontre d’une autre personne privée, le juge ne peut apprécier la proportionnalité de l’exercice qu’elle fait de ce droit à l’aune d’un intérêt collectif distinct de leurs intérêts respectifs“) schuilt een fundamentele juridische en maatschappelijke discussie. Een dergelijke discussie laat zich niet beslechten met slogans. Hopelijk kan de rechtsleer meer duidelijkheid brengen. Het is nodig.

De niet-bevoorrechte minderheidsschuldeiser: onbekend is onbemind?!

‘PhD teaser’ door gastblogger Dennis Cardinaels

Inleiding – Probleemstelling

De analogie tussen corporate governance van solvabele en insolvency governance van insolvabele ondernemingen biedt nader inzicht in de reorganisatie en/of vereffening-verdeling van zulke insolvabele ondernemingen en de desbetreffende rechten van de betrokken actoren.[1]

Meer in het bijzonder nemen niet-bevoorrechte schuldeisers in dit kader de positie van aandeelhouders economisch gezien over op het moment dat de onderneming (of debiteur) weet of behoort te weten dat de onderneming insolvabel is of waarschijnlijk zal worden.[2] Dit is omdat vanaf dat moment niet langer de aandeelhouders de residual risk-bearers zijn maar de niet-bevoorrechte schuldeisers.[3] Er zijn immers onvoldoende activa aanwezig in de onderneming om alle schuldeisers (laat staan de aandeelhouders die een langere rang bekleden) uit te betalen, dus zij dragen vanaf dat moment o.a. het risico van eventueel slecht bestuur door ofwel het zittend bestuur en/of de curator.

Het risico op wanbeheer door de bestuurders/curator is echter niet het enige risico waaraan niet-bevoorrechte schuldeisers worden blootgesteld. Gelet op de economische gelijkenis tussen aandeelhouders en niet-bevoorrechte schuldeisers, rijst de vraag of op niveau van de niet-bevoorrechte schuldeisers (of, tijdens faillissement/vereffening, de algemene boedel), de niet-bevoorrechte schuldeiser ook onderhevig kan zijn aan een conflict gelijkaardig aan het agency conflict tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders (i.e. aandeelhouders met v. aandeelhouders zonder controlepositie).

Continue reading “De niet-bevoorrechte minderheidsschuldeiser: onbekend is onbemind?!”

Business & Human Rights 2.0. Juridische facetten van het ESG-debat

Op 2 december 2021 organiseert het gerenommeerd Instituut Financieel Recht (UGent) een gratis studienamiddag. De studienamiddag wil de brug slaan tussen het recente ESG-fenomeen en het reeds veel oudere debat rond business & human rights. Het is immers duidelijk dat dit laatste debat door de verhoogde ESG-aandacht (eindelijk) in een stroomversnelling is gekomen.

Ten behoeve van de Belgische ondernemingsjurist (advocaat, bedrijfsjurist, magistraat, beleidsmaker,…) zal een overzicht worden geboden van de stand van zaken op het vlak van de regelgeving inzake business & human rights en van de te verwachten ontwikkelingen op Belgisch en Europees.

Deelname is gratis. Inschrijving is verplicht. Aanwezigheid evenzeer. Programma en mogelijkheid tot inschrijving zijn hier te vinden.

Liber Amicorum en Leerstoel Jean-Pierre Blumberg

Sommige mensen genieten bewondering van hun peers door de resultaten die ze behalen en de wijze waarop. Jean-Pierre Blumberg was één van die mensen. Als topadvocaat (een samenstelling die besmet is door al te veelvuldig en ondoordacht gebruik, doch hier wel op haar plaats is) heeft hij gedurende meerdere decennia een grote stempel gedrukt op de Belgische (en Europese) economie. Het afscheid kwam te vroeg. Om hem hulde te brengen, hebben zijn vrienden en confraters besloten postuum een vriendenboek samen te stellen. Tevens wordt een leerstoel Jean-Pierre Blumberg opgericht aan de Universiteit Antwerpen.

Recent verscheen het Liber Amicorum Paul Alain Foriers (twee volumes, 1944 p.). François Motulsky schrijft hierover het volgende, in het jongste JT-nummer:

Non par manque d’intérêt, mais généralement par manque de temps, chacun se consacre à “sa” partie et pioche les perles qu’il espérait dans cet ouvrage, puis les intègre dans sa base de données sans nécessairement s’astreindre à imposer la lecture des communications plus éloignées de ses centres de recherche.

Een goed liber amicorum is als een schatkamer; de bijdragen zijn de parels. Het genre nodigt uit tot een wat lossere schrijfstijl en de ontwikkeling van originele gedachten, die niet altijd terug te vinden zijn in triple peer reviewed scientific journals. Net zoal het Liber Amicorum Paul Alain Foriers (toegegeven, 1944 pagina’s is veel), is het Liber Amicorum Jean-Pierre Blumberg zo’n schatkamer. Wie enige interesse heeft in het vennootschaps-en financieel recht, de geprefereerde actiedomeinen van “JPB”, is uren zoet met van onderwerp tot onderwerp te flaneren. Een mooi eerbetoon aan de meester, de editors (Robby Houben, Nico Goossens, Charles-Antoine Leunen) hebben prima werk geleverd.

Zelf heb ik een korte bijdrage mogen schrijven over groepsrecht. Centrale stelling: doorbreek de (mentale) blokkering die rechtspersoonlijkheid is en laat het groepsrecht ongegeneerd bloeien. In een latere post kom ik hierop terug.

Over parels gesproken. Op de website van Intersentia (verborgen in de “inhoudsopgave“) is een uitgebreide biografie van Jean-Pierre Blumberg te lezen, van de hand van Roel Nieuwdorp en Jean-Pierre De Bandt. De tekst volgt een dubbel spoor. Ten eerste, de levensloop van Jean-Pierre Blumberg. Ten tweede, de ontwikkeling van het kantoor Linklaters, zoals we dit vandaag kennen. In één beweging toont de tekst aan welke lange weg de Belgische (Brusselse) advocatuur de voorbije decennia heeft afgelegd.

Maandag aanstaande wordt de leerstoel Jean-Pierre Blumberg gelanceerd (zie hierover het artikel in De Tijd). De leerstoel is gericht op onderzoek, onderwijs en dienstverlening aan de samenleving met als overkoepelend thema het goed bestuur van beursgenoteerde en private ondernemingen. Leerstoelhouder is Robby Houben. De getalenteerde Tom Vos zal een belangrijke rol spelen. Fundamenteel onderzoek naar goed bestuur blijft noodzakelijk, nu meer dan ooit. Ook op die manier blijft Jean-Pierre Blumberg nog lang aanwezig.

Law back on track (LBT)

Een post door gastblogger Professor Ludo Cornelis

1.

Corporate Finance Lab begreep meteen het belang voor zijn blogplatform van de “Algemene bepalingen” van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek (hierna ook Boek 1 genoemd) toen het wetsvoorstel, zonder voorafgaande consultatie, werd ingediend en bekend raakte.

Het vennootschaps- en het financieel recht ontsnappen inderdaad niet aan het toepassingsgebied van het voorgestelde Boek 1.

Toen Régine Feltkamp en ik naar een kanaal zochten om onze (kritische) analyse van de Algemene bepalingen, snel en efficiënt, kenbaar te maken alvorens het wetsvoorstel door de Kamer(commissie) zou worden behandeld, bleek Corporate Finance Lab daarvoor belangstelling te hebben.

In meerdere episoden kon onze “zoektocht naar oplossingen voor een privaatrecht op maat van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen” op zijn blogplatform worden gepubliceerd. We blijven Corporate Finance Lab daarvoor zeer dankbaar.

De lezers, followers, contributors en lab rats weten ongetwijfeld dat de blogs tot een spannend debat in de Kamercommissie hebben geleid, dat publiek toegankelijk is.[1]

Continue reading “Law back on track (LBT)”

A blank cheque for SPACs? 

The regulator, SPAC and investor point of view – 29 October 2021

Q1 of this year will go down as the 2000 internet bubble for SPACs. There was a unique confluence of factors that drove that insane risk-seeking behaviour, particularly at a retail investor level.” – FT, 27.09.2021

The next EU Financial Law clinic (Jan Ronse Institute, KU Leuven) will deal with one of the most intriguing phenomenons of this year: “special purpose acquisition companies”, or SPACs for short.

SPACs, short for “special purpose acquisition companies”, are companies without commercial operations or material assets. Once incorporated, they aim to raise money through an IPO to then buy another already existing company. Which company will be acquired is typically unknown at the time of the IPO. Investors therefore indeed give a “blank cheque” to the SPAC.

SPACs were probably one of the hottest product in the US investment industry in early 2021. In Europe, the picture is more diverse. While there have been over 32 SPACs in the Netherlands this year to date, Belgium is still waiting for its first SPAC.

In this financial law clinic, our four distinguished speakers will explore the topic of SPACs from a regulatory, practical and investor protection perspective. They will first discuss the process of creating a SPAC and the subsequent de-SPAC procedure, with attention for the practical and regulatory challenges involved, based on practical experience with cases in the Netherlands and Luxembourg. They will then focus on the (potential) regulatory framework (prospectus, MiFID product governance, market abuse, and AIF legislation) and compare the SPAC-process with traditional IPOs. In addition, the speakers will address the question why certain Member States seem to attract many more SPACs than others, and analyze the diverse supervisory responses to the phenomenon (by ESMA and several national regulators). Finally, the speakers will discuss potential causes for the recent difficulties experienced by SPACs and the future potential of the phenomenon.

Our four speakers are experts in this area. Gregory Frigo is a senior policy officer at the European Securities and Markets Authority (ESMA) and has been working on the recent ESMA guidance on SPACs. Annemie Rombouts will present the FSMA’s recently published minimum standards for SPACs. Martijn Schoonewille, attorney at law at the Loyens&Loeff Amsterdam office, has advised several SPACs in both the Netherlands and Luxemburg.  Vanessa Marquette, attorney at law at the Loyens&Loeff Brussels office, has analyzed the regulatory constraints for SPACs in Belgium and conducted a comparative overview of the treatment of SPACs in Belgium, Luxembourg and in the Netherlands.

Continue reading “A blank cheque for SPACs? “

Oproep Prijs TRV-RPS

De jaarlijkse TRV-RPS-prijs beloont het beste eindwerk over vennootschapsrecht, financieel recht of vennootschapsbelastingrecht. Het eindwerk dient voor publicatie in aanmerking te komen, en moet zijn tot stand gekomen in het kader van een (aanvullende) opleiding tot meester in de rechten aan een Belgische universiteit of georganiseerd in samenwerking met een Belgische universiteit.

De prijs bestaat uit € 1.500 en publicatie van een herwerkte versie van het eindwerk in het TRV-RPS.

Kandidaten worden met een korte motivatie voorgedragen door hun promotor op ten laatste 30.11.2021 – jasper.vaneetvelde [@] kuleuven.be

De TRV-RPS-prijs wordt in maart 2022 uitgereikt.

Continue reading “Oproep Prijs TRV-RPS”

‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht

Verwijzingen naar niet langer bestaande of gewijzigde normatieve teksten

Wikipedia definiëert linkrot als “het fenomeen waarbij op een internetpagina met links na enige tijd steeds meer aangeklikte links niet werken, omdat de doelpagina uit de lucht is, een andere naam heeft gekregen of omdat de webpagina of site niet meer bestaat.” 

Ook in het recht kennen we linkrot: normatieve teksten (wetten, maar ook reglementen, statuten of overeenkomsten) die verwijzen naar andere normatieve teksten die niet langer bestaan of waarvan de inhoud is gewijzigd.

Continue reading “‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht”

Vijf Jaar ‘Corporate Finance Lab’

Vijf jaar geleden verscheen de eerste post van deze blog, over de maatschap. Meteen een illustratie van de zeer ‘inclusieve’ opvatting die deze blog hanteert over corporate finance (al is de maatschap uitermate geschikt om te spreken over vermogensafscheiding, de derdeneffecten van een vennootschap of het onderscheid tussen eigen en vreemd vermogen).

Een strak plan was er niet, en dat is er nog altijd niet echt.

Continue reading “Vijf Jaar ‘Corporate Finance Lab’”

De gemeenrechtelijke beperkingen inzake derdenverzet zijn niet van toepassing op het derdenverzet tegen een faillietverklarend vonnis (Cass. 9 september 2021)

Een post door gastblogger mr. Vincent Verlaeckt

Met het arrest van 9 september 2021 (C.21.0043.N) heeft het Hof van Cassatie nogmaals de processuele autonomie en specialiteit van de insolventiewetgeving bevestigd.

Het Hof diende zich uit te spreken over de toepasselijkheid van artikel 1122, 2de lid, 3° Ger.W. op een ingesteld derdenverzet tegen het faillietverklarend vonnis. Dit artikel bevat een opsomming van partijen die volgens gemeenrecht geen derdenverzet kunnen aantekenen.

Continue reading “De gemeenrechtelijke beperkingen inzake derdenverzet zijn niet van toepassing op het derdenverzet tegen een faillietverklarend vonnis (Cass. 9 september 2021)”

%d bloggers like this: