Hoe misbruik maken van een rechtspersoon? De 5 belangrijkste ingrediënten op een rijtje

Vennootschapsrecht is (ook) derdenrecht

In verkeerde handen is een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid  een riskant instrument. De rechtspersoon is immers een vermogenstechniek met voor derden bindende effecten.

Daarmee lijkt het vennootschapsrecht op zakenrecht: zakenrecht is immers “derdenrecht”. Beide rechtstakken laten toe afspraken te maken die aan derden tegenwerpelijk zijn. Vennootschapsrecht kan daarom conceptueel niet worden gereduceerd tot een “contract” tussen vennootschapsinsiders.

De voor derden bindende kenmerken van de rechtspersoonstechniek geven aandeelhouders en bestuurders de mogelijkheid om opportunistisch met activa en passiva, goederen en aansprakelijkheden, te schuiven ten nadele van derden. We noemen kort de belangrijkste van die kenmerken:

1.

De vennootschapsschuldeisers moeten zich laten tegenwerpen dat een aandeelhouder niet aansprakelijk is voor de vennootschapsschulden (“beperkte aansprakelijkheid”). Dat zet opportunistische aandeelhouders ertoe aan passiva zo veel mogelijk aan te gaan op het niveau van de rechtspersoon, maar de activa zo veel mogelijk in hun eigen vermogen te houden of, via uitkeringen, te brengen. Die niet-aansprakelijkheid kan ook aanzetten tot roekeloos gedrag waarbij excessieve risico’s worden genomen (moral hazard). Als de gok goed afloopt, krijgen de aandeelhouders de winst; het perikel daarentegen wordt afgewenteld op de schuldeisers.

Dat nijpt bij uitstek voor onvrijwillige schuldeisers of schuldeisers die niet bij machte zijn de voorwaarden van hun schuldvordering te onderhandelen (“non-adjusting creditors”). Te denken valt aan werknemers, de fiscus of de sociale zekerheid, slachtoffers van onrechtmatige daad, kleine handelspartners zonder enige onderhandelingsmacht enz. Anders dan vrijwillige gesofistikeerde schuldeisers (zoals banken) kunnen zij zich immers niet contractueel indekken tegen de beperkte aansprakelijkheid (bv. door persoonlijke zekerheden van de aandeelhouders te eisen of door een hogere vergoeding te vragen wegens het risicoprofiel).

2.

De persoonlijke schuldeisers van een aandeelhouder moeten zich laten tegenwerpen dat afspraken over de vennootschapsgoederen verhinderen dat zij die kunnen uitwinnen (afgescheiden vermogen). Een klassiek geval van misbruik van dat fenomeen is dat waarbij rechtssubjecten die een grote schuldenlast torsen of zien aankomen hun belangrijkste activa of hun arbeid (en dus toekomstige activa) inbrengen in een vennootschap voor hun schuld opeisbaar wordt. Ze schermen zo hun persoonlijk vermogen af vóór hun persoonlijke schuldeisers daarop verhaal kunnen nemen.

Aangezien ze als aandeelhouder de lidmaatschapsrechten over hun vennootschap hebben, behouden ze wel de feitelijke zeggenschap over de activa die ze hebben ingebracht.

Aandeelhouders kunnen in verregaande mate beslissen to have their cake (via afgescheiden vermogen afschermen van persoonlijke schuldeisers) of to eat it too (via formele of onrechtstreekse uitkeringen er persoonlijk voordeel uithalen).

3.

De persoonlijke schuldeisers van een aandeelhouder kunnen wel diens aandelen uitwinnen, maar moeten zich ook dan bepaalde afspraken laten tegenwerpen. In die hypothese toont de zakenrechtelijke kant van het vennootschapsrecht zich wellicht het scherpst, omdat dat resultaat niet met verbintenisrechtelijke concepten kan worden verklaard. Buiten het geval van uitwinning kunnen vele gevallen van derdenbinding immers ook worden verklaard door de verbintenisrechtelijke figuur van derdenmedeplichtigheid met een aandeelhouder of andere insider (H. Laga, “Het leerstuk van de derde medeplichtigheid aan andermans contractbreuk toegepast op de schending van statutaire aanvaardings- en voorkooprechtclausules”, TRV 1991, 241-243). Een uitwinnende schuldeiser zal echter niet medeplichtig zijn met de uitgewonnen debiteur-aandeelhouder.

Meer bepaald moeten de persoonlijke schuldeisers van de aandeelhouder zich laten tegenwerpen dat:

  • ze achtergesteld zijn ten opzichte van de vennootschapsschuldeisers (structurele subordinatie, vergelijkbaar met de rangregeling bij een zakelijk zekerheidsrecht);
  • ze door een ontbindingsvordering niet zomaar de vennootschapsactiva kunnen laten verdelen (capital lock-in, vergelijkbaar met de zakelijke werking van een overeenkomst om in onverdeeldheid te blijven); en
  • statutaire overdrachtsbeperkingen m.b.t. de aandelen ook zijn uitwinning ervan kunnen frustreren (zakelijke werking van overdrachtsbeperkingen – zie K. Geens en M. Wyckaert, “Doorwerking van het gemeen contractenrecht in het vennootschappelijk rechtspersonenrecht” in Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland, Preadviezen 2013, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2013, 298).

4.

Ook de koper van een aandeel is gebonden door afspraken die de vennoten in de statuten hebben gemaakt omtrent het gebruik van de vennootschapsactiva en de inhoud en overdraagbaarheid van de aandelen (M.E. Storme, “Van trust gespeend?”, TPR 1998, 726, nr. 27.).

5.

De derde die met een vertegenwoordiger van de vennootschap handelt, moet zich in principe de afspraken omtrent de beperkingen van de bevoegdheid van de vertegenwoordiger laten tegenwerpen. Wel bestaan daarop belangrijke uitzonderingen in het belang van de soepelheid van het optreden in het rechtsverkeer en de bescherming van derden (schijnleer, Prokura, …), net zoals in het zakenrecht derden worden beschermd tegen zakenrechtelijke onbevoegdheden, bijvoorbeeld door artikel 2279 BW. Zie over de band tussen de negotiability uit art. 2279 BW en de schijnleer bij vertegenwoordiging o.a. W. Van Gerven, Algemeen deel, Antwerpen, Standaard, 1973, 213, nr. 79 en P. Callens en S. Stijns, “Over tijdelijke vennootschappen en (schijn-) vertegenwoordiging”, TRV 1989, 74, nr. 18.

Elk rechtsstelsel voelt daarom de nood om schuldeisers te beschermen tegen opportunistische vennootschapsinsiders. België legt het zwaartepunt van die bescherming traditioneel in het vennootschapsrecht; andere jurisdictie (bv. de Anglo-Amerikaanse voorbeelden) zetten meer in op andere rechtstakken zoals het insolventierecht.

Deze post is deel van een reeks over schuldeisersbescherming in het vennootschapsrecht. Dit thema komt ook aan bod in de sessie insolventierecht op de VRG-alumnidag te Leuven op 21 april 2017. 

Joeri Vananroye & Gillis Lindemans

Author: Joeri Vananroye

Professor of economic analysis of law (KU Leuven), attorney (Quinz)

3 thoughts on “Hoe misbruik maken van een rechtspersoon? De 5 belangrijkste ingrediënten op een rijtje”

  1. Mooie analyse! Het is nuttig om, met erkenning van de zegeningen van de rechtspersoonlijkheid, ook de potentiele nadelen en risico’s (voor schuldeisers en de maatschappij) ervan steeds in het oog te houden. Zeker waar de rechtspersoon “light” in heel Europa inmiddels zijn intrede heeft gedaan.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s