Verzacht nieuw Brits insolventierecht de Brexit-pijn?

Bestuurdersaansprakelijkheid en pauliana geen afknapper voor ondernemingen, maar net een troef

De Britse regering is gestart met een consultatieronde over corporate governance bij insolvente vennootschappen. Het doel: het insolventierecht opfrissen en waar nodig verstrengen. Daartoe wil de Britse regering onder meer de volgende voorstellen aftoetsen bij het ruimere publiek:

  • verkoop van ondernemingen in moeilijkheden: de aansprakelijkheid van bestuurders aanscherpen bij de verkoop van een insolvente dochter in een vennootschapsgroep, zodat ze meer rekening houden met de belangen van andere stakeholders (met name schuldeisers) van de dochter;
  • aanvechting van paulianeuze transacties: de aanvechtingsmogelijkheden (vergelijkbaar met onze actio pauliana) uitbreiden om te bestrijden dat zogenaamde “redders” een onderneming in nood kopen om die vervolgens te plunderen;
  • onderzoek naar bestuurders in ontbonden vennootschappen: de onderzoeksbevoegdheden van de Britse Insolvency Service uitbreiden naar bestuurders van ontbonden vennootschappen – ook de ontbinding en vereffening kan immers gebruikt worden om schuldeisers te benadelen; en
  • versterking deugdelijk vennootschapsbestuur net vóór insolventie: interne controlemechanismen binnen vennootschapsgroepen aanscherpen, aandeelhouders responsabiliseren, uitkeringsregels verhelderen, aansprakelijkheid van bestuurders en andere professionele adviseurs aanscherpen enz.

Streng is ook aantrekkelijk

De denkpiste van de Britse regering is opvallend. De voorstellen willen via het insolventierecht de verantwoordelijkheden van insiders (zoals bestuurders en aandeelhouders) verstrengen. De bedoeling is om daarmee de positie van de schuldeisers te versterken. Die tendens ligt overigens in lijn met bepaalde eerdere voorstellen van ons.

Nog opmerkelijker is de motivering voor de beoogde hervorming. Zo zegt het rapport:

“In pursuing these improvements, we intend to ensure that the business environment in Britain remains open, fair and attractive and that the actions of a few businesses do not undermine the reputation of British business generally. (…) By creating optimal conditions for dealing with the processes and impacts of insolvency, we can help to ensure that creditor stakeholders can continue their operations, pursue new contracts, or make new investments and, in doing so, continue to contribute to the UK economy by creating jobs and paying taxes.”

Warempel: de Britten beschouwen schuldeisersbescherming als een aanlokkelijke, ja zelfs noodzakelijke troef om ondernemingen te verleiden (ook na de Brexit) in het VK zaken te doen.

Dat lijkt enigszins te contrasteren met de filosofie van onze wetgever: om ondernemingen aan te trekken, moeten insiders net méér vrijheid krijgen. Zo zouden zelfs bestuurders die ontegensprekelijk in de fout zijn gegaan, slechts beperkt aansprakelijk worden gesteld (invoering cap). Het ironische is dat een van de gidslanden voor het mantra dat alles “flexibeler” (lees: minder gereguleerd) moet worden voor insiders, traditioneel net het Verenigd Koninkrijk is.

Derdenbescherming mag niet louter worden gezien als een vervelende hinderpaal, maar ook als een belangrijk element voor een aanlokkelijk ondernemingsklimaat.

Gillis Lindemans

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s