The regulatory competition continues: ook het Britse vennootschaps- en insolventierecht staat niet stil

Het antwoord van de Britse regering

Op 26 augustus 2018 heeft de Britse regering (the Department for Business, Energy and Industrial Strategy) haar antwoord gepubliceerd op de consultatieronde over insolventie en corporate governance die eerder dit jaar (maart 2018) werd gelanceerd om het Britse vennootschaps- en insolventierecht aantrekkelijk te houden (zie daarover reeds hier). Het antwoorddocument vat de ontvangen commentaren samen en geeft de stappen weer die de Britse regering in de nabije toekomst wilt nemen. Daarnaast bevat het document een antwoord van de regering op de Review of the Corporate Insolvency Framework dat reeds werd gepubliceerd in mei 2016.

In wat volgt geven we een korte opsomming van de te ondernemen stappen zoals beschreven in het antwoord van de regering:

  • Transparanter maken van groepsstructuren;
  • Versterken van “shareholder stewardship”: samen met de investeerdersgemeenschap, de Financial Reporting Council (FRC) en andere belanghebbenden onderzoekt de regering hoe er voor te zorgen dat o.a. “asset managers” van institutionele beleggers meer aandacht hebben voor de belangen van hun aandeelhouders;
  • Verbeteren van het juridisch kader (incl. transparantie) m.b.t. dividenduitkeringen, voornamelijk bij ondernemingen in financiële moeilijkheden. Voorts is de regering bezorgd over de praktijk volgens welke ondernemingen enkel tussentijdse dividenden uitkeren met het oogmerk een jaarlijkse aandeelhoudersstemming over dividenden te vermijden. De regering zal dit samen met de Investment Association nader bekijken en, zo nodig, aanpakken;
  • Formuleren van voorstellen om de effectiviteit van het bestuursorgaan en de competentie van bestuurders te verbeteren: de regering nodigt de ICSA: the Governance Institute uit om een denkgroep op te richten met het oog op het identificeren van de verschillende manieren om de kwaliteit en effectiviteit van de verplichte onafhankelijke bestuurdersevaluaties te verbeteren, m.i.v. het opstellen van een code of practice voor zulke evaluaties. De groep zal ook nagaan of de opleiding van bestuurders beter kan en of men hen bewuster kan maken van hun plichten (bv. in de schemerzone voor insolventie);
  • Verbeteren van de af te leggen rekenschap door bestuurders van groepsondernemingen indien zij overgaan tot de verkoop van dochterondernemingen in financiële moeilijkheden;
  • Verbeteren van de bestaande technieken waarover insolventiefunctionarissen beschikken om de boedel weder samen te stellen, i.h.b. gelet op “value extraction schemes” die erop gericht zijn om waarde aan de financieel noodlijdende onderneming te onttrekken ten nadele van de schuldeisers;
  • Het geven van de nodige onderzoeksbevoegdheden aan de Insolvency Service t.a.v. bestuurders van ontbonden vennootschappen die ervan verdacht worden gehandeld te hebben in strijd met hun verplichtingen. Dit zou ook een antwoord moeten bieden op de ongewenste Phoenixing-praktijk, waarbij een vennootschap wordt ontbonden en vlak erna een nieuwe wordt opgericht (gewoonlijk met een gelijkaardige naam), met het oog op het ontlopen van aansprakelijkheden.
  • De introductie van een nieuwe moratorium om de reorganisatie van ondernemingen te faciliteren. Dat zal ervoor zorgen dat economisch levensvatbare ondernemingen die in tijdelijke financiële moeilijkheden verkeren een adempauze krijgen tijdens welke schuldeisers (incl. bevoorrechte schuldeisers) geen actie kunnen ondernemen tegen de onderneming. In die periode kan de onderneming nieuwe investeringen aantrekken dan wel voorbereidingen treffen voor een eventuele herstructurering.
  • Verbod op ipso facto clausules die bepalen dat het enkele feit dat een schuldenaar gebruik maakt van een insolventieprocedure een gegronde reden is om als schuldeiser de overeenkomst te beëindigen.
  • Invoeren van een nieuwe herstructureringsprocedure die o.a. de mogelijkheid bevat om tegenstemmende klassen van schuldeisers te binden.

Niet enkel het Belgische vennootschaps- en insolventierecht is dus onderhevig aan grote hervormingen; ook het Britse recht staat niet stil. Opvallend is wel dat het Britse “flexibele” recht vandaag veel oog heeft voor de bescherming van de verschillende belanghebbenden, zoals aandeelhouders en schuldeisers, net om het Britse vennootschaps- en insolventierecht aantrekkelijker te maken. Zoals in een eerdere blogpost reeds vermeld, lijkt dit te contrasteren met enkele voorgestelde bepalingen in het nieuwe Belgische vennootschapsrecht, zoals de cap op de bestuurdersaansprakelijkheid.

Gelukkig voor de verschillende belanghebbenden die ressorteren onder het Belgische recht, gaat de regulatory competition gewoon door.

An English summary of the Government response can be found here (pages 5-9).

Frederik De Leo

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s