Leuvense vennootschapsdagen – Lessen na één jaar WVV (vrijdag 29 mei 2020)

Nieuwe Valk, KU Leuven, 29 mei 2020, vanaf 12u

Op 1 januari 2020 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking voor de meeste vennootschappen. De nieuwe regels geven aanleiding tot een resem nieuwe vraagstukken en de grote flexibiliteit opent ongekende mogelijkheden.

Op basis van een uitgebreid onderzoek van de eerste ervaringen met de nieuwigheden in het WVV lichten de sprekers de praktijk en een aantal heikele vraagstukken toe, zodat u het maximum kan halen uit de talrijke mogelijkheden die het WVV biedt. Dankzij een programma met parallelle sessies zullen zowel deelnemers uit de non-profitsector hun gading vinden als zij die eerder geïnteresseerd zijn in personen- of kapitaalvennootschappen.

Negen sprekers of sprekerduo’s van het Jan Ronse Instituut analyseren in drie parallelle sessies elk één van de onderstaande onderwerpen. Een externe respondent vult aan met de eigen ervaring als advocaat, notaris, fiscalist en/of academicus. Vervolgens gaan spreker(s) en respondent een actieve dialoog aan met het publiek. De zitting wordt ingeleid door aftredend federaal minister van Justitie Koen Geens en afgesloten door Danny Van Assche (gedelegeerd bestuurder UNIZO).

Een exemplaar van het verslagboek is in het inschrijvingsgeld van 195 euro inbegrepen. Inschrijven kan via deze link.

Programma Continue reading “Leuvense vennootschapsdagen – Lessen na één jaar WVV (vrijdag 29 mei 2020)”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Vrijdag 6 maart 2020

Op vrijdag 6 maart 2020 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 27ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

    • Recente ontwikkelingen van juridische databanken, kennisdeling en legal tech, door dhr. Christoph MALLIET, bibliothecaris Faculteit Rechtsgeleerdheid
    • Actuele evoluties mededingingsrecht: invoering van een verbod misbruik van economische afhankelijkheid in het Belgische recht, door prof. Wouter DEVROE
    • Sustainable Finance, door prof. Veerle COLAERT
    • Recente juridische ontwikkelingen in de kunsthandel, door prof. Bert DEMARSIN
    • Vertegenwoordiging in het algemeen en in het WVV, door prof. Joeri VANANROYE

Op de academische zitting ter afsluiting in de Promotiezaal wordt de VRG-Alumniprijs uitgereikt prof. Koen Geens, minister van Justitie.

Inschrijven kan hier.

studiemiddag op 19 maart 2020 aan de KU Leuven over schuldeisersbescherming bij vennootschappen en andere rechtspersonen. 

 

De Hoge Raad over bestuursaansprakelijkheid bij selectieve betalingen bij ondernemingen in moeilijkheden

Een post door gastblogger Prof. Dr. Steef Bartman (Professor of Corporate Group Liability, Universiteit Maastricht)

Bestuurders van ondernemingen in moeilijkheden staan vaak voor lastige betalingsdilemma’s. Betaling van de huur voor bedrijfsruimte maakt dat de maandelijkse aflossing van het bankkrediet erbij inschiet. Bij een omgekeerde behandeling dreigt de verhuurder zijn persoonlijke borgstelling in te roepen. Krijgt de leverancier niet betaald, dan stokt de productie en wordt een reorganisatie lastig uitvoerbaar. De grens tussen goed ondernemerschap en onbehoorlijk bestuur is in de praktijk vliesdun. Biedt het recht de bestuurder een helder richtsnoer? Continue reading “De Hoge Raad over bestuursaansprakelijkheid bij selectieve betalingen bij ondernemingen in moeilijkheden”

De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?

Een post door gastblogger Gert-Jan Boon (Universiteit Leiden)

De pre-pack heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Aan de ene kant wordt de prepack geprezen voor de – ten opzichte van een faillissement – flexibiliteit, de grote mate waarin de schuldenaar controle behoudt op het proces, maar ook meer waardebehoud voor alle belanghebbenden. Aan de andere kant wordt de pre-pack verguisd doordat de belangen van diverse belanghebbenden met de voeten zouden worden getreden. Daarmee is de belangstelling toegenomen voor de vraag of de pre-pack daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. Ondanks de vele, met name, rechtswetenschappelijke publicaties, blijft het antwoord op deze vraag difuus.

Strategic bankruptcy

In de strategische management literatuur wordt het aanvragen van een specifieke insolventieprocedure gezien als ‘strategic bankruptcy’. Daarmee wordt gedoeld op de wijze waarop een insolventieprocedure wordt aangewend om strategische wijzigingen aan te kunnen brengen in bestaande relaties die de schuldernaar onderhoudt met klanten, leveranciers of andere belanghebbenden. Daarmee kunnen structurele verbeteringen worden bereikt ten behoeve van de continuïteit van de onderneming.

Strategic bankruptcy wordt vaak gezien als een ultimum remedium, wanneer de andere opties – in het bijzonder via informele herstructurering – zijn verkeken. Vanuit de literatuur over downward-spirals volgt dat een ongecontroleerde verslechtering van de prestaties van een onderneming de neerwaartse spiraal versterkt. Daarmee komt de levensvatbaarheid verder onder druk te staan en raken (financiële) middelen uitgeput. Een insolventieprocedure kan de weg openen naar een nieuw perspectief voor de onderneming. Dat raakt aan de kern van strategic bankruptcy. Ondernemingen in financieel zwaar weer kunnen door een herstructurering de noodzakelijke aanpassingen doen om levensvatbaar te blijven of weer te worden. Daarom wordt verwacht dat juist een strategic bankruptcy bijdraagt aan waardebehoud en – niet onbelangrijk – dat het ook leidt tot behoud van werkgelegenheid en andere belangrijke (intellectuele) bronnen.

Vanuit de theorie achter strategic bankruptcy hebben de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit samen een empirisch onderzoek gedaan naar de Nederlandse pre-pack en faillissement. Aan de hand van twee reorganisatiescenario’s is geanalyseerd in welke mate de pre-pack of de doorstart in faillissement (going-concern sale) meer effectief is in het behoud van werkgelegenheid na faillissement. Continue reading “De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?”

Save the date: studiemiddag op 19 maart 2020 te Leuven over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen

Op donderdag 19 maart 2020 is er aan de KU Leuven (auditorium Zeger Van Hee) een studienamiddag over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen. Aanleiding voor deze studiemiddag is het verschijnen van de handelseditie van het proefschrift van Dr. Gillis Lindemans over Schuldeiser & Rechtspersoon: actio pauliana en aansprakelijkheid wegens ongeoorloofde benadeling van schuldeisers van vennootschappen en verenigingen bij Intersentia.

Sprekers zijn : Marieke Wyckaert, Sofie Cools, Robbie Tas, Arie Van Hoe, Michiel Poesen, Gillis Lindemans en Joeri Vananroye. Continue reading “Save the date: studiemiddag op 19 maart 2020 te Leuven over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen”

ECLI in het land van Magritte

Een post door gastblogger Christoph Malliet (faculteitsbibliothecaris van de Bibliotheek Rechtsgeleerdheid, KU Leuven)

U hebt wel eens van gehoord van ECLI, de European Case Law Identifier. Een uitvinding die zijn oorsprong in Gidsland Nederland vindt, en waarmee de EU een verwijzingssysteem op touw zet dat een unieke code toekent aan elke rechterlijke uitspraak van alle rechtsprekende instanties van alle landen van de EU.

ECLI:EL:COS:2019:0716A1319

ECLI:PT:TRC:2019:5068.17.8T8LRA.A.C1.60

U hebt misschien niet onmiddellijk begrepen dat het hier gaat over een uitspraak van respectievelijk de Griekse Raad van State en het Hof van Beroep van Coimbra, maar dat komt nog wel. Die Portugese code is ook best lang en ongezellig om lezen, maar voldoet aan de regels zoals de EU ze hier in 2011 heeft vastgelegd. Die nummers zijn tamelijk fantasieloos maar wel uniek. Continue reading “ECLI in het land van Magritte”

Diversiteit in de Nederlandse en Belgische bestuurskamers

Symposium te Amsterdam op 6 februari 2020

Sinds 28 juli 2011 zijn in België quota ingevoerd teneinde te garanderen dat vrouwen zitting hebben in de raad van bestuur van de genoteerde vennootschappen. Beursgenoteerde ondernemingen moeten het aantal bestuursleden van het andere geslacht verplicht uitbreiden tot minstens 1/3. Art. 7:86 van het WVV luidt:

“In genoteerde vennootschappen en de organisaties van openbaar belang bedoeld in artikel 1:12, 2°, is ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur van een ander geslacht dan de overige leden, waarbij het vereiste minimum aantal wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Is de bestuurder een rechtspersoon, dan wordt zijn geslacht bepaald door dat van zijn vaste vertegenwoordiger.
Voldoet de samenstelling van de raad van bestuur om welke reden dan ook niet of niet langer aan de vereisten gesteld in het eerste lid, dan stelt de eerstvolgende algemene vergadering een raad van bestuur samen die wel aan deze vereisten voldoet, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik. Elke andere benoeming is nietig.
Ingeval de raad van bestuur na de algemene vergadering bedoeld in het tweede lid niet is samengesteld overeenkomstig het eerste en het tweede lid, dan wordt elk financieel of ander voordeel dat aan de bestuurders toekomt op grond van hun mandaat vanaf dat ogenblik geschorst, tot op het ogenblik waarop terug ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur van een ander geslacht is dan de overige leden.
De raad van bestuur van vennootschappen waarvan de aandelen voor het eerst worden genoteerd, moet zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid met ingang van de eerste dag van het zesde jaar volgend op de notering.”

België heeft daarmee een hardere regeling dan Nederland. Daar bevat art. 2:166/276 BW een streefcijferbepaling, met een minimumnorm van 30%, maar deze bepaling ontbeert een sanctie. Een groot bedrijf – groot in de zin van art. 2:397 lid 1 BW – dat het minimum van 30% mannen of vrouwen in bestuur of raad van commissarissen niet haalde, moest uitleggen wat er aan schortte. ‘Moest’ en ‘schortte’, want de wettelijke regeling in art. 2:166/276 BW is een zgn. horizonbepaling (sunset clause). Vanaf 1 januari 2020 bestaat zij niet meer. De gedachte in Den Haag was dat aan het eind van 2019 ieder groot bedrijf de norm zou halen. Dat is niet het geval.

Op 3 december 2019 nam de  Nederlands Tweede Kamer daarom een motie aan. In de motie wordt de regering verzocht om de maatregelen uit het SER-advies 19/12 ‘Diversiteit in de top’ van september 2019 integraal over te nemen. De SER noemt een aantal maatregelen die genomen moet worden om het aandeel vrouwen in de top van het bedrijfsleven te vergroten. De meest bekende is het verplichte quotum: de raad van commissarissen van een beursgenoteerde vennootschap zou voor (minimaal) 30% uit vrouwen moeten bestaan.

Het einde van de streefcijferbepaling is ook de aanleiding voor de verschijning van een boek. Het boek wordt gepresenteerd tijdens een symposium van het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht (Radboud Universiteit) op donderdag 6 februari 2020 ten kantore van Loyens & Loeff  te Amsterdam. De redactie is in handen van Claartje Bulten, Mijke Sinninghe Damsté, Charlotte Perquin-Deelen en Koen Bakker.

Deelname aan het seminar is kosteloos. Continue reading “Diversiteit in de Nederlandse en Belgische bestuurskamers”

Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

69356918_2596135720425106_922483357986586624_n - kopie (002)From 24 to 29 September 2019, the Inaugural YANIL Conference at 10 Years, the INSOL Europe Academic Forum and the INSOL Europe Annual Congress took place in Copenhagen, Denmark. The main topic of these conferences was the recently adopted European Restructuring Directive (what else?).

We will not try to summarise these discussions (a full report by Myriam Mailly, Jennifer Gant and Paul Omar will appear in the next edition of Eurofenix). We will try, however, to draw attention to the conference proceedings booklet of the Academic Forum 2018 which took place in Athens, Greece and which was published during this year’s conference. The topic of last year’s conference was “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”, hence the title of this booklet. Continue reading “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”

Eyes on Insolvency 2019: een verslag

Een post door gastblogger Eline Van de Velde (student Universiteit Antwerpen)

Op 1 november 2019 vond het congres Eyes on Insolvency 2019 plaats in Amsterdam. Alle presentaties en overige congresmaterialen zijn hier terug te vinden.  Centraal stond het voorontwerp Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA). De aftrap werd gegeven door ons mee te nemen naar het verleden. In 2012 ging men van start met het programma ‘Herijking Faillissementsrecht’ en werd het verlangen geuit naar een akkoord buiten insolventie dat kan worden opgedrongen aan schuldeisers.

Het wetgevingstraject is sterk beïnvloed geweest door Europese initiatieven. De Nederlandse wetgever staat nu voor de keuze om de herstructureringsrichtlijn (aangenomen op 20 juni 2019) ofwel te implementeren in de WHOA, ofwel in de sursaenceregeling. De implementatie in de WHOA zou een redelijk voor de hand liggende keuze zijn, aangezien deze (op enkele punten na) geen aanpassing zou behoeven om in overeenstemming te zijn met de Richtlijn. Er zijn echter ook argumenten om deze te implementeren in de surseanceregeling. Op die manier zou deze regeling versterkt kunnen worden met een effectieve akkoordregeling, waar in de literatuur al geruime tijd voor gepleit wordt. Daarnaast zou de WHOA van eventuele onwenselijke aanpassingen gespaard blijven.[1] Continue reading “Eyes on Insolvency 2019: een verslag”

‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen’: methodische twijfel aan een juridisch dogma

T. Incalza over zijn ‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen: een compatibiliteitsonderzoek’, Antwerpen, Intersentia, 2019, xxvi+459 p.

1. De toepassing van de antiwitwaswetgeving op fiscale vermogensvoordelen is altijd al een bron van grote controverse geweest. Niet alleen de wetgever worstelt met de vraag of belastingontduiking wel met antiwitwaswapenen moet worden bestreden, ook in rechtspraak en doctrine wordt ernstig betwijfeld of de antiwitwaswetgeving daar überhaupt wel voor geschikt is. Mijn boek Witwassen van fiscale vermogensvoordelen, verkrijgbaar bij Intersentia, heeft de ambitie om die discussie eindelijk te beslechten door, in een grondige compatibiliteitsanalyse, de juridische verenigbaarheid te onderzoeken van de bestraffing van fiscale fraude enerzijds met de zogenaamd ‘preventieve’ en ‘repressieve’ bestrijding van het witwassen van criminele vermogensvoordelen anderzijds. Het vormt de handelseditie van het doctoraatsproefschrift dat ondergetekende op 30 oktober 2018 aan de KU Leuven verdedigde onder de zeer gewaardeerde begeleiding van prof. dr. Veerle Colaert (promotor) en prof. dr. Raf Verstraeten (copromotor). Centraal staat de vraag of de toepassing van de antiwitwaswetgeving op fiscale vermogensvoordelen juridisch noodzakelijk dan wel onmogelijk is. Continue reading “‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen’: methodische twijfel aan een juridisch dogma”

De rol van aandeelhouders bij (nakende) insolvabiliteit

Opiniebijdrage Vananroye en Allemeersch (Quinz) in De Tijd

In de opiniesectie van De Tijd verscheen een bijdrage over de opportuniteit van de Belgische governance regels bij (nakende) insolvabiliteit. De bijdrage is van de hand van mr. Vananroye en mr. Allemeersch (Quinz) die als advocaten Nyrstar bijstaan. Zoals bekend is het debat rond dit thema in de actualiteit gekomen door de herstructurering van Nyrstar. Een citaat:

“[De] bevoorrechte positie [van aandeelhouders] is terecht: de winst komt bij hen terecht en als het slecht gaat, staan ze als laatste in de rij, áchter de schuldeisers. Zij hebben dan ook de beste prikkels om ervoor te zorgen dat er winst wordt gemaakt en te vermijden dat de vennootschap insolvabel wordt. Zij hebben het meeste skin in the game.

Dat verandert echter helemaal bij insolventie van de vennootschap. Continue reading “De rol van aandeelhouders bij (nakende) insolvabiliteit”

Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’

Digitaal archief RBIB (KU Leuven)

De recente toevoeging van de Arresten van de Raad van State uit de periode 1948-1994, is een goede gelegenheid om in herinnering te brengen dat de onvolprezen bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de gedigitaliseerde archieven van heel wat tijdschriften in open access aanbiedt, zoals Arr.Cass., RW, TPR, Jura Falconis, RPS en de Revue Critique.  Ook interessant zijn een reeks oudere rapporten van de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland (vulgo de Vereniging met de Lange Naam), met daarbij enkele klassiekers die anders moeilijk te consulteren zijn, zoals ex multis: Continue reading “Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’”

Beslag op aandelen: een doodlopende straat of onderbroken door werkzaamheden?

Een post door gastblogger Mateusz Ryś (student UA)

De rechtsfiguur van het beslag op aandelen vertoont een problematisch karakter. Wie artikel 7 Hyp.W. leest, maakt zich op het eerste gezicht weinig zorgen: eenieder staat met zijn gehele vermogen in voor zijn schulden; daarin vallen ook diens aandelen. Nochtans blijkt beslag op aandelen allerminst een evidentie. Deze post zal drie kernpunten verduidelijken over het beslag op aandelen, met aandacht voor wijzigingen door WVV. Continue reading “Beslag op aandelen: een doodlopende straat of onderbroken door werkzaamheden?”

Next week: book presentation by Katharina Pistor in Brussels

The Code of Capital: How the Law Creates Wealth and Inequality

The Code of Capital by Katharina Pistor has been creating a lot of buzz over the last months. As announced previously, Professor Pistor will present her book next Monday November 4 at 16h30 at the Brussels campus of KU Leuven. Please note that because of the high number of attendants the presentation has been moved to Auditorium 2215 (Stormstraat 2 / 2  rue d’Assaut,  1000 Brussels).

screen_shot_0A short overview of the book by Professor Pistor herself can be found here (ProMarket, the blog of the Stigler Center at the University of Chicago). See here for an interview with her (Völkerrechtsblog). In a review on Law and Political Economy, Professor Samuel Moyn (Yale) writes: Continue reading “Next week: book presentation by Katharina Pistor in Brussels”

Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen

Een post door gastblogger Hannes Hollebecq (Cera, dienstverlening coöperatief ondernemen)

Uit een en ander volgt dat de CV onder het WVV niet meer in aanmerking komt voor de uitoefening van een vrij beroep” … “Dit neemt niet weg dat beoefenaars van vrije beroepen onder omstandigheden, en in voorkomend geval naast hun professionele vennootschap, een cv kunnen oprichten die wel geïnspireerd is door het coöperatief gedachtengoed.”

Dat was het antwoord van de vice-premier en minister van justitie op een schriftelijke vraag van kamerlid G. Gilkinet op de vraag of onder het WVV de CV nog gebruikt kan worden voor de uitoefening van een vrij beroep.

Onbegrijpelijk. Voor ons toch.

Een visie die o.i. niet juist en net tegenstrijdig is met de Memorie van Toelichting (MvT). De argumentatie ‘uit een en ander’ overtuigt ons ook niet.

Ook al vormen antwoorden op parlementaire vragen uiteraard geen bindende bron van recht noch een authentieke interpretatie van de wet, toch maken we ons zorgen over dit antwoord. Als iedereen, en niet in het minst juristen en notarissen dit overnemen, fnuikt dit verschillende coöperatieve ondernemingen van beoefenaars van vrije beroepen en initiatieven daartoe.

Daarom halen we graag nog eens onze argumentatie aan. En deze gaat veel verder dan de strekking die ‘enkel art. 6:1 zou lezen en niet de MvT’. Integendeel, bepaalde elementen uit de MvT versterken dit net. Continue reading “Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen”