Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

69356918_2596135720425106_922483357986586624_n - kopie (002)From 24 to 29 September 2019, the Inaugural YANIL Conference at 10 Years, the INSOL Europe Academic Forum and the INSOL Europe Annual Congress took place in Copenhagen, Denmark. The main topic of these conferences was the recently adopted European Restructuring Directive (what else?).

We will not try to summarise these discussions (a full report by Myriam Mailly, Jennifer Gant and Paul Omar will appear in the next edition of Eurofenix). We will try, however, to draw attention to the conference proceedings booklet of the Academic Forum 2018 which took place in Athens, Greece and which was published during this year’s conference. The topic of last year’s conference was “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”, hence the title of this booklet. Continue reading “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”

Eyes on Insolvency 2019: een verslag

Een post door gastblogger Eline Van de Velde (student Universiteit Antwerpen)

Op 1 november 2019 vond het congres Eyes on Insolvency 2019 plaats in Amsterdam. Alle presentaties en overige congresmaterialen zijn hier terug te vinden.  Centraal stond het voorontwerp Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA). De aftrap werd gegeven door ons mee te nemen naar het verleden. In 2012 ging men van start met het programma ‘Herijking Faillissementsrecht’ en werd het verlangen geuit naar een akkoord buiten insolventie dat kan worden opgedrongen aan schuldeisers.

Het wetgevingstraject is sterk beïnvloed geweest door Europese initiatieven. De Nederlandse wetgever staat nu voor de keuze om de herstructureringsrichtlijn (aangenomen op 20 juni 2019) ofwel te implementeren in de WHOA, ofwel in de sursaenceregeling. De implementatie in de WHOA zou een redelijk voor de hand liggende keuze zijn, aangezien deze (op enkele punten na) geen aanpassing zou behoeven om in overeenstemming te zijn met de Richtlijn. Er zijn echter ook argumenten om deze te implementeren in de surseanceregeling. Op die manier zou deze regeling versterkt kunnen worden met een effectieve akkoordregeling, waar in de literatuur al geruime tijd voor gepleit wordt. Daarnaast zou de WHOA van eventuele onwenselijke aanpassingen gespaard blijven.[1] Continue reading “Eyes on Insolvency 2019: een verslag”

‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen’: methodische twijfel aan een juridisch dogma

T. Incalza over zijn ‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen: een compatibiliteitsonderzoek’, Antwerpen, Intersentia, 2019, xxvi+459 p.

1. De toepassing van de antiwitwaswetgeving op fiscale vermogensvoordelen is altijd al een bron van grote controverse geweest. Niet alleen de wetgever worstelt met de vraag of belastingontduiking wel met antiwitwaswapenen moet worden bestreden, ook in rechtspraak en doctrine wordt ernstig betwijfeld of de antiwitwaswetgeving daar überhaupt wel voor geschikt is. Mijn boek Witwassen van fiscale vermogensvoordelen, verkrijgbaar bij Intersentia, heeft de ambitie om die discussie eindelijk te beslechten door, in een grondige compatibiliteitsanalyse, de juridische verenigbaarheid te onderzoeken van de bestraffing van fiscale fraude enerzijds met de zogenaamd ‘preventieve’ en ‘repressieve’ bestrijding van het witwassen van criminele vermogensvoordelen anderzijds. Het vormt de handelseditie van het doctoraatsproefschrift dat ondergetekende op 30 oktober 2018 aan de KU Leuven verdedigde onder de zeer gewaardeerde begeleiding van prof. dr. Veerle Colaert (promotor) en prof. dr. Raf Verstraeten (copromotor). Centraal staat de vraag of de toepassing van de antiwitwaswetgeving op fiscale vermogensvoordelen juridisch noodzakelijk dan wel onmogelijk is. Continue reading “‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen’: methodische twijfel aan een juridisch dogma”

De rol van aandeelhouders bij (nakende) insolvabiliteit

Opiniebijdrage Vananroye en Allemeersch (Quinz) in De Tijd

In de opiniesectie van De Tijd verscheen een bijdrage over de opportuniteit van de Belgische governance regels bij (nakende) insolvabiliteit. De bijdrage is van de hand van mr. Vananroye en mr. Allemeersch (Quinz) die als advocaten Nyrstar bijstaan. Zoals bekend is het debat rond dit thema in de actualiteit gekomen door de herstructurering van Nyrstar. Een citaat:

“[De] bevoorrechte positie [van aandeelhouders] is terecht: de winst komt bij hen terecht en als het slecht gaat, staan ze als laatste in de rij, áchter de schuldeisers. Zij hebben dan ook de beste prikkels om ervoor te zorgen dat er winst wordt gemaakt en te vermijden dat de vennootschap insolvabel wordt. Zij hebben het meeste skin in the game.

Dat verandert echter helemaal bij insolventie van de vennootschap. Continue reading “De rol van aandeelhouders bij (nakende) insolvabiliteit”

Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’

Digitaal archief RBIB (KU Leuven)

De recente toevoeging van de Arresten van de Raad van State uit de periode 1948-1994, is een goede gelegenheid om in herinnering te brengen dat de onvolprezen bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de gedigitaliseerde archieven van heel wat tijdschriften in open access aanbiedt, zoals Arr.Cass., RW, TPR, Jura Falconis, RPS en de Revue Critique.  Ook interessant zijn een reeks oudere rapporten van de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland (vulgo de Vereniging met de Lange Naam), met daarbij enkele klassiekers die anders moeilijk te consulteren zijn, zoals ex multis: Continue reading “Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’”

Beslag op aandelen: een doodlopende straat of onderbroken door werkzaamheden?

Een post door gastblogger Mateusz Ryś (student UA)

De rechtsfiguur van het beslag op aandelen vertoont een problematisch karakter. Wie artikel 7 Hyp.W. leest, maakt zich op het eerste gezicht weinig zorgen: eenieder staat met zijn gehele vermogen in voor zijn schulden; daarin vallen ook diens aandelen. Nochtans blijkt beslag op aandelen allerminst een evidentie. Deze post zal drie kernpunten verduidelijken over het beslag op aandelen, met aandacht voor wijzigingen door WVV. Continue reading “Beslag op aandelen: een doodlopende straat of onderbroken door werkzaamheden?”

Next week: book presentation by Katharina Pistor in Brussels

The Code of Capital: How the Law Creates Wealth and Inequality

The Code of Capital by Katharina Pistor has been creating a lot of buzz over the last months. As announced previously, Professor Pistor will present her book next Monday November 4 at 16h30 at the Brussels campus of KU Leuven. Please note that because of the high number of attendants the presentation has been moved to Auditorium 2215 (Stormstraat 2 / 2  rue d’Assaut,  1000 Brussels).

screen_shot_0A short overview of the book by Professor Pistor herself can be found here (ProMarket, the blog of the Stigler Center at the University of Chicago). See here for an interview with her (Völkerrechtsblog). In a review on Law and Political Economy, Professor Samuel Moyn (Yale) writes: Continue reading “Next week: book presentation by Katharina Pistor in Brussels”

Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen

Een post door gastblogger Hannes Hollebecq (Cera, dienstverlening coöperatief ondernemen)

Uit een en ander volgt dat de CV onder het WVV niet meer in aanmerking komt voor de uitoefening van een vrij beroep” … “Dit neemt niet weg dat beoefenaars van vrije beroepen onder omstandigheden, en in voorkomend geval naast hun professionele vennootschap, een cv kunnen oprichten die wel geïnspireerd is door het coöperatief gedachtengoed.”

Dat was het antwoord van de vice-premier en minister van justitie op een schriftelijke vraag van kamerlid G. Gilkinet op de vraag of onder het WVV de CV nog gebruikt kan worden voor de uitoefening van een vrij beroep.

Onbegrijpelijk. Voor ons toch.

Een visie die o.i. niet juist en net tegenstrijdig is met de Memorie van Toelichting (MvT). De argumentatie ‘uit een en ander’ overtuigt ons ook niet.

Ook al vormen antwoorden op parlementaire vragen uiteraard geen bindende bron van recht noch een authentieke interpretatie van de wet, toch maken we ons zorgen over dit antwoord. Als iedereen, en niet in het minst juristen en notarissen dit overnemen, fnuikt dit verschillende coöperatieve ondernemingen van beoefenaars van vrije beroepen en initiatieven daartoe.

Daarom halen we graag nog eens onze argumentatie aan. En deze gaat veel verder dan de strekking die ‘enkel art. 6:1 zou lezen en niet de MvT’. Integendeel, bepaalde elementen uit de MvT versterken dit net. Continue reading “Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen”

Is een CV als vennootschapsvorm voor de uitoefening van een vrij beroep nog steeds mogelijk onder het WVV?

Antwoord op parlementaire vraag

Een antwoord van de vice-premier en minister van justitie op een schriftelijke vraag van kamerlid G. Gilkinet behandelt de vraag of onder het WVV de CV nog gebruikt kan worden voor de uitoefening van een vrij beroep.

De problematiek heeft te maken met art. 6:1 WVV dat de ‘aard en kwalificatie’ van de CV bepaalt:

“§ 1. De coöperatieve vennootschap heeft tot voornaamste doel aan de behoeften van haar aandeelhouders dan wel derde belanghebbende partijen te voldoen en/of hun economische en sociale activiteiten te ontwikkelen, onder meer door met hen overeenkomsten te sluiten over de levering van goederen, de verrichting van diensten of de uitvoering van werken in het kader van de activiteit die de coöperatieve vennootschap uitoefent of laat uitoefenen. De coöperatieve vennootschap kan tevens tot doel hebben aan de behoeften van haar aandeelhouders of haar moedervennootschappen en hun aandeelhouders dan wel hun derde belanghebbende partijen te voldoen, al dan niet via de tussenkomst van dochtervennootschappen. Zij kan tevens tot doel hebben hun economische en/of sociale activiteiten te bevorderen middels een deelneming in één of meer andere vennootschappen.
De hoedanigheid van aandeelhouder kan zonder statutenwijziging worden verkregen en de aandeelhouders kunnen, binnen de door de statuten bepaalde grenzen, ten laste van het vennootschapsvermogen uittreden of uit de vennootschap worden uitgesloten.
[…]
§ 4. De coöperatieve finaliteit en de waarden van de coöperatieve vennootschap worden beschreven in de statuten en, in voorkomend geval, aangevuld met een uitvoerigere toelichting in een intern reglement of een handvest.”

Antwoorden op parlementaire vragen vormen uiteraard geen bindende bron van recht noch een authentieke interpretatie van de wet. Toch is het interesssant de parlementaire vraag en antwoord hier te hernemen. Zie over deze problematiek ook R. Houben, “De CV voor professionele vennootschappen van vrije beroepen : C4 ?”, TRV/RPS 2019, 449-450. Continue reading “Is een CV als vennootschapsvorm voor de uitoefening van een vrij beroep nog steeds mogelijk onder het WVV?”

Het recht laat zich niet in hokjes plaatsen: naschrift

Een post door gastblogger Tina Coen (VUB)

1. Nadat mijn blogpost  over de weerslag van art. 2:44 WVV op de rechtsmacht van de Raad van State in juli jl. werd gepubliceerd, zijn er twee zaken gebeurd die een kort naschrift vragen.

Vooreerst heeft het Rechtskundig Weekblad recent mijn artikel gepubliceerd waarin ik uitgebreid inga op de problematiek die in deze blogpost kort werd geschetst. U kan het volledige artikel terugvinden in de 8ste aflevering van jaargang 2019-20, blz. 283-296 of raadplegen op de website van het tijdschrift (www.rw.be) of via www.jurisquare.be.

2. Ten tweede is op 4 oktober jl. een wetsvoorstel ingediend om – onder andere – tegemoet te komen aan de door mij geschetste problematiek. Las de wetgever misschien mee?

Er wordt namelijk voorgesteld om art. 2:44, 1ste lid WVV als volgt te herformuleren: Continue reading “Het recht laat zich niet in hokjes plaatsen: naschrift”

Agency Theory in the 21st Century

Conference at Maastricht University, October 25th. 2019

The Institute for Corporate Governance and Innovation Policies (ICGI) and Institute for Transnational Legal Research (METRO) at Maastricht University will host next Friday an interdisciplinary conference on ‘AGENCY THEORY IN THE 21st CENTURY’ at the Faculty of Law in Maastricht with Damla Bos (Maastricht University), David Cabrelli and Ewa Kruszewska (The University of Edinburgh), Joeri Vananroye (KU Leuven), Jean-Philippe Robé (SciencesPo Law School), Constantijn van Aartsen (Maastricht University) an Mieke Olaerts (Maastricht University).

Agency theory – the economic analysis of relationships between agents and principals – is influential and has spread well beyond its economic roots into a variety of disciplines, including law, political science, sociology, corporate governance and finance. It is used by scholars to design efficient institutions, structure individual incentives, prevent corporate corruption and compare institutional arrangements. Reliance on agency theory in these areas has, unfortunately, not prevented corporate scandals and suboptimal rates of trust in business and other institutions. The overarching aim of this conference is to address these issues in an interdisciplinary and international setting.

Programme

10.00-10.30 Registration & coffee
10.30-10.50 Introduction – Damla Bos, LLM – Maastricht University
10.50-11.40 Prof. David Cabrelli and Dr. Ewa Kruszewska – The University of Edinburgh
“The Limits of Agency Theory”
11.40-12.30 Prof. Joeri Vananroye – KU Leuven
“The Blind Spots of Agency Theory in Corporate Finance Law”
12.30-13.20 Lunch Break in room B0.006
13.20-14.10 Dr. Jean-Philippe Robé – SciencesPo Law School“Being Done with Milton Friedman”
14.10-15.00 Constantijn van Aartsen, LLM – Maastricht University“Agency Theory in the 21st Century: Legitimate, Reductionist and Overapplied”
15.00-15.30 Coffee break
15.30-17.00 Roundtable discussion
17.00-17.30 Closing – Prof. Mieke Olaerts – Maastricht University

 

Cashpooling bij nakende insolventie

Opiniebijdrage door Sofie Cools & Joeri Vananroye

Deze post verscheen eerder op 11 oktober 2019 als een opiniebijdrage op De Tijd.

Bestuurders van een Belgische dochtervennootschap van Thomas Cook zouden enkele miljoenen euro hebben doorgestort naar de Britse moedervennootschap kort voor haar faillissement.  Volgens de berichtgeving in de pers was de transfert het gevolg van een systeem van cashpooling.

Cashpooling is een afspraak tussen vennootschappen, doorgaans van eenzelfde groep, dat wanneer één van hen cash op overschot heeft, zij dat ter beschikking stelt aan een andere vennootschap in de cash pool die op dat ogenblik geld nodig heeft. Dat gebeurt via een centrale rekening, meestal op naam van de moedervennootschap.

Cashpooling is niet verboden, en maar goed ook. Cashpooling heeft namelijk grote voordelen. Door mekaar onderling geld te lenen, kunnen groepsvennootschappen vermijden dat ze interesten moeten betalen aan de bank voor sommen die bij een andere vennootschap ongebruikt op de rekening staan. De interest die de ene vennootschap betaalt om te lenen is normaal hoger dan de interest die de andere vennootschap op haar rekening ontvangt; het verschil is winst voor de groep.

Delicaat Continue reading “Cashpooling bij nakende insolventie”

Who’s afraid of the WTO?

A post by guest blogger Marie Parys

In August 2019, the US national security advisor visited the UK bearing the news of a trade deal. Perhaps not as conspicuous as it was odd was his statement that a future US-UK free trade agreement could be done on a “sector-by-sector-basis”. WTO rules decree that legal free-trade agreements must cover “substantially all trade”. This renders sectoral trade liberalization impossible. Or does it? Despite Prime Minister Boris Johnson conceding that negotiating a UK-US free trade agreement will be a “tough old haggle”, he has stated that it is the “single biggest deal” the UK needs to do following Brexit. Would the UK and the US be willing to flaunt WTO rules to get to the golden goose of an albeit gradual free trade agreement? Are WTO rules binding and enforceable, and why do most Members follow recommendations of the WTO dispute settlement system? In other words: how sharp are the WTO’s teeth and why do they bite? Continue reading “Who’s afraid of the WTO?”

Reparatie WVV en omzetting Aandeelhoudersrichtlijn

Op de website van de Kamer verscheen een Wetsvoorstel met omzetting van de Aandeelhoudersrichtlijn en met  verbeteringen aan het WVV en aanverwante wetten.

De alarmbelprocedure in het WVV: hoe en waarom nu weer precies?

Een post door gastblogger Lize Van Looy

Geen enkele wet kan voorkomen dat vennootschappen blootgesteld worden aan het ondernemingsrisico en verliezen zullen lijden, ook niet het WVV. Toch kunnen de aantastingen van het vennootschapsvermogen dermate vergaand zijn dat de continuïteit van de vennootschap in gevaar komt. In dat kader schrijft de Belgische wetgever de toepassing van de fameuze alarmbelprocedure voor. Een ex post beschermingsmaatregel die erop gericht is om het bestuursorgaan aan het denken te zetten over de toekomst van de verlieslatende vennootschap.

Wanneer trekt het bestuursorgaan aan de alarmbel?

De alarmbelprocedure werd in het WVV grotendeels behouden, met het verschil dat het moment waarop de alarmbel geluid moet worden, anders wordt ingevuld. Deze aanpassing was noodzakelijk gezien de afschaffing van het kapitaal in de BV. Voor de nieuwe invulling zocht men aansluiting bij een andere nieuwigheid van het WVV: de dubbele uitkeringstest. Continue reading “De alarmbelprocedure in het WVV: hoe en waarom nu weer precies?”