The FSMA prohibition of Short Selling in the Wake of Coronavirus

A guestpost by Fahad Al-Sadoon (student KU Leuven and University Zurich)

Short selling is an investment strategy, where an investor will borrow a security (typically from a broker-dealer or an institutional investor, such as a mutual fund), at current price and will immediately sell it. Later on, when the security’s price (hopefully) has declined, the investor will buy it back at the new price. The difference between the two prices is the profit of the investor[i]. In other words, it is a practice used by investors to speculate on the decline in a stock or other securities prices. If generalized, it will concretely induce a price decline of a security. Some might argue that the fact that an important number of investors are shorting a stock is only the genuine indication that the latter is overvalued, while for others massively shorting a stock can turn into a self-fulfilling prophecy on the stock exchange.

Unbridled short selling has been blamed by governments and some economists for exacerbating volatility during times of stress. Indeed, some would say that it can contribute to price declines in the securities of financial institutions, in a manner that is unrelated to the true price valuation[ii]. Some extreme forms of short selling can even use false rumours in order to manipulate the market and obtain the targeted (reduced) price[iii]. As a consequence, during the financial turmoil of 2008 a plethora of regulators in several countries temporarily banned short selling on certain stocks in order to improve investor confidence and reduce volatility[iv].

*     *
*

According to the FSMA, the outbreak of Covid-19 pandemic is at the source of substantial selling pressure and unusual volatility in the price of shares of financial institutions. As a consequence, some investors might be tempted to take new positions in order to profit from a future price decrease, which might in turn accelerate the falls already experienced in the past days and aggravate the current economic disturbance seriously. Thus, the FSMA has decided to take the following measures in a specific timeline: Continue reading “The FSMA prohibition of Short Selling in the Wake of Coronavirus”

De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap

Doctoraatsseminarie Roel Verheyden (KU Leuven)

Net als de gewone colleges gaat ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus zijn of haar werk in uitvoering voorstelt, online deze dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om de presentatie door de doctorandus hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen. Vandaag: Roel Verheyden over “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”.

Op het menu onder meer een overzicht van de gevallen van collectieve en individuele schade, een rechtsvergelijkend overzicht van de rol van individuele schuldeisers bij de uitoefening van de vordering voor collectieve schade en een eigen voorstel voor een hertekening van het afgeleid vorderingsrecht ingevoerd in art. XX.225 WER. Continue reading “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”

Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing

A guest post by Michiel Stuyts

The new corona virus affects all aspects of our lives. As law reflects human activity, so does COVID-19 raise questions in virtually all legal domains. Securities law is no exception. Due to the threat that the virus poses for financial market stability, short selling is being temporarily banned left and right[1] and is monitored more strictly[2] and supervisory authorities have started warning against fraudulent schemes attempting to profit from ongoing market volatility[3]. As regards market abuse, the European Securities and Markets Authority (ESMA) is well aware of the risk that the new corona virus poses for insider dealing and has stated that “issuers should disclose as soon as possible any relevant significant information concerning the impacts of COVID-19 on their fundamentals, prospects or financial situation in accordance with their transparency obligations under the Market Abuse Regulation”[4]. However, due to the pervasive nature of the virus and the drastic extent of governmental measures taken to combat it, it seems that the market abuse risk lies not so much with individual issuers and their shares but is rather elevated to a wholly different level.

Recently newspapers have reported that certain US senators have dumped their personal stock in January and February 2020 before the severity of the virus’ consequences on the US health system, economy and stock market became clear to the public[5]. Some of the senators reportedly received private briefings about the virus from administration officials. All the while, President Trump confirmed his confidence in the stock market through his favourite social media outlet[6]. Calls for the senators’ resignation due to alleged insider dealing grow increasingly loud. It is unclear how the US Securities and Exchange Commission (SEC) will tackle this matter, if at all.

It is interesting to assess the case from an EU law perspective. Continue reading “Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing”

Het intern reglement in het WVV: ingrijpende wijzigingen, maar niet voor de CV

Een post door gastbloggers Evariest Callens en Louis De Meulemeester (UGent)

Vennootschappen draaien in essentie om samenwerking. De spelregels van deze samenwerking tussen de verschillende aandeelhouders worden in principe in de statuten vastgelegd en kunnen slechts met bijzondere meerderheid worden gewijzigd. Toch zijn het niet enkel de statuten waarin afspraken worden gemaakt omtrent de rechten van aandeelhouders en de werking van de vennootschap. In de praktijk wordt voor dezelfde doeleinden bijvoorbeeld frequent gebruik gemaakt van een intern reglement (soms ook wel ‘huishoudelijk reglement’ of ‘reglement van inwendige orde’ genoemd). Met de introductie van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) heeft de wetgever het gebruik van het intern reglement aan een aantal beperkende voorwaarden onderworpen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in boek 2 WVV en gelden dus in principe voor alle rechtspersonen geregeld in het WVV. Voor wat betreft de coöperatieve vennootschap voorziet het WVV evenwel in een, voor de praktijk niet onbelangrijke, afwijkende regeling. Continue reading “Het intern reglement in het WVV: ingrijpende wijzigingen, maar niet voor de CV”

Studiedag ‘Schuldeiser & Rechtspersoon’: inschrijven is nog mogelijk

update: uitgesteld naar nog te bepalen datum

beeld studiedag 19 maart

Volgende week 19 maart 2020 gaan onder voorzitterschap van Prof. Dr. Eric Dirix enkele vooraanstaande experten in op de interactie tussen de nieuwe regels in het vennootschaps- en verenigingsrecht en bescherming uit het insolventierecht. Hieronder worden de verschillende presentaties kort samengevat. Rode draad doorheen deze presentaties is het proefschrift Schuldeiser & Rechtspersoon (Intersentia, 2020) van dr. Gillis Lindemans. Inschrijven voor de laatste plaatsen kan nog via deze link

Deze studiedag werd erkend door OVB (4u), IGO (3,5u – boek inbegrepen), IBJ en de Nationale Kamer van Notarissen (4 u) worden aangevraagd. De inschrijvingsprijs van EUR 175 omvat het boek Schuldeiser & Rechtspersoon (met een winkelwaarde van EUR 165), dat op de studiemiddag zelf wordt overhandigd. De documentatie wordt digitaal ter beschikking gesteld.

Continue reading “Studiedag ‘Schuldeiser & Rechtspersoon’: inschrijven is nog mogelijk”

Wat kan in een VZW: verlies naast de wettelijke specialiteit de actio pauliana niet uit het oog

Gillis Lindemans in VZW Actueel

Voor VZW Actueelschreef Gillis Lindemans een speciale bijdrage over
de schuldeisersbescherming in de VZW. Hij begint met de analyse hoe de “verenigingsrechtelijke” norm van de wettelijke specialiteit soms te kort schiet:

“Grens van het toelaatbare niet altijd even duidelijk

Een VZW kent uiteraard geen regels over dividenduitkering. Toch kunnen insiders zichzelf of anderen verrijken ten koste van het verenigingsvermogen, zij het dan op
een minder pasklare wijze. Zoals aangegeven, bestaat de grens van het toelaatbare daarbij in de wettelijke specialiteit van de VZW, zoals neergelegd in art. 1:2 WVV. Continue reading “Wat kan in een VZW: verlies naast de wettelijke specialiteit de actio pauliana niet uit het oog”

The new Code of Companies and Associations of Belgium through the eyes of its neighbours

Symposium in Leuven, Belgium, March 20th 2020

The Belgian Centre for Company law organizes on March 20th 2020 (14h00-18h00) at the law faculty of KU Leuven (Belgium) a symposium on the recent Belgian company law reform with four distinguished academics from The Netherlands, France, Germany and Luxembourg. The following topics will be discussed: Continue reading “The new Code of Companies and Associations of Belgium through the eyes of its neighbours”

Voorrechten en de Pandwet: een gemiste kans?

Een post door gastblogger Maxime Liebaert (student UA)

De Pandwet, in werking getreden op 1 januari 2018, heeft op fundamentele wijze de regels m.b.t. zakelijke zekerheden hervormd. Het stelsel van de voorrechten is dan weer onaangeroerd gebleven, ondanks het originele wetsvoorstel dat aan de basis van de nieuwe Pandwet ligt.[1] Dit wetsvoorstel was gebaseerd op een expertenverslag uit 2011 (“Expertenverslag”), waarin heel wat voorrechten sterk op de korrel genomen werden. In strijd met dit wetsvoorstel, Europese evoluties en langdurige kritiek, is het complexe kluwen aan voorrechten grotendeels in stand gehouden. Heeft de wetgever hiermee een kans gemist? Continue reading “Voorrechten en de Pandwet: een gemiste kans?”

Leuvense vennootschapsdagen – Lessen na één jaar WVV (vrijdag 29 mei 2020)

Nieuwe Valk, KU Leuven, 29 mei 2020, vanaf 12u

Op 1 januari 2020 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking voor de meeste vennootschappen. De nieuwe regels geven aanleiding tot een resem nieuwe vraagstukken en de grote flexibiliteit opent ongekende mogelijkheden.

Op basis van een uitgebreid onderzoek van de eerste ervaringen met de nieuwigheden in het WVV lichten de sprekers de praktijk en een aantal heikele vraagstukken toe, zodat u het maximum kan halen uit de talrijke mogelijkheden die het WVV biedt. Dankzij een programma met parallelle sessies zullen zowel deelnemers uit de non-profitsector hun gading vinden als zij die eerder geïnteresseerd zijn in personen- of kapitaalvennootschappen.

Negen sprekers of sprekerduo’s van het Jan Ronse Instituut analyseren in drie parallelle sessies elk één van de onderstaande onderwerpen. Een externe respondent vult aan met de eigen ervaring als advocaat, notaris, fiscalist en/of academicus. Vervolgens gaan spreker(s) en respondent een actieve dialoog aan met het publiek. De zitting wordt ingeleid door aftredend federaal minister van Justitie Koen Geens en afgesloten door Danny Van Assche (gedelegeerd bestuurder UNIZO).

Een exemplaar van het verslagboek is in het inschrijvingsgeld van 195 euro inbegrepen. Inschrijven kan via deze link.

Programma Continue reading “Leuvense vennootschapsdagen – Lessen na één jaar WVV (vrijdag 29 mei 2020)”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Vrijdag 6 maart 2020

Op vrijdag 6 maart 2020 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 27ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

    • Recente ontwikkelingen van juridische databanken, kennisdeling en legal tech, door dhr. Christoph MALLIET, bibliothecaris Faculteit Rechtsgeleerdheid
    • Actuele evoluties mededingingsrecht: invoering van een verbod misbruik van economische afhankelijkheid in het Belgische recht, door prof. Wouter DEVROE
    • Sustainable Finance, door prof. Veerle COLAERT
    • Recente juridische ontwikkelingen in de kunsthandel, door prof. Bert DEMARSIN
    • Vertegenwoordiging in het algemeen en in het WVV, door prof. Joeri VANANROYE

Op de academische zitting ter afsluiting in de Promotiezaal wordt de VRG-Alumniprijs uitgereikt prof. Koen Geens, minister van Justitie.

Inschrijven kan hier.

studiemiddag op 19 maart 2020 aan de KU Leuven over schuldeisersbescherming bij vennootschappen en andere rechtspersonen. 

 

De Hoge Raad over bestuursaansprakelijkheid bij selectieve betalingen bij ondernemingen in moeilijkheden

Een post door gastblogger Prof. Dr. Steef Bartman (Professor of Corporate Group Liability, Universiteit Maastricht)

Bestuurders van ondernemingen in moeilijkheden staan vaak voor lastige betalingsdilemma’s. Betaling van de huur voor bedrijfsruimte maakt dat de maandelijkse aflossing van het bankkrediet erbij inschiet. Bij een omgekeerde behandeling dreigt de verhuurder zijn persoonlijke borgstelling in te roepen. Krijgt de leverancier niet betaald, dan stokt de productie en wordt een reorganisatie lastig uitvoerbaar. De grens tussen goed ondernemerschap en onbehoorlijk bestuur is in de praktijk vliesdun. Biedt het recht de bestuurder een helder richtsnoer? Continue reading “De Hoge Raad over bestuursaansprakelijkheid bij selectieve betalingen bij ondernemingen in moeilijkheden”

De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?

Een post door gastblogger Gert-Jan Boon (Universiteit Leiden)

De pre-pack heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Aan de ene kant wordt de prepack geprezen voor de – ten opzichte van een faillissement – flexibiliteit, de grote mate waarin de schuldenaar controle behoudt op het proces, maar ook meer waardebehoud voor alle belanghebbenden. Aan de andere kant wordt de pre-pack verguisd doordat de belangen van diverse belanghebbenden met de voeten zouden worden getreden. Daarmee is de belangstelling toegenomen voor de vraag of de pre-pack daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. Ondanks de vele, met name, rechtswetenschappelijke publicaties, blijft het antwoord op deze vraag difuus.

Strategic bankruptcy

In de strategische management literatuur wordt het aanvragen van een specifieke insolventieprocedure gezien als ‘strategic bankruptcy’. Daarmee wordt gedoeld op de wijze waarop een insolventieprocedure wordt aangewend om strategische wijzigingen aan te kunnen brengen in bestaande relaties die de schuldernaar onderhoudt met klanten, leveranciers of andere belanghebbenden. Daarmee kunnen structurele verbeteringen worden bereikt ten behoeve van de continuïteit van de onderneming.

Strategic bankruptcy wordt vaak gezien als een ultimum remedium, wanneer de andere opties – in het bijzonder via informele herstructurering – zijn verkeken. Vanuit de literatuur over downward-spirals volgt dat een ongecontroleerde verslechtering van de prestaties van een onderneming de neerwaartse spiraal versterkt. Daarmee komt de levensvatbaarheid verder onder druk te staan en raken (financiële) middelen uitgeput. Een insolventieprocedure kan de weg openen naar een nieuw perspectief voor de onderneming. Dat raakt aan de kern van strategic bankruptcy. Ondernemingen in financieel zwaar weer kunnen door een herstructurering de noodzakelijke aanpassingen doen om levensvatbaar te blijven of weer te worden. Daarom wordt verwacht dat juist een strategic bankruptcy bijdraagt aan waardebehoud en – niet onbelangrijk – dat het ook leidt tot behoud van werkgelegenheid en andere belangrijke (intellectuele) bronnen.

Vanuit de theorie achter strategic bankruptcy hebben de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit samen een empirisch onderzoek gedaan naar de Nederlandse pre-pack en faillissement. Aan de hand van twee reorganisatiescenario’s is geanalyseerd in welke mate de pre-pack of de doorstart in faillissement (going-concern sale) meer effectief is in het behoud van werkgelegenheid na faillissement. Continue reading “De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?”

Save the date: studiemiddag op 19 maart 2020 te Leuven over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen

Op donderdag 19 maart 2020 is er aan de KU Leuven (auditorium Zeger Van Hee) een studienamiddag over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen. Aanleiding voor deze studiemiddag is het verschijnen van de handelseditie van het proefschrift van Dr. Gillis Lindemans over Schuldeiser & Rechtspersoon: actio pauliana en aansprakelijkheid wegens ongeoorloofde benadeling van schuldeisers van vennootschappen en verenigingen bij Intersentia.

Sprekers zijn : Marieke Wyckaert, Sofie Cools, Robbie Tas, Arie Van Hoe, Michiel Poesen, Gillis Lindemans en Joeri Vananroye. Continue reading “Save the date: studiemiddag op 19 maart 2020 te Leuven over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen”

ECLI in het land van Magritte

Een post door gastblogger Christoph Malliet (faculteitsbibliothecaris van de Bibliotheek Rechtsgeleerdheid, KU Leuven)

U hebt wel eens van gehoord van ECLI, de European Case Law Identifier. Een uitvinding die zijn oorsprong in Gidsland Nederland vindt, en waarmee de EU een verwijzingssysteem op touw zet dat een unieke code toekent aan elke rechterlijke uitspraak van alle rechtsprekende instanties van alle landen van de EU.

ECLI:EL:COS:2019:0716A1319

ECLI:PT:TRC:2019:5068.17.8T8LRA.A.C1.60

U hebt misschien niet onmiddellijk begrepen dat het hier gaat over een uitspraak van respectievelijk de Griekse Raad van State en het Hof van Beroep van Coimbra, maar dat komt nog wel. Die Portugese code is ook best lang en ongezellig om lezen, maar voldoet aan de regels zoals de EU ze hier in 2011 heeft vastgelegd. Die nummers zijn tamelijk fantasieloos maar wel uniek. Continue reading “ECLI in het land van Magritte”

Diversiteit in de Nederlandse en Belgische bestuurskamers

Symposium te Amsterdam op 6 februari 2020

Sinds 28 juli 2011 zijn in België quota ingevoerd teneinde te garanderen dat vrouwen zitting hebben in de raad van bestuur van de genoteerde vennootschappen. Beursgenoteerde ondernemingen moeten het aantal bestuursleden van het andere geslacht verplicht uitbreiden tot minstens 1/3. Art. 7:86 van het WVV luidt:

“In genoteerde vennootschappen en de organisaties van openbaar belang bedoeld in artikel 1:12, 2°, is ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur van een ander geslacht dan de overige leden, waarbij het vereiste minimum aantal wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Is de bestuurder een rechtspersoon, dan wordt zijn geslacht bepaald door dat van zijn vaste vertegenwoordiger.
Voldoet de samenstelling van de raad van bestuur om welke reden dan ook niet of niet langer aan de vereisten gesteld in het eerste lid, dan stelt de eerstvolgende algemene vergadering een raad van bestuur samen die wel aan deze vereisten voldoet, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik. Elke andere benoeming is nietig.
Ingeval de raad van bestuur na de algemene vergadering bedoeld in het tweede lid niet is samengesteld overeenkomstig het eerste en het tweede lid, dan wordt elk financieel of ander voordeel dat aan de bestuurders toekomt op grond van hun mandaat vanaf dat ogenblik geschorst, tot op het ogenblik waarop terug ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur van een ander geslacht is dan de overige leden.
De raad van bestuur van vennootschappen waarvan de aandelen voor het eerst worden genoteerd, moet zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid met ingang van de eerste dag van het zesde jaar volgend op de notering.”

België heeft daarmee een hardere regeling dan Nederland. Daar bevat art. 2:166/276 BW een streefcijferbepaling, met een minimumnorm van 30%, maar deze bepaling ontbeert een sanctie. Een groot bedrijf – groot in de zin van art. 2:397 lid 1 BW – dat het minimum van 30% mannen of vrouwen in bestuur of raad van commissarissen niet haalde, moest uitleggen wat er aan schortte. ‘Moest’ en ‘schortte’, want de wettelijke regeling in art. 2:166/276 BW is een zgn. horizonbepaling (sunset clause). Vanaf 1 januari 2020 bestaat zij niet meer. De gedachte in Den Haag was dat aan het eind van 2019 ieder groot bedrijf de norm zou halen. Dat is niet het geval.

Op 3 december 2019 nam de  Nederlands Tweede Kamer daarom een motie aan. In de motie wordt de regering verzocht om de maatregelen uit het SER-advies 19/12 ‘Diversiteit in de top’ van september 2019 integraal over te nemen. De SER noemt een aantal maatregelen die genomen moet worden om het aandeel vrouwen in de top van het bedrijfsleven te vergroten. De meest bekende is het verplichte quotum: de raad van commissarissen van een beursgenoteerde vennootschap zou voor (minimaal) 30% uit vrouwen moeten bestaan.

Het einde van de streefcijferbepaling is ook de aanleiding voor de verschijning van een boek. Het boek wordt gepresenteerd tijdens een symposium van het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht (Radboud Universiteit) op donderdag 6 februari 2020 ten kantore van Loyens & Loeff  te Amsterdam. De redactie is in handen van Claartje Bulten, Mijke Sinninghe Damsté, Charlotte Perquin-Deelen en Koen Bakker.

Deelname aan het seminar is kosteloos. Continue reading “Diversiteit in de Nederlandse en Belgische bestuurskamers”