Indien een geconflicteerde bestuurder meestemt leidt dit tot nietigheid van het bestuursbesluit, zelfs bij afwezigheid van bewijs dat dit het besluit heeft kunnen beïnvloeden? (video disputatio)

Opname disputatio Tom Vos en Stijn De Dier – 1 juni 2023

Het WVV geeft een bijzondere nietigheidsgrond in geval van schending van de regels voor belangenconflicten bij bestuurders. De rechtspersoon kan de nietigheid vorderen van besluiten of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de toepasselijke belangenconflictregels, indien de wederpartij bij die besluiten of verrichtingen van die overtreding op de hoogte was of had moeten zijn.

Al sinds de invoering van die nietigheidssanctie speelt de vraag of de nietigheidssanctie geldt bij elke schending van de belangenconflictregeling. Een eerste strekking verdedigt dat enkel “wezenlijke” schendingen, die de besluitvorming of de verrichting kunnen beïnvloeden, tot nietigheid zouden mogen leiden. Een tweede strekking ziet de nietigheid verschijnen bij elke schending van de betrokken regels. Het WVV heeft deze discussie niet beslecht.

Op 1 juni 2023 disputeerden Tom Vos (UAntwerpen, Linklaters) en Stijn De Dier (UAntwerpen, Quinz) over dit vraagstuk. De opname kan u hier herbekijken. Zie voor meer achtergrondinformatie verder hier.

Immuniteit van uitvoeringsagenten in het Wetsvoorstel nieuw Boek 6 BW: een beknopt pleidooi tegen de voorgenomen afschaffing

Wetsvoorstel Buitencontractuele Aansprakelijkheid (DOC 55 3213)

1. De aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten betreft de vraag in welke mate een hoofdschuldeiser (bv. koper, bouwheer) een buitencontractuele vordering heeft indien een uitvoeringsagent (bv. leverancier, onderaannemer) van zijn hoofdschuldenaar (bv. verkoper, aannemer) door een onrechtmatige daad schade veroorzaakt aan deze hoofdschuldeiser. Uitvoeringsagenten kunnen natuurlijke personen zijn (bv. werknemers, bestuurders) of rechtspersonen (bv. bank die een betaling uitvoert, koeriersbedrijf).

Naar huidig recht heeft de uitvoeringsagent een verregaande immuniteit ten aanzien van de contractuele schuldeiser van zijn opdrachtgever. In het Wetsvoorstel houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het Burgerlijk Wetboek vervalt deze immuniteit, al blijkt dit eerder impliciet.

Continue reading “Immuniteit van uitvoeringsagenten in het Wetsvoorstel nieuw Boek 6 BW: een beknopt pleidooi tegen de voorgenomen afschaffing”

Collectieve en individuele actiemogelijkheden bij insolventieprocedures: studiemiddag op 12 december 2023 (Leuven en online)

Sinds het Unac-arrest van het Hof van Cassatie van 12 februari 1981 is het onderscheid tussen collectieve en individuele schade een even belangrijk als verraderlijk thema in het Belgische insolventierecht. Het is slechts één symptoom van hoe in bankruptcy governance keuzes gemaakt moeten worden tussen individuele en collectieve actiemogelijkheden.

Tijdens een studiemiddag op 12 december 2023 leiden enkele specialisten u door dit geducht moeras. Het bestaande juridische kader wordt uiteengezet en bevraagd aan de hand van enkele voor de vennootschaps- en insolventiepraktijk belangrijke thema’s zoals bestuursaansprakelijkheid, strafrechtelijke aansprakelijkheid, beslag en vereffening.

Rode draad doorheen deze presentaties is het proefschrift Collectieve en Individuele Schade (Intersentia, 2023) van dr. Roel Verheyden. Dit boek is opgebouwd rond de vraag hoe de afdwinging van aansprakelijkheid na het faillissement van een vennootschap eruit moet zien om het onderliggende agency-conflict tussen schuldeisers en curator te verzachten, zonder de voordelen van een collectieve insolventieprocedure op te geven.

Programma

13u30  |  Onthaal

14u00  |  Verwelkoming door de voorzitter  |  Dhr. Jellen Rasquin (rechter in de Ondernemingsrechtbank te Leuven, medewerker Instituut voor Handels- en Insolventierecht)


14u10  |  Tussen ‘wedijveren’ en ‘samenlopen’: collectieve en individuele schade als illustratie  |  Prof. dr. Joeri Vananroye (hoogleraar KU Leuven, advocaat)


14u30  | Collectieve en individuele actiemogelijkheden voor schuldeisers en aandeelhouders in de vereffening  |  Dr. Jasper Van Eetvelde (advocaat, vrijwillig wetenschappelijk medewerker Jan Ronse Instituut)



14u50
  |  Collectieve schade en een stilzittende curator: schuldeisers in de kou?|  Dr. Frederik De Leo (advocaat, Hasselt en KU Leuven)


15u10  |  Vragen en debat


15u30  |  koffiepauze


16u00  |  Individuele executierechten van schuldeisers geconfronteerd met collectieve insolventieprocedures  |  Mr. Rubben Lindemans (advocaat, vrijwillig wetenschappelijk medewerker Instituut voor Handels- en Insolventierecht)


16u20  |  Collectieve en individuele schade in een penale context: (n)iets nieuws onder de zon?|  Dr. Roel Verheyden (advocaat, vrijwillig wetenschappelijk medewerker Instituut voor Handels- en Insolventierecht)


16u40  |  Over wortels aan stokken: de efficiëntie van collectieve schadeafhandeling  |  Prof. dr. Marieke Wyckaert (hoogleraar KU Leuven)


17u00  |  Vragen en debat

17u30  |  Einde

Schrijf hier in.

Aangevraagde erkenningen bij OVB, IGO, IBJ.

De inschrijvingsprijs van EUR 240 omvat het boek Collectieve en Individuele Schade, dat op de studiemiddag zelf wordt overhandigd (winkelprijs EUR 175). De documentatie wordt digitaal ter beschikking gesteld aan deelnemers. Inschrijvingsprijs zonder boek: EUR 190.

Due diligence van genoteerde vennootschappen en verbonden partijen

Is de procedure van artikel 7:97 WVV van toepassing?

Dat de procedure voor transacties met verbonden partijen (artikel 7:97 WVV) leidt tot veel vragen bij de toepassing ervan is al lang geweten. Het toepassingsgebied is vaak onduidelijk en de gevolgen van de toepassing zijn verreikend: een advies van een comité van onafhankelijke bestuurders, een stemverbod voor “betrokken bestuurders”, tussenkomst van de commissaris, en de onmiddellijke openbare aankondiging van de beslissing of verrichting.

Een vraag die vaak terug komt in de praktijk is de volgende: moet de procedure worden toegepast als een due diligence wordt toegestaan aan een referentieaandeelhouder om een openbaar overnamebod te lanceren of aan derde partijen die de participatie van een referentieaandeelhouder willen overnemen? De vraag is belangrijk, omdat de openbare aankondiging van de transactie vaak onwenselijk zal zijn, aangezien het gaat om een nog onzekere transactie, waarvan het tot stand komen afhankelijk is van de uitkomst van de due diligence. De publicatieverplichting in de procedure voor transacties met verbonden partijen zou de transactie dan kunnen fnuiken.

Ik zie twee mogelijke oplossingen, op basis waarvan genoteerde vennootschappen de openbare aankondiging van de beslissing tot due diligence die verband houdt met een verbonden partij kunnen vermijden of uitstellen: ten eerste, de uitzondering voor beslissingen waarvan de waarde minder dan 1 % van het geconsolideerde nettoactief bedraagt; en ten tweede, de (betwiste) mogelijkheid om de publieke bekendmaking uit te stellen. Ik bespreek deze oplossingen ook in een recente bijdrage over de verschillende belangenconflictprocedures voor het boek Tendensen Vennootschapsrecht 2023, en vat ze hieronder samen. 

Continue reading “Due diligence van genoteerde vennootschappen en verbonden partijen”

Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures

Een post door gastblogger dr. Erik de Kloe (Erasmus Universiteit Rotterdam)

Zeggenschap van schuldeisers in insolventieprocedures is een belangrijk thema. In de Legislative Guide on Insolvecy Law van UNCITRAL staat dat schuldeisers mogelijk vertrouwen verliezen in insolventieprocedures als zij niet worden betrokken bij belangrijke beslissingen.[1] Het belang van schuldeisersparticiaptie volgt ook uit de Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes van de World Bank: ‘The role, rights and governance of creditors in proceedings should be clearly defined. Creditor interests should be safeguarded by appropriate means that enable creditors to effectively monitor and participate in insolvency proceedings to ensure fairness and integrity (…).’[2] Het proefschrift met de titel ‘Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures’ diept dit thema op systematische wijze uit voor het Nederlandse recht.

Continue reading “Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures”

De positie van de kapitaalhouder bij herstructurering en de afstemming van de bepalingen van boek XX WER over de herstructureringen op het WVV

Toelichtende nota BCV

De wisselwerking tussen het nieuwe herstructureringskader in Boek XX WER en het vennootschapsrecht leidt tot vragen in de praktijk. Daarom heeft een aantal specialisten in het vennootschaps- en/of insolventierecht het idee opgevat om in de schoot van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht een toelichtende nota op te stellen die de praktijk richting kan geven bij de eerste toepassingen van de nieuwe herstructureringswetgeving.

Daarbij worden de volgende thema’s behandeld:

  • Over de term en het begrip ‘kapitaalhouder’
  • Over de rechten van de algemene vergadering bij reorganisatie
  • De kapitaalhouders in het herstructureringsplan en de stemming

Continue reading “De positie van de kapitaalhouder bij herstructurering en de afstemming van de bepalingen van boek XX WER over de herstructureringen op het WVV”

Insolventiecijfers zeggen meer dan woorden

Een post door gastblogger mr. Vincent Verlaeckt

1.

Met genoegen heb ik (hier) de bijdrage van drs. Gauthier Vandenbossche gelezen, waarin kritische opmerkingen worden geformuleerd bij de wet van 7 juni 2023 en de daaruit volgende wijzigingen inzake de gerechtelijke ontbinding met onmiddellijke sluiting van lege dozen. De auteur legt terecht het verband met de beoogde besparing op de zogenaamde prodeo-vergoedingen van curatoren (quick wins), waarbij the bigger picture uit het oog wordt verloren. Handhaving in het handelsverkeer kost nu eenmaal geld. Aan een verkeersagent vraagt men ook niet hoeveel hij “al heeft opgebracht” met het regelen van het verkeer.

Continue reading “Insolventiecijfers zeggen meer dan woorden”

Weg van de faillissementsprocedure: gerechtelijke ontbinding van lege dozen in faillissementstoestand

Een post door gastblogger Gauthier Vandenbossche (UGent)

‘Bezint eer ge ontbindt

Enkele eerste overwegingen omtrent de nieuwe gerechtelijke ontbindingsgrond ingevoerd door de wet van 7 juni 2023

Met de wet tot omzetting van de Insolventierichtlijn[1] wenst de wetgever de gerechtelijke ontbinding van lege dozen die aan de faillissementsvoorwaarden voldoen te bevorderen, veeleer dan deze entiteiten aan de regels van een complexe faillissementsprocedure – met de aanstelling van een curator – te onderwerpen. De vaststelling van de staking van betaling en het geschokt krediet brengt daardoor nieuwe gerechtelijke gevolgen met zich mee: het faillissement is geen must meer. De concrete uitwerking van deze ontbindingsprocedure leidt echter tot een aantal vraagstukken, onder meer wat de verzoekers, toepassingsvoorwaarden en gevolgen van de nieuwe ontbindingsgrond betreft.

In deze blogpost wordt een eerste analyse van de gerechtelijke ontbinding in faillissementstoestand gemaakt. Na een korte schets van de huidige en toekomstige verhouding tussen het faillissement en de ontbinding, wordt ingegaan op de ratio legis van de nieuwe bepalingen. Nadien worden enkele opvallendheden in het nieuwe wettelijke kader kritisch besproken.

Continue reading “Weg van de faillissementsprocedure: gerechtelijke ontbinding van lege dozen in faillissementstoestand”

Duurzaamheidsrapportering – EU Sustainability Reporting Standards (ESRS)

Om over duurzaamheid te rapporteren zijn (precieze) standaarden nodig. De Europese Commissie heeft vandaag de eerste set standaarden (EU Sustainability Reporting Standards – ESRS) aangenomen, in navolging van het voorbereidende werk van EFRAG. Deze standaarden kaderen in de CSRD.

Ondernemingen en adviseurs weten wat te doen tijdens deze (voorlopig nog) typisch Belgische zomer: meer dan 240 pagina’s standaarden, gekoppeld aan 34 pagina’s afkortingen en definities. De vandaag gepubliceerde standaarden hebben betrekking op volgende onderwerpen.

ESRS 1 General requirements
ESRS 2 General disclosures
ESRS E1 Climate change
ESRS E2 Pollution
ESRS E3 Water and marine resources
ESRS E4 Biodiversity and ecosystems
ESRS E5 Resource use and circular economy
ESRS S1 Own workforce
ESRS S2 Workers in the value chain
ESRS S3 Affected communities
ESRS S4 Consumers and end-users
ESRS G1 Business conduct

De standaarden kunnen hier worden geconsulteerd. De Europese Commissie heeft ook een goede Q&A gepubliceerd, die bijkomende duiding geeft.

De muis mag spreken – Walt Disney en business judgment

Het is een understatement dat de culture wars in de Verenigde Staten hevig en nijdig zijn. Onvermijdelijk worden ondernemingen in deze strijd betrokken en zo voor moeilijke dilemma’s geplaatst. Florida, niet toevallig de thuisstaat van presidentskandidaat Ron DeSantis, is één van de strijdplaatsen. Voor The Walt Disney Company (hierna “Walt Disney”) is Florida een zeer belangrijke staat en vice versa. Vincent Sagaert beschreef de bijzondere wederzijdse verhouding recent als volgt (“Walt Disney in het goederenrecht”, RW 2022-23, 1642 – https://rw.be/artikels/13653?redirect=1&tab=articles&page=1)

De uitgangspunten voor een conflict dat de Amerikaanse media de laatste weken beroert, zijn in dat opzicht opmerkelijk: Walt Disney is eigenaar van een gebied in Florida dat samen met 23 andere percelen de «Reedy Creek Improvement County» vormt. Walt Disney beheert de facto (via zijn meerderheidsaandeel) het gebied, dat tweemaal zo groot is als het grondgebied van Brussel met inbegrip van de deelgemeenten. Het is een «county» op zichzelf, waarin de privaatrechtelijke vennootschap Walt Disney in werkelijkheid volstrekte soevereiniteit bezit. Die soevereiniteit kan men letterlijk nemen: Walt Disney bepaalt sinds een wet van 1967 zelf de stedenbouwkundige regels binnen dat grondgebied en hoeft geen onroerende belastingen te betalen op het vastgoed dat binnen dat grondgebied is gelegen en heeft hierbinnen zelfs bepaalde politiebevoegdheden. Bij wijze van weeromstuit staan de percelen in dat gebied zelf in voor energievoorzieningen, water, enz. De begroting van deze privaatrechtelijke county bedraagt meer dan 100 miljoen dollar en ze heeft voor meer dan 1 miljard dollar aan uitstaande leningen. Om maar aan te geven: het is een (privaatrechtelijke) staat binnen de (publiekrechtelijke) staat.

Tussen DeSantis en Walt Disney botert het niet zo goed meer. Reden is de publieke stellingname van Walt Disney, middels haar raad van bestuur, tegen “Florida House Bill 1557” ofte de “Don’t Say Gay” law. Deze publieke stellingname kwam er (slechts) na hevig protest van de werknemers van Walt Disney tegen de initieel meer passieve houding van hun werkgever.

Walt Disney is een vennootschap naar het recht van Delaware, zoals vele Amerikaanse beursgenoteerde vennootschappen. Een aandeelhouder van Walt Disney – daartoe aangespoord door anderen – was het niet eens met de stellingname door de raad van bestuur en oordeelde dat deze nadelig was voor het bedrijf in het algemeen en onrechtstreeks voor de aandeelhouders. Om die reden leidde hij een procedure in om toegang te krijgen tot allerlei (voorbereidende) documentatie, een zgn. “books and records action“. Dit verzoek werd afgewezen. De uitspraak bevat interessante elementen over de beleidsvrijheid van een raad van bestuur.

Daarover schrijft Vice Chancellor Will het volgende

Although choosing to speak (or not speak) on public policy issues is an ordinary business decision, this case exemplifies the challenges a corporation faces when addressing divisive topics—particularly ones external to its business. Individual investors have diverse interests—beyond their shared goal of corporate profitability—and viewpoints that may not align with the company’s position on political, religious, or social matters. Yet stockholders invest with the understanding that the board is empowered to direct the corporation’s affairs

en even verder

A board may conclude in the exercise of its business judgment that addressing interests of corporate stakeholders—such as the workforce that drives a company’s profits—is “rationally related” to building long-term value.

Of het aangewezen is voor een vennootschap zich uit te spreken over maatschappelijk controversiële vragen, moet beoordeeld worden door de raad van bestuur. Wanneer deze weloverwogen oordeelt dat zulks bijdraagt tot duurzame (lange termijn) waardecreatie, bv. omdat dit de relatie met de eigen werknemers verbetert, kan (en zal) deze beoordeling vervolgens niet door een rechtbank in vraag worden gesteld.

De uitkomst van deze zaak doet denken aan de voorlopige (want hoger beroep) uitkomst van de Engelse Shell-zaak (niet de Nederlandse Shell-zaak, waar de rechtbank in eerste aanleg wel veel dwingender heeft ingegrepen). Eerder deze week herbevestigde The High Court nog dat “it is for directors themselves to determine (acting in good faith) how best to promote the success of a company for the benefit of its members as a whole“.

In de snel evoluerende (ESG-)wereld van vandaag is elke rechterlijke uitspraak een tussenpunt op weg naar een vooralsnog onbekende bestemming. Bovenstaande uitspraken hebben m.i. de verdienste dat ze de bal resoluut leggen in het kamp van de bestuurders, en een duidelijke grens trekken tussen het beleid van de vennootschap en het beleid van de rechter.

Adviescomité inzake Vennootschappen en Verenigingen (CASAVV)

Recent werd het Adviescomité inzake Vennootschappen en Verenigingen (CASAVV) opgericht. De sectie “Over ons” op de website van het Adviescomité leest als volgt:

Het Adviescomité inzake Vennootschappen en Verenigingen (CASAVV) is een samenwerking tussen Fednot en het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht (BCV) die, via haar adviezen, er naar streeft te komen tot een uniforme interpretatie van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Het Adviescomité is samengesteld uit leden van het Belgisch centrum voor vennootschapsrecht en notarissen afgevaardigd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Het Adviescomité verwezenlijkt zijn doel door adviezen uit te brengen en interpretaties voor te stellen omtrent vennootschapsrechtelijke thema’s waaromtrent rechtsonzekerheid bestaat.

Het adviescomité is samengesteld uit professoren vennootschapsrecht en notarissen met bijzondere expertise in het vennootschapsrecht. Nog volgens dezelfde website kan het Adviescomité verzocht worden “advies uit te brengen over een algemeen vennootschapsrechtelijk interpretatievraagstuk waaromtrent rechtsonzekerheid bestaat.”

U kan het Adviescomité inzake Vennootschappen en Verenigingen (CASAVV) verzoeken om een advies uit te brengen over een algemeen vennootschapsrechtelijk interpretatievraagstuk waaromtrent rechtsonzekerheid bestaat. Merk op dat CASAVV zich geenszins ertoe verbindt een antwoord te bieden binnen enige termijn en zich het recht voorbehoudt om geen gevolg te geven aan verzoeken die het niet beschouwt als juridische vragen van algemene aard met een algemeen belang of indien blijkt dat de juridische vraag het voorwerp uitmaakt van een procedure voor een rechtbank of arbitraal college.

De adviezen van CASAVV hebben geen bindende kracht en vervangen geenszins juridisch advies in een individuele zaak. De adviezen worden gratis informatief ter beschikking gesteld van het publiek en hebben de waarde van een standpunt in de rechtsleer. Zij verbinden noch de aansprakelijkheid van Fednot of het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht, noch die van de leden van CASAVV. Zodoende kunnen geen vorderingsrechten te hunner opzichte worden verleend bij navolging van de standpunten die in de adviezen zijn uitgebracht.

Recent werden reeds twee adviezen uitgebracht (dossier nr. 2023/001 en dossier nr. 2023/002), die beide verband houden met aspecten van overgangsrecht. Wat hierbij positief opvalt is de duidelijke structuur (vraagstelling – toepasselijke wetsbepalingen – relevante rechtsleer – kader van de problematiek (de eigenlijke analyse) – conclusie).

Wie veel met vennootschapsrecht bezig is, doet er goed aan de adviezen van het CASAVV in de gaten te houden. Wie met een interpretatievraagstuk wordt geconfronteerd waarop ChatGPT het antwoord schuldig blijft, weet ook wat te doen.

De bestuursaansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout: een bijzondere protagonist in het verhaal van collectieve en individuele schade

Analyse naar aanleiding van een nakende 45ste verjaardag

Deze blogpost is gebaseerd op het boek Collectieve en individuele schade, recent gepubliceerd bij Intersentia en dat hier besteld kan worden.

Anticrisiswetgever biedt curator meer slagkracht voor herstel van collectieve schade

Halfweg de jaren 1970 begon de kritiek op de uitbreiding van het faillissement van een volkomen rechtspersoon naar de achterman die haar had mismeesterd, aan te zwellen. Deze passe partout-sanctie, waarvan curatoren gretig gebruik maakten, moest een uitzonderlijke sanctie worden die een antwoord bood op situaties die zich (althans toen) al bij al zelden voordeden.

De wetgever gaf via de Anticrisiswet van 4 augustus 1978 gehoor aan die verzuchting via de vordering tot aanzuivering van het boedeltekort bij een kennelijk grove bestuursfout die heeft bijgedragen tot het faillissment van een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid, onder nostalgici beter bekend als artikel 63ter Venn.W.

Deze bestuursaansprakelijkheid was bijzonder, in die zin dat er als het ware een aansprakelijkheid werd gecreëerd tegenover de gezamenlijke schuldeisers (de failliete boedel), terwijl de bestuursaansprakelijkheid voordien nogal binair werd gepercipieerd: aansprakelijkheid jegens de (failliete) vennootschap of jegens een (groep van) individuele schuldeiser(s).

Continue reading “De bestuursaansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout: een bijzondere protagonist in het verhaal van collectieve en individuele schade”

The missing role of controlling shareholders in the short-termism debate

On 30 May 2023, the University of Antwerp, Harvard Law School and the European Corporate Governance Institute (ECGI) organized a conference on “short-termism in European corporate governance”. The ECGI Blog has just dedicated a special issue to the conference, with several blogposts from speakers at the conference:

In addition, the recordings of the presentations have been made available on the ECGI website.

In the blogpost below, I summarize the argument that I made at the conference, based on a recent working paper, that controlling shareholders have an important but underappreciated impact on corporate short-termism.

Continue reading “The missing role of controlling shareholders in the short-termism debate”

Handboek geschillenregeling in vennootschappen

Recent werd het Handboek geschillenregeling in vennootschappen gepubliceerd. Auteurs zijn prof. dr. Bernard Tilleman en drs. Willem Van de Putte. Het boek, door de auteurs omschreven als een “praktijkhandboek”, steunt op een zeer omvattende analyse van de rechtspraktijk. Bijna duizend ongepubliceerde uitspraken van alle Nederlandstalige ondernemingsrechtbanken en hoven van beroep in Vlaanderen en Brussel (periode 2016 tot en met 2022) werden verzameld. Dit monnikenwerk maakt dat ongeveer elke stelling wordt geïllustreerd door pertinente rechtspraak, wat een absolute meerwaarde betekent voor de rechtspraktijk.

De kern van het boek heeft betrekking op de procedures inzake uitsluiting en uittreding. Deze procedures worden echter in een ruimer vennootschapsrechtelijk en procedureel kader gesitueerd.

Het hoofdstuk inzake de modaliteiten en gevolgen van de gedwongen overdracht/overname is bijzonder waardevol. Het biedt economisch inzicht in de verschillende waarderingsmethodes van ondernemingen en aandelenpaketten, en steunt daarvoor op samenwerking met economisten.

Het Handboek geschillenregeling in vennootschappen slaat de brug tussen law in books en law in action. Voor de praktijk is dit praktijkhandboek nu reeds onmisbaar.

Publicatie wet houdende omzetting Herstructureringsrichtlijn

De Wet van 7 juni 2023 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn(EU) 2017/1132 en houdende diverse bepalingen inzake insolvabiliteit – een hele mond vol – werd vandaag gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Deze wet treedt in werking op 1 september 2023 en de bepalingen van deze wet zijn toepasselijk op insolventieprocedures geopend vanaf die dag.

De belangrijkste features van het nieuwe insolventierecht worden besproken tijdens volgende seminars (er zijn ook andere seminars/webinars, maar in het leven is men soms partijdig, nietwaar):