‘De hernieuwde remuneratieregeling van curatoren creëert geen oplossing voor de lege boedelproblematiek’

Frederik De Leo, Roel Verheyden en Dennis Cardinaels in De Juristenkrant

In het recentste nummer van De Juristenkrant verscheen een bijdrage over de hernieuwde remuneratieregeling van curatoren, geschreven door Frederik De Leo (KU Leuven/UHasselt), Roel Verheyden (KU Leuven) en Dennis Cardinaels (University of Leeds, UK). Een eerste commentaar bij het KB van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen kon u reeds hier lezen.

In deze bijdrage betreuren de auteurs dat het KB geen oplossing formuleert voor de zogenaamde lege boedelproblematiek. Zo schrijven zij het volgende:

Het nieuwe KB wijzigt niets aan het boedelfinancieringsmodel: het gerealiseerd actief blijft de berekeningsbasis voor het ereloon. Nochtans hebben wij in een eerdere bijdrage betoogd dat het model van boedelfinanciering nefast is voor boedels die enkel over illiquide activa beschikken zoals een bestuursaansprakelijkheidsvordering. Het risico van een niet-succesvolle aansprakelijkheidsvordering ligt immers volledig bij de curator: als de curator bot vangt bij de rechtbank verhoogt het gerealiseerd actief niet (maar vermindert het juist).

Dat brengt met zich mee dat de curator bij het instellen van een aansprakelijkheidsvordering vooraf niet weet of hij vergoed zal worden voor de geleverde inspanningen en of die vergoeding desgevallend adequaat zal zijn (door bijvoorbeeld een verhoging van de correctiecoëfficiënt – zie in dat verband het verslag aan de Koning: ‘Het is evenwel niet de bedoeling een heksenjacht op bestuurders te organiseren. Om die reden wordt er slechts gebruik gemaakt van de correctiecoëfficiënt wanneer de rechtbank het eens is met het oordeel van de curator’).

Dat in tegenstelling tot de verkoop van liquide activa zoals een onroerend goed dat een zeker en riant ereloon kan opleveren. Bovendien is de kans reëel dat bestuurders die echt vrezen voor bestuurdersaansprakelijkheid de vennootschap als een lege doos achterlaten voor die (op bekentenis) failliet wordt verklaard. De curator staat dan voor een dilemma: (i) een summiere afsluiting van het faillissement met een zeker ereloon van 1.000 euro (exclusief btw) (artikel 9 KB) of (ii) het instellen van een aansprakelijkheidsvordering met een onzeker ereloon (waarbij de curator het risico van een niet-succesvolle vordering draagt).

De auteurs besluiten dan ook dat het effect van de hernieuwde remuneratieregeling op de prikkels in hoofde van de curator niet bijzonder groot is. Zo draagt de curator nog steeds het risico van een niet-succesvolle aansprakelijkheidsvordering en werd nagelaten te voorzien in alternatieve financieringstechnieken in de (vaak voorkomende) hypothese dat de boedel weinig tot geen activa bevat.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s