Insolventierecht en mededingingsrecht: niet in isolatie

Ter gelegenheid van het huldeboek opgedragen aan prof. dr. Anne-Marie Van den Bossche, schreven Wim De Meester, Melissa Vanmeenen en ik een bijdrage over de raakvlakken tussen insolventie en mededinging (S. De Dier, W. De Meester en M. Vanmeenen, “Insolventierecht en mededingingsrecht : living apart, belonging together?”, in J. Blockx en G. Straetmans (eds.), Eerlijke en vrije mededinging: wijsheid is maat, Antwerpen, Intersentia, 2021, 113 e.v.). Het werd de neerslag van een vooral verkennende gedachtewisseling over de wijzen waarop beide rechtstakken elkaar beïnvloeden, inspireren en mogelijk versterken.

Op het eerste gezicht zijn ze elkaars tegenpolen. Mededingingsrecht legt de lat voor ondernemingen hoog in de zoektocht naar een optimale marktwerking. Insolventierecht focust op de financieel zwakke onderneming, ter bescherming van de schuldeisers én de (waarde van de) onderneming-schuldenaar.

Nochtans zijn ze noodzakelijke partners. Beide rechtsdomeinen beogen een optimale marktwerking door de bewegingsvrijheid van ondernemingen te beperken: het mededingingsrecht grijpt in in de relatie met andere ondernemingen, het insolventierecht in de relatie tussen de onderneming en haar vermogen.

Ik schreef die – onze – boodschap verder uit in het recentste editoriaal in TRV-RPS. U vindt dat editoriaal hier.

Net omdat het insolventierecht zelf ook grenzen stelt, is het belangrijk dat die grenzen niet te snel vervagen. In dat verband past een bedenking bij de tendens in de richting van buitengerechtelijke saneringsoplossingen. Op zich is het zeker niet verkeerd dat de wetgever blijft nadenken over hoe insolventieprocedures moderner en flexibeler kunnen worden gemaakt. De geleidelijke heroriëntering van het insolventierecht naar een flexibel saneringsinstrument gaat echter onvermijdelijk gepaard met een groter risico op opportunistisch gedrag. Dat is nog meer zo indien informele of buitengerechtelijke procedures worden uitgedokterd (bv. de Wet van 21 maart 2021 tot wijziging van Boek XX WER). Het is dan cruciaal dat de wetgever ook in maatregelen voorziet die een overdreven opportunisme afschrikken en aanpakken.


De continuïteitsbewakingsplicht van vennootschapsbestuurders

Een post door gastblogger Louis De Meulemeester (UGent)

De spectaculaire ineenstorting van cryptobeurs FTX domineert de laatste weken het cryptonieuws. Het handelsplatform waarop beleggers onder meer hun cryptomunten bewaarden, kampte met een ernstig liquiditeitstekort. Na een “bank run” die ontstond na enkele ophefmakende onthullingen over de precaire financiële toestand van FTX, werd uiteindelijk het faillissement aangevraagd (chapter 11-procedure). De ontstane ravage voor de potentieel meer dan een miljoen schuldeisers is enorm.

De FTX-saga doet op vele vlakken vragen rijzen, in het bijzonder naar de regulering van de cryptomarkt en de daarop actieve handelsplatformen. Naast vermoedens van frauduleuze verrichtingen, lijkt het faillissement echter een klassiek verhaal van ernstige tekortkomingen in de bedrijfsorganisatie en –processen die het faillissement minstens in de hand hebben gewerkt. Zo schrijft de nieuw aangestelde CEO van FTX, een ervaren financiële puinruimer (oa. van Enron), in niet mis te verstane bewoordingen het volgende: “Never in my career have I seen such a complete failure of corporate controls and such a complete absence of trustworthy financial information as occurred here.”[1]

Naar aanleiding hiervan zal ik in deze blogpost kort stilstaan bij de concrete organisatorische verplichtingen die naar Belgisch recht rusten op vennootschapsbestuurders, in het bijzonder inzake de bewaking van de continuïteit van de vennootschap.

Continue reading “De continuïteitsbewakingsplicht van vennootschapsbestuurders”

Wat blijft er nog over van de coöperatie onder het WVV?

Een post door gastblogger Lieve Jacobs (Cera, dienstverlening coöperatief ondernemen)

CVBA’s vormen zich amper om naar de bepalingen van het WVV

Behoorlijk recent, sinds mei 2019, hebben we in België een rechtsvorm die exclusief is voorbehouden voor coöperatieve ondernemingen. Het is aan deze ondernemingen, de coöperaties, vandaag allicht actief onder de rechtsvorm CVBA, om zich voor 31 december 2023 om te vormen naar de CV. Doen ze dit niet, dan krijgen ze op 1 januari 2024 van rechtswege de rechtsvorm BV.

Volgens de Belgian Cooperative Monitor zijn er nog zo’n 11.000 CVBA’s en bijna 4.000 CVOA’s. Hiervan hebben er zich (tot 31 mei 2022) amper tien procent omgevormd naar een rechtsvorm uit het WVV.

De helft van deze omgevormde CVOA’s en bijna 80% van de omgevormde CVBA’s kiest voor de rechtsvorm van de BV. Dit was ook de bedoeling van de wetgever: de BV wordt de standaard rechtsvorm en de CV wordt voorbehouden voor coöperaties.

10% van de omgevormde CVBA’s kiest voor de CV en de overblijvende 10% kiest voor andere rechtsvormen: NV, CommV, VOF en VZW.

Continue readingWat blijft er nog over van de coöperatie onder het WVV?

SAVE THE DATE – Studieavond UA – Europees insolventierecht: opportuniteiten en uitdagingen

Naar goede gewoonte organiseren de masterstudenten van de grondige studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studieavond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen.

Het thema van de (reeds) vijftiende editie van deze studieavond is opnieuw bijzonder actueel: “Europees insolventierecht: opportuniteiten en uitdagingen“.

De studieavond gaat door op woensdag 21 december 2022 om 19u (tot ong. 20u30), en dit in lokaal R001 (Stadscampus Antwerpen). Deelname is gratis en iedereen is welkom. Meer informatie volgt.

Het Grondwettelijk Hof en de bijzondere aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout bij faillissement

Grondwettelijk Hof: arrest nr. 152/2022 van 17 november 2022

De aansprakelijkheidsgrond voor de kennelijke grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement bevond zich vroeger in het vennootschapsrecht voor de BVBA, CVBA en NV (art. 265, 409 en 530 W.Venn.) en thans in het insolventierecht voor alle rechtspersonen en vennootschappen (art. XX.225 WER – zie hier over de IPR-motivatie voor deze verplaatsing – zie hier een cassatie-arrest over de bewijslast bij de uitzondering).

Onder het WER geldt er een uitzondering op deze aansprakelijkheidsgrond voor alle ‘kleine ondernemingen’ (zoals gedefinieerd in art. XX.225 § 2 WER). Dit is een herneming van de uitzondering die gold in art. 265 en 409 W.Venn. voor de BVBA en de CVBA. Voor de NV was onder het regime van het W.Venn., anders dan vandaag, géén carve-out voor ‘kleine NV’s’. Het oude recht blijft relevant voor de beoordeling van gedragingen die gebeurden vóór Boek XX WER op 1 mei 2018 van toepassing werd.

In een arrest van vorige week 17 november 2022 diende het Grondwettelijk Hof zich uit te spreken over de vraag of oud art. 530 W.Venn. het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schendt in zoverre het niet voorziet in een uitsluiting van aansprakelijkheid voor de bestuurders van gefailleerde ‘kleine’ NV’s, terwijl die uitsluiting wel ten goede komt aan de zaakvoerders of bestuurders van gefailleerde kleine BVBA’s en CVBA’s.

Continue reading “Het Grondwettelijk Hof en de bijzondere aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout bij faillissement”

Bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van ESG

Afgelopen vrijdag werd de derde editie van het boek Bestuur van vennootschappen (B. Tilleman en K. Dewaele m.m.v. Nicolas Van Damme) voorgesteld op een studienamiddag te Leuven. Meer dan ooit is dit hét standaardwerk over alles wat met het bestuursmandaat te maken heeft.

Zelf mocht ik 10 minuten spreken over bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van ESG. Mijn slides zijn hier consulteerbaar.

De ideeën vervat in deze presentatie zullen worden uitgewerkt in een bijdrage die (als de peer review succesvol wordt doorstaan) zal worden gepubliceerd in het TRV/RPS.

Algemeen kan gesteld worden dat het aansprakelijkheidsrecht, samen met andere privaatrechtelijke rechtsfiguren, een belangrijke aanvulling is én blijft op de steeds gedetailleerdere regels waarmee ondernemingen en bestuurders rekening moeten houden.

Het foutconcept, begrepen in de zin van een schending van de algemene zorgvuldheidsnorm, bevat hierbij een zeer vruchtbare bodem om allerlei maatschappelijke opvattingen over duurzaamheid juridisch relevant te maken.

Er zijn echter ook hindernissen. Deze situeren zich essentieel op het niveau van de schade en het causaal verband. Toekomstige en onzekere schade, waarbij de band tussen schade en het schadeverwekkend feit onzeker/moeilijk bepaalbaar/speculatief is, komt in principe niet voor vergoeding in aanmerking. Maar de invulling van rechtsbegrippen kan evolueren en het zou niet de eerste keer zijn dat het aansprakelijkheidsrecht door de rechtspraak in nieuwe richtingen wordt geduwd (bv. aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken – zie, L. Cornelis, Beginselen van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, p. 457, nr. 279). Ook de aangekondigde hervorming van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht is een belangrijk gegeven in dit verband.

Voorwaardelijke uittredingsrechten spoedig op komst in het Belgisch recht: “all that glitters is not gold”

Voorwaardelijke uittredingsrechten, ook wel appraisal remedies genoemd, komen in de Belgische rechtsleer meer en meer op de voorgrond als een mogelijk instrument van minderheidsbescherming in niet-genoteerde vennootschappen (zie bijvoorbeeld hier). Een voorwaardelijk uittredingsrecht houdt in dat minderheidsaandeelhouders die tegen een wettelijk gespecifieerde essentiële wijziging binnen de vennootschap stemmen (bijvoorbeeld een uitholling van het winstuitkeringsoogmerk of een grensoverschrijdende herstructurering) een uittredingsrecht krijgen. In ruil voor de uittreding krijgen ze een vergoeding voor hun aandelen.

Voorlopig kent het Belgische recht, in tegenstelling tot andere landen zoals Nederland en Duitsland, geen voorwaardelijke uittredingsrechten. Bij de omzetting van de Mobiliteitsrichtlijn zal de Belgische wetgever echter tegen 31 januari 2023 zo een uittredingsrecht effectief moeten invoeren voor minderheidsaandeelhouders die niet instemmen met een beslissing tot grensoverschrijdende herstructurering (grensoverschrijdende fusie, splitsing en omzetting).

Continue reading “Voorwaardelijke uittredingsrechten spoedig op komst in het Belgisch recht: “all that glitters is not gold””

Boedelschulden – Grondwettelijk Hof over de behandeling van fiscale schulden ontstaan tijdens een gerechtelijke reorganisatieprocedure in een navolgende vereffening of faillissement

Het Grondwettelijk Hof heeft zich op 10 november 2022 uitgesproken over de vraag naar de bestaanbaarheid van artikel XX.58, tweede lid WER met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het dezelfde behandeling voorbehoudt aan, enerzijds, de schuldeiser wiens schuldvordering contractueel van aard is en beantwoordt aan prestaties die ten aanzien van de onderneming zijn verricht, en anderzijds aan de Belgische Staat, die houder is van een vordering inzake btw of bedrijfsvoorheffing. Volgens het Hof is de keuze van de Belgische wetgever om de fiscale schulden ontstaan tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie overeenkomstig artikel XX.58, tweede lid WER als boedelschulden te beschouwen in een navolgende procedure van vereffening, faillissement of verdeling bij overdracht onder gerechtelijk gezag, niet onverenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Continue readingBoedelschulden – Grondwettelijk Hof over de behandeling van fiscale schulden ontstaan tijdens een gerechtelijke reorganisatieprocedure in een navolgende vereffening of faillissement

Insolventierisico voor schuldeisers in de vennootschapsgroep

Bestuurders moeten het eigen belang van de vennootschap als richtsnoer nemen. Dat geldt óók als die vennootschap deel uitmaakt van een groep. Het uitgangspunt blijft dat de leden van een vennootschapsgroep, gezien hun eigen rechtspersoonlijkheid, afzonderlijke winstcentra vormen: de groep gaat erop vooruit doordat elk van de delen erop vooruitgaat.[1]

De nadruk van het vennootschapsrecht op de juridische entiteit krijgt wel eens kritiek. Ontkent het immers niet de economische realiteit van het groepsverband, waarbij de groepsvennootschappen samen één grote onderneming vormen?

De doornen van de Rozenblum

Continue reading “Insolventierisico voor schuldeisers in de vennootschapsgroep”

Cyberrisico en pandemieschade: nog verzekerbaar?

17 november 2022 (17 -19u15), Brussel

De Belgische Sectie van AIDA (Association Internationale de Droit des Assurances) organiseert 17 november e.k. te Brussel (Université Saint-Louis, Kruidtuinlaan 43) een studieavond over (internationale) cyberaanvallen en pandemiedreiging. Deze catastroferisico’s zetten de mogelijkheden van de private verzekeringen, vooral voor de dekking van immateriële schade, op scherp. Zie voor mee info en registratie hier.

PROGRAMMA

Continue reading “Cyberrisico en pandemieschade: nog verzekerbaar?”

Duty of care: van het boek naar het scherm

In de strijd tegen klimaatverandering worden wereldwijd processen gevoerd tegen overheden en ondernemingen. De Nederlandse Urgenda en Shell-zaken worden hierbij als baanbrekend beschouwd. In beide zaken stond (en staat) de Nederlandse advocaat Roger Cox centraal. Meester Cox beoogt een revolutie met recht, waarin de rechterlijke macht centraal staat.

In de woorden van Mr. Cox is er immers “slechts één democratische uitweg uit de impasse waarin de westerse samenleving zich bevindt”, namelijk “een vrijwillige ondercuratelestelling van regeringen en parlementen door de rechterlijke macht” (Revolutie met recht, p. 232).

De juridische revolutie die Mr Cox nastreeft, heeft voor-en tegenstanders, zowel wat de inzet van de strijd betreft (ondanks de voorzienbare gevolgen) als de daartoe gehanteerde middelen (in essentie de verhouding wetgever-rechter).

Over deze strijd werd een documentaire gemaakt: Duty of Care. Pleiten voor de planeet, die op 2 november 2022 wordt vertoond op Canvas (20.35 u). Aanbevolen, in afwachting van het nieuwe seizoen van The Crown (spoiler: het loopt (ook daar?) niet goed af).

John Armour (Oxford) will give the Heremans lectures at KU Leuven: The Corporation as a Social Actor

Opening lecture: 14 November 2022: ‘The Corporation as a Social Actor’

The 2022 Dieter Heremans Lectures in Law & Economics at KU Leuven (Belgium) will be given by Professor John Armour, Professor of Law and Finance at Oxford University.

The opening lecture on ‘The Corporation as a Social Actor‘ will take place on 14 November 2022, at 10 a.m. at Naamsestraat 22, 3000 Leuven, Belgium (Promotiezaal).

The lecture is free, but please register here.

John Armour is Professor of Law and Finance at Oxford University and a Fellow of the  British Academy and the European Corporate Governance Institute.  He was previously a member of the Faculty of Law and the interdisciplinary Centre for Business Research at the University of Cambridge. He studied law (MA, BCL) at the University of Oxford and then at Yale Law School (LLM). He has held visiting posts at various institutions including the University of Auckland, the University of Chicago, Columbia Law School, the University of Frankfurt, the Max Planck Institute for Comparative Private Law in Hamburg, the University of Pennsylvania Law School and the University of Sydney.

The other lectures are:

Continue reading “John Armour (Oxford) will give the Heremans lectures at KU Leuven: The Corporation as a Social Actor”

Weg met de deficitaire vereffening?

Debat tussen Robbie Tas en Jasper Van Eetvelde

Op 1 juni 2022 debatteerden Robbie Tas (KU Leuven, Intui) en Jasper Van Eetvelde (KU Leuven, Quinz) over de vereffeningsprocedure. Het twistpunt luidde of de procedure van de vereffening uit het WVV best wordt verboden (de lege ferenda) of vermeden (de lege lata) als er een netto-passief.

De video vindt u hier. De powerpoint presentaties vindt u hier. Zie verder hierover ook:

Continue reading “Weg met de deficitaire vereffening?”

Oproep TRV-RPS-prijs

De TRV-RPS-prijs wordt in maart 2023 voor de veertiende keer uitgereikt.

Deze jaarlijkse prijs beloont het beste eindwerk (bv. masterproef) over vennootschapsrecht, financieel recht of vennootschapsbelastingrecht. Het eindwerk dient voor publicatie in aanmerking te komen, en moet zijn tot stand gekomen in het kader van een (aanvullende) opleiding tot meester in de rechten aan een Belgische universiteit of georganiseerd in samenwerking met een Belgische universiteit.

De prijs bestaat uit €1.500 en de publicatie van een herwerkte versie van het eindwerk in het TRV-RPS.

Kandidaten worden met een korte motivatie voorgedragen door de promotor (deadline: 30.11.2022 – pieterjan.heynen@kuleuven.be). Gelieve daarbij ook het e-mailadres van de auteur te vermelden.

Wie hierbij nog vragen of opmerkingen zou hebben, kan steeds contact opnemen met Pieterjan Heynen (pieterjan.heynen@kuleuven.be).

Toelichtende nota Commissie Corporate Governance inzake onafhankelijke bestuurders

Onafhankelijke bestuurders zijn sedert geruime tijd een essentieel onderdeel van een goede corporate governance. Zij moeten in alle omstandigheden het belang van de vennootschap behartigen en dit vennootschapsbelang afstemmen op de belangen van de verschillende bij de onderneming betrokken belanghebbenden.

Omdat echte onafhankelijkheid zich niet beperkt tot het voldoen aan formele criteria, vond de Corporate Governance Committee het gepast het begrip onafhankelijke bestuurder, de bijzondere gevallen waarin de onafhankelijke bestuurder een doorslaggevende rol speelt en het wenselijke gedrag in die situaties nader toe te lichten. De toelichtende nota (Nederlands en Frans) is thans beschikbaar.

Tijdens de Listed Company Day, zullen prof. dr. Hans De Wulf en drs. Jan Cerfontaine hier dieper op ingaan en spreken over “The role of independent directors: a critical evaluation of current approaches”.

Inschrijven voor deze dag is nog steeds mogelijk. Het volledige programma leest als volgt:

14:00 Welcome and introduction

14:20 Setting the scene – European and international trends impacting directors. Marnix Van dooren, Assurance Partner (EY Belgium)

14:50 Insights into sustainable value creation and stakeholder management. Initial findings of the GUBERNA study on sustainable value creation. Sandra Gobert, Executive Director (GUBERNA)

15:20 The role of independent directors: a critical evaluation of current approaches.

Hans De Wulf, Full Professor (Financial Law Institute at Gent University)
Jan Cerfontaine, Guest Professor (Financial Law Institute at Gent University)

15:50 Coffee break

16:20 Panel discussion : The director’s perspective (Moderator: Arie Van Hoe, Executive Manager Law & Business at VBO FEB)

Laurence Debroux, Director (Solvay, Novo Nordisk, Exor NV & Juventus Football Club)
Vincent Reuter, Chairman (Credendo & ICC Belgium)
Koen Hoffman, Chairman (Greenyard, Fagron, Snowworld & MDxHealth)
Herman Daems, Chairman (BNP Paribas Fortis)

17:00 Keynote speech by Pieter Loose, CEO (EKOPAK)

17:30 Networking cocktail