De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen

Bespreking van Cass. 2 februari 2018

Vorig jaar las u hier over het merkwaardige arrest van het Hof van Cassatie dd. 2 februari 2018 (“New Super Marché de la Remorque”) over aansprakelijkheid als aandeelhouder van een zaakvoerder in een Comm.V.

Inmiddels werd bij dit arrest een noot gepubliceerd in het TRV-RPS door Joris Lannoy (“De gewaagde positie van een externe zaakvoerder in de gewone commanditaire vennootschap”, noot onder Cass. 2 februari 2018), TRV-RPS 2018, 900 e.v.).

De auteur verdedigt dat een Comm.V. geldig kan worden opgericht met een structuur waarbij de beherende en stille vennoot zelf vennootschappen zijn, en met een zaakvoerder-natuurlijke persoon die zelf geen vennoot is maar wel controle uitoefent over beide vennoten-rechtspersonen.

Hij stelt echter vast dat zulke structuur in geval van financiële moeilijkheden een uitnodiging in zich draagt voor schuldeisers of curator om, de onbeperkte aansprakelijkheid van een beherend vennoot indachtig, te pogen aan te tonen dat de schijnbaar externe zaakvoerder ook als (beherend) vennoot van de Comm.V. moet worden beschouwd. Feitenrechters kunnen dan wel eens geprikkeld zijn dit bewijs al te gemakkelijk als geleverd te beschouwen als ze een zweem van misbruik proeven. Nochtans staat het bewijs dat iemand is toegetreden tot een vennootschapsovereenkomst los van misbruik, en bestaan er voor sanctionering van misbruik andere rechtsgronden. Zulke voor de schuldeiser/curator al te inschikkelijke rechtspraak kan dan wel bekritiseerbaar zijn, maar een gewaarschuwd extern zaakvoerder is er volgens mr. Lannoy wel twee waard.

*  *  *

Het WVV herdoopt de werkende vennoot in gecommanditeerde vennoot en de stille vennoot in commanditaire vennoot. Verder wordt er niets gewijzigd met een invloed op bovenstaande problematiek.

Het principe dat een derde het bestuur kan waarnemen in personenvennootschappen wordt uitdrukkelijk verankerd in artikel 4:8.

De memorie van toelichting stelt dat dit artikel de klassieke beginselen inzake bestuur van contractuele vennootschappen herneemt, en bevestigt daarmee de stelling dat ook naar huidig recht extern zaakvoerderschap mogelijk is.

*  *  *

We geven nog mee dat in Nederland sinds kort de publieke consultering over het wetsvoorstel personenvennootschappen lopende is. Het inmengingsverbod voor commanditaire vennootschappen wordt in dit voorstel aanzienlijk verzacht. De memorie van toelichting stelt daarover:

“Het risico dat de commanditaire vennoot loopt, is beperkt tot de hoogte van de inbreng. De keerzijde is dat de commanditaire vennoot niet mag handelen in naam van de vennootschap (zie artikel 821 lid 2). Dat is ook logisch, om de vennoten en de schuldeisers niet te benadelen als de commanditaire vennoot geheel niet kan worden aangesproken. Onder het huidige recht bestaat er een totaalverbod om namens de vennootschap te handelen, zelfs als hiertoe uitdrukkelijk volmacht was gegeven (zie artikel 20 lid 2 WvK). Overtreedt de commanditaire vennoot deze regel, dan is hij ingevolge artikel 21 WvK hoofdelijk verbonden voor alle schulden en verbintenissen van de vennootschap. In de praktijk wordt deze regel als te rigide ervaren. Er bestaat behoefte aan versoepeling van deze regel, om meer ruimte te bieden voor betrokkenheid van commanditaire vennoten bij de dagelijkse bedrijfsvoering van de vennootschap. Daarom is in navolging van het ontwerp van de werkgroep personenvennootschappen een genuanceerde oplossing gekozen, die eruit bestaat dat de commanditaire vennoot is uitgesloten van de bevoegdheid rechtshandelingen te verrichten op naam van de vennootschap. Uitzondering hierop is het handelen namens de vennootschap waarbij de overige vennoten de commanditaire vennoot hiertoe een volmacht hebben gegeven (zie artikel 821 lid 2). Indien het handelen krachtens volmacht door een commanditaire vennoot een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de CV is ter bescherming toegevoegd dat de commanditaire vennoot hoofdelijk aansprakelijk is jegens de boedel voor zover het bedrag van de schulden niet door vereffening kunnen worden voldaan, met een matigingsbevoegdheid voor de rechter.”

Eerder werd hier gepleit voor een gelijkaardige flexibilisering naar Belgisch recht. Dat is er dus niet gekomen met het WVV.

Zie over de Nederlandse evoluties eerder hier en hier.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s