Valuation in Dutch Corporate Law and Bankruptcy Law

A post by guest blogger Sebastiaan van den Berg

On 31 January 2019, Sebastiaan van den Berg successfully defended his PhD thesis at the Radboud University in Nijmegen (the Netherlands). Under supervision of prof. mr. S.C.J.J. Kortmann and prof. dr. W.G.M. Holterman, Sebastiaan studied aspects of business valuation in (i) corporate law proceedings and (ii) financial restructurings or reorganizations of companies. Having a background in both law and economics, his book Valuation in Dutch Corporate Law and Dutch Bankruptcy Law”, is based on interdisciplinary research. With this research and its conceptual approach to valuation (instead of a mere technical overview of valuation methodologies), the book offers a useful guide on the key valuation concepts and principles that are relevant in legal settings. Continue reading “Valuation in Dutch Corporate Law and Bankruptcy Law”

Van VSO naar CV erkend als SO

Michiel D’herde in TRV-RPS

In een eerdere blogpost schreef Michiel D’herde reeds over de VSO, en betoogde hij dat een bijzondere vennootschapsvorm voor sociale ondernemingen ook onder het nieuwe vennootschapsrecht bestaansreden heeft.

Inmiddels verscheen in het RPS-TRV een uitgebreid artikel van de hand van deze auteur over de reïncarnatie van de VSO in de coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming, zoals opgenomen in het inmiddels goedgekeurde WVV.

De auteur betoogt: Continue reading “Van VSO naar CV erkend als SO”

De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen

Bespreking van Cass. 2 februari 2018

Vorig jaar las u hier over het merkwaardige arrest van het Hof van Cassatie dd. 2 februari 2018 (“New Super Marché de la Remorque”) over aansprakelijkheid als aandeelhouder van een zaakvoerder in een Comm.V.

Inmiddels werd bij dit arrest een noot gepubliceerd in het TRV-RPS door Joris Lannoy (“De gewaagde positie van een externe zaakvoerder in de gewone commanditaire vennootschap”, noot onder Cass. 2 februari 2018), TRV-RPS 2018, 900 e.v.).

De auteur verdedigt dat een Comm.V. geldig kan worden opgericht met een structuur waarbij de beherende en stille vennoot zelf vennootschappen zijn, en met een zaakvoerder-natuurlijke persoon die zelf geen vennoot is maar wel controle uitoefent over beide vennoten-rechtspersonen.

Hij stelt echter vast dat zulke structuur in geval van financiële moeilijkheden een uitnodiging in zich draagt voor schuldeisers of curator om, de onbeperkte aansprakelijkheid van een beherend vennoot indachtig, te pogen aan te tonen dat de schijnbaar externe zaakvoerder ook als (beherend) vennoot van de Comm.V. moet worden beschouwd. Continue reading “De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen”

WVV goedgekeurd in Kamer – keuze voor nieuw regime mogelijk vanaf 1 mei 2019

CaptureZo-even werd door de plenaire vergadering van de Kamer de invoeringswet van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd. Na ondertekening door de Koning wordt dit wet.

De tekst die gisteren in de Commissie Handelsrecht werd goedgekeurd en aan de plenaire vergadering werd voorgelegd is hier te vinden.

De wet treedt in werking op 1 mei 2019. Continue reading “WVV goedgekeurd in Kamer – keuze voor nieuw regime mogelijk vanaf 1 mei 2019”

‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?

Post door gastblogger Arne Weemaes (student UA)

De regelgeving inzake de ontbinding en vereffening van vennootschappen is sinds 1995 meermaals gewijzigd. Aangezien de wetgever zich hierbij steeds beperkte tot specifieke onderdelen, bleven heel wat fundamentele aspecten onduidelijk of zelfs onbehandeld. Het gaat met name over de problematiek betreffende de sluiting van de vereffening en haar rechtsgevolgen. De bestaansreden van deze problematiek kan worden teruggebracht tot de formalistische opvatting van de sluiting van de vereffening door het Hof van Cassatie (Cass. 22 maart 1962, Pas. 1962, 80). Volgens die opvatting wordt de vereffening afgesloten door een formeel besluit van de algemene vergadering, ongeacht of de vereffening ook effectief inhoudelijk werd voltooid.

Het belangrijkste gevolg van deze formalistische opvatting is dat de mogelijkheid bestaat dat er bepaalde activa of passiva niet in de vereffeningsprocedure werden opgenomen en deze aldus ‘vergeten’ bestanddelen pas na de afsluiting van de vereffening worden opgemerkt. Gelet op het feit dat de (actieve) rechtspersoonlijkheid van de vennootschap reeds na de sluiting van de vereffening is uitgedoofd, vormt de hypothese van ‘vergeten’ activa en passiva een aanzienlijk probleem. In dat verband rijst nl. de vraag in welke mate de vennootschap, de vennoten en de schuldeisers ten opzichte van elkaar nog rechten kunnen laten gelden. Daar waar het huidige recht ter zake geen adequaat antwoord biedt, bevat het ontwerp-WVV een gloednieuwe regeling inzake deze kwestie.

Deze blogpost zal eerst stilstaan bij de mogelijkheden die vandaag bestaan wanneer men na de sluiting van de vereffening wordt geconfronteerd met ‘vergeten’ vermogensbestanddelen. Daarna volgt een analyse van de toekomstige regelgeving die de aangehaalde problematiek het hoofd tracht te bieden. Teneinde de relevante principes helder weer te geven, wordt een opdeling gemaakt tussen enerzijds ‘vergeten’ activa en anderzijds ‘vergeten’ passiva. Continue reading “‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?”

Frederik De Leo about Plessers-case on ‘Oxford Business Law Blog’

The day after the ECJ’s AG Szpunar delivered his opinion in the case Plessers, a first analysis by Frederik De Leo was published on the Corporate Finance Lab (see here). Other versions of this blog post have now appeared on the Oxford Business Law Blog (in English) and in ‘De Juristenkrant’ (in Dutch).

In these other versions, the author discusses the possible consequences of the ECJ following its AG’s opinion from a comparative perspective. In this context, the author observes the following: Continue reading “Frederik De Leo about Plessers-case on ‘Oxford Business Law Blog’”

Heremans Lectures in Law & Economics 2019: “The China Puzzle: A framework in understanding Chinese law”

Prof. Dr. Ruoying Chen
(UNSW Business School and Peking University Law School) – KU Leuven – 20 February 2019 at 9 a.m.

Dieter Heremans Lecture Series
in Law and Economics 2019

by

Prof. Dr. Ruoying Chen

UNSW Business School
Peking University Law School

The opening lecture will be held in at KU Leuven, auditorium Zeger Van Hee (DV1.91.56),
College De Valk, Tiensestraat 41 in Leuven (Belgium) on Wednesday 20 February 2019 at 9 a.m.

The lecture is free but please register here. Continue reading “Heremans Lectures in Law & Economics 2019: “The China Puzzle: A framework in understanding Chinese law””

Always grab the pen?

Badawi, Adam B. and de Fontenay, Elisabeth, Is There a First-Drafter Advantage in M&A? Badawi, Adam B. and de Fontenay, Elisabeth, Is There a First-Drafter Advantage in M&A? Available at SSRN: https://ssrn.com/abstract=3317622

Does the party that provides the first draft of an agreement get better terms as a result? Transactional lawyers tend to argue that by grabbing the pen they get better outcomes for their clients (who incidentally also incur higher laywers’ fees in the process).

But is it true that holding the pen for the first draft of the agreement can give an advantage in the final deal reached? Continue reading “Always grab the pen?”

TPR-Wisselleerstoel 2019 aan UGent: “‘n Unieke Benadering tot Skuldverligting aan Oorbelasde Kredietverbruikers in Suid-Afrika”

Inaugurale lezing door prof. dr. Corlia Van Heerden donderdag 14 maart 2019 om 16u.

De inaugurale lezing van de TPR-Wisselleerstoel 2019 over:

Die Nasionale Kredietwet 34 van 2005: ‘n Unieke Benadering tot Skuldverligting aan Oorbelasde Kredietverbruikers in Suid-Afrika

door prof. Corlia Van Heerden (Universiteit Pretoria, Zuid-Afrika), TPR-Wisselleerstoelhouder aan de UGent, vindt plaats op donderdag 14 maart 2019 om 16u. in de Academieraadzaal, Campus Aula, Voldersstraat 9, 9000 Gent. Inschrijven is hier mogelijk.

Wetsontwerpen met aanpassing fiscale bepalingen aan WVV: teksten zoals goedgekeurd door de Kamercommissie Financiën

Op de website van de Kamer verschenen de teksten zoals die in de Kamercommissie Financiën werden goedgekeurd van de fiscale wetsontwerpen tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hier) en tot regeling van de overgang van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting naar de onderwerping aan de vennootschapsbelasting (hier).

Dit laatste werd eerder hier besproken door Tom Bonne.

Deze wetsontwerpen worden nu voorgelegd aan de plenaire vergadering.  Daarmee staan de flankerende fiscale bepalingen even ver als het ontwerp-WVV zelf. Verwacht kan worden dat ook de tekst van het bijkomend advies van de Raad van State over amendementen op het ontwerp-WVV binnenkort publiek beschikbaar wordt.

De overgang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting en omgekeerd: eindelijk een wettelijke regeling in zicht

Een post door gastblogger Tom Bonne (UHasselt)

Met de aangekondigde hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht gaan een reeks fiscale maatregelen gepaard die vervat zitten in twee wetsontwerpen van 22 november 2018 (hier en hier).[1] Via deze maatregelen tracht de wetgever de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht fiscaal neutraal te laten verlopen. Een van die maatregelen, verspreid over de twee wetsontwerpen, is de wettelijke regeling van de overgang van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting (RPB) naar de onderwerping aan de vennootschapsbelasting (Venn.B) en omgekeerd. Op die manier lijkt de wetgever op de eerste plaats een vaststaand kader te willen bepalen voor de omvorming van een VZW in een vennootschap, met name een CV erkend als SO of een erkende CVSO[2], en de omvorming van een vennootschap in VZW, iets wat door de hervorming van het verenigingsrecht mogelijk zal worden.[3]

De overgang van de RPB naar de Venn.B en omgekeerd doet zich nochtans niet enkel bij de voormelde omvormingen voor. Wanneer bijvoorbeeld een VZW meer dan op bijkomstige wijze economische activiteiten begint uit te oefenen, wordt ook zij niet langer aan de RPB, maar aan de Venn.B  onderworpen.[4] Dit zal zich door de hervorming van het verenigingsrecht trouwens nog meer  voordoen aangezien VZW’s onbeperkt economische activiteiten zullen mogen uitoefenen.[5] Omgekeerd, van zodra de VZW opnieuw slechts bijkomstig economisch actief wordt, is ook de beweging van de Venn.B naar de RPB een mogelijkheid. We focussen hier op de overgangen bij VZW’s. Continue reading “De overgang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting en omgekeerd: eindelijk een wettelijke regeling in zicht”

Een terugblik op 2018

De posts die in 2018 het meest werden gelezen zijn:

Nog geen megahits, maar voor de meerwaardezoekers: Continue reading “Een terugblik op 2018”

Ontwerp-WVV: tekst zoals die werd goedgekeurd in Kamercommissie ter beschikking

Op de website van de Kamer verscheen de tekst van het ontwerp-WVV  zoals goedgekeurd in tweede lezing door de Kamercommissie Handels- en Economisch Recht en gisteren rondgedeeld.  Het verslag van de tweede lezing vindt u hier. Het wetsontwerp kwam nog niet ter stemming in de plenaire vergadering van de Kamer.

 

De prioriteitsregel in het vermogensrecht

Gastblogger L.M. de Hoog (Universiteit Leiden) over zijn proefschrift: De prioriteitsregel in het vermogensrecht

Wie eerder is in tijd, staat sterker in recht (prior tempore, potior iure). De Romeinse keizer Caracalla paste in het jaar 213 deze vuistregel reeds toe ter beslechting van een rangordegeschil tussen schuldeisers die een pandrecht hadden verkregen op dezelfde zaak van hun schuldenaar. De ouderdom van de zekerheidsrechten is bepalend voor de onderlinge rangorde van de schuldeisers. Dat betekent dat de oudste pandhouder zich eerst op de executieopbrengst mag verhalen voordat de jongere aan de beurt komt. De uitspraak van Caracalla heeft na bijna tweeduizend jaar nog niets aan betekenis ingeboet.

Ars notariatus 167 - De prioriteitsregel in het vermogensrechtNog steeds bepaalt de prior-temporeregel in het huidige Nederlandse (evenals in het Franse, Duitse en Belgische) recht de rangorde van verschillende pandrechten. Hoewel over de gelding van deze regel geen discussie bestaat, ontbreekt in menig burgerlijk wetboek van continentaal Europa de codificatie ervan. In mijn proefschrift, verdedigd op 15 november 2018 aan de Universiteit Leiden, kom ik via een rechtshistorische, rechtsvergelijkende (Frankrijk en Duitsland) en dogmatische analyse tot de vaststelling van de functie en de concretisering van de toepassing van de prioriteitsregel. Ik vat enkele van mijn bevindingen en aanbevelingen hieronder samen. Continue reading “De prioriteitsregel in het vermogensrecht”

Modernisation of Bankruptcy Procedure Act to enter into force in the Netherlands

A post by guestblogger Jochem Hummelen (NautaDutihl)

On 1 January 2019, the Modernisation of Bankruptcy Procedure Act (MBPA) (in Dutch: Wet Modernisering Faillissementsprocedure) is set to enter into force in the Netherlands. This act, which will apply to bankruptcies opened on or after 1 January 2019, is aimed at updating Dutch bankruptcy law to bring it more in line with modern practice. In this blog post, I give an overview of the background to the MBPA and the most important measures provided for in this law. Continue reading “Modernisation of Bankruptcy Procedure Act to enter into force in the Netherlands”