Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Herman Cousy

Literatuur is voor juristen een schier levensnoodzakelijke bron van lering en vorming’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Herman Cousy, emeritus gewoon hoogleraar handels- en verzekeringsrecht aan de KU Leuven en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België.

Voor de bijzondere, want inderdaad de vijfhonderdste uitzending van het bekende TV5 programma “La Grande Librairie”, maar tegelijk zoals de toeschouwer in de loop van de uitzending zou vernemen, de laatste uitzending die François Busnel zelf zou leiden en presenteren, had deze laatste en aantal auteurs uitgenodigd en hen de vraag voorgelegd welk boek of werk hen had gemaakt tot wat zij zijn, niet of niet noodzakelijk als auteur, maar als mens, als persoon. De meeste van de genodigden verklaarden dat het antwoord moeilijk was en zij de vraag enkel konden beantwoorden mits te verwijzen naar vele, misschien zelfs tientallen boeken of auteurs. Enkelen verwezen naar werken die misschien niet zozeer tot hun eigen vorming hadden bijgedragen maar die zij beschouwden als meesterwerken van de Franse literatuur. Anderen verwezen naar het gehele oeuvre van een auteur eerder dan naar een welbepaald boek. Een enkele verwees naar het geheel van zijn eigen oeuvre waarvan de genese, zo stelde hij, hem geleidelijk had gevormd en geboetseerd.

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Herman Cousy”

Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Jeroen Delvoie

‘[T]heologie in de plaats van seks en geweld. Zware kost’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Jeroen Delvoie, professor vennootschapsrecht aan de VUB en advocaat.

Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ?

In het (uiteraard geconstrueerde) zelf-narratief van mijn leven, heeft Menselijk, al te menselijk (1878)van Friedrich Nietzsche een centrale rol. Ik was 15-16 en had om redenen die ik me niet meer herinner besloten dat ik meer over filosofie moest weten. In de gemeentelijke bibliotheek bleek Nietzsche een van de meest herkenbare namen, en op goed geluk koos ik dit boek. Ik begreep er niet veel van, maar was totaal geïntegreerd door de vreemde vragen, analyses, schrijfstijl, het parallelle universum waarin dit boek me verbaasd losliet. Ik las andere zaken van Nietzsche (Also sprach Zarathustra blijft tot vandaag een persoonlijke favoriet) en vervolgens allerlei geschiedenissen van het filosofische denken. Ik wou filosofie gaan studeren, en veranderde pas op het laatste nippertje van gedachte. Maar ik denk wel dat die filosofische inslag mijn denken als jurist heeft gevormd. Het inspireerde mijn voorliefde voor kritische analyse van, en reflectie over de rechtsregel, voor het waarom achter de regels, voor de maatschappelijk-politieke dimensie van het recht ook.

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Jeroen Delvoie”

Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Steef Bartman

‘De rechtenfaculteit was een weldadige mix van uiterst progressieve docenten en traditionalisten.’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Steef M. Bartman, advocaat, emeritus-hoogleraar ondernemingsrecht Universiteit Leiden en honorair hoogleraar corporate group liability aan de Universiteit Maastricht.

De redactie van CFL heeft mij gevraagd naar 1) boeken die mij als jurist hebben gevormd en 2) de boeken die ik deze zomer meeneem op vakantie. Het eerste verzoek vergt een terugblik op mijn juridisch relevante bestaan tot nu toe, het tweede een vooruitblik op een nabije – overigens zeer beperkte – periode. Geen geringe opgave!

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Steef Bartman”

Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Henri Swennen

‘Quand on ne sait pas quoi faire, on peut toujours faire une loi, ça ne coûte pas cher et ça fait plaisir.’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Henri Swennen, emeritus hoogleraar economisch recht aan de Universiteit van Antwerpen.

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Henri Swennen”

Zomergasten in het Lab: Bob Wessels

‘Nee, wat mij het meest heeft gevormd zijn niet boeken, maar de praktijk van alledag.’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Bob Wessels, emeritus hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit van Leiden en met zijn blog over dat onderwerp één van de voorgangers en voorbeelden van Corporate Finance Lab. Hij schreeft onlangs een lijvig boek over het juridisch en financieel leven van Rembrandt.

“Zij ontwaakte langzaam, na een uitbundige vrijpartij. Zich omdraaiend zag ze zijn rug, maar ook de ruggen van boeken: No More Champagne. Churchill and His Money, van David Lough, Mijn moeders strijd, van Murat Isik, Kan de overheid crises aan? door Herman Tjeenk Willink, het Jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2021 … Wat voor iemand leest dit? …. Zij zuchtte diep, draaide zich om en vervolgde de nacht ….”

Continue reading “Zomergasten in het Lab: Bob Wessels”

Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Marieke Wyckaert

‘Leest die vrouw dan nooit ernstige zaken, hoor ik u denken?’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Marieke Wyckaert, hoogleraar vennootschapsrecht aan de KU Leuven en een van de vier hoofdstellers van het WVV.

Voor mij geen moeilijker vraag dan die wat ik graag gelezen heb: ik ben namelijk zonder meer een letterveelvraat. Als pas lezend kind al durfde ik aan het ontbijt wel eens uit puur leesgenot de verpakkingen van de Kellogg’s Corn Flakes te lezen, in alle talen (dat mocht toen nog als ontbijt, maar enkel als “special treat”). Ik voeg er dus een criterium aan toe: welke boeken heb ik ook zonder meer onthouden? Dat zijn boeken die ik u durf aanraden, ook al is het nooit zeker dat ze ook u zullen bevallen.

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Marieke Wyckaert”

Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Hans De Wulf

‘Ik ben sinds juni bezig in 9 boeken tegelijk, die ik rond midden augustus zal uithebben (wees gerust, 9 tegelijk is zelfs voor een eclecticus  als mezelf excessief, normaal lees ik twee of drie dingen tegelijk, waarvan ik er dan 1 meteen uitlees, het tweede vaak pas maanden later en het derde drie jaar later of nooit).’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Hans de Wulf , hoogleraar vennootschapsrecht aan de UGent en één van de hoofdstellers van het WVV.

Vorming als jurist

“Professor, Welke boeken hebben u als jurist gevormd ?” vroegen de organisatoren van de blog mij. Nogal aanmatigend vind ik het om daarop te antwoorden, alsof men als hoogleraar juridisch gevormd zou zijn, gebildet met andere woorden, en niet zoals alle anderen een amorfe amoebe gebleven is…

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Hans De Wulf”

Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Eric Dirix

“Dit belang voor het narratieve mag vreemd klinken voor een lid van het Hof van Cassatie, waar abstracties en logische redeneringen vooropstaan.”

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag beginnen we met Eric Dirix, sectievoorzitter in het Hof van Cassatie, emeritus hoogleraar insolventierecht en rechtsvergelijking aan de KU Leuven en spiritus movens van het nieuwe BW.

Continue reading “Zomergasten in het Lab: lectuurtips door Eric Dirix”

De actio pauliana tegen kapitaalverhoging met uitsluiting van voorkeurrecht

Eerdere posts (zie hier, hier en hier) lichtten toe hoe vennootschapsschuldeisers de actio pauliana (artikel 1167 oud BW; art. 5.243 BW) kunnen inzetten om uitkeringen aan te vechten die op voorzienbare wijze nadeel toebrengen aan hun verhaalsmogelijkheden. Het typevoorbeeld daarvan is het excessieve dividend, maar ook reële kapitaalverminderingen kunnen op soortgelijke wijze het vennootschapsvermogen als onderpand voor de schuldeiser uithollen. In een arrest van 10 juni 2022 buigt het Hof van Cassatie zich over de toepassing van de actio pauliana op de omgekeerde kapitaalbeweging: een kapitaalverhoging.

Continue reading “De actio pauliana tegen kapitaalverhoging met uitsluiting van voorkeurrecht”

Soortrechten: na de ‘disputatio’, enkele voorstellen tot ‘solutio’ (of waarover het eigenlijk ging: uit de discussie komen hernieuwde inzichten)

Een post door gastbloggers Hans De Wulf (UGent) en Marieke Wyckaert (KU Leuven)

De Disputatio en haar uitkomst

Op 1 juni gingen ondergetekenden stevig in debat (zie video hier) over een in essentie eenvoudige vraag: is er voor de splitsing binnen een bestaande soort aandelen (of andere effecten) unanimiteit nodig  of volstaat een 75% meerderheid per soort? Anders geformuleerd: kan men de rechten van bepaalde maar niet alle aandelen van een bestaande soort wijzigen, zonder uitgifte van bijkomende aandelen. Wyckaert verdedigde dat dit alleen met unanimiteit kan worden beslist omdat afbreuk wordt gedaan aan de gelijke behandeling van aandeelhouders; volgens De Wulf volgt uit de wettekst dat een 75% meerderheid per soort volstaat en kan misbruik voldoende voorkomen worden via aandeelhoudersovereenkomsten en desnoods achteraf worden bestreden via het leerstuk van misbruik van meerderheid, de geschillenregeling en andere minderheidsbechermingstechnieken. De stelling van Marieke Wyckaert had de meeste sympathie vóór het debat, maar Hans De Wulf wist op 1 juni de stemmen te keren.

Wij zijn het er nog steeds niet over eens. Maar de discussie heeft er ons wel beiden van overtuigd dat de wetgever de regeling over soortrechten in het WVV op dit punt, maar wellicht nog meer op andere vlakken, moet verduidelijken of bijsturen.  Hieronder lanceren we  enkele gemeenschappelijke denkpistes daarrond. Elke feedback is welkom met het oog op (verhoopte) reparatie (zie verder).

Continue reading “Soortrechten: na de ‘disputatio’, enkele voorstellen tot ‘solutio’ (of waarover het eigenlijk ging: uit de discussie komen hernieuwde inzichten)”

Vereist een splitsing van een soort aandelen altijd unanimiteit?

Tijdens de disputatio van 1 juni jl. was één van de drie quaestiones de vraag of een splitsing van een soort aandelen altijd unanimiteit vereist.

Het geanimeerde debat tussen Professor De Wulf (UGent) en Professor Wyckaert (KU Leuven), gemodereerd door Professor Tom Vos (UAntwerpen), kan u hier herbekijken.

Eerstdaags publiceert Corporate Finance Lab een gezamenlijk standpunt van de disputanten over mogelijke uitwegen uit dit debat.

Genderquota blijven vooralsnog een doekje voor het bloeden

Een post door gastblogger Marieke Wyckaert (hoogleraar KU Leuven)

“Quota: maar een heel klein deel van het antwoord op de zoektocht naar diversiteit in representativiteit”

Onlangs was het weer prijs: ‘Topjobs voor vrouwen blijven werk van lange adem’(DS 21 juni). Juicht, wij ­allen, want nog geen derde van alle ­topposities in de Vlaamse overheid wordt ingevuld door vrouwen. Bovendien stapten er onlangs vier op, van wie er al twee zijn vervangen door mannen; een vijfde vertrekt volgend jaar. Nog geen één op de drie, dus, en het riskeert nog erger te worden. Nochtans mikt de Vlaamse overheid op 40 procent, maar een nieuwe diversiteitsambtenaar benoemen, voor ­zover dat al de oplossing zou zijn, lukt blijkbaar niet.

Sinds Caroline Pauwels om ­gezondheidsredenen stopte als rector aan de VUB, hebben we ook geen ­enkele Vlaamse rector meer. De cijfers van vrouwelijke academici zullen u ook niet opvrolijken: in Leuven is vandaag 31 procent vrouw, bij de hoog­leraren zelfs maar 22 procent.

Continue reading “Genderquota blijven vooralsnog een doekje voor het bloeden”

De vertrouwensleer: symptoom van de objectivering van het privaatrecht, op zijn beurt symptoom van het toegenomen belang van onstoffelijke organisaties

J. Vananroye, “Respecteert het overgangsrecht van het WVV de rechtmatige verwachtingen”, in Liber Amicorum Xavier Dieux, 2022, 647-660.

In zijn magistraal proefschrift Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui analyseert Professor Dieux de rol van het respect voor de rechtmatige verwachtingen van anderen in privaatrechtelijke verhoudigingen (X. Dieux, Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui. Essai sur la genèse d’un principe général de droit, Brussel, Bruylant, 1995, 286 p.).

De daar ontwikkelde these is een prachtige illustratie van de objectivering van het privaatrecht in de loop van de twintigste eeuw. Subjectieve noties zoals wil of nalatigheid verloren hun centrale plaats. Ze werden afgezwakt, aangevuld of vervangen door objectieve noties als vertrouwen, risico, redelijkheid en billijkheid, maatschappelijke verwachtingen. Enkele voorbeelden daarvan: het erkennen van het bestaan van risico-aansprakelijkheid, de invoering van nieuwe gronden van objectieve aansprakelijkheid, de objectivering van het gemeenrechtelijke foutbegrip, de opkomst van de objectieve goede trouw, de objectivering van de ‘subjectieve’ goede trouw, het erkennen van de rol van het vertrouwen bij de totstandkoming van verbintenissen… Men neme de inhoudstafel van voornoemd proefschrift en men kan dit makkelijk verder aanvullen.

Elders heb ik proberen aan te tonen dat deze objectivering van het privaatrecht nauw verband houdt met het toenemend belang van rechtspersonen (en andere organisaties) in de laatste tweehonderd jaar (J. Vananroye, “Toerekening aan rechtspersonen en andere organisaties”, TPR 2004, 792). Subjectieve noties als wil, fout, opzet, bedrog … die zijn uitgedacht op maat van natuurlijke personen, zijn immers moeilijk toe te passen op ‘zielloze’ organisaties zoals een rechtspersoon. Ik beëindigde die bijdrage uit 2004 met de volgende reflecties: “De toekomst zal uitwijzen of zich rond het begrip organisatie een nieuwe breuklijn in het privaatrecht gaat vormen, ter vervanging van klassieke distinguo’s zoals commercieel/burgerlijk of rechtspersoon/natuurlijk persoon.” (J. Vananroye, “Toerekening aan rechtspersonen en andere organisaties”, TPR 2004, 793)

Die evolutie heeft zich inderdaad voorgedaan met de invoering door de Wet Hervorming Ondernemingsrecht van 15 april 2018 van het huidige art. I.1, 1° WER. Deze definitie van ‘onderneming’ (onder meer gebruikt voor het insolventierecht, het bewijsrecht in het BW en de bevoegdheidsomschrijving van de ondernemingsrechtbank in het Ger.W.) stelt het begrip ‘organisatie’ centraal. Het kwam in de plaats van de handelaar als aanknooppunt van regels en erkent naast de natuurlijke en rechtspersoon ook ‘organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’.

Het zal niet verbazen dat met het toenemende belang van onstoffelijke organisaties, vooral in het economische verkeer maar dus ook in de wetgeving, ook de these van Professor Dieux vandaag – in het Nederlands meestal onder de vlag ‘vertrouwensbeginsel’ – stand heeft gehouden en enkel maar aan belang heeft gewonnen (zie bv. B. Verheye, “Schijnvertegenwoordiging en vertrouwensleer revisited”, RW 2020-21, 1176, nr. 22 e.v.).

Continue reading “De vertrouwensleer: symptoom van de objectivering van het privaatrecht, op zijn beurt symptoom van het toegenomen belang van onstoffelijke organisaties”

Zinloos geweld? Over gemeen vennootschapsrecht en lastgeving in het WVV

Een post door gastblogger Jeroen Delvoie (VUB)

Vooraf

Xavier Dieux was de eerste name partner van het kantoor waar ik in 2000 als jonge snaak begon: Dieux Geens Cornelis. Al tijdens mijn studies was ik geïntrigeerd door de naam waarnaar ik zo vaak moest verwijzen in de voetnoten van een licentiaatswerk vennootschapsrecht: DIEUX, X., volgens de toenmalige V&A-regels. Decaan aan de ULB nog wel…Nadien, als startend advocaat, gaf het toch altijd een speciaal gevoel als je hem in de gang tegenkwam. Om maar te zeggen dat ik zeer blij was een dikke 20 jaar later te mogen meeschrijven aan het Liber Amicorum Xavier Dieux, dat hem gisteren feestelijk werd overhandigd. Geheel in de traditie van het vrij onderzoek als stichtend beginsel sinds 1834 van ons beider alma mater, bevat mijn bijdrage een kritische reflectie over een van zijn standpunten, of althans over de manier waarop dit in het WVV werd vertaald. In deze blogpost vat ik mijn voornaamste bevindingen samen.

Exit gemeen vennootschapsrecht in het WVV

Het gaat meer bepaald om de “speciale militaire operatie” van het WVV tegen het gemeen vennootschapsrecht, en meer bepaald tegen de lastgeving als een van de doelwitten. Het leidt immers weinig twijfel dat Xavier Dieux, indien misschien niet de generaal, dan toch minstens de huisideoloog van deze operatie was. Gelijkenissen met bestaande gebeurtenissen zijn uiteraard zuiver toeval, maar toegespitst op de lastgeving was de initiële aanval nogal chaotisch, en volgde een poging tot hergroepering via de “reparatiewet”[1] . Op basis van artikel 2:51 WVV is een bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling  van de hem opgedragen taak. In het Frans luidde dit in 2019 echter : “de la bonne exécution du mandat qu’il a reçu”. Dit werd “gerepareerd” tot: “de la bonne exécution de la mission qui lui a été confiée”. Volgens de toelichting van het Kamerlid dat het wetsvoorstel indiende, is dat omdat het betuursmandaat geen lastgeving is.[2]

Kijk, dit vind ik nu echt niet ernstig.

Continue reading “Zinloos geweld? Over gemeen vennootschapsrecht en lastgeving in het WVV”

‘Determinatio Magistralis’ door Xavier Dieux

Deficitaire vereffening, soortvorming en -wijziging van aandelen, gerechtelijke reorganisatie

De Belgische dominicaan, kenner van het thomisme en rector aan de Universiteit van Fribourg Pierre Mandonnet beschreef de rol van de determinatio magistralis volgend op een disputatio als volgt:

Les objections proposées et résolues, au cours de la dispute, sans ordre préétabli, présentaient finalement une matière doctrinale assez désordonnée, moins semblable cependant aux débris d’un champ de bataille d’aux matérieux demi-ouvrés d’un chantier de constructions. C’est pourquoi à cette séance d’élaboration en succédait une seconde, qui portait le nom de détermination magistrale.‘ (Revue Thomiste 1928, 267-269, geciteerd in Jacques Le Goff, Les intellectuels au Moyen Âge, éditions du Seuil, 2014, 102)

De magister kreeg één dag om de brokstukken van één quaestio samen te rapen. Op de disputatio van 1 juni j.l. kreeg Professor Xavier Dieux enkele minuten om dit te doen voor drie quaestiones. Dat verhinderde niet dat dit op magistrale wijze gebeurde.

Op de dag dat aan Professor Dieux zijn Liber Amicorum wordt overhandigd, wilden we u graag de kans geven zijn beschouwingen hier te herbekijken (29 minuten).

We geven nog mee dat het proefschrift van Professor Dieux over Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui uit 1995 nu ook in open access beschikbaar is in de digitale archieven van de Leuvense rechtsbibliotheek.