Experiments

Hervorming persoonlijke zekerheden

Op de website van de Kamer werd het wetsvoorstel houdende titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek (ingediend door de heer Koen Geens en mevrouw Katja Gabriëls) gepubliceerd. Het voorstel schetst de voorgenomen structuur van boek 9 als volgt:

Titel 1 – Persoonlijke zekerheden
Titel 2 – Pandrecht
Titel 3 – Hypotheek
Titel 4 – Eigendomsvoorbehoud
Titel 5 – Retentierecht
Titel 6 – Voorrechten.

De algemene toelichting bevat nuttige informatie betreffende de stand van zaken van de andere titels van boek 9. De invoering van titels 2, 4 en 5 zal voornamelijk een coördinatie van de wet van 11 juli 2013 betreffende de roerende zakelijke zekerheden betreffen (de Pandwet, ofte de wet Dirix). Voor titel 3 is een commissie van experten aangesteld onder het deskundige voorzitterschap van prof. dr. Vincent Sagaert. Tenslotte zal de hervorming van de voorrechten (titel 6) worden aangevat. Dat belooft een uitdaging te worden (zie reeds: W. Derijcke en F. t’Kint , “En nu de algemene voorrechten”, TBH 2000, pp. 276-285).

Hoeveel van deze plannen nog deze legislatuur gerealiseerd zal kunnen worden, valt af te wachten. De krachtlijnen van de voorstellen inzake persoonlijke zekerheden worden in een navolgende post toegelicht. De trein zet de reis verder.

Hoe ver reikt de verklaringsverplichting van een derdenbeslagene? (Cass. 11 januari 2024)

Een post door gastblogger mr. Sven Sobrie

De derde-beslagene is ertoe gehouden, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. De verklaring moet nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden (artn. 1452 & 1542 Ger.W.).

Deze verklaring strekt ertoe aan de beslagleggende schuldeiser(s) transparantie te verschaffen over de rechten en schuldvorderingen van de beslagen schuldenaar jegens de derde-beslagene.

De sanctie op een ontbrekende, laattijdige of onnauwkeurige verklaring is fors: de derde-beslagene kan schuldenaar verklaard worden, voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag en de kosten daarvan. Dat is niet min, inzonderheid nu de derde-beslagene op zich niks te maken heeft met het geschil tussen schuldeiser en schuldenaar. Hij wordt, door het derdenbeslag, tegen zijn wil betrokken in dit geschil én hij kan er zelfs medeschuldenaar in worden.

Het is dan ook van belang dat de draagwijdte van de verklaringsverplichting goed wordt afgebakend. Dat is ook het standpunt van het Hof van Cassatie: de derde-beslagene moet precies weten hoever zijn wettelijke verplichting reikt en waaraan zijn verklaring inhoudelijk moet voldoen om de sanctie te vermijden.

In de procedure die aaleiding gaf tot het cassatie-arrest van 11 januari 2024 had de beslagen schuldenaar een managementvennootschap. De beslagen schuldenaar leverde prestaties aan de derde-beslagene, die daarvoor betaalde, niét aan de beslagen schuldenaar, maar aan diens managementvennootschap. De derde-beslagene had zich in haar verklaring vervolgens beperkt tot de vaststelling dat zij geen schuldenaar was van de beslagen schuldenaar, zonder evenwel melding te maken van het feit dat zij wél schuldenaar was van de managementvennootschap van de beslagen schuldenaar.

Continue reading “Hoe ver reikt de verklaringsverplichting van een derdenbeslagene? (Cass. 11 januari 2024)”

Harder werkende gehuwde vrouwen en echtscheidingswetgeving in de V.S.

Dirk Heremans – Valkuilen in Recht en Economie (die Keure, 2024)

De Nobelprijs economie wordt in 2023 (terecht) toegekend aan de vrouwelijke Harvard hoogleraar Claudia Goldin voor haar wetenschappelijke bijdragen over de “genderkloof” in inkomens en arbeidsparticipatie.

De genderkloof genoot reeds heel wat aandacht, in de V.S.A. ook meer bepaald in studies van een (mannelijk) rechtseconoom, met reeds in 1998 een wetenschappelijke publicatie over de vraag waarom gehuwde vrouwen zoveel uren werken (A. Parkman, Why are Married Women Working so Hard?, International Review of Law and Economics, 1, 1998, 41-49.). De empirische vaststelling dat gehuwde vrouwen met een job meer uren (inclusief huishoudelijke arbeid) werken dan hun echtgenoten was niet zo verrassend. Meer verrassend was dat de kloof in de periode tussen 1960 en 1986 was toegenomen, met een toename van gemiddeld 4 uur meer gewerkte uren per week voor vrouwen, terwijl hun echtgenoten hun werkuren met 2,5 uur verminderden. Hoe dit te verklaren? Bij de mogelijke verklaringen, nog meer verrassend, de empirische bevindingen uit wijzigingen in de echtscheidingswetgeving in die periode.

Continue reading “Harder werkende gehuwde vrouwen en echtscheidingswetgeving in de V.S.”

Tot wanneer kan een schuldeiser geldig aangifte doen in een procedure van evenredige verdeling? (Cass. 8 januari 2024)

Een post door gastblogger mr. Stan Brijs (Nauta)

‘De door het Hof van Cassatie weerhouden oplossing verdient goedkeuring en brengt duidelijkheid na jaren controverse.’

Hoewel de procedure van evenredige verdeling na uitvoerend roerend beslag of derdenbeslag al sinds de invoering van het Gerechtelijk Wetboek bestaat, blijven er nog steeds onduidelijkheden bestaan over deze procedure. De (gepubliceerde) rechtspraak hierover is beperkt en het Hof van Cassatie heeft de laatste jaren nog regelmatig twistpunten beslecht (zie b.v. Cass. 28 september 2017, Cass. 9 juni 2017, Cass. 15 mei 2015, Cass. 23 april 2010).

Men kan verschillende redenen bedenken waarom er weinig rechtspraak is over evenredige verdelingen. Zo halen de meeste uitvoerende roerende beslagen niet eens het stadium van de evenredige verdeling omdat het beslag in de praktijk dient om afbetalingen te verkrijgen (een effectieve gedwongen verkoping zou in vele gevallen nauwelijks leiden tot dividenden voor de vervolgende schuldeiser). Bovendien is het voeren van een geschil bij de beslagrechter door middel van tegenspraak tegen een evenredige verdeling niet zo aantrekkelijk voor individuele schuldeisers die menen dat één van de concurrente schuldeisers teveel krijgt of die hun eigen aandeel in de verdeling verhoogd zouden willen zien: ten eerste heeft tegenspraak schorsende werking en dus leidt elke tegenspraak ertoe dat niemand iets ontvangt uit de verdeling totdat de tegenspraak definitief is beslecht; ten tweede levert het betwisten van de schuldvordering van een andere schuldeiser in heel wat gevallen slechts een beperkte winst op voor de schuldeiser die het initiatief neemt, gezien de proportionele verdeling; ten derde creëert de vertraging in de uitbetaling ten gevolge van de tegenspraak, het risico dat er intussen een insolventieprocedure wordt geopend waardoor de kans op een snelle betaling of zelfs op enig dividend bijzonder klein wordt; dat risico is alleen maar groter geworden met het hierboven geciteerde arrest van het Hof van Cassatie van 23 april 2010 (het Hof besliste dat een faillissement roet in het eten kan gooien tot op het ogenblik van de effectieve uitbetaling aan de schuldeisers, terwijl voorheen unaniem aanvaard werd dat de evenredige verdeling niet meer kon worden opengebroken door een faillissement vanaf het definitief worden van het PV van verdeling).

De door het Hof van Cassatie beslechte controverse in een arrest van 8 januari 2024 is verbonden met de zogenaamde collectieve dimensie van beslag waarvoor de wetgever koos doch deze evolutie heeft ook een aantal nadelen, zoals E. Dirix nogmaals in de verf zette n.a.v. zijn emeritaat (E. Dirix, Het insolventierecht permanent in de steigers, Acta Falconis XXIV, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2019, 32 en de referenties).

Continue reading “Tot wanneer kan een schuldeiser geldig aangifte doen in een procedure van evenredige verdeling? (Cass. 8 januari 2024)”

Governance van huwelijk en kloostervereniging vergeleken met de vennootschap

Valkuilen in Recht en Economie (die Keure, 2024)

Marital governance

Een cruciale sleutel voor de verschillende juridische normering van het maximum aantal leden in een huwelijk, een vennootschap en een kloostervereniging ligt in de verschillende problemen die meerhoofdigheid stelt voor besluitvorming in deze organisaties.

In een organisatie zoals het huwelijk met twee deelgenoten en zonder bestuursorgaan, zijn er drie grote governance-opties (als we de optie van een extern bestuurder buiten beschouwing laten): (i) deelgenoten kunnen enkel gezamenlijk beslissen (d.w.z. elke deelgenoot heeft een vetorecht); (ii) elke deelgenoot kan alleen beslissen (concurrentiële bevoegdheid) en (iii) één echtgenoot kan alleen beslissen (exclusieve bevoegdheid).

Het actuele huwelijksrecht maakt vooral gebruik van een mengeling van de tweede en de eerste optie: concurrentieel bestuur en gezamenlijk bestuur.

Historisch gezien is nochtans de derde optie van exclusief bestuur de meest voorkomende vorm van marital governance: één managing spouse die exclusief bestuursbevoegd is. Vóór de wijzigingen van 1958 en 1976 werd het huwelijk(svermogen) exclusief bestuurd door één (de mannelijke) echtgenoot (‘hoofd van de echtvereniging’), met nauwelijks governance rechten voor de andere (vrouwelijke) echtgenote die door het huwelijk onbekwaam werd. Deze hervormingen kwamen er overigens niet zonder grote weerstand, vanuit het idee dat een schip met twee kapiteins onbestuurbaar is (Rutsaert, J. “La destruction de la famille par la loi”, JT 1958, 69 e.v.).

Continue reading “Governance van huwelijk en kloostervereniging vergeleken met de vennootschap”

PhD Workshop on European/International Insolvency Law in Vilnius | Call for Papers | Stichting Bob Wessels Insolvency Law Collection

Following five successful editions, the Stichting Bob Wessels Insolvency Law Collection (BWILC) is pleased to announce its 6th PhD Workshop on European/International Insolvency Law. PhD students are invited to present their research ideas in the area of European/ International Insolvency Law, and discuss the challenges and questions they face.

The two-day workshop will be held on Tuesday 16 – Wednesday 17 April 2024 at the Mykolas Romeris University (Vilnius, Lithuania).

Continue reading “PhD Workshop on European/International Insolvency Law in Vilnius | Call for Papers | Stichting Bob Wessels Insolvency Law Collection”

De trein davert verder: over de Listing Act en CS3D

Terwijl alle aandacht gericht is op de hervorming van het aansprakelijkheidsrecht (Boek 6 BW (buitencontractuele aansprakelijkheid) door Kamer aangenomen), davert de Europese wetgevende trein (voor de liefhebbers) ongehinderd verder. Voor de specialisten vennootschaps-en financieel recht valt het voorlopig akkoord (akkoorden zijn tegenwoordig steeds voorlopig) inzake de zgn. Listing Act te noteren. Dit akkoord moet beursnoteringen aantrekkelijker maken, door zgn. “red tape” te wieden. Blijkbaar zou er in dat verband ook een akkoord zijn over “multiple-vote shares” – watch this space voor meer daarover.

Inzake CS3D (Corporate Sustainability Due Diligence) vallen dan weer opvallende bewegingen te noteren. Eind december werd een politiek akkoord bereikt. De losse eindjes van dit akkoord werden ondertussen samengebundeld in een globale compromistekst die vorige week vakkundig werd gelekt. Echter, in het Oosten verschijnen donkere wolken aan de horizon, die zich tegen CS3D, minstens in de huidige vorm, verzetten. Faites vos jeux.

Blijven onvermeld op deze blog allerlei belangrijke initiatieven inzake consumentenrecht die de voorbije dagen het licht zagen. Dit alles om, voor zover nodig, het belang van “Europa” te onderstrepen.

Boek 6 BW (buitencontractuele aansprakelijkheid) door Kamer aangenomen

De plenaire vergadering van de Kamer nam zo-even Wetsvoorstel houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het Burgerlijk Wetboek aan. De nieuwe regels treden in werking de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Zie over enkele aspecten van dit Boek 6 op Corporate Finance Lab:

Continue reading “Boek 6 BW (buitencontractuele aansprakelijkheid) door Kamer aangenomen”

Rechtseconomie: weg van het juridisch positivism zonder te vervallen in economisch positivisme

Valkuilen in Recht en Economie (die Keure, 2024)

Het is geen verrassing dat “law & economics” eerder van de grond kwam en met meer enthousiasme werd ontvangen in common law landen. Continentale juristen zien hun systeem traditioneel als een geometrisch georganiseerde, gesloten verzameling normen. In een dergelijk zelfbeeld is het gemakkelijk om waanideeën te koesteren van zelf-voorzienende academische grootsheid en om weerstand te bieden aan de oprukkende claims van een economische analyse van het recht. Het recht kende overigens ook een positivistische periode waarin juristen ervan uitgingen dat oplossingen meer geometrisch konden worden afgeleid uit regels (statuten of precedenten). Juristen geloofden ook – of geloven misschien nog steeds? – in een gesloten formeel systeem dat zou leiden tot een correct antwoord, ongeachte de vooroordelen of waarden van de besluitvormers.

Moderne juridische auteurs daarentegen hebben overtuigend beargumenteerd dat het recht misschien wel een formeel systeem is, maar geen gesloten systeem (W. Van Gerven, Het beleid van de rechter, Story-Scientia, 1973). Regels spreken elkaar tegen zonder dat er altijd een metaregel is die het conflict oplost; regels moeten worden geïnterpreteerd en interpretatieve regels geven geen definitief antwoord; een reeks feiten kan vaak onder tegenstrijdige regels vallen. Vanwege deze intrinsieke onbepaaldheid van het rechtssysteem is de rol van het menselijk oordeel, vertrouwend op niet-juridische factoren, van het grootste belang. Rechters, en bij uitbreiding alle juristen die regels toepassen, nemen beleidsbeslissingen. In zo’n zelfbeeld zal er ten eerste minder weerstand zijn tegen het idee dat de deugdelijkheid van de uitkomst wordt bepaald door niet-juridische overwegingen. Dit creëert een openheid voor economische analyse. Economische analyse biedt dan de belofte dat het de ongesystematiseerde iurisprudentia meer kan rationaliseren.

Waar gaat het dan mis met recht en economie? Waar het te ver gaat en normatieve pretenties heeft over wat de wet zou moeten zijn, beperkt tot een criterium van efficiëntie als enige doelstelling. Deze benadering vervreemdt juristen, brengt ideologische vooroordelen met zich mee onder het mom van wetenschap en is naïef sciëntisme dat de menselijke oordeelsvorming in het hart van beleidsvorming negeert. Met andere woorden: de economische analyse van het recht gaat fout waar het definitieve antwoorden presenteert met het aura van wetenschap. Beleidsbeslissing horen geïnformeerd te zijn door wetenschap, maar worden er zelden door bepaald.

Continue reading “Rechtseconomie: weg van het juridisch positivism zonder te vervallen in economisch positivisme”

De Klimaatzaak: ‘business as usual’ of ‘gouvernement des juges’ – een online dispuut

13 februari 2024 |19u | online

Op 30 november 2023 oordeelde het hof van beroep te Brussel in de Belgische Klimaatzaak. Op vordering van de vzw Klimaatzaak verplicht het arrest de Belgische Staat, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaamse Gewest om de uitstoot van broeikasgassen sneller te reduceren (een vermindering van 55% in 2030 tegenover 1990).

De Belgische Klimaatzaak surft ontegensprekelijk mee op een golf van vergelijkbare klimaatzaken doorheen Europa en ver daarbuiten. In al die zaken wordt het klimaatbeleid van landen juridisch getoetst. Mensenrechten en de algemene zorgvuldigheidsnorm zijn terugkerende kapstokken (zie hierover algemeen).

De reacties op het arrest van 30 november 2023 zijn op zijn zachtst gezegd verdeeld. Voor sommigen is het arrest een evidentie, gelet op de klimaatuitdagingen waarmee de mensheid geconfronteerd wordt. Voor anderen betekent het arrest een rechterlijke machtsgreep, met miskenning van de scheiding der machten en het Europese klimaatbeleid.

Een zaak is zeker: over de Klimaatzaak is het laatste woord nog niet gezegd. Ook procedureel niet, aangezien alvast het Vlaamse Gewest reeds aangekondigd heeft cassatieberoep in te stellen. Verwacht kan dan ook worden dat de Klimaatzaak, en de gevolgen ervan, de komende jaren een punt van discussie zal blijven.

Meer dan voldoende stof voor een fijn debat. In lijn met de jonge disputatio-traditie van Corporate Finance Lab (editie 2022, editie 2023) gaan prof. dr. Jürgen Vanpraet en prof. dr. Hendrik Schoukens op 13 februari 2024 op wetenschappelijke manier in (juridische) dialoog over het arrest. Moderator is Arie Van Hoe.

Het debat is als volgt opgebouwd:

  • 19 u tot 20 u: debat tussen prof. dr. Jürgen Vanpraet en prof. dr. Hendrik Schoukens op basis van centrale juridische vraagstellingen.
  • 20 u tot 20.30 u: mogelijkheid tot reactie door het publiek, bijkomende vraagstelling, interactie tussen het publiek, …

Het debat vindt digitaal plaats, via Teams, en is gratis. Inschrijving zijn afgesloten. Kort voor 13 februari 2024 ontvangt u dan een uitnodiging met link om het debat kan volgen.

Uitnodiging boekvoorstelling ~ ‘Valkuilen in Recht & Economie’

Provinciehuis Leuven, 21 feb 2024

De nieuwe publicatie bij die Keure Valkuilen in Recht en Economie. Een Interdisciplinaire Governance Uitdaging (eds.: Dirk Heremans & Joeri Vananroye) omvat een selectie van korte essays gericht naar de niet-specialist met interesse in de interdisciplinaire inzichten uit de rechtseconomie met de klemtoon op “governance” (in ondernemingen, de politieke wereld en bij de rechtsbedeling).

Op 21 februari 2024 (16u, Leuven, Provinciehuis) is er een voorstelling van dit boek waarvoor u hier kan inschrijven. Het boek kan u hier bestellen.

  • 15.30 – 16.00 u.: Onthaal van de deelnemers
  • 16.00 – 16.30 u.: Inleiding door Dirk Heremans en Joeri Vananroye
  • 16.30 – 17.10 u.: Gesprek: Corporate Governance: Waarheen ? met Koen Geens en Cynthia Van Hulle
  • 17.10 – 18.00 u.: netwerkmoment

Deze bundel omvat een staalkaart omvat van veertig jaar Leuvense bijdragen op het raakvlak van recht en economie, sinds in 1990 de eerste colleges in “Economic Analysis of Law” van start gingen met Dirk Heremans:

Continue reading “Uitnodiging boekvoorstelling ~ ‘Valkuilen in Recht & Economie’”

Een toekomstige afschaffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent riskeert ook bestaande overeenkomsten te impacteren

De trouwe lezer van dit forum heeft mogelijks reeds gehoord dat de afschaffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent nakende is (zie hier). De praktische impact hiervan is groot aangezien in het economisch verkeer zo wat elke overeenkomst door een lange reeks uitvoeringsagenten (bestuurders, werknemers, derden, …) wordt uitgevoerd.

Over boek 6 moet nog door de plenaire Kamer worden gestemd. Bij goedkeuring en afkondiging door de Koning, treden de regels – en dus ook de afschaffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent – in werking de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. In deze post wil ik er aan herinneren dat een voorzichtige contractant reeds nú deze afschaffing moet anticiperen. De afschaffing van de immuniteit riskeert immers een impact te hebben op overeenkomsten die werden afgesloten vóór boek 6 inwerking zal zijn getreden.

Continue reading “Een toekomstige afschaffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent riskeert ook bestaande overeenkomsten te impacteren”

FSMA kan bankiers binnenkort tuchtsancties opleggen voor onprofessioneel of onbillijk gedrag

Een post door gastblogger Matthias Wauters en Carl Clottens (Eubelius)

De wet van 20 december 2023 houdende diverse financiële bepalingen (de “Programmawet” – BS 15 januari 2024) bevat belangrijke nieuwigheden voor leidinggevenden en bepaalde medewerkers in de banksector.

Vooreerst (i) zullen individuele gedragsregels worden vastgelegd voor wie bankdiensten verricht, (ii) zal de FSMA toezien op de naleving ervan, en (iii) tuchtsancties kunnen opleggen indien inbreuken worden vastgesteld. Iedereen zal bij de FSMA een klacht kunnen indienen wanneer hij van oordeel is dat de gedragsregels niet zijn nageleefd.

Daarnaast worden de “fit & proper“-criteria aangescherpt en kan de Nationale Bank van België (NBB) een beroepsverbod opleggen aan wie niet langer aan de geschiktheidscriteria beantwoordt.

Continue reading “FSMA kan bankiers binnenkort tuchtsancties opleggen voor onprofessioneel of onbillijk gedrag”

Naasting in het burgerlijk proces: the easy way out?

Gastblog door Mr Sven Sobrie

De mogelijkheid tot naasting van betwiste rechten is een rechtsfiguur die in de praktijk niet altijd even gekend is en die dan ook af en toe voor verrassingen zorgt bij procespartijen. Een recent arrest van het Hof van Cassatie nodigt uit om stil te staan bij de bestaansreden van het naastingsrecht en bij de toekomst ervan.

Wat is naasting?

Wanneer een (schuld)eiser in de loop van een gerechtelijke procedure de litigieuze schuldvordering overdraagt aan een derde, kan de verweerder het geding beëindigen door aan de overnemer (de nieuwe eiser) het bedrag te betalen dat deze voor de overname van de schuldvordering heeft betaald, inclusief kosten en interesten. Dat ‘naastingsrecht’ lag vroeger vervat in de artikelen 1699 e.v. OBW en is tegenwoordig te vinden in artikel 5.178 BW.

De naasting betekent op die manier een nulwinst voor de overnemer, die het geïnvesteerde bedrag terugkrijgt zonder er een meerwaarde op gerealiseerd te hebben. Voor de verweerder betekent het een relatief goedkope uitweg uit de procedure. Goedkoop, omdat het overnamebedrag, gelet op de verrekening van het proces- en insolventierisico, normaliter een stuk lager zal liggen dan de nominale waarde van de vordering die de inzet van het geschil vormt. De verweerder kiest m.a.w. eieren voor zijn geld en koopt de procedure af met een ‘korting’, veeleer dan een veroordeling tot betaling van het nominale totaalbedrag te riskeren.[1]

Continue reading “Naasting in het burgerlijk proces: the easy way out?”

Vraagstukken Ondernemingsrecht jaargang 2024

KMO Campus

In deze unieke webinar-reeks stellen academici en experts scherp op 5 actuele vraagstukken uit het ondernemingsrecht die de praktijk bezig houden, en brengen zij een analyse van de praktijkervaringen en adders onder het gras.

In elke sessie zal de spreker met pittige vragen en scherpe standpunten het vuur aan de schenen worden gelegd door een debater. De 5 webinars kunnen in zijn geheel of afzonderlijk gevolgd worden afhankelijk van de voorkennis en/of de gewenste verdieping.

Inschrijven volledige reeks 

600 EUR + BTW
voordeeltarief ipv 800 EUR + BTW
Early Bird Discount
2de deelnemer gratis
10u permanente vorming
OVB | ITAA | IBR
Meer info

De Topics

Continue reading “Vraagstukken Ondernemingsrecht jaargang 2024”