Experiments

Reshaping control: the Multiple Voting Shares Directive and its potential impact on the Belgian rules on public takeover bids

A post by Carl Clottens and Göktug Celik (NautaDutilh)

On 4 December 2024, as part of the so-called Listing Act package, the EU adopted Directive (EU) 2024/2810 on multiple voting share structures, commonly known as the MVS Directive. This directive requires EU Member States to allow companies seeking admission to trading on multilateral trading facilities (MTFs) to introduce or maintain multiple voting share structures, provided that certain safeguards are respected (see “Europese richtlijn betreffende meervoudig stemrecht voor genoteerde vennootschappen gepubliceerd – Corporate Finance Lab”).

A group of legal experts working under auspices of the Belgian Centre for Company Law has used the MVS Directive as a starting point for proposing a comprehensive and more far-reaching reform of multiple voting rights in Belgian listed companies (see “MVS proposal Belgian Centre for Company Law”) . The main elements of this proposal have already been set out in an earlier blogpost (see “Multiple voting shares in listed companies in Belgium”).

Continue reading “Reshaping control: the Multiple Voting Shares Directive and its potential impact on the Belgian rules on public takeover bids”

Loyalty- and multiple voting shares and regulatory competition in the EU

Following the special issue on loyalty- and multiple voting shares in European Company Law

European company law seems to be divided in two camps on how to regulate loyalty‑ and multiple‑voting shares: rule‑heavy ex ante regimes and flexible (and uncertain) ex post models. This blog post summarizes the new special issue of European Company Law, where seven country studies map recent developments in Belgium, France, Germany, Italy, the Netherlands, Spain, and the United Kingdom and analyse the race to attract IPOs. The discussion highlights the different approaches and shifting voting caps, sunset clauses and minority safeguards.

Continue reading “Loyalty- and multiple voting shares and regulatory competition in the EU”

Cassatie over de peildatum bij de vennootschapsrechtelijke geschillenregeling (bis)

Cass. 27 juni 2025 (C.24.0081.N)

Ongeveer één jaar geleden, op 28 juni 2024, verdedigde ik aan de KU Leuven mijn proefschrift over misbruik van de uittreding en uitsluiting van aandeelhouders. De aanleiding voor deze nostalgische verjaardagsviering (en de daarmee gepaard gaande product placement) is een arrest van het Hof van Cassatie op de vooravond van deze verjaardag (Cass. 27 juni 2025,          c.24.0081.n – zie tekst hieronder). Het onderwerp? Eén van de evergreens waarover het Hof meer discussies creëert dan het oplost, namelijk de verschuiving van de peildatum.

Continue reading “Cassatie over de peildatum bij de vennootschapsrechtelijke geschillenregeling (bis)”

Wet houdende titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek

Vandaag werd de wet houdende titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

“Alle eer en lof voor deze hervorming zijn voor wijlen Professor Eric Dirix, die het eerste ontwerp van deze wet schreef. We hadden er veel voor over gehad om dit met hem te mogen meemaken. Niet omwille van de persoon, maar omwille van de inhoud, die bij Eric Dirix altijd centraal moest staan. Van die inhoud durven we in bescheidenheid hopen dat die zo goed mogelijk is” (Vincent Sagaert).

Wie zich wil voorbereiden op de inwerkingtreding van deze wet, kan gebaat zijn met deze studiedag.

Het vennootschapsrecht als motor voor maatschappelijke verandering?

ESG mag dan al dood verklaard zijn, het debat over duurzaamheid blijft springlevend. Het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht organiseert dit najaar vier (fysieke) ronde tafels met als centraal onderwerp “Het vennootschapsrecht als motor voor maatschappelijke verandering?”:

  • “De fundamenten van het vennootschapsrecht herbekeken” – woensdag 24 september 2025;
  • “Zorgplichten gisteren, vandaag en post CSDDD” – vrijdag 17 oktober 2025;
  • “Aandeelhoudersactivisme en duurzaamheid” – donderdag 20 november 2025;
  • “Waar staan we met de duurzaamheidsrapportering voorgeschreven door de CSRD” – dinsdag 16 december 2025.

Het aantal plaatsen is beperkt, maar er is mogelijkheid tot digitale deelname.

Kostprijs:

  • Leden van het BCV nemen gratis deel;
  • Niet leden betalen 50,- EUR per ronde tafel. Wie inschrijft op de vier ronde tafels, betaalt 150,- EUR.

Voor alle details over de onderscheiden sessies (inclusief de line-up van sprekers) en praktische informatie wordt verwezen naar onderstaande folder.

Oproep TRV-RPS-prijs voor masterproeven in het vennootschapsrecht

Schreef u een masterproef in het vennootschapsrecht (in ruime zin) en brachten de examenresultaten goed nieuws? Of was u dit academiejaar promotor of begeleider van een masterproef in het vennootschapsrecht? 

In dat geval wijzen wij u graag op de TRV-RPS-prijs, die in 2026 voor de zestiende keer wordt uitgereikt.

Deze jaarlijkse prijs beloont het beste eindwerk over vennootschapsrecht, financieel recht of vennootschapsbelastingrecht. Het eindwerk dient voor publicatie in aanmerking te komen, en moet dit academiejaar zijn tot stand gekomen in het kader van een (aanvullende) opleiding tot meester in de rechten aan een Belgische universiteit of georganiseerd in samenwerking met een Belgische universiteit.

De prijs bestaat uit €1.500 en de publicatie van een herwerkte versie van het eindwerk in het TRV-RPS.

Kandidaten worden met een korte motivatie voorgedragen door de promotor of kunnen zelf hun masterproef (in Word-versie), behaalde resultaat en een korte motivatiebrief indienen vóór 30 september 2025 aan pieterjan.heynen@kuleuven.be.

Wie hierbij nog vragen of opmerkingen zou hebben, kan steeds contact opnemen met Pieterjan Heynen (pieterjan.heynen@kuleuven.be).

Het lot van vordering tot ontbinding wegens ontoereikend actief in de BVBA na inwerkingtreding WVV

Cass. 19 mei 2025 (C.22.0246.N): geen ontbinding meer na inwerkingtreding WVV, ook al werd de vordering eerder ingesteld

Art. 333 W.Venn. gaf iedere belanghebbende het recht de ontbinding van een BVBA te vorderen voor de rechtbank, wanneer het netto-actief is gedaald tot beneden het bedrag van 6.200 euro. Indien de drempel was bereikt, kon de rechtbank de vennootschap hoogstens nog een cure period geven om het netto-actief terug boven de minimumdrempel te brengen.

Een gelijkaardige regel staat nog altijd in art. 7:229 WVV voor de NV (met strengere drempels). Voor de BV werd deze ontbindingsmogelijkheid opgeheven met de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Continue reading “Het lot van vordering tot ontbinding wegens ontoereikend actief in de BVBA na inwerkingtreding WVV”

​​​De gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord – grote ondernemingen

Vandaag mocht ik een presentatie geven over de belangrijkste regels inzake de gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord, stelsel grote ondernemingen. De presentatie beoogt enig inzicht te bieden in de fundamentele bouwstenen van een dergelijke collectief akkoord. De slides kunnen hieronder worden geconsulteerd.

Een voorbeeld van legistieke ‘content drift’: art. 4:23 WVV

Eerder kwam hier legistieke ‘linkrot‘ aan bod, waarbij een bepaling verwijst naar een ander bepaling die intussen werd opgeheven. Een andere vorm van legistieke ‘referentie rot’ is content drift waarbij een artikel verwijst naar een andere bepaling, die formeel nog wel bestaat, maar waarbij de inhoud van de bepaling waarnaar verwezen wordt intussen niet meer relevant is. Dit is mogelijk nog vervelender omdat het voor de lezer, anders dan bij een verbroken link, niet meteen duidelijk is dat er een fout in de verwijzing is.

Een voorbeeld hiervan is art. 4:23 WVV. Dit artikel verklaart o.a. de bepalingen van de maatschap van toepassing op de VOF en CommV, met enkele uitzonderingen die vooral te maken hebben met de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid bij de maatschap.

Continue reading “Een voorbeeld van legistieke ‘content drift’: art. 4:23 WVV”

Nieuw recht inzake persoonlijke zekerheden: studiemiddag te Leuven (9 september 2025) en Kortrijk (8 oktober 2025)

Persoonlijke zekerheden na goedkeuring boek 9.1 BW: save the date

Op 1 januari 2026 treedt de nieuwe regeling inzake persoonlijke zekerheden in werking, als onderdeel van het BW (Boek 9, Titel 1). De wet bevat een uitgewerkte regeling inzake borgtocht en autonome garantie, maar ook bijzondere bepalingen inzake consumentenborgtocht. Deze mechanismen worden ook afgebakend tegenover hoofdelijkheid tot zekerheid, sterkmaking tot zekerheid en, de patronaatsverklaring.

Op een studienamiddag van de KU Leuven te Leuven (9 september 2025, met livestream) en Kortrijk (8 oktober 2025 bespreken experts de hervormde wettelijke regels besproken met het oog op de praktijk. Deelnemers aan een van deze studienamiddagen krijgen een verslagboek toegestuurd.

Op het programma:

  • Algemene inleiding ~ Prof. dr. Vincent Sagaert (KU Leuven en KULAK)
  • Borgtocht ~ Prof. dr. em. Matthias Storme (KU Leuven, advocaat)
  • Consumentenborg ~ Mr. Dominique Blommaert (advocaat te Brussel en Gent)
  • Autonome garantie ~ Mr. Charles-Antoine Leunen (advocaat te Brussel, vrijwillige wetenschappelijk medewerker Instituut Handels- en Insolventierecht KU Leuven)
  • Andere zekerheidsmechanismen (bindende patronaatsverklaring, hoofdelijkheid  tot zekerheid en sterkmaking tot zekerheid) ~ Prof. dr. Joeri Vananroye (KU Leuven, advocaat)

Meer informatie en inschrijvingslink in de links voor Leuven (9 september 2025) en Kortrijk.

Financial Mindmap: videos explaining corporate finance

In 2024, the paperback version of “Corporate Finance for Lawyers” was published. In this book, the authors explore the intricate relation between law and corporate finance to allow lawyers to gain a deeper understanding of the field they are working in.

First of all, the book provides an introduction into the basic building blocks of the world of corporate finance and the dominant company valuation methods of EBITDA-multiples and Discounted Cash flow methods. The book further explains standard finance patterns from both a finance and a legal perspective, most notably the increased use of non-interest bearing debt as cheap way of finance, financing by means of secured credit, financing by means of shareholder loans and financing by means of guarantees. The book also discusses the corporate finance dynamics of reorganization procedures and disputes over the allocation of value as part thereof. The authors focus on what goes on in the actual world of corporate finance, discussing the power balance between shareholders, secured lenders and creditors in a world where the assumptions of perfectly functioning markets with fully adjusting creditors do not apply.

The authors use the Financial Mindmap throughout the book. This tool depicts finance by using colour and visualisations in a clear and intuitive manner. By using the Financial Mindmap, readers can quickly gain an intuitive understanding of finance.

The Financial Mindmap is developed as an interactive tool for teaching purposes. In order to bring the Financial Mindmap further to live, the authors have developed video’s explaining corporate finance. In addition to an Introduction to Corporate Finance for Lawyers, the authors discuss Solvency and insolvency as balance sheet concepts (video 1), The use of non-interest bearing debt as a cheap source of finance (video 2), Non-interest bearing debt and company valuation (video 3), and Secured credit for investing and distributions to shareholders (video 4).

Lliuya v RWE. Germany’s historic climate ruling: A pyrrhic loss for claimants?

A post by guest blogger Geert Van Calster (KU Leuven)

I owe the title of this post squarely to Arie Van Hoe. The sentiment which Arie taps into, is that of most of the immediate commentary on Lliuya v RWE at the Hamm regional court, acting as court of appeal. Most of the immediate commentary notes the significant legal points scored by Mr Lliuya, even if his claim was ultimately dismissed. Consequently even in losing, the determination of the claim by the Hamm court may inflict long-lasting injuries on big greenhouse has emitters.

Background to the case is on the Sabin Center’s climate litigation database. In essence, claimant’s home is situated in the Peruvian Andes, right below a glacial lake. The gradual melting of the ice threatens to flood his home as well as that of many others. Claimant requests in essence a contribution by RWE to the costs of putting up a protective flood barrier. RWE is historically and currently an electricity generator, having used and continuing to use mostly fossil fuels in its production process. Hence it is undeniably a contributor to global greenhouse gas emissions, adding to climate change.

Continue reading “Lliuya v RWE. Germany’s historic climate ruling: A pyrrhic loss for claimants?”

Boek 9 Titel 1 BW (persoonlijke zekerheden) goedgekeurd in Kamer

De plenaire vergadering van de Kamer keurde vanavond Boek 9 Titel 1 BW goed. We hernemen graag de tekst die professor Sagaert, een van de experten die aan deze tekst werkten, zo-even op LinkedIn schreef:

“Alle eer en lof voor deze hervorming zijn voor wijlen Professor Eric Dirix, die het eerste ontwerp van deze wet schreef. We hadden er veel voor over gehad om dit met hem te mogen meemaken.  Niet omwille van de persoon, maar omwille van de inhoud, die bij Eric Dirix altijd centraal moest staan. Van die inhoud durven we in bescheidenheid hopen dat die zo goed mogelijk is.”

Grondwettelijk Hof ziet geen graten in de vervaltermijn voor terugvordering eigendom bij faillissement

Arrest nr. 80/2025 van 15 mei 2025

Eerder kwam hier (zie posts door Van Hoe en Verlaeckt) aan bod hoe het Hof van Cassatie een prejudiciële vraag stelde aan het Grondwettelijk Hof over art. XX.194 WER. Dit artikel verplicht de eigenaar van goederen die in het bezit zijn van de gefailleerde (bv. een onbetaalde verkoper die eigendomsvoorbehoud heeft bedongen) tot snel handelen. Op straffe van verval moet de rechtsvordering tot terugvordering worden ingesteld voor de neerlegging van het eerste proces-verbaal tot verificatie van de schuldvorderingen.

In een arrest van vandaag 15 mei oordeelt het Grondwettelijk Hof dat Art. XX.194, al. 2 WER geen schending uitmaakt van art. 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol EVRM.

Waar voornoemde posts in hun analyse de vraag centraal stellen of de rechten van de eigenaar na een verkoop door de curator overgaan op de prijs ervan, blijft zaaksvervanging afwezig in de belangenafweging door het Grondwettelijk Hof. Voor het Hof is het voldoende dat de eigenaar, zoals wij allemaal uiteraard, het Belgisch Staatsblad zal lezen en dan voldoende tijd heeft om actie te ondernemen.

Dat verbaast omdat het Hof van Cassatie een jaartje geleden heeft geoordeeld dat voornoemde vervaltermijn ook geldt in de afwezigheid van een contractuele relatie tussen de eigenaar en de gefailleerde.

Keep calm and trust common sense: hernieuwing van een hypothecaire inschrijving blijft nodig na een faillissement volgens het Hof van Cassatie, of toch niet helemaal?

Een post door gastblogger Mr. Cedric Haspeslagh

Om het met de woorden van S. CARPENTER te zeggen: “These are fast times and fast nights. No time for rewrites”. Of iets traditioneler: ius vigilantibus est.

Dat ‘te laat te laat’ is en een schuldeiser daar soms mee moet leven, heeft een hypothecaire schuldeiser ervaren in de zaak die geleid heeft tot een cassatiearrest van 28 april 2025 (AR C.22.0419.F).

De soep hoeft evenwel niet zo heet opgegeten te worden als ze op het eerste gezicht werd opgediend.

Continue reading “Keep calm and trust common sense: hernieuwing van een hypothecaire inschrijving blijft nodig na een faillissement volgens het Hof van Cassatie, of toch niet helemaal?”