Is de vereffenaar een mini-curator?

Cass. 26 november 2021 (C.20.0572.F)

Een curator is de bewindvoerder van de faillissementsboedel. Die boedel bundelt de executierechten van de schuldeisers in het kader van het algemeen beslag op het vermogen van de debiteur. De curator heeft daardoor zowel de ‘partijrechten’ van de debiteur als ‘derdenrechten’ van de schuldeisers (bv. pauliana, bv. mogelijkheid om zich soms op niet-tegenwerpelijkheid te beroepen, bv. mogelijkheid om collectieve schade te vorderen die debiteur zelf buiten faillissement niet zou kunnen vorderen).

Een vereffenaar, aangesteld bij ontbinding van een rechtspersoon, is daarentegen een orgaan van de rechtspersoon. De vereffenaar heeft in beginsel enkel de rechten die de rechtspersoon zelf heeft. Dat geldt ook bij een deficitaire vereffening, die nochtans dezelfde situatie wil afwikkelen als een faillissement.

Er bestaan goede redenen voor dat verschil in bevoegdheden: de vereffenaar wordt doorgaans door de algemene vergadering van aandeelhouders aangesteld en biedt daarom niet dezelfde garanties inzake onafhankelijkheid als een curator. Het zou onverantwoord zijn dat de vereffenaar zoals een curator de rechten van de schuldeisers overneemt. (Daarmee is overigens niet gezegd dat er geen garanties zijn omtrent een ordentelijke vereffening, zie J. Van Eetvelde, Ontbinding en vereffening van vennootschappen, Proefschrift KU Leuven, 2022, 388 e.v.).

In een arrest van 26 november 2021 kon het Hof van Cassatie deze principes bevestigen m.b.t. de bevoegdheid inzake collectieve schade voor de vereffenaar van een commanditaire vennootschap: “[Si le liquidateur] exerce ses pouvoirs dans l’intérêt de la société et des créanciers, le liquidateur ne représente que la société et non les créanciers. Il ne peut dès lors mettre en œuvre que les actions qui appartiennent à la société.

Continue reading “Is de vereffenaar een mini-curator?”

De maatschap en aanverwante rechtsvormen

Bij die Keure verscheen Maatschap en aanverwante rechtsvormen (468 p., in reeks Leerstoel Professor C. Matheeussen) over de maatschap, de VOF en de CommV na het nieuwe vennootschaps-, insolventie- en ondernemingsrecht. Naast de rechtshistorische insteek die de trots is van deze reeks, bevat het boek bijdragen over het vermogen van de maatschap (Dominique De Marez), de rechten en plichten van vennoten en zaakvoerders (Frank Hellemans en Bert Keirsbilck), de VOF en CommV (Carl Clottens), UBO en fiscaliteit (Axel Haelterman) en een vergelijking tussen de maatschap en andere technieken van vermogensplanning en familiale opvolging (Bert Keirsbilck). Het boek is daarmee een product van de Master Vennootschapsrecht van de KU Leuven Campus Brussel.

Zelf schreef ik over de maatschap nieuwe stijl in het ondernemings-, insolventie en procesrecht (ook in het laatste nummer van TBH/RDC). Ik bespreek in de conclusie o.m. twee vragen: ‘waarom wordt de maatschap geen rechtspersoon genoemd?’ en ‘zou de maatschap beter geen rechtspersoon worden genoemd?’:

Continue reading “De maatschap en aanverwante rechtsvormen”

Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen

In rechtsreeks.be, het gedigitaliseerde archief van de bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven op initiatief van bibliothecaris Christophe Malliet (zie eerder hier) bevindt zich nu ook het proefschrift van Jeroen Delvoie over Orgaantheorie in rechtspersonen van privaatrecht (2010).

Toerekening aan rechtspersonen betreft de vraag wanneer schadeverwekkend handelen (met inbegrip van een stilzitten) kan worden toegerekend aan een rechtspersoon. Meestal wordt gesproken over het toerekenen van onrechtmatige daden aan de rechtspersoon, maar het gaat eigenlijk om het toerekenen van schadeveroorzakend handelen (dat op het niveau van rechtspersoon en natuurlijke persoon verschillend kan worden beoordeeld). Bij natuurlijke personen is de toerekeningsvraag een feitelijke kwestie (“wie heeft het gedaan?”). Bij een rechtspersoon dient ook een juridisch link te worden gelegd tussen het schadeverwekkend handelen enerzijds en het onstoffelijk rechtssubject dat de rechtspersoon is anderzijds.

Het voorontwerp van nieuw buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht geeft voor het eerst een expliciete regel hieromtrent met artikel 5.158, dat de aansprakelijkheid van rechtspersonen voor leden van bestuursorganen schoeit op de leest van de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde (hiervoor wordt intern verwezen naar artikel 5.157, dat de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde regelt).

Continue reading “Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen”

Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW

Het laatste nummer van het TPR is helemaal besteed aan bijdragen over het voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek.

Met Olivier Roodhooft schreef ik een bijdrage in dit thema-nummer over (i) toerekening aan rechtspersonen en (ii) de aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten (‘hulppersonen’) t.a.v. de contractuele schuldeiser van hun opdrachtgever.

Continue reading “Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW”

Parlementaire voorbereiding WVV artikelsgewijs ontsloten

De Grondwet heeft Huyttens en Van Overloop, de Code civil Locré en de Vennootschapswet van 1873 Guillery (Commentaire législatif de la loi du 18 mai 1873 sur les sociétés commerciales en Belgique, Brussel, Bruylant, 1878): een systematisch overzicht van de voorbereidende werken dat vertrekt vanuit de uiteindelijk goedgekeurde artikelen.

Voor wetenschappelijk onderzoek zijn dit werken van grote waarde. Het is dan ook erg gelukkig dat het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht op haar webpagina een compilatie van parlementaire voorbereidingen van het WVV ter beschikking stelt met met achtereenvolgens de per 1 september 2021 in voege zijnde wettekst, de tekst van wetsontwerp(en), voorontwerp(en), de memorie van toelichting en, in voorkomend geval, de toelichting bij goedgekeurde amendementen en passages uit de adviezen van de Raad van State.

Deze overzichten zijn oorspronkelijk opgesteld door mevrouw Filiz Korkmazer, die als gewezen adjunct-kabinetchef economisch recht op het kabinet van toenmalig minister van justitie Geens zeer nauw betrokken was in het traject van totstandkoming van het WVV, en alle werkgroepen en vergaderingen leidde (zie de toelichting bij de compilatie).

Continue reading “Parlementaire voorbereiding WVV artikelsgewijs ontsloten”

‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht

Verwijzingen naar niet langer bestaande of gewijzigde normatieve teksten

Wikipedia definiëert linkrot als “het fenomeen waarbij op een internetpagina met links na enige tijd steeds meer aangeklikte links niet werken, omdat de doelpagina uit de lucht is, een andere naam heeft gekregen of omdat de webpagina of site niet meer bestaat.” 

Ook in het recht kennen we linkrot: normatieve teksten (wetten, maar ook reglementen, statuten of overeenkomsten) die verwijzen naar andere normatieve teksten die niet langer bestaan of waarvan de inhoud is gewijzigd.

Continue reading “‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht”

Vijf Jaar ‘Corporate Finance Lab’

Vijf jaar geleden verscheen de eerste post van deze blog, over de maatschap. Meteen een illustratie van de zeer ‘inclusieve’ opvatting die deze blog hanteert over corporate finance (al is de maatschap uitermate geschikt om te spreken over vermogensafscheiding, de derdeneffecten van een vennootschap of het onderscheid tussen eigen en vreemd vermogen).

Een strak plan was er niet, en dat is er nog altijd niet echt.

Continue reading “Vijf Jaar ‘Corporate Finance Lab’”

Beginselen van Organisatierecht (ed. 2021)

De herwerkte versie van Beginselen van Organisatierecht (313 blz) kan hier in pdf-vorm worden geconsulteerd:

We maakten deze syllabus voor het vak ‘Bepalingen gemeen aan alle rechtspersonen’ in de Master vennootschapsrecht (KU Leuven).

Continue reading “Beginselen van Organisatierecht (ed. 2021)”

Hoe de kwijting aan de kant schuiven of verhinderen bij een gewone ‘actio mandati’?

Een vorige post belichtte de grenzen aan het comfort van een kwijting, in het bijzonder als bij faillissement de curator vordert.

Als de curator de gewone contractuele aansprakelijkheidsvordering van de vennootschap zelf (actio mandati) instelt, is de rechtsgeldig vóór het faillissement verleende kwijting haar in beginsel we tegenwerpelijk. De curator oefent immers de interne aansprakelijkheidsvordering uit, met alle excepties die daaraan kleven, op grond van het collectief faillissementsbeslag ten behoeve van de gemeenschappelijke schuldeisers.

Zelfs bij de gewone actio mandati biedt de kwijting echter geen perfect comfort.

Continue reading “Hoe de kwijting aan de kant schuiven of verhinderen bij een gewone ‘actio mandati’?”

De relativiteit van de kwijting van bestuurders

Na de goedkeuring van de jaarrekening beslist de AV bij afzonderlijke stemming over de kwijting van bestuurders en leden van de raad van toezicht (art. 5:98, 6:83 en 7:149 WVV; voor de VZW: art. 9:20 WVV). Door een geldige kwijting doet de vennootschap afstand van de actio mandati.

Belgische bestuurders – en het belang van de kwijting lijkt toch echt wel typisch iets van het Belgisch vennootschapsrecht- overschatten wellicht het comfort dat een kwijting biedt. Het gisteren besproken cassatie-arrest van 18 juni 2021 herinnert er aan dat de kwijting de curator niet bindt indien zij namens de gezamenlijke schuldeisers vordert. Dit is ondermeer het geval indien de curator vordert op grond van de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid voor kennelijke grove fout of voor wrongful trading.

Er zijn nog andere belangrijke grenzen aan het comfort dat een kwijting biedt:

Continue reading “De relativiteit van de kwijting van bestuurders”

Cassatie over tegenwerpelijkheid van kwijting aan curator: same old Story?

Cass. 18 juni 2021 (C.19.0255.N)

Op 18 juni 2021 velde het Hof van Cassatie een arrest over de tegenwerpelijkheid van een kwijting van bestuurders. Het Hof stelt daarbij dat “de kwijting niet aan de curator kan worden tegengeworpen wanneer hij ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers een vordering in bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 528 Wetboek van Vennootschappen instelt”.

Dit artikel betrof de schendingen van het wetboek of van de statuten. Het equivalent van art. 528 W.Venn. is art. 2:56 al. 3 WVV. Voor doeleinden van de behandelde vraag zijn er geen wijziging aan deze bepaling, zodat het besproken arrest ook onder het WVV relevant is.

Continue reading “Cassatie over tegenwerpelijkheid van kwijting aan curator: same old Story?”

Ook de enige aandeelhouder heeft altijd gezelschap

Cass. 9 juni 2021 over misbruik van vennootschapsgoederen

In een arrest van 9 juni 2021 verbreekt het Hof van Cassatie een arrest van het Hof van Beroep van Luik dat een arts vrijsprak voor het leeghalen via een rekening-courant van zijn professionele vennootschap, terwijl die vennootschap grote fiscale schulden opstapelde. De reden voor de vrijspraak was twijfel over het kwaadwillig opzet. Immers, aldus de beroepsrechter, als de eenpersoonsvennootschap wordt benadeeld, benadeelt de aandeelhouder ook zichtzelf. Belangrijk element daarbij was ook dat de arts, toen de fiscus deze vennootschapsschuld invorderde, zelf betaalde.

Het Hof van Cassatie volgt deze redenering niet:

“L’article 492bis du Code pénal, dont le moyen accuse la violation, sanctionne notamment le dirigeant d’une personne morale qui, frauduleusement, utilise les biens sociaux non dans l’intérêt de cette personne morale mais dans son propre intérêt.

L’intention frauduleuse caractérisant ce délit consiste à agir à des fins contraires à l’intérêt social, en étant conscient que l’usage fait des actifs de la personne morale infligera à celle-ci un préjudice significatif.

L’arrêt constate que le défendeur a manifestement géré la société de manière déplorable, et qu’il lui a causé un dommage, puisqu’en asséchant sa trésorerie, il a exposé la société à se voir taxée sur des revenus qu’elle n’avait pas, invitée à payer des intérêts et des majorations, frappée par des saisies-arrêts et des contraintes exécutées d’office.

De la circonstance qu’après coup, le gérant, producteur et bénéficiaire des rémunérations mises en société, s’est vu chargé de la dette d’impôt y afférente, il ne se déduit pas qu’une atteinte préjudiciable n’ait pas été portée au patrimoine distinct de la personne morale, ni que le défendeur ait pu en ignorer la réalité.

Les juges d’appel n’ont, dès lors, pas légalement justifié leur décision.”

Dit technisch arrest over het misdrijf van vennootschapsgoederen leert iets over een actueel, misschien filosofisch aandoende, vraag: moet de vennootschap enkel worden bestuurd in het belang van de aandeelhouders of ook in het belang van derden?

Continue reading “Ook de enige aandeelhouder heeft altijd gezelschap”

Grondwettelijk Hof over de vervaltermijn voor aanvraag kwijtschelding bij faillissement: een ‘fresh start’ voor de wetgever?

Grondwettelijk Hof – Arrest nr. 62/2021
van 22 april 2021

Een onderneming-natuurlijke persoon kan in een faillissement ten aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden (met enkele uitzonderingen). Hoewel het WER dat niet zeer expliciet zegt, wordt meestal aangenomen dat de rechter deze kwijtschelding in beginsel moet toekennen, met de ogen dicht en desnoods met de knijper op de neus. De rechter kan enkel (geheel of gedeeltelijk) weigeren indien (i) er een verzoek is in die zin van een belanghebbende (een schuldeisers, de curator, het OM) en (ii) de gefaillisseerde kennelijk groven fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement.

Dit werd door de wetgever in de markt gezet als een automatische wissing van de restschulden (A. Van Hoe, S. Brijs en J. Cardinaels, “Het nieuwe insolventierecht: op zoek naar nieuwe evenwichten”, in Curatoren en vereffenaars V, Intersentia, 2020, 20, nr. 24).

Hoewel dit spoort met de hoge procedurele en materiële drempel voor een weigering van kwijtschelding, is dit enigzins misleidend. Art. 173 § 2 WER bepaalt immers dat de gefailleerde deze kwijtschelding moet verzoeken. Daarzonder kan de rechter de kwijtschelding niet toekennen. Dat verzoek kan bij de aangifte van faillissement of later tot uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis. Dit werd door de rechtspraak als een vervaltermijn beschouwd (ibid., 22, nr. 44). Deze vervaltermijn werd in een arrest van het Grondwettelijk Hof van vandaag 22 april 2021 in strijd bevonden met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel:

Continue reading “Grondwettelijk Hof over de vervaltermijn voor aanvraag kwijtschelding bij faillissement: een ‘fresh start’ voor de wetgever?”

Omtrent de beschikking van de Franstalige Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van vandaag inzake het Corona-MB

De eigenaardige beschikking van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel (ORDONNANCE REFERE 31MARS2021) waarbij de Belgische Staat wordt veroordeeld tot … ja tot wat eigenlijk, zal ongetwijfeld veel commentaar oproepen, maar die verwacht u wellicht niet hier.

Toch stelt deze uitspraak een punt in het licht dat we eerder hier al belichtten: hoe de collectieve vordering van rechtspersonen tot bescherming van mensenrechten – ingevoerd in 2018 in art. 17 Ger.W. – de actieradius van de rechterlijke macht aanzienlijk heeft uitgebreid. Het komt me voor na een eerste snelle lezing dat zonder deze bepaling een natuurlijke persoon of rechtspersoon nooit het belang zou hebben om de verkregen maatregel te bekomen.

Het vereiste van een “eigen belang” als ontvankelijkheidsvereiste is één van de manieren waarop in ons bestel het domein van de rechterlijke macht wordt ingesnoerd ten voordele van de wetgevende en uitvoerende. Vooral de rechtspraak en doctrine in de VS brengt standing in verband met de scheiding der machten (zie bv. hier).

Fun fact: het wetsontwerp met deze uitbreiding van het ius standi m.b.t. mensenrechten door de Kamer op 20 december 2018 werd goedgekeurd zonder één tegenstem en met slechts vijf onthoudingen, op hetzelfde ogenblik dat het land in politieke crisis verzeilde omtrent de goedkeuring van een ‘pact’ waarvan werd gevreesd dat het de rechter te veel macht gaf om in te grijpen in het beleid.

Joeri Vananroye

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Vrijdag 12 maart 2021

Op vrijdag 12 maart 2021 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 27ste alumnidag. De dag gaat online door aan aangepaste tarieven. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het veel ruimere aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

Invoering van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen, Fiscale stand van zaken “inbreng van arbeid”, Evoluties op het vlak van de successieplanning (kaasroute, duolegaat,…) door prof. Axel HAELTERMAN, Instituut voor Fiscaal Recht KU Leuven, advocaat

Actuele ontwikkelingen inzake koop door prof. Bernard TILLEMAN, Instituut voor Contractenrecht KU Leuven en drs. Frederik VAN DEN ABEELE, Instituut voor Contractenrecht KU Leuven

Schuldeiserbescherming bij vennootschappen: wettelijke specialiteit, vennootschapsbelang, actio pauliana, door prof. Joeri VANANROYE, Instituut voor Handels- en Insolventierecht KU Leuven, advocaat en dr. Gillis LINDEMANS , Instituut voor Handels- en Insolventierecht KU Leuven, advocaat

Alternatieven voor het proces van federale regeringsvorming door prof. Koen GEENS, Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel recht KU Leuven.

Aandelen in het nieuwe familiaal vermogensrecht door prof. Johan DU MONGH, rector Roger Dillemans Instituut voor Familiaal Vermogensrecht KU Leuven

De sanctieregeling in het Gerechtelijk Wetboek door prof. Benoît ALLEMEERSCH, Leuven Centre for Public Law Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven, advocaat

Onderwijs & Corona: in dialoog met de decaan door prof. Wouter DEVROE, decaan Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven.

Inschrijven kan hier.