Verkrijging te goeder trouw van financiële activa

Doctoraatsseminarie Marc Van de Looverbosch (KU Leuven)

Net als de gewone colleges aan de KU Leuven, worden ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus/a zijn/haar werk in uitvoering voorstelt, online gehouden dezer dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om presentaties van zulke doctoraatsseminaries hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen.

Vandaag: Marc Van de Looverbosch met zijn presentatie waarvoor als titel geldt “Bezit, geld, titel: verkrijging te goeder trouw van financiële activa”. Continue reading “Verkrijging te goeder trouw van financiële activa”

De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap

Doctoraatsseminarie Roel Verheyden (KU Leuven)

Net als de gewone colleges gaat ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus zijn of haar werk in uitvoering voorstelt, online deze dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om de presentatie door de doctorandus hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen. Vandaag: Roel Verheyden over “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”.

Op het menu onder meer een overzicht van de gevallen van collectieve en individuele schade, een rechtsvergelijkend overzicht van de rol van individuele schuldeisers bij de uitoefening van de vordering voor collectieve schade en een eigen voorstel voor een hertekening van het afgeleid vorderingsrecht ingevoerd in art. XX.225 WER. Continue reading “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”

CERIL Executive Statement on COVID-19 – Call to Action

On 20 March 2020, the Executive of CERIL (Conference of European Restructuring and Insolvency Law) expressed its deep concern with the ability of existing (European) insolvency legislation to provide adequate responses to the extremely difficult situation in which many companies find themselves as a result of the spread of the COVID-19 (corona) virus. It therefore calls upon EU and European national legislators to take immediate action and adapt insolvency legislations, in order to prevent unnecessary bankruptcies of entrepreneurs. Continue reading “CERIL Executive Statement on COVID-19 – Call to Action”

“Lopende overeenkomsten bij faillissement: niet-uitvoeren is niet hetzelfde als beëindigen”

’t Amendement in TRV-RPS 2020/1

Art. XX.139, § 1 WER verschaft de curator drie mogelijkheden met betrekking tot lopende overeenkomsten, waarbij lopende overeenkomsten worden gedefinieerd als overeenkomsten die zijn gesloten vóór de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde werd gemaakt. De curator kan beslissen om de overeenkomst (i) verder uit te voeren, (ii) niet verder uit te voeren of (iii) eenzijdig te beëindigen

De eerste optie spreekt voor zich, namelijk de verder uitvoering (nakoming/voortzetting) door de curator van de overeenkomst. De medecontractant heeft ten laste van de boedel recht op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na het faillissement. Als boedelschuldeiser kan de medecontractant dus een contante betaling van zijn schuldvordering vorderen voor prestaties geleverd na faillissement. Continue reading ““Lopende overeenkomsten bij faillissement: niet-uitvoeren is niet hetzelfde als beëindigen””

Wat zijn (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting? Een buitengewoon actueel vraagstuk

Bijdrage in TBH 2019/10

In het recentste nummer van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht (TBH 2019/10) ga ik in op de definitie van (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting, dewelke relevant is in het kader van gerechtelijke reorganisatieprocedures door collectief akkoord. Hoewel de nieuwe definitie van buitengewone schuldvorderingen in de opschorting, zoals vervat in artikel I.22,14° van het Wetboek van Economisch Recht (WER), aanzienlijk langer is dan de oude definitie in artikel 2(d) van de Wet op de Continuïteit van de Onderneming (WCO), heeft zij niet alle onzekerheid kunnen wegnemen. In tegendeel, recente rechtspraak en doctrine wijst erop dat de nieuwe definitie onduidelijk is (een drietal vonnissen daarover zijn tezamen met mijn bijdrage gepubliceerd in het TBH 2019/10). Continue reading “Wat zijn (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting? Een buitengewoon actueel vraagstuk”

De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?

Een post door gastblogger Gert-Jan Boon (Universiteit Leiden)

De pre-pack heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Aan de ene kant wordt de prepack geprezen voor de – ten opzichte van een faillissement – flexibiliteit, de grote mate waarin de schuldenaar controle behoudt op het proces, maar ook meer waardebehoud voor alle belanghebbenden. Aan de andere kant wordt de pre-pack verguisd doordat de belangen van diverse belanghebbenden met de voeten zouden worden getreden. Daarmee is de belangstelling toegenomen voor de vraag of de pre-pack daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. Ondanks de vele, met name, rechtswetenschappelijke publicaties, blijft het antwoord op deze vraag difuus.

Strategic bankruptcy

In de strategische management literatuur wordt het aanvragen van een specifieke insolventieprocedure gezien als ‘strategic bankruptcy’. Daarmee wordt gedoeld op de wijze waarop een insolventieprocedure wordt aangewend om strategische wijzigingen aan te kunnen brengen in bestaande relaties die de schuldernaar onderhoudt met klanten, leveranciers of andere belanghebbenden. Daarmee kunnen structurele verbeteringen worden bereikt ten behoeve van de continuïteit van de onderneming.

Strategic bankruptcy wordt vaak gezien als een ultimum remedium, wanneer de andere opties – in het bijzonder via informele herstructurering – zijn verkeken. Vanuit de literatuur over downward-spirals volgt dat een ongecontroleerde verslechtering van de prestaties van een onderneming de neerwaartse spiraal versterkt. Daarmee komt de levensvatbaarheid verder onder druk te staan en raken (financiële) middelen uitgeput. Een insolventieprocedure kan de weg openen naar een nieuw perspectief voor de onderneming. Dat raakt aan de kern van strategic bankruptcy. Ondernemingen in financieel zwaar weer kunnen door een herstructurering de noodzakelijke aanpassingen doen om levensvatbaar te blijven of weer te worden. Daarom wordt verwacht dat juist een strategic bankruptcy bijdraagt aan waardebehoud en – niet onbelangrijk – dat het ook leidt tot behoud van werkgelegenheid en andere belangrijke (intellectuele) bronnen.

Vanuit de theorie achter strategic bankruptcy hebben de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit samen een empirisch onderzoek gedaan naar de Nederlandse pre-pack en faillissement. Aan de hand van twee reorganisatiescenario’s is geanalyseerd in welke mate de pre-pack of de doorstart in faillissement (going-concern sale) meer effectief is in het behoud van werkgelegenheid na faillissement. Continue reading “De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?”

De ‘voorrang’ van de Belgische aandeelhouder bij herstructurering van vennootschappen in moeilijkheden onder druk

Een post over Richtlijn Herstructurering en Insolventie door gastblogger Simon Landuyt

De richtlijn herstructurering en insolventie van 20 juni 2019 (de “Richtlijn”)[1] schrijft voor het eerst op Europees niveau materieelrechtelijke regels voor die van toepassing zijn bij insolventie van vennootschappen (zie over deze Richtlijn reeds hier). Deze moeten grotendeels geïmplementeerd worden in het nationaal recht van de lidstaten tegen 17 juni 2021. De Richtlijn bevat regels over het opsporen van ondernemingen in moeilijkheden en het kwijtschelden van schulden opgestapeld door de natuurlijk-persoon ondernemer. De belangrijkste bepalingen betreffen evenwel deze die betrekking hebben op de “herstructurering” van ondernemingen. De Richtlijn zal in België dan ook voornamelijk een impact hebben op de gerechtelijke reorganisatie uit boek XX WER, en in het bijzonder de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord. Continue reading “De ‘voorrang’ van de Belgische aandeelhouder bij herstructurering van vennootschappen in moeilijkheden onder druk”

Studieavond ‘grondige studie insolventierecht’ UA op 18 december 2019 – programma

Zoals eerder aangekondigd, organiseren de studenten van de grondige studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studieavond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de (reeds) twaalfde editie van deze studieavond worden specifieke thema’s belicht binnen het ruime speelveld van zekerheden in het insolventierecht.

De studieavond gaat door op woensdag 18 december 2019 om 19 u in aula R002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen, gebouw R. Deelname is gratis en iedereen is welkom.

Wie achteraf een documentatiebundel wil ontvangen, kan dat hier melden.

Het programma is als volgt:

  • Maxime Liebaert – Voorrechten en de nieuwe Pandwet: nu voor echt?
  • Sacha Klajnfeld – De kwaliteitsrekening als vermogenssplitsing binnen het insolventierecht
  • Andreas Depoortere – De borgtocht op eerste verzoek. Een juridisch monster?
  • Matthijs Troch – Conventionele schuldvergelijking na samenloop: waarom de wetgever een mooie kans laat liggen
  • Justine Heureux – Conventionele compensatie na een collectieve schuldenregeling in het raam van de WFZ toch niet helemaal onmogelijk
  • Louis Van de Wyer – De restitutieschuldeiser en het faillissement: concurrente faillissementsschuldeiser, (bevoorrechte) boedelschuldeiser of boedelseparatist?
  • Ellen Timmermans – Het verzachten van het in-naturavereiste bij eigendomsvoorbehoud: een sterker eigendomsvoorbehoud?
  • Shannon Van Eyck – Het ontstaan en de tegenstelbaarheid van het zekerheidsrecht van de rechtstreekse vordering van de onderaannemer: ab initio aanwezig of ontstaan op het ogenblik van de kennisgeving?
  • Enya Van Moer – Geld lenen als hypothecaire schuldeiser: zekerheid of risico bij strafrechtelijk beslag?
  • Yaisa Beyers – Zakelijke zekerheden bij cross-border insolvency: (br)exit?

Towards harmonisation of bank insolvency laws

The harmonisation of insolvency rules for European banks was recently put on the table by Germany’s finance minister Olaf Scholz, together with other measures (such as a European deposit insurance scheme) destined to advance the banking union (see his position paper on the goals of the banking union).  According to Minister Scholz:

The lack of harmonisation in this area complicates the resolution of banks with cross-border operations. This becomes particularly problematic when banks and creditors are better placed in proceedings under national insolvency legislation than they would be with a resolution in accordance with the Bank Recovery and Resolution Directive. When this happens, national insolvency legislation undercuts the provisions that are tailored to fit the specific set of interests at play when a bank is wound down.

What is more, the SRB also needs to take into account 19 different national insolvency regimes when performing a resolution due to the no-creditor-worse-off principle, which stipulates that no creditor may incur greater losses as a result of a resolution than they would have in national insolvency proceedings. This is complex, increases legal and compensation risks and results in groups of creditors receiving different treatment despite being fundamentally the same.

For this reason, we need a single European set of laws on bank insolvency.

Coincidentally (or not), a study on the differences between bank insolvency laws and on their potential harmonisation was recently published (the report and the executive summary can be found here). The abstract from the executive summary reads as follows:

 The resolution framework set out under Directive 2014/59/EU (‘BRRD’) provides EU Member States with comprehensive and harmonised arrangements to deal with failing banks at a national level, and is complemented in the euro area by the Single Resolution Mechanism Regulation (SRMR) that sets out a euro-area-wide resolution framework. But under EU law, unlike in the United States, resolution does not function as a standalone substitute for national insolvency proceedings. This study identifies the national insolvency procedures applicable to banks and analyses key differences between them, notably concerning the circumstances according to which the application of reorganisation or winding-up procedures is triggered, the ranking of liabilities, and the available tools to manage bank crises. By highlighting the differences that can be found in the legislative regimes applicable at national level and determining how these national insolvency regimes differ from the resolution regime as set out in the BRRD and SRMR, the study assesses the potential disadvantages that result from the lack of harmonisation of these bank insolvency regimes. Taking these disadvantages into account, policy options are outlined to address these divergences. The feasibility, benefits, obstacles and impact of these options are discussed. In terms of future revision of the current framework, more clarity and predictability of the applicable regime should be sought, particularly for medium-sized banks, with a holistic approach to reform that also takes into account related policies such as those on state aid control and deposit insurance.

 

 

KB 26 april 2018 inzake de berekening van ereloon en kosten van insolventiefunctionarissen onder vuur

Raad van State verwerpt de middelen tot vernietiging, maar stelt ook prejudiciële vraag aan Grondwettelijk Hof

In arrest nr. 246.083 van 14 november 2019 verwerpt de Franstalige afdeling van de Raad van State een beroep tot vernietiging van het reeds op dit forum besproken KB van 26 april 2018 betreffende de barema’s en de regels voor de berekening van erelonen en kosten van de insolventiefunctionarissen. Er moet daarbij wel worden benadrukt dat er nog een tweede annulatieberoep tegen het KB hangende is bij de Nederlandstalige afdeling van de Raad van State, dat bovendien steunt op andere middelen dan degene die werden aangevoerd in arrest nr. 246.083 dat hier wordt besproken.

Continue reading “KB 26 april 2018 inzake de berekening van ereloon en kosten van insolventiefunctionarissen onder vuur”

Save the date – Colloquium insolventierecht op 7 februari 2020

Op 7 februari 2020 wordt in Brussel een studienamiddag georganiseerd over actuele knelpunten en tendensen in insolventie. Het initiatief daartoe wordt genomen door de rechters in ondernemingszaken van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel, in samenwerking met de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel en de Unie der Rechters in Ondernemingszaken van België. Volgende onderwerpen staan op het programma Continue reading “Save the date – Colloquium insolventierecht op 7 februari 2020”

Save the date: studie-avond ‘Grondige Studie insolventierecht’ UA op 18 december 2019

Naar jaarlijkse traditie organiseren de studenten van de Grondige Studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studie-avond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de (reeds) twaalfde editie van deze studie-avond worden specifieke thema’s belicht binnen het ruime speelveld van zekerheden in het insolventierecht. Uiteraard blijven recente wetswijzigingen of tendensen in de rechtspraak daarbij niet achterwege.

De studie-avond gaat door op woensdag 18 december 2019 om 19u in aula R.002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen (gebouw R; klik hier voor een plan). Deelname is gratis en iedereen is welkom.

Een uitgebreider programma volgt na de selectie van studenten die hun essay mogen presenteren.

Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

69356918_2596135720425106_922483357986586624_n - kopie (002)From 24 to 29 September 2019, the Inaugural YANIL Conference at 10 Years, the INSOL Europe Academic Forum and the INSOL Europe Annual Congress took place in Copenhagen, Denmark. The main topic of these conferences was the recently adopted European Restructuring Directive (what else?).

We will not try to summarise these discussions (a full report by Myriam Mailly, Jennifer Gant and Paul Omar will appear in the next edition of Eurofenix). We will try, however, to draw attention to the conference proceedings booklet of the Academic Forum 2018 which took place in Athens, Greece and which was published during this year’s conference. The topic of last year’s conference was “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”, hence the title of this booklet. Continue reading “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”

Studiedag 1 jaar nieuw ondernemingsrecht

Studiedag – 20 december – UHasselt

Ter ere van het éénjarig bestaan van het nieuwe ondernemingsrecht wordt op vrijdag 20 december 2019 aan de UHasselt de studiedag ‘1 jaar nieuw ondernemingsrecht‘ georganiseerd.

Zoals geweten is op 1 november 2018 is het begrip ‘koopman’ uit het Belgische rechtsbestel verdwenen en daarmee ook het geheel van regels dat gekend stond als het ‘handelsrecht’. Sinds deze datum, nu reeds één jaar geleden, wordt gesproken over het ‘ondernemingsrecht’ en staat een nieuw begrip, de onderneming, centraal. Deze juridische omwenteling, die overigens gepaard ging met verschillende andere hervormingen van het economisch recht, doet een jaar na haar inwerkingtreding nog verschillende vragen rijzen.

Samen met een aantal experten ter zake uit de magistratuur, advocatuur en de academische wereld worden deze vragen gedurende deze studienamiddag diepgaand onder de loep genomen.

Inschrijven kan via deze link

Continue reading “Studiedag 1 jaar nieuw ondernemingsrecht”

Eyes on Insolvency 2019: een verslag

Een post door gastblogger Eline Van de Velde (student Universiteit Antwerpen)

Op 1 november 2019 vond het congres Eyes on Insolvency 2019 plaats in Amsterdam. Alle presentaties en overige congresmaterialen zijn hier terug te vinden.  Centraal stond het voorontwerp Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA). De aftrap werd gegeven door ons mee te nemen naar het verleden. In 2012 ging men van start met het programma ‘Herijking Faillissementsrecht’ en werd het verlangen geuit naar een akkoord buiten insolventie dat kan worden opgedrongen aan schuldeisers.

Het wetgevingstraject is sterk beïnvloed geweest door Europese initiatieven. De Nederlandse wetgever staat nu voor de keuze om de herstructureringsrichtlijn (aangenomen op 20 juni 2019) ofwel te implementeren in de WHOA, ofwel in de sursaenceregeling. De implementatie in de WHOA zou een redelijk voor de hand liggende keuze zijn, aangezien deze (op enkele punten na) geen aanpassing zou behoeven om in overeenstemming te zijn met de Richtlijn. Er zijn echter ook argumenten om deze te implementeren in de surseanceregeling. Op die manier zou deze regeling versterkt kunnen worden met een effectieve akkoordregeling, waar in de literatuur al geruime tijd voor gepleit wordt. Daarnaast zou de WHOA van eventuele onwenselijke aanpassingen gespaard blijven.[1] Continue reading “Eyes on Insolvency 2019: een verslag”