De ‘voorrang’ van de Belgische aandeelhouder bij herstructurering van vennootschappen in moeilijkheden onder druk

Een post over Richtlijn Herstructurering en Insolventie door gastblogger Simon Landuyt

De richtlijn herstructurering en insolventie van 20 juni 2019 (de “Richtlijn”)[1] schrijft voor het eerst op Europees niveau materieelrechtelijke regels voor die van toepassing zijn bij insolventie van vennootschappen (zie over deze Richtlijn reeds hier). Deze moeten grotendeels geïmplementeerd worden in het nationaal recht van de lidstaten tegen 17 juni 2021. De Richtlijn bevat regels over het opsporen van ondernemingen in moeilijkheden en het kwijtschelden van schulden opgestapeld door de natuurlijk-persoon ondernemer. De belangrijkste bepalingen betreffen evenwel deze die betrekking hebben op de “herstructurering” van ondernemingen. De Richtlijn zal in België dan ook voornamelijk een impact hebben op de gerechtelijke reorganisatie uit boek XX WER, en in het bijzonder de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord. Continue reading “De ‘voorrang’ van de Belgische aandeelhouder bij herstructurering van vennootschappen in moeilijkheden onder druk”

Studieavond ‘grondige studie insolventierecht’ UA op 18 december 2019 – programma

Zoals eerder aangekondigd, organiseren de studenten van de grondige studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studieavond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de (reeds) twaalfde editie van deze studieavond worden specifieke thema’s belicht binnen het ruime speelveld van zekerheden in het insolventierecht.

De studieavond gaat door op woensdag 18 december 2019 om 19 u in aula R002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen, gebouw R. Deelname is gratis en iedereen is welkom.

Wie achteraf een documentatiebundel wil ontvangen, kan dat hier melden.

Het programma is als volgt:

  • Maxime Liebaert – Voorrechten en de nieuwe Pandwet: nu voor echt?
  • Sacha Klajnfeld – De kwaliteitsrekening als vermogenssplitsing binnen het insolventierecht
  • Andreas Depoortere – De borgtocht op eerste verzoek. Een juridisch monster?
  • Matthijs Troch – Conventionele schuldvergelijking na samenloop: waarom de wetgever een mooie kans laat liggen
  • Justine Heureux – Conventionele compensatie na een collectieve schuldenregeling in het raam van de WFZ toch niet helemaal onmogelijk
  • Louis Van de Wyer – De restitutieschuldeiser en het faillissement: concurrente faillissementsschuldeiser, (bevoorrechte) boedelschuldeiser of boedelseparatist?
  • Ellen Timmermans – Het verzachten van het in-naturavereiste bij eigendomsvoorbehoud: een sterker eigendomsvoorbehoud?
  • Shannon Van Eyck – Het ontstaan en de tegenstelbaarheid van het zekerheidsrecht van de rechtstreekse vordering van de onderaannemer: ab initio aanwezig of ontstaan op het ogenblik van de kennisgeving?
  • Enya Van Moer – Geld lenen als hypothecaire schuldeiser: zekerheid of risico bij strafrechtelijk beslag?
  • Yaisa Beyers – Zakelijke zekerheden bij cross-border insolvency: (br)exit?

Towards harmonisation of bank insolvency laws

The harmonisation of insolvency rules for European banks was recently put on the table by Germany’s finance minister Olaf Scholz, together with other measures (such as a European deposit insurance scheme) destined to advance the banking union (see his position paper on the goals of the banking union).  According to Minister Scholz:

The lack of harmonisation in this area complicates the resolution of banks with cross-border operations. This becomes particularly problematic when banks and creditors are better placed in proceedings under national insolvency legislation than they would be with a resolution in accordance with the Bank Recovery and Resolution Directive. When this happens, national insolvency legislation undercuts the provisions that are tailored to fit the specific set of interests at play when a bank is wound down.

What is more, the SRB also needs to take into account 19 different national insolvency regimes when performing a resolution due to the no-creditor-worse-off principle, which stipulates that no creditor may incur greater losses as a result of a resolution than they would have in national insolvency proceedings. This is complex, increases legal and compensation risks and results in groups of creditors receiving different treatment despite being fundamentally the same.

For this reason, we need a single European set of laws on bank insolvency.

Coincidentally (or not), a study on the differences between bank insolvency laws and on their potential harmonisation was recently published (the report and the executive summary can be found here). The abstract from the executive summary reads as follows:

 The resolution framework set out under Directive 2014/59/EU (‘BRRD’) provides EU Member States with comprehensive and harmonised arrangements to deal with failing banks at a national level, and is complemented in the euro area by the Single Resolution Mechanism Regulation (SRMR) that sets out a euro-area-wide resolution framework. But under EU law, unlike in the United States, resolution does not function as a standalone substitute for national insolvency proceedings. This study identifies the national insolvency procedures applicable to banks and analyses key differences between them, notably concerning the circumstances according to which the application of reorganisation or winding-up procedures is triggered, the ranking of liabilities, and the available tools to manage bank crises. By highlighting the differences that can be found in the legislative regimes applicable at national level and determining how these national insolvency regimes differ from the resolution regime as set out in the BRRD and SRMR, the study assesses the potential disadvantages that result from the lack of harmonisation of these bank insolvency regimes. Taking these disadvantages into account, policy options are outlined to address these divergences. The feasibility, benefits, obstacles and impact of these options are discussed. In terms of future revision of the current framework, more clarity and predictability of the applicable regime should be sought, particularly for medium-sized banks, with a holistic approach to reform that also takes into account related policies such as those on state aid control and deposit insurance.

 

 

KB 26 april 2018 inzake de berekening van ereloon en kosten van insolventiefunctionarissen onder vuur

Raad van State verwerpt de middelen tot vernietiging, maar stelt ook prejudiciële vraag aan Grondwettelijk Hof

In arrest nr. 246.083 van 14 november 2019 verwerpt de Franstalige afdeling van de Raad van State een beroep tot vernietiging van het reeds op dit forum besproken KB van 26 april 2018 betreffende de barema’s en de regels voor de berekening van erelonen en kosten van de insolventiefunctionarissen. Er moet daarbij wel worden benadrukt dat er nog een tweede annulatieberoep tegen het KB hangende is bij de Nederlandstalige afdeling van de Raad van State, dat bovendien steunt op andere middelen dan degene die werden aangevoerd in arrest nr. 246.083 dat hier wordt besproken.

Continue reading “KB 26 april 2018 inzake de berekening van ereloon en kosten van insolventiefunctionarissen onder vuur”

Save the date – Colloquium insolventierecht op 7 februari 2020

Op 7 februari 2020 wordt in Brussel een studienamiddag georganiseerd over actuele knelpunten en tendensen in insolventie. Het initiatief daartoe wordt genomen door de rechters in ondernemingszaken van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel, in samenwerking met de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel en de Unie der Rechters in Ondernemingszaken van België. Volgende onderwerpen staan op het programma Continue reading “Save the date – Colloquium insolventierecht op 7 februari 2020”

Save the date: studie-avond ‘Grondige Studie insolventierecht’ UA op 18 december 2019

Naar jaarlijkse traditie organiseren de studenten van de Grondige Studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studie-avond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de (reeds) twaalfde editie van deze studie-avond worden specifieke thema’s belicht binnen het ruime speelveld van zekerheden in het insolventierecht. Uiteraard blijven recente wetswijzigingen of tendensen in de rechtspraak daarbij niet achterwege.

De studie-avond gaat door op woensdag 18 december 2019 om 19u in aula R.002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen (gebouw R; klik hier voor een plan). Deelname is gratis en iedereen is welkom.

Een uitgebreider programma volgt na de selectie van studenten die hun essay mogen presenteren.

Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

69356918_2596135720425106_922483357986586624_n - kopie (002)From 24 to 29 September 2019, the Inaugural YANIL Conference at 10 Years, the INSOL Europe Academic Forum and the INSOL Europe Annual Congress took place in Copenhagen, Denmark. The main topic of these conferences was the recently adopted European Restructuring Directive (what else?).

We will not try to summarise these discussions (a full report by Myriam Mailly, Jennifer Gant and Paul Omar will appear in the next edition of Eurofenix). We will try, however, to draw attention to the conference proceedings booklet of the Academic Forum 2018 which took place in Athens, Greece and which was published during this year’s conference. The topic of last year’s conference was “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”, hence the title of this booklet. Continue reading “Party Autonomy and Third-Party Protection in Insolvency Law”

Studiedag 1 jaar nieuw ondernemingsrecht

Studiedag – 20 december – UHasselt

Ter ere van het éénjarig bestaan van het nieuwe ondernemingsrecht wordt op vrijdag 20 december 2019 aan de UHasselt de studiedag ‘1 jaar nieuw ondernemingsrecht‘ georganiseerd.

Zoals geweten is op 1 november 2018 is het begrip ‘koopman’ uit het Belgische rechtsbestel verdwenen en daarmee ook het geheel van regels dat gekend stond als het ‘handelsrecht’. Sinds deze datum, nu reeds één jaar geleden, wordt gesproken over het ‘ondernemingsrecht’ en staat een nieuw begrip, de onderneming, centraal. Deze juridische omwenteling, die overigens gepaard ging met verschillende andere hervormingen van het economisch recht, doet een jaar na haar inwerkingtreding nog verschillende vragen rijzen.

Samen met een aantal experten ter zake uit de magistratuur, advocatuur en de academische wereld worden deze vragen gedurende deze studienamiddag diepgaand onder de loep genomen.

Inschrijven kan via deze link

Continue reading “Studiedag 1 jaar nieuw ondernemingsrecht”

Eyes on Insolvency 2019: een verslag

Een post door gastblogger Eline Van de Velde (student Universiteit Antwerpen)

Op 1 november 2019 vond het congres Eyes on Insolvency 2019 plaats in Amsterdam. Alle presentaties en overige congresmaterialen zijn hier terug te vinden.  Centraal stond het voorontwerp Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA). De aftrap werd gegeven door ons mee te nemen naar het verleden. In 2012 ging men van start met het programma ‘Herijking Faillissementsrecht’ en werd het verlangen geuit naar een akkoord buiten insolventie dat kan worden opgedrongen aan schuldeisers.

Het wetgevingstraject is sterk beïnvloed geweest door Europese initiatieven. De Nederlandse wetgever staat nu voor de keuze om de herstructureringsrichtlijn (aangenomen op 20 juni 2019) ofwel te implementeren in de WHOA, ofwel in de sursaenceregeling. De implementatie in de WHOA zou een redelijk voor de hand liggende keuze zijn, aangezien deze (op enkele punten na) geen aanpassing zou behoeven om in overeenstemming te zijn met de Richtlijn. Er zijn echter ook argumenten om deze te implementeren in de surseanceregeling. Op die manier zou deze regeling versterkt kunnen worden met een effectieve akkoordregeling, waar in de literatuur al geruime tijd voor gepleit wordt. Daarnaast zou de WHOA van eventuele onwenselijke aanpassingen gespaard blijven.[1] Continue reading “Eyes on Insolvency 2019: een verslag”

Discrimineren mag (meestal, in het insolventierecht)

Ons insolventierecht vindt discriminatie doorgaans prima. Zo mag een schuldenaar in principe een van zijn schuldeisers eerder betalen dan de anderen, zelfs al bestaan er tussen hen geen “wettige redenen van voorrang”. Ook staat het een schuldenaar vrij om aan een schuldeiser een zakelijke zekerheid te verlenen, zoals een pand of hypotheek. Hij heeft daarvoor in de regel geen toestemming nodig van de andere, minder fortuinlijke schuldeisers. Evenmin hoeft hij daarvoor een door ons recht aanvaarde verantwoording kunnen bieden.

Continue reading “Discrimineren mag (meestal, in het insolventierecht)”

Zal het insolventierecht de wereld redden?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (8)

Eerdere posts schonken aandacht aan enkele technologieën om de scherpe kantjes van afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid af te vijlen: publiciteit, en uitkeringsverplichtingen, uitkeringsbeperkingentoerekeningsregels voor vennootschapsschuldenbestuursaansprakelijkheid.

Deze technologieën staan onder druk. Het internationaalrechtelijk aanknopingspunt voor deze regels wordt immers in belangrijke mate bepaald door het het toepasselijke vennootschapsrecht: de lex societatis. In België gold dat je het toepasselijk vennootschapsrecht niet vrij kan kiezen: je moet het recht kiezen van het economische zwaartepunt van de vennootschap, de werkelijke zetel. Vanuit het idee dat de rechtspersoon in belangrijke mate een figuur met derdenwerking is, vind ik het geen gek idee dat de insiders niet totaal vrij kunnen kiezen. Bij een contract ligt vrije keuze voor de hand; bij figuren met derdenwerking dringt een objectieve aanknopingsfacor zich op. In het goederenrecht is dit de lex rei sitae, de plaats waar een zaak zich werkelijk bevindt, in het vennootschapsrecht is dat de werkelijke zetel. De keuze om vrij het toepasselijk recht te kiezen voor figuren die tegenwerpelijk zijn aan derden wordt in The Code of Capital van Pistor terecht als zeer problematisch beschreven. Continue reading “Zal het insolventierecht de wereld redden?”

Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden

Vooraleer een groepsvennootschap deelneemt aan een cash pool, moet ze nagaan of dit in haar belang is. Indien dit niet zo is, dreigt bestuurdersaansprakelijkheid (I). Ook lopende de cash-pooling-overeenkomst moeten de bestuurders de vinger aan de pols van het vennootschapsbelang houden, zeker indien er solvabiliteitsproblemen ontstaan binnen de groep (II). Om het risico op een schending van het vennootschapsbelang te verkleinen, kan men een aantal richtlijnen in acht nemen bij het vormgeven van de cash pool (III). Continue reading “Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden”

Cashpooling bij nakende insolventie

Opiniebijdrage door Sofie Cools & Joeri Vananroye

Deze post verscheen eerder op 11 oktober 2019 als een opiniebijdrage op De Tijd.

Bestuurders van een Belgische dochtervennootschap van Thomas Cook zouden enkele miljoenen euro hebben doorgestort naar de Britse moedervennootschap kort voor haar faillissement.  Volgens de berichtgeving in de pers was de transfert het gevolg van een systeem van cashpooling.

Cashpooling is een afspraak tussen vennootschappen, doorgaans van eenzelfde groep, dat wanneer één van hen cash op overschot heeft, zij dat ter beschikking stelt aan een andere vennootschap in de cash pool die op dat ogenblik geld nodig heeft. Dat gebeurt via een centrale rekening, meestal op naam van de moedervennootschap.

Cashpooling is niet verboden, en maar goed ook. Cashpooling heeft namelijk grote voordelen. Door mekaar onderling geld te lenen, kunnen groepsvennootschappen vermijden dat ze interesten moeten betalen aan de bank voor sommen die bij een andere vennootschap ongebruikt op de rekening staan. De interest die de ene vennootschap betaalt om te lenen is normaal hoger dan de interest die de andere vennootschap op haar rekening ontvangt; het verschil is winst voor de groep.

Delicaat Continue reading “Cashpooling bij nakende insolventie”

WHOA – Revolutie in de insolventiepraktijk

Congres EYE Amsterdam, 1 november 2019

Op 1 oktober jl. is het verslag gepubliceerd met de inbreng van de Tweede Kamer van het Nederlandse parlement op het Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Het Kamerstuk (TK, 35249, nr. 5) is te vinden op de website van de Tweede Kamer. Het antwoord van de Minister wordt in de loop van de komende maand verwacht.

Ook voor de Belgische insolventiegemeenschap is dit wetsvoorstel interessant. Continue reading “WHOA – Revolutie in de insolventiepraktijk”

The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

In the recently issued conference proceedings booklet “Party-Autonomy and Third Party Protection in Insolvency Law”, I published a paper called “The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective”. The paper seeks to start the discussion on the topic of good bankruptcy (or insolvency) governance and to inspire idealistic researchers to become involved in this discussion. Three key aspects of good bankruptcy governance were dealt with in this paper.

First, an attempt was made to define the concept of “good bankruptcy governance”. This was later narrowed down to the following question: “In whose interest should the management of a corporation or insolvency estate act?”. A short comparative analysis of the US, the UK, Belgium and the Netherlands did not provide a clear answer.

However, some room for common ground could be found by Continue reading “The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective”