Oplichting van aandeelhouders en schuldeisers: hebben zij individueel een vorderingsrecht?

R. Verheyden en J. Vananroye, “Ook een aandeelhouder mag oplichting persoonlijk nemen”, noot bij Cass. 25 januari 2017, RW 2018-19, 261-266

In het recentste nummer van het RW bespreken Roel Verheyden en Joeri Vananroye het arrest van het Hof van Cassatie van 25 januari 2017 over oplichting van aandeelhouders. Dit arrest werd begin februari 2017 reeds hier besproken.

Het betrokken arrest stelt dat oplichting door middel van listige kunstgrepen veronderstelt dat deze kunstgrepen bepalend moeten zijn voor de afgite of de levering van de zaak en dat zij in de regel eraan  voorafgaan. Feiten die zich voordoen na de afgifte of levering van de zaak, kunnen evenwel in aanmerking worden genomen als zij de bedrieglijke aard onthullen van de handelingen die gesteld werden vóór die afgifte of levering.

Verheyden en Vananroye schrijven hierover onder meer:  Continue reading “Oplichting van aandeelhouders en schuldeisers: hebben zij individueel een vorderingsrecht?”

Corporate Finance Lab start derde jaar

580b585b2edbce24c47b27c1Corporate Finance Lab viert vandaag haar tweede verjaardag. Of ook: 380 posts door meer dan 30 auteurs, meer dan 200.000 views en bijna 75.000 bezoekers.

Tot de meeste gelezen posts van de afgelopen twee jaar behoren, in willekeurige volgorde:  Continue reading “Corporate Finance Lab start derde jaar”

Tweede advies Raad van State over ontwerp-WVV beschikbaar

Op de website van de Kamer verscheen het advies van de Raad van State van 13 september 2018 over het Wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen. De bespreking van dit wetsontwerp staat op de agenda van de Kamercommissie Handelsrecht van 1 oktober 2018.

Dagvaardingen en groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid: let op uw woorden!

Een post door gastblogger Sven Sobrie

Een groepering zonder rechtspersoonlijkheid is als zodanig geen rechtssubject. Zij kan – behoudens wettelijke uitzonderingen – geen drager zijn van rechten en verplichtingen. Dat betekent evenwel niet dat een dergelijke groepering niet kan deelnemen aan het rechtsverkeer. Wél is daarvoor wat intellectuele gymnastiek vereist. In groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid is het niet de groepering als zodanig, maar zijn het de gezamenlijke leden, die titularis zijn van de rechten en verplichtingen van de groepering. Deelname aan het rechtsverkeer is dus perfect mogelijk, maar dan via het gezamenlijk optreden van de leden. Zo kan een werknemer geldig verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst met een feitelijke vereniging, begrepen als het geheel van haar leden.

Een dergelijk ‘collectief optreden’ neemt in de praktijk doorgaans de vorm aan van één lid (de voorzitter, de secretaris, de penningmeester, …) die rechtshandelingen stelt als vertegenwoordiger van de individuele leden. Op die manier hoeft niet elke muzikant zijn krabbel te zetten wanneer de lokale fanfare beslist om een nieuwe trommel te kopen. Een mandaat kan voorzien zijn in de statuten of kan ad hoc worden toegekend, uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend. Er kan zelfs sprake zijn van een schijnmandaat, indien aan alle voorwaarden daarvan is voldaan.

Procesrechtelijk gelden dezelfde principes. Een groepering zonder rechtspersoonlijkheid kan als eiser of verweerder een procedure voeren, al is het dan niet de groepering als zodanig, maar wel de individuele leden, die procespartij zijn. Opnieuw krijgt dat doorgaans praktische uitwerking via een of andere vorm van vertegenwoordiging. De rechtspraak toont zich daarbij – terecht – veeleer soepel: wie in het algemeen belast is met bestuur en vertegenwoordiging van de groepering wordt doorgaans ook bevoegd geacht om namens de leden qualitate qua een geding te voeren. Een uitdrukkelijke procesvolmacht is dus niet vereist.

Wel dient men op te letten bij de formulering van de gedinginleidende akte. Continue reading “Dagvaardingen en groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid: let op uw woorden!”

Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?

Een post door gastblogger Rubben Lindemans (Racine)

Het is een bekende frustratie dat een schuldeiser vaak onvoldoende zicht heeft op het roerende vermogen van zijn schuldenaar, aangezien hiervoor – anders dan voor het onroerend vermogen – veelal niet kan worden teruggevallen op een (publiek raadpleegbaar) register. Dit gebrek aan transparantie vertaalt zich in de Belgische rechtspraktijk wellicht het meeste aan de hand van de talloze bankbeslagen die worden gelegd bij de Belgische grootbanken, in de hoop er activa van zijn debiteur aan te treffen. Drie maal touwtje trekken, niet altijd prijs.

De Europese Bankbeslagverordening van 15 mei 2014 kan dan ook enigszins revolutionair worden genoemd in de mate dat hierin een mogelijkheid is voorzien voor een schuldeiser om tezamen met een verzoek tot afgifte van een “Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen” (naar goede gewoonte beter gekend onder een Engelse afkorting, met name “EAPO” wat staat voor “European Account Preservation Order”), een verzoek tot het verkrijgen (bank)rekeninginformatie van zijn debiteur in te dienen. Continue reading “Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?”

In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in het Tijdschrift voor Privaatrecht

In de meest recente aflevering van het Tijdschrift voor Privaatrecht gaat Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in op de aloude vraag in wiens belang het bestuur van een vennootschap moet handelen. Interessant is dat dit onderwerp in één adem behandeld wordt met het “boedelbelang”, momenteel nog een onderbelicht concept in de Belgische doctrine.

Na de vaststelling dat de huidige juridische doctrine in binnen- en buitenland niet in staat is om een éénduidig antwoord te geven op de centrale onderzoeksvraag, wordt ten rade gegaan bij verschillende rechtseconomische theorieën over vennootschappen én insolventieprocedures. Achtereenvolgens passeren de revue: de transactiekostentheorie, de contracttheorie, de eigendomstheorie, de agent-principaaltheorie, de law & finance literatuur, de teamproductietheorie, de creditors’ bargain theorie, de ruime contracttheorie, de complexe wanorde theorie, de teamproductietheorie en de expliciete waarden theorie.

Tijdens een kritische bespreking van voornoemde theorieën worden telkens de aanwezige bouwstenen geïdentificeerd die nodig zouden zijn om een uniforme theorie  over het vennootschaps- en boedelbelang vorm te geven. Vervolgens neemt de auteur de normatieve stelling in dat het bestuur van een vennootschap/boedel in het belang van de residuele economische eigenaars (residual owners) moet handelen. Dit rechtseconomisch begrip wordt in de bijdrage verder geconcretiseerd aan de hand van een glijdende schaal: Continue reading “In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?”

9de Grote Prijs Jean Bastin 2019: de schulden en de solvabiliteit van Staten

Jean BastinHet Fonds Scientifique Jean Bastin ivzw zal de Prijs toekennen van een bedrag van 20.000 euro aan de auteur van het beste werk, uitgegeven na 1 januari 2016 of nog uit te geven, dat één van de volgende thema’s behandelt :

De schulden en de solvabiliteit van Staten:

  • De Staat in arbitrage: internationale handels- en investeringsarbitrage. Problematiek van de tenuitvoerlegging van veroordelingen ten laste van een Staat. Reikwijdte en beperking van de uitvoeringsimmuniteit. Remedies. Het vraagstuk over de tenuitvoerlegging en de post-arbitrale bemiddeling over het kwantum van de veroordeling.
  • De Staat-schuldenaar: de problematiek van aasgierfondsen, beschermende wetgeving. Schuldenmarkt. Forum shopping. Uitvoering van buitenlandse arbitrale beslissingen of vonnissen.
  • De failliete Staat: problematiek van de overheidsschulden. Plaatsing onder het toezicht van het IMF.

Continue reading “9de Grote Prijs Jean Bastin 2019: de schulden en de solvabiliteit van Staten”

Regulating Finance: Levelling the Cross-Sectoral Playing Field

A guest post by Veerle Colaert on a conference in Nijmegen (15 and 16 October 2018)

Financial law as we know it today mirrors the traditional structure of the financial industry. In most legal systems, it is thus divided into banking, insurance and investment services law. Over the past few decades, however, the clear separation between financial sectors has gradually evaporated, as business lines have converged across sectors. Moreover, various FinTech solutions have emerged, which do not fit traditional sector boundaries. This raises the question whether a more cross-sectoral approach to financial regulation is warranted. Continue reading “Regulating Finance: Levelling the Cross-Sectoral Playing Field”

Een vraag van ‘kapitaal’ belang: moeten aandeelhoudersleningen achtergesteld worden?

Een post door gastblogger Simon Landuyt (UGent)

Misschien de meest fundamentele regel in het vennootschapsrecht is dat de aandeelhouder pas rechten op het vennootschapsvermogen kan doen gelden wanneer de vennootschapsschuldeisers zijn voldaan (het netto-recht van de aandeelhouder).[1] Deze regel heeft religieuze wortels,[2] maar wordt tegenwoordig al te vaak verklaard door te stellen dat aandeelhouders recht hebben op de winst en ze dus als quid pro quo ook als eerste het verlies van de vennootschap moeten dragen.

Vanuit een moreel oogpunt is dit een flauwe verklaring, maar economisch houdt ze zeker geen steek. Indien de aandeelhouder bv. wenst dat zijn inbreng bij een faillissement in een andere rang dan de laagste wordt terugbetaald kan dit perfect verrekend worden in de prijs. Schuld zal dan gewoon duurder worden voor de vennootschap (bv. door een hogere interest) waardoor de return van de aandeelhouder wat daalt. Immers, schuldeisers zullen gecompenseerd willen worden omdat ze niet langer kunnen genieten van een buffer tegen verliezen die de inbreng anders vormt.

Tenzij het vennootschapsrecht universeel fout zit moeten er dan ook andere redenen zijn waarom de aandeelhouder als laagste in rang komt.[3] Continue reading “Een vraag van ‘kapitaal’ belang: moeten aandeelhoudersleningen achtergesteld worden?”

Publieke rapportering door benefit corporations: belang, naleving, aanbevelingen en lessen voor de (V)SO?

Een blogpost door gastblogger Maxime Verheyden

In het debat over de zin en de onzin van het behoud van de ‘vennootschap met een sociaal oogmerk’ (VSO) wordt steevast verwezen naar de – althans schijnbaar – populaire (public) benefit corporation statutes die ondertussen in 33 Amerikaanse staten het doopvont zagen (zie bv. recent hier). Hoewel de VSO en de benefit corporations zich in bepaalde mate tot een gelijkaardige doelgroep richten, verschillen ze op een aantal fundamentele vlakken (met wellicht als meest opvallend verschil de afwezigheid van een dividendbeperking bij de benefit corporation). Dit noopt tot enige voorzichtigheid bij een rechtsvergelijkende analyse. Toch biedt het Amerikaanse debat over de benefit corporation, dat overigens tot een veel uitgebreider geheel aan doctrine geleid heeft, een interessante inspiratiebron voor het Belgische debat. Dit is met name het geval voor de bepalingen inzake (publieke) rapportering door benefit corporations, die ik heb geanalyseerd in mijn LL.M.-thesis aan Harvard Law School, die recent in de Hastings Business Law Journal werd gepubliceerd. Continue reading “Publieke rapportering door benefit corporations: belang, naleving, aanbevelingen en lessen voor de (V)SO?”

De nieuwe ‘wrongful trading’-bepaling vergeleken met oprichtersaansprakelijkheid

Een post door gastblogger Tim Van Landeghem

De aansprakelijkheid voor ‘wrongful trading’ werd middels de wet van 11 augustus 2017 wettelijk verankerd in art. XX.227 WER.  Voormeld artikel heeft uitsluitend betrekking op de collectieve vorm van ‘wrongful trading’ en penaliseert met name bestuurders die een kennelijk reddeloos verloren onderneming op onrechtmatige wijze hebben voortgezet. Zo blijft de aansprakelijkheid van een bestuurder wegens individuele fouten bij het aangaan van contractuele verbintenissen nog steeds onderworpen aan art. 1382 BW.

Prikkels tot wrongful trading

Bestuurders kunnen om verschillende redenen geneigd zijn om bewust de activiteiten van een onderneming verder te zetten, ondanks het besef dat de onderneming in feite al reddeloos verloren is. Continue reading “De nieuwe ‘wrongful trading’-bepaling vergeleken met oprichtersaansprakelijkheid”

Vraagpunten op de grens van insolventierecht, goederenrecht en verbintenissenrecht

Studiedag ter ere van emeritaat van Prof. Dr. Eric Dirix

dirixOp vrijdag 26 oktober 2018 organiseert de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven ter ere van het emeritaat van Prof. Dr. Eric Dirix een studiedag over vraagpunten op de grens van insolventierecht, goederenrecht en verbintenissenrecht. Aansluitend is een academische zitting met het afscheidscollege van professor Dirix over “Het insolventierecht permanent in de steigers”.

De presentaties op de studiedag zullen aan de hand van casussen een aantal rechtsvragen stellen, en vervolgens ook beantwoorden. Hierdoor worden
de bijdragen zeer praktisch opgebouwd aan de hand van zeer specifieke vraagpunten. De studiedag komt met een verslagboek met opstellen aangeboden aan professor Dirix.

De volgende onderwerpen komen aan bod: Continue reading “Vraagpunten op de grens van insolventierecht, goederenrecht en verbintenissenrecht”

Themis-recyclage insolventie- en beslagrecht te Leuven, Brussel, Hasselt of Kortrijk

In oktober wordt op vier locaties op een namiddag of avond een overzicht gegeven van de recente ontwikkelingen in het nationaal en grensoverschrijdend insolventierecht, het beslagrecht en het pandrecht. De onderwerpen op elk van de locaties zijn de volgende: Continue reading “Themis-recyclage insolventie- en beslagrecht te Leuven, Brussel, Hasselt of Kortrijk”

‘Invoering van de samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid zal leiden tot een explosie van aansprakelijkheids-vorderingen’

Professor Matthias Storme (KU Leuven) over hervorming van het verbintenissenrecht

In het meest recente nummer van de Juristenkrant analyseert Professor Storme in een prikkelend opiniestuk de hervorming van het burgerlijk wetboek, vooral het luik verbintenissenrecht (“Een nieuw verbintenissenrecht: oude wijn in oude zakken”,  Juristenkrant 2018, afl. 372, 17 – zonder paywall ook hier te lezen). Zijn uitgangspunt is dat de hoge aanpassingskost van een nieuw wetboek enkel verantwoord is indien dit opweegt tegen de verbeteringen die zo’n nieuw wetboek brengt. Zijn conclusie is dat dit niet het geval is in het voorliggende ontwerp.

Interessant is dat deze bijdrage ook aandacht besteedt aan de opheffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent, die eerder ook hier op deze blog aan bod kwam: Continue reading “‘Invoering van de samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid zal leiden tot een explosie van aansprakelijkheids-vorderingen’”

‘De hernieuwde remuneratieregeling van curatoren creëert geen oplossing voor de lege boedelproblematiek’

Frederik De Leo, Roel Verheyden en Dennis Cardinaels in De Juristenkrant

In het recentste nummer van De Juristenkrant verscheen een bijdrage over de hernieuwde remuneratieregeling van curatoren, geschreven door Frederik De Leo (KU Leuven/UHasselt), Roel Verheyden (KU Leuven) en Dennis Cardinaels (University of Leeds, UK). Een eerste commentaar bij het KB van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen kon u reeds hier lezen.

In deze bijdrage betreuren de auteurs dat het KB geen oplossing formuleert voor de zogenaamde lege boedelproblematiek. Zo schrijven zij het volgende: Continue reading “‘De hernieuwde remuneratieregeling van curatoren creëert geen oplossing voor de lege boedelproblematiek’”