De rol van boekhoudtechniek in het ontstaan van afgescheiden vermogens

Tim Hartford (BBC) over oorsprong van dubbel boekhouden

In de BBC podcast 50 things that made the modern economy spreekt Tim Hartford deze week over de geschiedenis van dubbel boekhouden.

Rechtsvormende rol van boekhoudregels

Het belang van boekhoudtechniek overstijgt het boekhoudrecht Het is niet ongewoon dat een boekhoudkundige techniek het materieel recht de weg wijst. Continue reading “De rol van boekhoudtechniek in het ontstaan van afgescheiden vermogens”

De obligatielening

obligatie

De obligatielening neemt een belangrijke plaats in, in de financiering van (Belgische) ondernemingen. Veertig jaar (en een aantal financiële crisissen) na de publicatie van het standaardwerk van Van Hille, Aandelen en obligaties in het Belgische recht, ligt een nieuw standaardwerk voor, geschreven door een schare auteurs o.l.v. Diederik Bruloot en Kristof Maresceau (UGent). Continue reading “De obligatielening”

Het zwaard van Damocles hangt boven de insolventieprocedures zoals we ze kennen: na de pre-pack (“Estro”), ook de overdracht onder gerechtelijk gezag (“Echo”)?

Arbeidshof stelt prejudiciële vraag over de verenigbaarheid van artikel 61, §3 WCO met Europese richtlijn 2001/23/EG

In een recent arrest (Arbh. 14 augustus 2017, 2016/AH/191, onuitg.) heeft het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Hasselt de volgende prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie gesteld:

“Is het keuzerecht voor de overnemer uit artikel 61 §4 (thans artikel 61 §3) van de Belgische Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO-wet), als onderdeel van Hoofdstuk 4 van Titel 4 van deze wet waarbij de ‘gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’ wordt geregeld, in de mate dat deze ‘gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’ is aangewend met het oog op het behoud van een geheel of een gedeelte van de vervreemder of van zijn activiteiten, in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2001/23/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, in het bijzonder met de artikelen 3 en 5 van deze richtlijn?”

Die vraag kwam er naar aanleiding van een overdracht onder gerechtelijk gezag van NV Echo door NV Prefaco op 22 april 2013. NV Prefaco nam ongeveer twee derden van het totale personeelsbestand van NV Echo over, zijnde 164 werknemers. Een werkneemster die niet werd overgenomen, stelde NV Prefaco in gebreke om haar tewerk te stellen. Continue reading “Het zwaard van Damocles hangt boven de insolventieprocedures zoals we ze kennen: na de pre-pack (“Estro”), ook de overdracht onder gerechtelijk gezag (“Echo”)?”

Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over prijs bij verplicht openbaar bod

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van het arrest van 20 juli 2017 inzake Marco Tronchetti Promovera SpA e.a. v. Consob, waarin het Hof van Justitie voor de eerste keer oordeelde over de interpretatie van artikel 5(4) van de Overnamerichtlijn, dat in de mogelijkheid voorziet voor nationale financiële toezichthouders om de prijs van een verplicht openbaar bod aan te passen. In deze zaak had de Italiaanse financiële toezichthouder, de Consob, besloten om de prijs van het verplicht openbaar bod te verhogen omdat er sprake was van samenspanning tussen de bieder en één van de verkopende aandeelhouders.

De vraag die werd voorgelegd aan het Hof was of het concept van “samenspanning” niet te onduidelijk was om een prijsaanpassing te rechtvaardigen. Het Hof van Justitie laat het finale oordeel aan de Italiaanse rechter, maar lijkt toch te suggereren dat er geen probleem is met het Italiaanse recht. De uitspraak is ook erg interessant voor Belgische juristen, aangezien België een gelijkaardige bepaling als Italië heeft met betrekking tot de prijsaanpassing bij verplicht bod.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.

 

Insider trading onder de MAR: streng, maar (ook) rechtvaardig?

Post door gastbloggers Stefan Mees en Michiel Stuyts over hun bijdrage in TRV-RPS

Het MAR-tijdperk

Met de inwerkingtreding van de Market Abuse Regulation (hierna “MAR”) op 3 juli 2016 brak een nieuw tijdperk aan binnen de regels met betrekking tot het marktmisbruik. Bij dergelijke juridische omwenteling, is het opportuun om bestaande en nieuwe reglementering te (her)bekijken in een gewijzigde maatschappelijke en juridische context. Continue reading “Insider trading onder de MAR: streng, maar (ook) rechtvaardig?”

Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Bestuursaansprakelijkheid vormt een belangrijke grens op de perverse prikkels die aandeelhouders zonder aansprakelijkheid hebben. Een eerdere post beschreef hoe andeelhoudersaansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid in belangrijke mate communicerende vaten zijn.

De logische consequentie daarvan is dat een vermindering aan het aandeelhoudersrisico (bv. door het afschaffen van het minimumkapitaal) zou leidt tot een verhoging van het risico van bestuursaansprakelijkheid (J.-M. Nelissen Grade en M. Wauters, “Reforming Legal capital: harmonisation or fragmentation of creditor protection?” in K. Geens en K.J. Hopt (eds.), The European Company Law Action Plan Revisited, Leuven, Leuven University Press, 2010, (25) 47-49).

We zien echter dat bestuursaansprakelijk valt onder de toepassing van aansprakelijkheidsbeperkende regels, vaak buiten het vennootschaps­recht. Deze beperkingen zijn vaak typisch Belgisch zijn en worden bv. niet of niet in dezelfde mate teruggevonden in Nederland. De opportuniteit van hun toepassing op het bestuursaansprakelijkheid is verre van evident.

De vennootschapsinsiders genieten hier immers van een “double indemnity”: ze zijn door de rechtspersoonsrtechniek niet gehouden als aandeelhouder en ontspringen via deze flankerende maatregel ook nog eens wegens deze flankerende regels de foutaansprakelijkheid voor bestuurders.  Om de belangrijkste van deze flankerende regels te noemen: Continue reading “Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?”

Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post zoomde in op het belang van externe bestuursaansprakelijkheid (uit onrechtmatige daad) voor de bescherming van derden. Dat is bijna een open deur. Wat minder wordt erkend is dat ook interne bestuursaansprakelijkheid in belangrijke – en we durven te stellen: doorslaggevende – mate derdenbeschermend is.

Interne bestuursaansprakelijkheid is de contractuele aansprakelijkheid die bestuurders oplopen ten aanzien van de vennootschap zelf. De aansprakelijkheid wordt door de actio mandati of vennootschapsvordering afgedwongen. Wie aan de actio mandati denkt, denkt spontaan aan het belang van aandeelhouders; niet aan schuldeisers of andere derden. Contractuele aansprakelijkheid beschermt typisch partijen, niet derden. Toch beschermt deze vordering ook schuldeisers. Continue reading “Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen”

Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post stelde in het licht dat  bestuursaansprakelijkheid ook, en wellicht vooral, de belangen van derden dient.

Dat bestuursaansprakelijkheid derden beschermt is evident bij de externe bestuursaansprakelijkheid. Dat is de aansprakelijkheid die de bestuurder oploopt ten aanzien van derden bij onrechtmatige daden die hij begaat in hoedanigheid. Het mooie aan de Belgische regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid is dat ze differentiëren tussen vrijwillige schuldeisers (bv. op grond van een overeenkomst) en onvrijwillige schuldeisers (bv. slachtoffer van een onrechtmatige daad).

Beperkte aansprakelijkheid is immers veel minder evident bij onvrijwillige schuldeisers: die schuldeisers hebben niet vrijwillig een band met een entiteit met beperkte aansprakelijkheid. De regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid reflecteren dat verschil: Continue reading “Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid”

De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen

Een post door gastblogger Frederik Voet

De minderheidsvordering werd reeds ‘onterecht onbemind’ genoemd. Het instrument dat de minderheidsaandeelhouder wordt aangereikt om bestuurders aansprakelijk te stellen, wordt immers voornamelijk gekenmerkt door een gebrek aan toepassing in de praktijk. Nochtans is er wel degelijk nood aan een doeltreffend instrument, aangezien de minderheidsaandeelhouder de kans dient te worden geboden om de bestuurders aansprakelijk te stellen voor bestuursfouten wanneer de meerderheid van de algemene vergadering weigert de vennootschapsvordering in te stellen. Deze situatie is zeker niet denkbeeldig, aangezien het vaak diezelfde meerderheidsaandeelhouders zijn die de bestuurders hebben benoemd en bijgevolg eventuele fouten bedekken met de mantel der liefde. Continue reading “De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen”

Bestuursaansprakelijkheid als belangrijkste remedie ter bescherming van derden

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

De belangrijkste vennootschapsrechtelijke remedie ter bescherming van derden is welllicht bestuursaansprakelijkheid. Beperkte aansprakelijkheid voor aandeelhouders en aansprakelijkheid voor bestuurders zijn in belangrijke mate communicerende vaten: de aansprakelijkheid verschuift van de beneficiarissen van een vermogen (de aandeelhouders) deels naar de bewindvoerders over dat vermogen (de bestuurders).

Op die wijze verschaft het vennootschapsrecht de voordelen van beperkte aansprakelijkheid voor aandeelhouders (vnl. mogelijkheid om grote kapitalen bijeen te brengen bij vele financiers, mogelijkheid voor financiers om te diversifiëren over veel projecten, mogelijkheid voor financiers om bestuur te delegeren aan specialisten), terwijl de negatieve gevolgen daarvan (excessief risicogedrag) worden afgevlakt. Continue reading “Bestuursaansprakelijkheid als belangrijkste remedie ter bescherming van derden”

De pauliana tegen de splitsing van een insolvente vennootschap. Ook een rechtspersoon mag waardig sterven.

Noot in TRV/RPS over onevenwichtige splitsing in schemerzone voor faillissement

Als een rechtspersoon op de rand van het faillissement staat, kunnen insiders proberen het vermogen van die rechtspersoon  uit te hollen door middel van een herstructurering, bijvoorbeeld een splitsing. Zo kunnen ze nog snel de gezonde delen uit de rechtspersoon halen vóór de curator die vereffent ten voordele van de schuldeisers. Met de actio pauliana kan een dergelijke schuldeisersbenadelende splitsing echter onder bepaalde voorwaarden niet-tegenwerpelijk worden verklaard. Ook kunnen insiders mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schuldeisersbenadeling die uit de splitsing is voortgekomen.

In een recente noot in het TRV-RPS bespreken we een interessant toepassingsgeval, waarover de rechtbank van koophandel van Gent (afdeling Dendermonde) zich heeft gebogen. We analyseren daarbij kritisch de toepassingsvoorwaarden voor pauliana-aanvechting  van een splitsing en de band tussen paulianeus gedrag van insiders en hun aansprakelijkheid. Vooral de schadebegroting van de rechtbank doet verbazen: hoofdelijke aansprakelijkheid van de gesplitste vennootschappen en hun zaakvoerders voor het hele faillissementspassief. Met een goed begrip van wat pauliaanse verhaalsbenadeling net is, wordt duidelijk dat daarmee meer dan de werkelijke schade wordt vergoed: Continue reading “De pauliana tegen de splitsing van een insolvente vennootschap. Ook een rechtspersoon mag waardig sterven.”

Blockchain aandeelhoudersregister: pleidooi voor minder archeologie en meer cryptografie

Een blog door gastblogger Marc Van de Looverbosch

Delaware alweer

Een vennootschapsjurist moet ook een beetje archeoloog zijn. Het ontleden van een register van aandelen op naam – althans de papieren versie daarvan die door de meeste Belgische vennootschappen wordt gehanteerd – laat zich goed vergelijken met de reconstructie van een prehistorisch artefact. Archeologische exploraties kosten echter tijd en geld, terwijl de ontdekkingen zelden een volledig en getrouwe weergave van de feiten opleveren. Het vennootschapsleven kan de rechtszekerheid voor zichzelf vergroten en transactiekosten besparen door minder aan archeologie en meer aan cryptografie te doen, meer bepaald door het invoeren van aandeelhoudersregisters die werken aan de hand van “blockchain”-technologie.

 

De Amerikaanse staat Delaware heeft dit goed begrepen. Op 21 juli 2017 heeft zij haar voortrekkersrol op vlak van het vennootschapsrecht wederom bevestigd door de mogelijkheid in te voeren voor Delaware vennootschappen om hun aandeelhoudersregister aan te houden op een blockchain.[1] De wetgeving in kwestie beperkt zich tot het voorzien van deze mogelijkheid; vooralsnog is er geen zicht op hoe de technische uitwerking hiervan er precies uit zal zien.

Vooraleer wordt bekeken wat blockchain zou kunnen betekenen voor het aandeelhoudersregister naar Belgisch recht, worden enkele technologische begrippen toegelicht. Voor doeleinden van dit gedachte-experiment wordt het aandeelhoudersregister van een niet-publieke NV als uitgangspunt genomen, tenzij waar anders vermeld. Continue reading “Blockchain aandeelhoudersregister: pleidooi voor minder archeologie en meer cryptografie”

Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR

“A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices”  (ETUC, 2016)

De stijd tegen ‘sociale dumping‘ staat prominent op de agenda van de Europese Commissie, de Belgische en de Vlaamse regering.

Een interessante studie uit eind 2016 A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices in opdracht van ETUC (European Trade Union Confederation) met de steun van de Europese Commissie zoomt in op de belangrijke rol van brievenbusvennootschappen bij het omzeilen van socialrechtelijke verplichtingen. Brievenbusvennootschappen zijn vennootschappen die worden beheerst door het vennootschapsrecht van een land waarmee ze geen of nauwelijks een reële economische band hebben.

Interessant in het deelrapport van Prof. Dr. Mijke Houwerzijl, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Tilburg, is dat ze de band legt tussen brievenbusvennootschappen en misbruik in het sociaal recht (p. 22-23): Continue reading “Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR”

Ministerraad keurt voorontwerpen van nieuw ondernemingsrecht en nieuw vennootschapsrecht goed

Minister Geens: “Een aantrekkelijk investeringsland blijven is een absolute vereiste, we mogen niet achterophinken door niet aangepaste wetgeving of rechtspraak.”

De Ministerraad keurde op de vooravond van 21 juli de voorontwerpen goed van, onder meer, een modernisering van het ondernemingsrecht en de invoering van een nieuw Wetboek voor vennootschappen en verenigingen. Continue reading “Ministerraad keurt voorontwerpen van nieuw ondernemingsrecht en nieuw vennootschapsrecht goed”

Frederik De Leo op de Oxford Business Law Blog over de pre-pack

The pre-pack: what else? (Estro/Smallstep)

Op Oxford Business Law Blog verscheen vandaag een analyse door Frederik De Leo (KU Leuven) van het arrest “Estro/Smallstep” van het Europees Hof van Justitie.  Daarbij merkt de auteur op dat het voorlopig intrekken van de bepaling inzake het stil faillissement  in het Belgisch wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht door minister Geens een slimme zet was. Volgens de auteur zou de desbetreffende bepaling (het toenmalig ontwerp-artikel XX.33 WER) de toets aan het Europees recht per het arrest “Estro/Smallstep” niet gehaald hebben.

U kon in een eerder gepubliceerde post door Frederik De Leo op deze blog reeds een uitgebreidere analyse lezen.