Zorgt het ontwerp van nieuw BW voor een spectaculaire verzwaring van de externe bestuursaansprakelijkheid?

Voorgestelde afschaffing van immuniteit van uitvoeringsagent heeft onvoorziene gevolgen voor handelsverkeer

Het in een vorige post besproken cassatie-arrest van  4 mei 2018 bevestigt nogmaals dat ook de bestuurder van een vennootschap kan genieten van de immuniteit van de uitvoeringsagent indien hij wordt aangesproken door een contractuele schuldeiser van de vennootschap voor de niet-uitvoering van de contractuele verbintenis van die vennootschap:

“Lorsqu’une personne morale agit par un organe pour l’exécution de son obligation contractuelle, celui-ci ne peut être déclaré responsable sur le plan extracontractuel que si le manquement qui lui est reproché a causé un dommage autre que celui résultant de la mauvaise exécution du contrat.

Le moyen, qui, en cette branche, repose sur le soutènement qu’il suffit, pour engager sa responsabilité, que l’organe ait manqué à l’obligation générale de prudence, manque en droit.”

Ik zelf werd, zoals zovelen, ingeleid in de regel van de immuniteit van de uitvoeringsagent door een bespreking van het zgn. “Stuwadoorsarrest” van 7 december 1973. Ik had, zoals zovelen, geen idee wat een stuwadoor of stevedore is. Het bleek “iets in de haven” te zijn. Als student stopte ik dit in het het mentale vakje van kennis die ik wellicht nooit nodig zou hebben. Misschien komt het door mijn koudwatervrees, maar havenwerk sprak me niet aan.

Het onderschatten van de immuniteit van de uitvoeringsagent was een zware vergissing. Continue reading “Zorgt het ontwerp van nieuw BW voor een spectaculaire verzwaring van de externe bestuursaansprakelijkheid?”

Het Hof van Cassatie over het startpunt van de verjaringstermijn bij het niet-naleven van de alarmbelprocedure

Cass. 2 mei 2018: verjaringstermijn start bij verstrijken termijn van 2 maanden voor bijeenkomen AV

In een arrest van 4 mei 2018 oordeelde het Hof van Cassatie over het startpunt van de vijfjarige verjaringstermijn van bestuursaansprakelijkheid bij de niet-naleving van de alarmbelprocedure. Deze procedure bepaalt dat, wanneer ten gevolge van geleden verlies het netto-actief gedaald is tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal,  het bestuursorgaan er voor zorgt dat de algemene vergadering bijeenkomt binnen een termijn van ten hoogste twee maanden nadat het verlies is vastgesteld of krachtens wettelijke of statutaire bepalingen had moeten worden vastgesteld (art. 332 W.Venn. voor de NV). Het Hof oordeelt dat de verjaringstermijn begint te lopen op het einde van de termijn van 2 maanden binnen de welke de AV had moeten zijn bijeengekomen: Continue reading “Het Hof van Cassatie over het startpunt van de verjaringstermijn bij het niet-naleven van de alarmbelprocedure”

Hof van Cassatie wijzigt klassieke rechtspraak over gevolg van veroordeling van V.O.F. voor firmanten

Verhouding met regels nieuwe Boek XX erg onduidelijk

In een arrest van 13 april 2018 oordeelt het Hof van Cassatie dat de veroordeling lastens een V.O.F. geen gezag van gewijsde heeft t.a.v. werkende vennoten die geen partij waren in de procedure. Hiermee wijkt het Hof van Cassatie af van een eeuwenoude rechtspraak. Deze nieuwe rechtspraak lijkt ons  niet verzoenbaar met het nieuwe Boek XX; al dacht het Hof wellicht dat het net anticipeerde op de inwerkingtreding van die regels op 1 mei 2018, twee weken na het arrest. Continue reading “Hof van Cassatie wijzigt klassieke rechtspraak over gevolg van veroordeling van V.O.F. voor firmanten”

Superconfex-arrest: Cassatie bevestigt principes over draagwijdte van ‘lex concursus’ en individuele schade bij oplichting

Cassatie 4 april 2017 (“Superconfex”)

In een arrest van 4 april 2017 (P.16.0484) inzake het faillissement van de bekende textielketen “Superconfex”, diende het Hof van Cassatie zich te buigen over enkele vragen die zich situeren in het domein van het (Europese) insolventierecht en het strafrecht. We focussen daarbij op de voornaamste juridische knopen die het Hof moest doorhakken: het toepassingsgebied van de lex concursus en de aanwezigheid van individuele schade in hoofde van een schuldeiser die slachtoffer was van oplichting. Continue reading “Superconfex-arrest: Cassatie bevestigt principes over draagwijdte van ‘lex concursus’ en individuele schade bij oplichting”

Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers

Recht is belangenafweging. Deze (evidente) waarheid is terug te vinden in zelfs de meest technische bepaling. Een mooi voorbeeld hiervan wordt geboden door de regeling voorzien in art. 37 WCO (binnenkort: art. XX.58 WER). Dit artikel bepaalt ten eerste het statuut van schuldvorderingen die beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie in een navolgende vereffening of faillissement en ten tweede de verhouding tussen deze schuldvorderingen en de rechten van zekergestelde schuldeisers. Een recent cassatiearrest van 22 februari 2018 (C.17/0503.N/1) luidt een ommekeer in wat deze verhouding betreft.  Continue reading “Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers”

Het Hof van Cassatie over ‘doorbraak’ van beperkte aansprakelijkheid naar ‘le véritable maître de l’affaire’

Cass. 2 februari 2018 over aansprakelijkheid in de Comm.V

Op 2 februari 2018 velde het Hof van Cassatie een merkwaardig arrest  (“New Super Marché de la Remorque”) over aandeelhoudersaansprakelijkheid.

Het arrest verwerpt het cassatie-beroep tegen een beroepsarrest dat twee categorieën personen aansprakelijk stelt die normaal niet onbeperkt aansprakelijk zijn in de Comm.V.: de zaakvoerder die geen werkende vennoot is en de vennoten van de stille vennoot (waarbij die stille vennoot zelf een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is).

De feiten die aan het geschil ten grondslag liggen zijn zeer specifiek en het cassatie-arrest schuwt algemene uitspraken te doen. Toch rijst de vraag wat de consequenties zijn van dit arrest voor andere Comm.V’s en zelfs andere vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.  Continue reading “Het Hof van Cassatie over ‘doorbraak’ van beperkte aansprakelijkheid naar ‘le véritable maître de l’affaire’”

Nieuwe aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie na intrekking van het reorganisatieplan. Cassatie zet het licht op groen.

Artikel 23, § 5 WCO bepaalt dat wanneer het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie uitgaat van een schuldenaar die meer dan drie maar minder dan vijf jaar tevoren reeds het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd en verkregen, de nieuwe procedure van gerechtelijke reorganisatie niet mag terugkomen op de verworvenheden van de schuldeisers die zijn verkregen tijdens de vorige procedure.

Met deze regel, ingevoerd bij Wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, beoogt de wetgever te verzekeren dat een nieuw plan een oud plan niet kan wijzigen (A. Van Hoe, “Continuïteit voor de Wet Continuïteit Ondernemingen”, RW 2013-14, 1210).

Quid indien het oud plan ingetrokken werd op grond van art. 58 WCO, zonder dat het enige uitvoering heeft gekregen? Verhindert zulks dat een nieuwe procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend? In een arrest van 12 oktober 2017 (Nr. C.17.007.N) beantwoordt het Hof van Cassatie deze vraag (terecht) negatief: Continue reading “Nieuwe aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie na intrekking van het reorganisatieplan. Cassatie zet het licht op groen.”