Experiments

Look Who’s Back: de return van de handelaar

Het overlijden van de handelaar werd op deze blog breed verkondigd (zie o.a. Exit het handelsrecht; een nieuw ondernemingsrecht verrijst vóór Pasen). Na jaren van trouwe dienst werd de handelaar verwezen naar de hemel der rechtsbegrippen en ingeruild voor de onderneming. Het concept van de handelaar zou snel verworden tot een rechtshistorisch curiosum om na verloop van tijd alleen nog maar in historische overzichten vermeld te worden.

Maar de wetgever kan de handelaar, zoals een oude liefde, niet loslaten. Met de wet van 20 maart 2022 tot wijziging van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel VIbis in boek III van het oud Burgerlijk Wetboek (BS 31 maart 2022) werd de handelaar opnieuw tot leven gewekt.

Artikel 11 van deze wet voegt artikel 1701/1 toe in het Oud Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bevat volgende definitie van het begrip handelaar.

5° “handelaar”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

Voor de regels inzake overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten wordt dus (opnieuw) gewerkt met het begrip handelaar.

Precies gelet op de nog recente hervorming van het ondernemingsrecht, kan de herintrede van de handelaar verwonderen. Een amendement van de oppositie om handelaar te vervangen door onderneming werd echter niet weerhouden. Het verslag van de eerste lezing bevat daartoe volgende verantwoording

Tot slot stelde mevrouw Van Bossuyt voor om, middels een amendement, het begrip “handelaar” in artikel 11 van het wetsontwerp te vervangen door het begrip “onderneming”. De vice-eersteminister wil het begrip “handelaar” behouden, aangezien dat wordt gebruikt in de richtlijn en in het Europees recht. De definitie van “handelaar” in het Europees recht is ruimer dan die van “onderneming” in het Belgisch recht. De vice eersteminister verwijst in dat verband naar het arrest betreffende BKK Mobil Oil van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-59/12, ECLI:EU:C:2013:634). Zo wordt een met een opdracht van algemeen belang belaste publiekrechtelijke instelling aangemerkt als een “handelaar”. In een aantal rechtsleerartikels wordt overigens bepleit het begrip “onderneming” in Boek VI van het Wetboek van economisch recht te vervangen door het begrip “handelaar”.

Terecht werd opgemerkt dat de vervanging van de handelaar door de onderneming niet alle problemen heeft opgelost. Nieuwe woorden lossen oude problemen niet op. De recente, stille herintrede van de handelaar betekent evenwel een bijkomende factor van complexiteit. Naast de diverse ondernemingsbegrippen in het WER is er nu opnieuw de handelaar in het Oud Burgerlijk Wetboek. Wie kan nog volgen?

Het zou sterk de voorkeur genieten mocht de Belgische wetgever doorheen het recht zoveel mogelijk zou werken met uniforme begrippen en aanknopingspunten. Op een nieuwe verkokering van het recht zit niemand te wachten.

Leve ons (voor één keer)

In de link hier kan u het openingspraatje zien van de disputatio van eerder deze week, met een korte reflectie op vijf jaar Corporate Finance Lab.

Zwarte zondag in Leuven (postscript bij het dispuut tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf over unanimiteit bij soortsplitsing)

Een post door Jeroen Delvoie (VUB)

“Het gaat niet om de gelijke behandeling van aandeelhouders als zweverig principe, het gaat om pacta sunt servanda

Deze blogpost is ingegeven door een ernstig geval van FOMO naar aanleiding van het dispuut op 1 juni 2022 ter ere van 5 jaar Corporate Finance Lab in Leuven (zie hier voor de opname, de slides en de documentatie).

Ik kon er jammer genoeg echt niet bij zijn, maar slaagde er in extremis wel in de discussie tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf online mee te pikken. Daar zat ik dan wippend op mijn stoel met de digitale vinger in de lucht, maar zonder mogelijkheid om aan de actie deel te nemen. Daarom via deze weg een postscript over een specifiek punt, waaromtrent ik graag was tussengekomen. Ik vat dit – geheel in de sfeer van het dispuut – wat badinerend op, het wordt me hopelijk vergeven.

Het betreft een argument dat me dunkt cruciaal was in de onverwachte overwinning van De Wulf in de stemming na de debatten. Hoewel het feit dat hij de rol van underdog meesterlijk speelde, ook wel zal hebben meegespeeld (weliswaar met iets té veel enthousiasme, waardoor hij de resultaten van het publieksreferendum vooraf al met het brexit-vuilnis buiten had gezet, waarvan dus akte…).

Continue reading “Zwarte zondag in Leuven (postscript bij het dispuut tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf over unanimiteit bij soortsplitsing)”

IEAF Call for Papers: Insolvency Law in Times of Crisis

The INSOL Europe Academic Forum (IEAF) is inviting submission for its 18th annual conference, taking place from 5-6 October 2022 in Dubrovnik (Croatia). Expressions of interest are invited for the delivery of research papers within the overall theme of the academic conference: “Insolvency Law in Times of Crisis”

The conference is intended to focus on, inter alia, the following overall topics:

  • The longer-term impact of the COVID-19 pandemic on insolvency and restructuring laws in the EU and elsewhere;
  • The impact of geopolitical crises and macro-economic uncertainties on insolvency and restructuring laws in the EU and elsewhere;
  • Reflections on the implementation of the Preventive Restructuring Directive 2019/1023 Directive;
  • Cross-border issues relating to the new restructuring frameworks, and
  • Reflections on the EU initiative for further harmonization of insolvency laws.

The IEAF board also invites submissions on other topics that fall with in the scope of the overall theme of the conference.

Continue reading “IEAF Call for Papers: Insolvency Law in Times of Crisis”

Shareholder activism in Belgium: boon or curse for sustainable value creation?

A teaser for the conference on 9 June 2022

Shareholder activism used to be rare in Belgium. According to two studies, there were only 9 hedge fund activist engagements in Belgium between 2000 and 2010, and 7 between 2010 and 2018. This is much lower than the number of activist campaigns in the US, even in comparison to the total number of listed companies. However, shareholder activism is said to enter a “golden age” in Europe, with more corporations than ever at risk of activism. A second important trend is the rise of “ESG activism”, where the tools of shareholder activism are used to pursue “ESG” (environmental, social and governance) objectives. Such ESG activism can be pursued because the activist believes that it could contribute to long-term shareholder value, but also from a non-profit perspective. An example of the latter is the “one share ESG activism” campaign against Solvay by the hedge fund Bluebell, which has urged Solvay to stop the discharge into the sea of waste from a soda ash production plant in Italy.

Shareholder activism in Belgium, and especially the recent trend of ESG activism, has not received much attention in Belgian legal scholarship, however. To fill this gap, we (the Federation of Belgian Enterprises (FEB) and the Jean-Pierre Blumberg Chair at the University of Antwerp) have decided to organize a one-day conference on 9 June 2022 to explore the present and future of activism in Belgium. 

Below, I give a small teaser of my introductory presentation.

Continue reading “Shareholder activism in Belgium: boon or curse for sustainable value creation?”

Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)

Lustrum Corporate Finance Lab

Voor de studienamiddag op 1 juni e.k. te Leuven zijn op dit ogenblik meer dan 200 deelnemers ingeschreven. Dat is een mooie opkomst voor een academische oefening van bijna duizend jaar oud, waarbij zes doctores drie vragen telkens een uur lang fileren.

Omdat vele deelnemers via livestream volgen is het mogelijk alsnog in te schrijven (EUR 75 met koffiepauze en receptie). De studiedag is voor 4 punten erkend door OVB, IBJ en Nationale Kamer van Notarissen. Voor magistraten, gerechtelijke stagiairs en personeelsleden neemt het IGO de kosten ten laste.

Wie voorbereid aan het debat wil deelnemen vindt hier de digitale documentatiemap (in opbouw).

Na de aankondiging van het event heb ik quasi onmiddellijk afgesproken met een collega om gezamenlijk af te zakken naar Leuven. De onderwerpen, het concept en de keuze van de disputanten garanderen een erg interessante en –  in het genre – zelfs leuke namiddag.

Een rechter in een Ondernemingsrechtbank

Programma

Continue reading “Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)”

Shareholder activism in Belgium: boon or curse for sustainable value creation? 9 June 2022

Activisten, zo wil het dominerende verhaal, hebben geen positieve naam (zie over het belang van “the narrative”, M. J. Roe en R. Shapira, “The Power of the Narrative in Corporate Law Making”, Harvard Business Law Review 2021, 237-278). Ze zijn uit op snelle winsten en maken het leven van bestuurders zuur. Een andere visie luidt dat activisten tekortkomingen (en soms meer dan dat) in het ondernemingsbeleid blootleggen en zo waarde creëren voor alle aandeelhouders. Ook leggen activisten meer en meer niet-financiële (ESG) klemtonen.

Het “narratief” van het activisme is niet zwart-wit, maar geschakeerd. Om de verschillende facetten van (ESG)aandeelhoudersactivisme in kaart te brengen, organiseren het VBO en de Jean-Pierre Blumberg Leerstoel (UA) op 9 juni 2022 een studiedag gewijd aan activisme. Tijdens deze studiedag zullen alle facetten van (ESG)aandeelhoudersactivisme in kaart worden gebracht.

Het programma van de studiedag is als volgt:

9:30 – 9:55: Setting the scene: causes and consequences of shareholder activism (Tom Vos, University of Antwerp)
9:55 – 10:20: Setting the scene: ESG-focused shareholder activism (Anna Christie, University of Edinburgh and University of Cambridge)
10:20 – 10:45: Setting the scene: recent trends in (ESG) shareholder activism (Wouter Gabriëls, Lazard)
10:45 – 11:00: Q&A nr. 1
11:00 – 11:15: Coffee break

11:15 – 11:40: The activist’s (legal and extra-legal) toolbox (Pierre Nothomb, Deminor)
11:40 – 12:05: The company’s rights, challenges and obligations when faced with activism  (Deborah Janssens & Sigrid Ververken, Freshfields)
12:05 – 12:30: Securities law and shareholder activism (Marijke Spooren, Cleary Gottlieb Steen & Hamilton)
12:30 – 12:45: Q&A nr. 2
12:45 – 14:00: Walking lunch
14:00 – 14:25: The view from a non-profit activist (Maria van der Heide, ShareAction)
14:25 – 14:50: The view from an asset manager (Gisele Duenas Leiva, BlackRock)
14:50 – 15:15: The view from the FSMA: what (not) to expect from the securities and markets regulator (Annemie Rombouts, FSMA)
15:15 – 15:30: Q&A nr. 3
15:30 – 16:00: Coffee break

16:00 – 16:25: Shareholder activism in the Belgian courtroom (Robbie Tas, KU Leuven and Intui & Karel Schulpen, Arcas Law)
16:25 – 16:50: Shareholder activism in the Dutch courtroom (Sven Dumoulin, VU Amsterdam and De Brauw Blackstone Westbroek)
16:50 – 17:00: Q&A nr. 4
17:00 – 17:30: Panel discussion
Marieke Wyckaert (KU Leuven)
Xavier Dieux (ULB)
Thierry L’Homme (Linklaters)
17:25 – 17:30 : Closing remarks (Arie Van Hoe)

Inschrijven voor deze unieke studiedag is nog steeds mogelijk.

Over ‘lege dozen’ en andere verwante insolventietopics: een denkoefening van een eenvoudig curator-sterveling (zonder roze bril)

Een post door gastblogger mr. Vincent Verlaeckt

Beoefenaars van de insolventiesport herinneren zich wellicht de aankondiging van een wetsvoorstel ter bestrijding van de zogenaamde lege-dozen-faillissementen, uitgaande van volksvertegenwoordiger dhr. Geens  (Parl.St. Kamer, 2020-21, 1591/001, p. 1-19).

Dit wetsvoorstel werd als ‘dringend’ omschreven gelet op de stortvloed aan faillissementen die komende was ten gevolge de corona-crisis. Het wetsvoorstel zou zelfs “gedicteerd worden door de economische openbare orde”.

De samenvatting van de memorie van toelichting, gegoten in een persmededeling werd gretig gecopy-pastet op juridische websites en nieuwsbrieven allerhande. Bijna iedereen vond het blijkbaar een goed idee. Eindelijk een oplossing voor de lege dozen.

Hoewel de mogelijke invloed van het wetvoorstel eerder beperkt is (gelet op het reeds bestaande problematische artikel 2:74 WVV), heb ik na een eerste lezing van het wetsvoorstel onmiddellijk op kantoor gedeclareerd dat ik te voet naar Scherpenheuvel zou trekken als dit voorstel ooit wet zou worden. Omdat het aantal aanwezigen in een eenmanskantoor eerder beperkt is, werd mij aangeraden mijn standpunt over dit wetsvoorstel schriftelijk uiteen te zetten voor een breder publiek.

In het document onderaan deze post kan u het resultaat hiervan lezen.

Met mijn denkoefening zal ik proberen u te overtuigen van de noodzaak aan controle door een onafhankelijk vereffeningsbewind in geval van insolventie, ook bij de zgn. “lege dozen”. Men lost geen probleem op door te doen alsof er geen probleem is en het onmiddellijk onder de mat te vegen. Ik zal uiteenzetten waarom het wetsvoorstel los tegen de openbare orde ingaat.

Met statistiek zal ik ook proberen aanschouwelijk te maken dat de Staat (publieke middelen) wel degelijk gebaat is met de aanstellingen van curatoren in geval van definitieve discontinuïteit. De Belgische Staat schiet vaak in eigen voet.

Tenslotte geef ik nog even aandacht aan de deficitaire vereffening onder het hoofdstuk “Huidige deficitaire vereffening is het failliet van de insolventieafwikkeling”. Al jaren roep ik ergens in een woestijn dat de deficitaire vereffening een kunstmatig in stand gehouden ontsnappingsalibi is. Nu heb ik het ook neergeschreven. Over dit onderwerp zullen wij ongetwijfeld veel wijzer worden tijdens de geplande “disputatio” op 1 juni 2022 ter ere van het lustrum van Corporate Finance Lab.

Of in mijn denkoefening alles even academisch werd verwoord, laat ik in het midden. Doch een genuanceerde, wollige noodrem werkt niet. Een slappe stok in een hoenderhok ook niet.

Inschrijven voor de ‘disputatio’ van 1 juni 2022 kan hier.

Vincent Verlaeckt
Advocaat

Wat met de KMO in het insolventierecht?

Een disputatio over de omzetting van de Herstructureringsrichtlijn tussen Dominique De Marez en Frederik De Leo.

De Herstructureringsrichtlijn, die haar intellectuele wortels vindt in de Amerikaanse Chapter 11 procedure, bepaalt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld. Deze indeling in categorieën moet voldoende gedeelde belangen weerspiegelen op basis van verifieerbare criteria. Anders dan het collectief akkoord vandaag, komen ook aandeelhouders hierbij nadrukkelijk in het vizier. De nationale (Belgische) wetgever kan er immers voor opteren om aandeelhouders als betrokken partijen bij het reorganisatiegebeuren te betrekken. Wie categorie zegt, zegt onmiddellijk ook categorie-overschrijdende cram-down. Ook met dit nieuwe (en eerder ingewikkelde) concept zal de Belgische praktizijn vertrouwd moeten geraken.

Al deze complexe regels hebben onmiskenbaar een juridische en financiële logica. Even onmiskenbaar is dat zij de met een reorganisatieprocedure gepaard gaande transactiekosten gevoelig dreigen te verhogen. Deze vaststelling doet dan ook de vraag rijzen of België, naar bv. Frans voorbeeld, er niet goed aan zou doen de genereuze KMO-uitzondering maximaal in te vullen. “Europa” laat inderdaad een eenvoudiger insolventierecht toe voor KMO’s. Hierbij speelt ook dat KMO’s op vele vlakken niet zomaar gelijk te stellen zijn met grote ondernemingen (die in dit soort wetgeving vaak als (impliciet) wetgevend paradigma fungeren). Dit zou dan kunnen resulteren in een insolventierecht in twee snelheden. Eenvoudig voor KMO’s; gesofisticeerd voor grotere ondernemingen. Een antwoord op deze vraag, vereist een goed inzicht in de werking en de gevolgen van voormelde nieuwe concepten.

Welke kaart de Belgische wetgever moet trekken, maakt het voorwerp uit van debat tussen Frederik De Leo (KU Leuven en UHasselt, advocaat) en Dominique De Marez (KU Leuven, advocaat).

Dit is één van de drie quaestiones die op 1 juni zullen worden bedisputeerd en waar Professor Xavier Dieux (ULB, advocaat te Brussel) zijn conclusies over zal delen.

De studiemiddag ter ere van vijf jaar Corporate Finance Lab vindt plaats op woensdag 1 juni 2022 te Leuven van 13u35 tot 17u45. De thema’s die aan bod komen zijn de deficitaire vereffening, soorten van aandelen en de gerechtelijke reorganisatie. De inschrijvingsprijs is 75 EUR en omvat een koffiepauze en receptie. Erkenning bij OVB en IBJ voor 4 punten. Erkenning door IGO in aanvraag. Deelname kan fysiek of via livestream. Inschrijven kan hier.

Asset Managers, Systemic Risk and the Need for Tailored SIFI Regulation

A post by guest blogger Joeri De Smet (Jan Ronse Institute, KU Leuven)

The age of asset management may be upon us. The industry has grown rapidly over the last decade and the market power of its major players has been analysed from different points of view, including corporate governance and competition policy. In a recent paper, I analyse the nexus between asset management and financial stability. Specifically, I ask the question whether asset managers can be systemically important and, if so, how EU and US regulators should respond.

Both jurisdictions already regulate systemically important financial institutions: the US implemented such regulation as part of the Dodd-Frank Act in 2010; the EU included it in the 2013 Capital Requirements Directive. Systemically important financial institutions or “SIFIs” are institutions that can cause or amplify systemic risk. Systemic risk, in turn, is “a risk of disruption to financial services that is caused by an impairment of all or parts of the financial system and has the potential to have serious negative consequences for the real economy” (as defined by the IMF, FSB and BIS in 2009). But current SIFI regulation does not account for a scenario in which asset managers and/or investment funds become systemically important. The designation procedure and regulation in the EU is tailored to banks, while the US system does leave room for designation of asset managers but makes it impossible in practice – particularly after reforms under the Trump administration. In addition, there is no scholarly consensus on the question whether SIFI regulation for asset managers would be useful.

Continue reading “Asset Managers, Systemic Risk and the Need for Tailored SIFI Regulation”

Prijsbepaling bij geschillenregeling: verschuiving van peildatum als correctie op waardering van aandelen

Eén van de belangrijkste waarderingsuitgangspunten bij het bepalen van de prijs van de aandelen in het kader van de vennootschapsrechtelijke geschillenregeling is de peildatum. Vanaf dit referentiemoment draagt de uittredende of de uitgesloten aandeelhouder namelijk niet langer het economisch risico dat gekoppeld is aan de patrimoniale rechten die het aandeel vertegenwoordigt. Anders gesteld: de uittredende of uitgesloten aandeelhouder draagt niet langer het risico van een verarming van het vennootschapsvermogen maar kan ook niet langer genieten van de economische baten.

In het meest recente nummer van het TRV/RPS schreef ik een noot bij een arrest van het hof van beroep te Antwerpen (Antwerpen 7 januari 2021, TRV/RPS 2022, 196-200) waarin ik dieper inga op de peildatum, en in het bijzonder de implicaties van een verschuiving ervan.

Continue reading “Prijsbepaling bij geschillenregeling: verschuiving van peildatum als correctie op waardering van aandelen”

Why Stock Market Short-Termism Is Not the Problem in the US (or the EU)

review of Mark Roe’s recent book

Mark Roe, one of the most prominent voices in the short-termism debate, recently wrote an excellent book on “Missing the Target. Why Stock Market Short-Termism Is Not the Problem”. Roe defines short-termism as “overvaluing current corporate results at the expense of future profits and well-being”. The key message of the book is that blaming stock-market short-termism for societal problems is a widely held and politically attractive view, but one that is not supported by the academic evidence. Roe argues that many of those who blame stock markets for being short-termist “miss the target”, as the societal problems they identify are caused by other factors than stock-market short-termism.

Below, I summarize the different chapters of the book and reflect on its contributions to the short-termism debate. Those who are triggered by the views of Mark Roe on the short-termism debate are welcome to attend the (free and hybrid in person/online) workshop of 18 May (6-8 pm), organized by the Jean-Pierre Blumberg Chair, where Mark Roe will discuss the role of external stakeholders in the short-termism debate.

Summary of the book

Continue readingWhy Stock Market Short-Termism Is Not the Problem in the US (or the EU)

Studieavond Grondige Studie Insolventierecht (UA) – bestuurdersaansprakelijkheid bij (dreigende) insolventie

Zoals in een eerdere post aangekondigd, vindt de volgende studieavond verzorgd door studenten van de GS Insolventierecht (UA) plaats op 18 mei 2022 om 19u.

Het thema van de (reeds) veertiende van deze studieavond is opnieuw bijzonder actueel: “Dreigende insolventie: bestuurders, wees op uw hoede“.

Het programma is als volgt:

  • Inleiding: het belang van bestuurdersaansprakelijkheid bij (dreigende) insolventie – Stijn De Dier
  • Selectieve betaling bij een dreigend faillissement – Axelle Konings
  • Wrongful trading en de coronapandemie – Aruna Audenaert
  • Zorginstellingen in zwaar (corona)weer – Jarne Jacobs
  • Feitelijke bestuurder: op gelijke voet? – Sarah Serneels

Deelname is gratis, kan zowel digitaal als bij fysieke verschijning, en vereist enkel dat u zich registreert via deze webpagina.

Vereist de splitsing van soort aandelen steeds unanimiteit?

Een disputatio over soorten van aandelen tussen Marieke Wyckaert en Hans De Wulf

Dat één van de doelstellingen van het WVV een verregaande flexibilisering van het vennootschapsrecht was, is welbekend onder vennootschapsjuristen. Een concrete uiting hiervan is dat er sinds het WVV voor de niet-genoteerde BV en NV een quasi-onbegrensde vrijheid bestaat om de stem- en vermogensrechten verbonden aan aandelen te regelen (in een genoteerde BV en NV houdt de wetgever wel sterker vast aan het beginsel van “één aandeel, één stem”, met beperkte uitzonderingen voor onder andere aandelen zonder stemrecht en loyauteitsstemrecht; maar de vermogensrechten kan men ook in genoteerde vennootschappen volledig vrij regelen). 

Zulke flexibiliteit betekent dat soortvorming een belangrijker onderwerp is geworden. Het WVV bevat een (erg brede) definitie van soortvorming: soorten van aandelen zijn aandelen waaraan andere rechten zijn verbonden dan aan andere aandelen uitgegeven door dezelfde vennootschap (Artikel 5:48, 6:46 en 7:60 WVV). Zodra men dus gaat spelen met de stemrechten of vermogensrechten verbonden aan aandelen, zal er soortvorming zijn.

In een bijdrage met Frank Hellemans voor de Themis reeks, waarschuwden we (overigens niet als enigen) reeds voor de gevaren van soortvorming, meer bepaald als het gaat over de wijziging van soortrechten (zie artikel 5:102 en 7:155 WVV). Ten eerste gaat een toegenomen flexibilisering gepaard met een groter belang van algemene normen (zoals het gelijkheidsbeginsel, het vennootschapsbelang, misbruik van meerderheid, …).[1]

Ten tweede heeft het WVV het toepassingsgebied van de bijzondere procedure voor de wijziging van soortrechten sterk uitgebreid, meer bepaald bij de uitgifte van aandelen die niet evenredig binnen elke soort gebeurt. Dit houdt het risico in dat een (beperkte) blokkeringsminderheid binnen één soort zorgt voor een voortdurende betonnering van de rechten verbonden aan de soorten van aandelen, zelfs indien het voor de verdere ontwikkeling van de vennootschap aangewezen is om aanpassingen door te voeren. 

Ten derde concludeerden Frans Hellemans en ik in onze bijdrage dat de wetgeving rond de wijziging van soortrechten op een aantal punten onduidelijk is, bijvoorbeeld over de volgende vragen:

  • Als de uitgifte van aandelen niet volstrekt evenredig met het aantal aandelen uitgegeven binnen elke soort gebeurt, maar dit te wijten is aan de afronding van fracties van aandelen, leidt dit dan tot toepassing van de procedure voor wijziging van soortrechten?
  • Als de uitgifte van nieuwe aandelen volstrekt evenredig met het aantal aandelen uitgegeven binnen elke soort gebeurt, maar dit geen impact heeft op de soortrechten (stel bijvoorbeeld dat het soortrecht een voordrachtrecht voor bestuurders is dat ook na de uitgifte blijft bestaan), leidt dit dan tot toepassing van de procedure voor wijziging van soortrechten?
  • Kunnen de aandeelhouders met unanimiteit afwijken van de noodzaak om een verslag van de commissaris, bedrijfsrevisor of externe accountant, zonder dat de wetgeving deze mogelijkheid bevat (de memorie van toelichting suggereert van wel)?
  • Moet de verslaggevingsplicht worden nageleefd als er een nieuwe soort van aandelen wordt uitgegeven, maar er voor de uitgifte slechts één soort bestond?
  • Mag de meerderheid vereist voor de wijziging van soortrechten worden verstrengd in de statuten? 
  • Vereist de splitsing van een bestaande soort aandelen in twee verschillende soorten aandelen steeds de unanimiteit tussen aandeelhouders?

Deze laatste vraag is de focus van de tweede sessie van de studiedag van 1 juni ter ere van 5 jaar Corporate Finance Lab, die plaats vindt volgens het format van de “disputatio”. Marieke Wyckaert (KU Leuven) zal tijdens de disputatio de stelling verdedigen: “een splitsing van een soort aandelen vereist altijd unanimiteit”. Hans De Wulf (UGent) zal tegen deze stelling argumenteren. Ikzelf zal optreden als voorzitter (‘praeses’).

Continue reading “Vereist de splitsing van soort aandelen steeds unanimiteit?”

Weg met de deficitaire vereffening?

De vennootschap die in vereffening wordt gesteld, blijft krediet genieten wanneer haar schuldeisers hun vertrouwen in deze beslissing en in het verloop van de vereffening behouden, voor zover dit vertrouwen op regelmatige en transparante wijze wordt verkregen. De vennootschap, waarvan de ontbinding gebeurt met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers of, waarvan de ontbinding toelaat te ontsnappen aan de bijzondere aansprakelijkheden die verbonden zijn aan de staat van faillissement of aan het in vraag stellen van handelingen die werden gesteld tijdens de verdachte periode, waarbij de ontbinding plaatsvindt in hun nadeel, steunt niet op het vertrouwen van de schuldeisers, zelfs wanneer deze hun wantrouwen niet zouden hebben geuit.

Zo kan de rechtspraak van het Hof van Cassatie worden samengevat sinds het arrest van 5 juni 2020 (dat u eerst op deze blog las en dat sindsdien enkele van de beste pennen in het vennootschaps- en insolventierecht heeft bewogen). Frapperend in dit arrest is dat het arrest a quo niet werd verbroken, ook al sprak het slechts van aanwijzingen dat de vereffening van de schuldeisers benadeelt (R. Aydogdu, “La failliet des liquidations déficitaires: The Usual Suspects”, TBH/RDC 2021, 609).

Continue reading “Weg met de deficitaire vereffening?”