Wordt de ongerechtigheid der vaderen gestraft in de kinderen en de kindskinderen? (Exodus 34:7)

‘Successor liability’ naar Belgisch recht

1.
Art. 2:2 WVV (voorheen art. 60 W.Venn.) voorziet voor alle rechtspersonen van het WVV een regel voor het optreden namens een rechtspersoon in oprichting, waarbij de promotoren persoonlijk aansprakelijk zijn, behoudens bij een overname door de rechtspersoon na oprichting. Deze regeling werd in 1973 ingevoerd vanuit de Eerste Richtlijn. Zie nu art. 7.2 van Richtlijn 2017/1132 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht.

Art. 2:2 spreek enkel over verbintenissen en aansprakelijkheden. De Richtlijn spreekt over “rechtshandelingen”. Dit betekent echter niet dat de overnemende rechtspersoon geen buitencontractuele aansprakelijkheid kan oplopen voor fouten van vóór haar oprichting.

Een makkelijk voorbeeld is een promotor die bedrog pleegt bij het aangaan van een overeenkomst namens een rechtspersoon in oprichting. De overnemende rechtspersoon zal ook buitencontractueel aansprakelijk zijn voor dat bedrog na overname van die overeenkomst. Het is een verbintenis “voorvloeiende uit” die overgenomen handeling. Een overname van een rechtshandeling moet slaan op alle verbintenissen voortvloeiend uit die overeenkomst. Continue reading “Wordt de ongerechtigheid der vaderen gestraft in de kinderen en de kindskinderen? (Exodus 34:7)”

KB 26 april 2018 inzake de berekening van ereloon en kosten van insolventiefunctionarissen onder vuur

Raad van State verwerpt de middelen tot vernietiging, maar stelt ook prejudiciële vraag aan Grondwettelijk Hof

In arrest nr. 246.083 van 14 november 2019 verwerpt de Franstalige afdeling van de Raad van State een beroep tot vernietiging van het reeds op dit forum besproken KB van 26 april 2018 betreffende de barema’s en de regels voor de berekening van erelonen en kosten van de insolventiefunctionarissen. Er moet daarbij wel worden benadrukt dat er nog een tweede annulatieberoep tegen het KB hangende is bij de Nederlandstalige afdeling van de Raad van State, dat bovendien steunt op andere middelen dan degene die werden aangevoerd in arrest nr. 246.083 dat hier wordt besproken.

Continue reading “KB 26 april 2018 inzake de berekening van ereloon en kosten van insolventiefunctionarissen onder vuur”

Werd het badstopje uit de kuip van het VZW- en stichtingsrecht getrokken?

Uit een vorige post bleek dat in het WVV het onderscheidingscriterium tussen vennootschappen en verenigingen op papier scherp lijkt, maar bij nader toezien eerder cosmetisch is.

So what? Wordt er wel een maatschappelijk belang gediend door een onderscheid tussen vennootschappen en verenigingen? Waarom zou de wetgever überhaupt nog de vormen van een vereniging of stichting aanbieden?  De methodologische twijfel over hun bestaansreden biedt inzicht in de wijze waarop deze vormen, en in het bijzonder hun wettelijke specialiteit, wetgevend moeten worden ingevuld. Deze oefening laat toe ook de oplossingen van het WVV te evalueren. Onze conclusie daarbij is dat de nieuwe regels in belangrijke mate de Belgische verenigings- of stichtingsvormen hun nuttige signaalfunctie ontnemen.

Continue reading “Werd het badstopje uit de kuip van het VZW- en stichtingsrecht getrokken?”

Hoe vlak is het speelveld tussen vennootschappen en verenigingen?

Is er nood aan oprichtersaansprakelijkheid in een VZW?

De VZW was volgens art. 1 al. 3 VZW-Wet een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”.  Art. 1 al. 3 VZW-Wet was eigenaardig descriptief geformuleerd. Dit moest ondanks die formulering als een verbod worden gelezen.

Het WVV herneemt deze beperking niet langer voor VZW’s. Deze post argumenteert dat dit een goede zaak is, maar stelt de vraag of het vennootschapsrecht, anders dan het ondernemingsrecht, de consequenties van deze keuze wel heeft doorgetrokken. Continue reading “Hoe vlak is het speelveld tussen vennootschappen en verenigingen?”

Over trans-vennootschappen en cis-verenigingen

Omnis definitio in jure civili periculosa est

In een vorige post haalden we reeds de definities van “vennootschap” en “vereniging” in het WVV aan. Deze definities bepalen wat een organisatie die voor een van deze vormen heeft gekozen kan en/of moet doen. Daarmee verschillen ze van de gebruikelijke functie van een juridische definitie die meestal een toepassingsgebied wil afbakenen.

Opvallend aan deze definities is de normatieve hooi die op de legistieke vork wordt genomen. De definities proberen in twee korte artikelen meerdere doelstellingen tegelijkertijd te bereiken:

(1) Er wordt één uitkeringscriterium opgelegd dat tegelijk zegt wat een vennootschap moet doen en oplegt wat een vereniging niet mag doen.

(2) Datzelfde uitkeringscriterium geldt zowel voor eigenlijke uitkeringen als voor onrechtstreekse vermogensvoordelen.

(3) Met één criterium (belangeloos doel) wordt opgelegd wat de doelstelling van een VZW zelf moet zijn en de norm waaraan eventuele uitkeringen door een VZW moeten aan voldoen.

In deze post willen we aantonen dat deze legistieke spaarzaamheid nut onwenselijke gevolgen heeft . Continue reading “Over trans-vennootschappen en cis-verenigingen”

Definities in het WVV: enkele afgegrensde beschouwingen

Omnis definitio in jure civili periculosa est

1.

Een definitie in het recht heeft meestal als functie het toepassingsgebied van een regel af te grenzen. Indien een bepaalde feitenconstellatie onder de definitie valt, wordt er een kwalificatie opgeplakt met bepaalde rechtsgevolgen als consequentie. Roekeloos rijgedrag, wordt gekwalificeerd als een onrechtmatige daad met als gevolg een schadevergoedingsplicht voor schade veroorzaakt door dat gedrag. Wie als natuurlijke persoon zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, wordt gekwalificeerd als onderneming met een inschrijvingsplicht in het KBO of een boekhoudplicht als gevolg. 

2.

De definities van een vennootschap of vereniging in het WVV hebben deze gebruikelijke functie niét: Continue reading “Definities in het WVV: enkele afgegrensde beschouwingen”

Ongemene reflecties over gemene bepalingen

Boek 2 WVV

Een wetgever die alle vennootschappen, stichtingen en verenigingen in één wetboek wil regelen zou vele “gemene” regels kunnen bedenken: gemeen aan alle vormen, gemeen aan alle rechtspersonen, gemeen aan alle vennootschappen, gemeen aan alle non-profits (verenigingen en stichtingen), gemeen aan alle verenigingen (met en zonder rechtspersoonlijkheid), gemeen aan alle vormen zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap en feitelijke vereniging), gemeen aan alle vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (met bv. een gemene liquiditeitstest), gemeen aan alle entiteiten met beperkte aansprakelijkheid (met bv. gemene bepalingen rond startvermogen), gemeen aan alle vennootschapsvormen met/zonder vrije overdraagbaarheid van aandelen, … Het WVV zet vooral in op regels gemeen aan alle rechtspersonen (Boek 2). Deze post gaat in op de voorgeschiedenis hiervan, de praktische inzet en de wenselijkheid van deze keuze.

*     *
*

Continue reading “Ongemene reflecties over gemene bepalingen”

Studiedag 1 jaar nieuw ondernemingsrecht

Studiedag – 20 december – UHasselt

Ter ere van het éénjarig bestaan van het nieuwe ondernemingsrecht wordt op vrijdag 20 december 2019 aan de UHasselt de studiedag ‘1 jaar nieuw ondernemingsrecht‘ georganiseerd.

Zoals geweten is op 1 november 2018 is het begrip ‘koopman’ uit het Belgische rechtsbestel verdwenen en daarmee ook het geheel van regels dat gekend stond als het ‘handelsrecht’. Sinds deze datum, nu reeds één jaar geleden, wordt gesproken over het ‘ondernemingsrecht’ en staat een nieuw begrip, de onderneming, centraal. Deze juridische omwenteling, die overigens gepaard ging met verschillende andere hervormingen van het economisch recht, doet een jaar na haar inwerkingtreding nog verschillende vragen rijzen.

Samen met een aantal experten ter zake uit de magistratuur, advocatuur en de academische wereld worden deze vragen gedurende deze studienamiddag diepgaand onder de loep genomen.

Inschrijven kan via deze link

Continue reading “Studiedag 1 jaar nieuw ondernemingsrecht”

‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen’: methodische twijfel aan een juridisch dogma

T. Incalza over zijn ‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen: een compatibiliteitsonderzoek’, Antwerpen, Intersentia, 2019, xxvi+459 p.

1. De toepassing van de antiwitwaswetgeving op fiscale vermogensvoordelen is altijd al een bron van grote controverse geweest. Niet alleen de wetgever worstelt met de vraag of belastingontduiking wel met antiwitwaswapenen moet worden bestreden, ook in rechtspraak en doctrine wordt ernstig betwijfeld of de antiwitwaswetgeving daar überhaupt wel voor geschikt is. Mijn boek Witwassen van fiscale vermogensvoordelen, verkrijgbaar bij Intersentia, heeft de ambitie om die discussie eindelijk te beslechten door, in een grondige compatibiliteitsanalyse, de juridische verenigbaarheid te onderzoeken van de bestraffing van fiscale fraude enerzijds met de zogenaamd ‘preventieve’ en ‘repressieve’ bestrijding van het witwassen van criminele vermogensvoordelen anderzijds. Het vormt de handelseditie van het doctoraatsproefschrift dat ondergetekende op 30 oktober 2018 aan de KU Leuven verdedigde onder de zeer gewaardeerde begeleiding van prof. dr. Veerle Colaert (promotor) en prof. dr. Raf Verstraeten (copromotor). Centraal staat de vraag of de toepassing van de antiwitwaswetgeving op fiscale vermogensvoordelen juridisch noodzakelijk dan wel onmogelijk is. Continue reading “‘Witwassen van fiscale vermogensvoordelen’: methodische twijfel aan een juridisch dogma”

Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’

Digitaal archief RBIB (KU Leuven)

De recente toevoeging van de Arresten van de Raad van State uit de periode 1948-1994, is een goede gelegenheid om in herinnering te brengen dat de onvolprezen bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de gedigitaliseerde archieven van heel wat tijdschriften in open access aanbiedt, zoals Arr.Cass., RW, TPR, Jura Falconis, RPS en de Revue Critique.  Ook interessant zijn een reeks oudere rapporten van de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland (vulgo de Vereniging met de Lange Naam), met daarbij enkele klassiekers die anders moeilijk te consulteren zijn, zoals ex multis: Continue reading “Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’”

Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen

Een post door gastblogger Hannes Hollebecq (Cera, dienstverlening coöperatief ondernemen)

Uit een en ander volgt dat de CV onder het WVV niet meer in aanmerking komt voor de uitoefening van een vrij beroep” … “Dit neemt niet weg dat beoefenaars van vrije beroepen onder omstandigheden, en in voorkomend geval naast hun professionele vennootschap, een cv kunnen oprichten die wel geïnspireerd is door het coöperatief gedachtengoed.”

Dat was het antwoord van de vice-premier en minister van justitie op een schriftelijke vraag van kamerlid G. Gilkinet op de vraag of onder het WVV de CV nog gebruikt kan worden voor de uitoefening van een vrij beroep.

Onbegrijpelijk. Voor ons toch.

Een visie die o.i. niet juist en net tegenstrijdig is met de Memorie van Toelichting (MvT). De argumentatie ‘uit een en ander’ overtuigt ons ook niet.

Ook al vormen antwoorden op parlementaire vragen uiteraard geen bindende bron van recht noch een authentieke interpretatie van de wet, toch maken we ons zorgen over dit antwoord. Als iedereen, en niet in het minst juristen en notarissen dit overnemen, fnuikt dit verschillende coöperatieve ondernemingen van beoefenaars van vrije beroepen en initiatieven daartoe.

Daarom halen we graag nog eens onze argumentatie aan. En deze gaat veel verder dan de strekking die ‘enkel art. 6:1 zou lezen en niet de MvT’. Integendeel, bepaalde elementen uit de MvT versterken dit net. Continue reading “Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen”

Onbekwaamheid van een maat en de wetgever: het bizarre gewijzigde art. 2003 BW over het einde van de lastgeving

De burgerlijke maatschap opnieuw ingevoerd in art. 2003 BW?

Misschien bekruipt u soms het gevoel dat u niet meer kan volgen met de snelle wetgevende evoluties? Als het een troost kan wezen: de wetgever zelf volgt ook niet altijd.

Sinds de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie verwijst art. 2003 BW – bepaling over het einde van de lastgeving – naar de “burgerlijke maatschap”. Diezelfde burgerlijke maatschap was door diezelfde wetgever acht maanden eerder afgeschaft door de Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht, in werking getreden op 1 november 2018. En dit is dan nog niet eens het ergste dat er mis is met deze nieuwe bepaling. Continue reading “Onbekwaamheid van een maat en de wetgever: het bizarre gewijzigde art. 2003 BW over het einde van de lastgeving”

Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden

Vooraleer een groepsvennootschap deelneemt aan een cash pool, moet ze nagaan of dit in haar belang is. Indien dit niet zo is, dreigt bestuurdersaansprakelijkheid (I). Ook lopende de cash-pooling-overeenkomst moeten de bestuurders de vinger aan de pols van het vennootschapsbelang houden, zeker indien er solvabiliteitsproblemen ontstaan binnen de groep (II). Om het risico op een schending van het vennootschapsbelang te verkleinen, kan men een aantal richtlijnen in acht nemen bij het vormgeven van de cash pool (III). Continue reading “Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden”

Ook onrechtmatig verkregen activa van de rechtspersoon kunnen worden misbruikt

Cassatie 2 oktober 2019 (P.18.0981.F)

Een arrest van het Hof van Cassatie van 2 oktober 2019 maakt duidelijk dat ook de activa die een rechtspersoon op onrechtmatige wijze heeft verkregen in aanmerking komen voor het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen (art. 492bis Sw).

Terecht merkt het Hof van Cassatie op dat die strafbaarstelling als doel heeft om de integriteit van  het maatschappelijk vermogen en de waarde van de rechtspersoon te beschermen tegen de frauduleuze praktijken van haar bestuurders. Continue reading “Ook onrechtmatig verkregen activa van de rechtspersoon kunnen worden misbruikt”

Cashpooling bij nakende insolventie

Opiniebijdrage door Sofie Cools & Joeri Vananroye

Deze post verscheen eerder op 11 oktober 2019 als een opiniebijdrage op De Tijd.

Bestuurders van een Belgische dochtervennootschap van Thomas Cook zouden enkele miljoenen euro hebben doorgestort naar de Britse moedervennootschap kort voor haar faillissement.  Volgens de berichtgeving in de pers was de transfert het gevolg van een systeem van cashpooling.

Cashpooling is een afspraak tussen vennootschappen, doorgaans van eenzelfde groep, dat wanneer één van hen cash op overschot heeft, zij dat ter beschikking stelt aan een andere vennootschap in de cash pool die op dat ogenblik geld nodig heeft. Dat gebeurt via een centrale rekening, meestal op naam van de moedervennootschap.

Cashpooling is niet verboden, en maar goed ook. Cashpooling heeft namelijk grote voordelen. Door mekaar onderling geld te lenen, kunnen groepsvennootschappen vermijden dat ze interesten moeten betalen aan de bank voor sommen die bij een andere vennootschap ongebruikt op de rekening staan. De interest die de ene vennootschap betaalt om te lenen is normaal hoger dan de interest die de andere vennootschap op haar rekening ontvangt; het verschil is winst voor de groep.

Delicaat Continue reading “Cashpooling bij nakende insolventie”