Het Grondwettelijk Hof en de bijzondere aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout bij faillissement

Grondwettelijk Hof: arrest nr. 152/2022 van 17 november 2022

De aansprakelijkheidsgrond voor de kennelijke grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement bevond zich vroeger in het vennootschapsrecht voor de BVBA, CVBA en NV (art. 265, 409 en 530 W.Venn.) en thans in het insolventierecht voor alle rechtspersonen en vennootschappen (art. XX.225 WER – zie hier over de IPR-motivatie voor deze verplaatsing – zie hier een cassatie-arrest over de bewijslast bij de uitzondering).

Onder het WER geldt er een uitzondering op deze aansprakelijkheidsgrond voor alle ‘kleine ondernemingen’ (zoals gedefinieerd in art. XX.225 § 2 WER). Dit is een herneming van de uitzondering die gold in art. 265 en 409 W.Venn. voor de BVBA en de CVBA. Voor de NV was onder het regime van het W.Venn., anders dan vandaag, géén carve-out voor ‘kleine NV’s’. Het oude recht blijft relevant voor de beoordeling van gedragingen die gebeurden vóór Boek XX WER op 1 mei 2018 van toepassing werd.

In een arrest van vorige week 17 november 2022 diende het Grondwettelijk Hof zich uit te spreken over de vraag of oud art. 530 W.Venn. het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schendt in zoverre het niet voorziet in een uitsluiting van aansprakelijkheid voor de bestuurders van gefailleerde ‘kleine’ NV’s, terwijl die uitsluiting wel ten goede komt aan de zaakvoerders of bestuurders van gefailleerde kleine BVBA’s en CVBA’s.

Continue reading “Het Grondwettelijk Hof en de bijzondere aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout bij faillissement”

Bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van ESG

Afgelopen vrijdag werd de derde editie van het boek Bestuur van vennootschappen (B. Tilleman en K. Dewaele m.m.v. Nicolas Van Damme) voorgesteld op een studienamiddag te Leuven. Meer dan ooit is dit hét standaardwerk over alles wat met het bestuursmandaat te maken heeft.

Zelf mocht ik 10 minuten spreken over bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van ESG. Mijn slides zijn hier consulteerbaar.

De ideeën vervat in deze presentatie zullen worden uitgewerkt in een bijdrage die (als de peer review succesvol wordt doorstaan) zal worden gepubliceerd in het TRV/RPS.

Algemeen kan gesteld worden dat het aansprakelijkheidsrecht, samen met andere privaatrechtelijke rechtsfiguren, een belangrijke aanvulling is én blijft op de steeds gedetailleerdere regels waarmee ondernemingen en bestuurders rekening moeten houden.

Het foutconcept, begrepen in de zin van een schending van de algemene zorgvuldheidsnorm, bevat hierbij een zeer vruchtbare bodem om allerlei maatschappelijke opvattingen over duurzaamheid juridisch relevant te maken.

Er zijn echter ook hindernissen. Deze situeren zich essentieel op het niveau van de schade en het causaal verband. Toekomstige en onzekere schade, waarbij de band tussen schade en het schadeverwekkend feit onzeker/moeilijk bepaalbaar/speculatief is, komt in principe niet voor vergoeding in aanmerking. Maar de invulling van rechtsbegrippen kan evolueren en het zou niet de eerste keer zijn dat het aansprakelijkheidsrecht door de rechtspraak in nieuwe richtingen wordt geduwd (bv. aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken – zie, L. Cornelis, Beginselen van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, p. 457, nr. 279). Ook de aangekondigde hervorming van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht is een belangrijk gegeven in dit verband.

Voorwaardelijke uittredingsrechten spoedig op komst in het Belgisch recht: “all that glitters is not gold”

Voorwaardelijke uittredingsrechten, ook wel appraisal remedies genoemd, komen in de Belgische rechtsleer meer en meer op de voorgrond als een mogelijk instrument van minderheidsbescherming in niet-genoteerde vennootschappen (zie bijvoorbeeld hier). Een voorwaardelijk uittredingsrecht houdt in dat minderheidsaandeelhouders die tegen een wettelijk gespecifieerde essentiële wijziging binnen de vennootschap stemmen (bijvoorbeeld een uitholling van het winstuitkeringsoogmerk of een grensoverschrijdende herstructurering) een uittredingsrecht krijgen. In ruil voor de uittreding krijgen ze een vergoeding voor hun aandelen.

Voorlopig kent het Belgische recht, in tegenstelling tot andere landen zoals Nederland en Duitsland, geen voorwaardelijke uittredingsrechten. Bij de omzetting van de Mobiliteitsrichtlijn zal de Belgische wetgever echter tegen 31 januari 2023 zo een uittredingsrecht effectief moeten invoeren voor minderheidsaandeelhouders die niet instemmen met een beslissing tot grensoverschrijdende herstructurering (grensoverschrijdende fusie, splitsing en omzetting).

Continue reading “Voorwaardelijke uittredingsrechten spoedig op komst in het Belgisch recht: “all that glitters is not gold””

Boedelschulden – Grondwettelijk Hof over de behandeling van fiscale schulden ontstaan tijdens een gerechtelijke reorganisatieprocedure in een navolgende vereffening of faillissement

Het Grondwettelijk Hof heeft zich op 10 november 2022 uitgesproken over de vraag naar de bestaanbaarheid van artikel XX.58, tweede lid WER met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het dezelfde behandeling voorbehoudt aan, enerzijds, de schuldeiser wiens schuldvordering contractueel van aard is en beantwoordt aan prestaties die ten aanzien van de onderneming zijn verricht, en anderzijds aan de Belgische Staat, die houder is van een vordering inzake btw of bedrijfsvoorheffing. Volgens het Hof is de keuze van de Belgische wetgever om de fiscale schulden ontstaan tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie overeenkomstig artikel XX.58, tweede lid WER als boedelschulden te beschouwen in een navolgende procedure van vereffening, faillissement of verdeling bij overdracht onder gerechtelijk gezag, niet onverenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Continue readingBoedelschulden – Grondwettelijk Hof over de behandeling van fiscale schulden ontstaan tijdens een gerechtelijke reorganisatieprocedure in een navolgende vereffening of faillissement

Insolventierisico voor schuldeisers in de vennootschapsgroep

Bestuurders moeten het eigen belang van de vennootschap als richtsnoer nemen. Dat geldt óók als die vennootschap deel uitmaakt van een groep. Het uitgangspunt blijft dat de leden van een vennootschapsgroep, gezien hun eigen rechtspersoonlijkheid, afzonderlijke winstcentra vormen: de groep gaat erop vooruit doordat elk van de delen erop vooruitgaat.[1]

De nadruk van het vennootschapsrecht op de juridische entiteit krijgt wel eens kritiek. Ontkent het immers niet de economische realiteit van het groepsverband, waarbij de groepsvennootschappen samen één grote onderneming vormen?

De doornen van de Rozenblum

Continue reading “Insolventierisico voor schuldeisers in de vennootschapsgroep”

Cyberrisico en pandemieschade: nog verzekerbaar?

17 november 2022 (17 -19u15), Brussel

De Belgische Sectie van AIDA (Association Internationale de Droit des Assurances) organiseert 17 november e.k. te Brussel (Université Saint-Louis, Kruidtuinlaan 43) een studieavond over (internationale) cyberaanvallen en pandemiedreiging. Deze catastroferisico’s zetten de mogelijkheden van de private verzekeringen, vooral voor de dekking van immateriële schade, op scherp. Zie voor mee info en registratie hier.

PROGRAMMA

Continue reading “Cyberrisico en pandemieschade: nog verzekerbaar?”

Duty of care: van het boek naar het scherm

In de strijd tegen klimaatverandering worden wereldwijd processen gevoerd tegen overheden en ondernemingen. De Nederlandse Urgenda en Shell-zaken worden hierbij als baanbrekend beschouwd. In beide zaken stond (en staat) de Nederlandse advocaat Roger Cox centraal. Meester Cox beoogt een revolutie met recht, waarin de rechterlijke macht centraal staat.

In de woorden van Mr. Cox is er immers “slechts één democratische uitweg uit de impasse waarin de westerse samenleving zich bevindt”, namelijk “een vrijwillige ondercuratelestelling van regeringen en parlementen door de rechterlijke macht” (Revolutie met recht, p. 232).

De juridische revolutie die Mr Cox nastreeft, heeft voor-en tegenstanders, zowel wat de inzet van de strijd betreft (ondanks de voorzienbare gevolgen) als de daartoe gehanteerde middelen (in essentie de verhouding wetgever-rechter).

Over deze strijd werd een documentaire gemaakt: Duty of Care. Pleiten voor de planeet, die op 2 november 2022 wordt vertoond op Canvas (20.35 u). Aanbevolen, in afwachting van het nieuwe seizoen van The Crown (spoiler: het loopt (ook daar?) niet goed af).

John Armour (Oxford) will give the Heremans lectures at KU Leuven: The Corporation as a Social Actor

Opening lecture: 14 November 2022: ‘The Corporation as a Social Actor’

The 2022 Dieter Heremans Lectures in Law & Economics at KU Leuven (Belgium) will be given by Professor John Armour, Professor of Law and Finance at Oxford University.

The opening lecture on ‘The Corporation as a Social Actor‘ will take place on 14 November 2022, at 10 a.m. at Naamsestraat 22, 3000 Leuven, Belgium (Promotiezaal).

The lecture is free, but please register here.

John Armour is Professor of Law and Finance at Oxford University and a Fellow of the  British Academy and the European Corporate Governance Institute.  He was previously a member of the Faculty of Law and the interdisciplinary Centre for Business Research at the University of Cambridge. He studied law (MA, BCL) at the University of Oxford and then at Yale Law School (LLM). He has held visiting posts at various institutions including the University of Auckland, the University of Chicago, Columbia Law School, the University of Frankfurt, the Max Planck Institute for Comparative Private Law in Hamburg, the University of Pennsylvania Law School and the University of Sydney.

The other lectures are:

Continue reading “John Armour (Oxford) will give the Heremans lectures at KU Leuven: The Corporation as a Social Actor”

Weg met de deficitaire vereffening?

Debat tussen Robbie Tas en Jasper Van Eetvelde

Op 1 juni 2022 debatteerden Robbie Tas (KU Leuven, Intui) en Jasper Van Eetvelde (KU Leuven, Quinz) over de vereffeningsprocedure. Het twistpunt luidde of de procedure van de vereffening uit het WVV best wordt verboden (de lege ferenda) of vermeden (de lege lata) als er een netto-passief.

De video vindt u hier. De powerpoint presentaties vindt u hier. Zie verder hierover ook:

Continue reading “Weg met de deficitaire vereffening?”

Oproep TRV-RPS-prijs

De TRV-RPS-prijs wordt in maart 2023 voor de veertiende keer uitgereikt.

Deze jaarlijkse prijs beloont het beste eindwerk (bv. masterproef) over vennootschapsrecht, financieel recht of vennootschapsbelastingrecht. Het eindwerk dient voor publicatie in aanmerking te komen, en moet zijn tot stand gekomen in het kader van een (aanvullende) opleiding tot meester in de rechten aan een Belgische universiteit of georganiseerd in samenwerking met een Belgische universiteit.

De prijs bestaat uit €1.500 en de publicatie van een herwerkte versie van het eindwerk in het TRV-RPS.

Kandidaten worden met een korte motivatie voorgedragen door de promotor (deadline: 30.11.2022 – pieterjan.heynen@kuleuven.be). Gelieve daarbij ook het e-mailadres van de auteur te vermelden.

Wie hierbij nog vragen of opmerkingen zou hebben, kan steeds contact opnemen met Pieterjan Heynen (pieterjan.heynen@kuleuven.be).

Toelichtende nota Commissie Corporate Governance inzake onafhankelijke bestuurders

Onafhankelijke bestuurders zijn sedert geruime tijd een essentieel onderdeel van een goede corporate governance. Zij moeten in alle omstandigheden het belang van de vennootschap behartigen en dit vennootschapsbelang afstemmen op de belangen van de verschillende bij de onderneming betrokken belanghebbenden.

Omdat echte onafhankelijkheid zich niet beperkt tot het voldoen aan formele criteria, vond de Corporate Governance Committee het gepast het begrip onafhankelijke bestuurder, de bijzondere gevallen waarin de onafhankelijke bestuurder een doorslaggevende rol speelt en het wenselijke gedrag in die situaties nader toe te lichten. De toelichtende nota (Nederlands en Frans) is thans beschikbaar.

Tijdens de Listed Company Day, zullen prof. dr. Hans De Wulf en drs. Jan Cerfontaine hier dieper op ingaan en spreken over “The role of independent directors: a critical evaluation of current approaches”.

Inschrijven voor deze dag is nog steeds mogelijk. Het volledige programma leest als volgt:

14:00 Welcome and introduction

14:20 Setting the scene – European and international trends impacting directors. Marnix Van dooren, Assurance Partner (EY Belgium)

14:50 Insights into sustainable value creation and stakeholder management. Initial findings of the GUBERNA study on sustainable value creation. Sandra Gobert, Executive Director (GUBERNA)

15:20 The role of independent directors: a critical evaluation of current approaches.

Hans De Wulf, Full Professor (Financial Law Institute at Gent University)
Jan Cerfontaine, Guest Professor (Financial Law Institute at Gent University)

15:50 Coffee break

16:20 Panel discussion : The director’s perspective (Moderator: Arie Van Hoe, Executive Manager Law & Business at VBO FEB)

Laurence Debroux, Director (Solvay, Novo Nordisk, Exor NV & Juventus Football Club)
Vincent Reuter, Chairman (Credendo & ICC Belgium)
Koen Hoffman, Chairman (Greenyard, Fagron, Snowworld & MDxHealth)
Herman Daems, Chairman (BNP Paribas Fortis)

17:00 Keynote speech by Pieter Loose, CEO (EKOPAK)

17:30 Networking cocktail

Het vervolg van het Shell-vonnis: tweede ronde

Het Shell-vonnis van 26 mei 2021 blijft juristen beroeren (voor een grondige bespreking, zie J. Bouckaert en S. François, “Actieve rol voor de rechter bij het bepalen van het (ondernemings)beleid? – Noot onder het Shell-vonnis van 26 mei 2021” in A. Van Hoe en G. Croisant (eds.), Brussel, Larcier, 2022, Recht en duurzaamheid / Droit et durabilité, p. 3-60). Zoals toegelicht in een vorige post wordt de strijd verdergezet in hoger beroep. Gisteren hebben de partijen Milieudefensie c.s. geconcludeerd in antwoord op de memorie van grieven van Royal Dutch Shell plc. Deze conclusie (een kloeke 250 bladzijden) kan hier worden geconsulteerd.

Opmerkelijk is dat recent een derde partij (Clintel) een vordering tot tussenkomst (of voeging) in het hoger beroep heeft ingediend. Deze stichting kan in zekere zin beschouwd worden als de tegenhanger van Milieudefensie c.s. Meer info over deze opmerkelijke démarche hier. To be continued, zoveel is zeker.

Toolbox investor relations

Communicatie door beursgenoteerde vennootschappen met investeerders is een bijzondere tak van sport, onderworpen aan heel wat gedetailleerde spelregels, waarop wordt toegezien door een scherpe VAR.

Om deze regels toegankelijker te maken heeft de FSMA, tijdens een vergadering (n.a.v. de dertigjarige verjaardag) van de Belgian Investor Relations Association (BelIR), een toolbox voorgesteld. Deze handige toolbox heeft tot doel personen wier taak bestaat uit relaties met investeerders een aantal kapstokken te bieden voor hun interactie met de FSMA.

De toolbox ontsluit op thematische wijze relevante circulaires, mededelingen, praktijkgidsen, FAQs, en kan hier worden geconsulteerd. Een mooi initiatief.

Civielrechtelijke bevoegdheden van het Openbaar Ministerie bij stichtingen en de ‘mondkapjesaffaire’

Rechtbank Amsterdam 21 juli 2022, JOR 2022/204 met noot Van Uchelen-Schipper.

Voor Belgische stichtingen kan het OM (naast anderen) op grond van art. 2:114 WVV de ontbinding van een stichting vorderen, ondere andere, indien het vermogen voor een ander doel wordt aangewend dan het doel waarvoor zij is opgericht; als het uitkeringsverbod wordt geschonden; of als de stichting in strijd handelt met het WVV of ‘in ernstige mate’ in strijd met de statuten. Zie voor een recente bespreking (voor gelijkaardige bepaling bij VZW’s): M. Verheyden, “Gerechtelijke ontbinding wegens schending van het uitkeringsverbod”, TBH 2022, 628 e.v. Art. 2:114 § 4 laat de rechtbank toe een ontbindingsvraag bij de doeloverschrijdende aanwending van het vermogen te vervangen door een vernietiging van de betrokken verrichtingen. Hoewel de wet dit niet met zoveel woorden stelt, kan worden aangenomen dat het OM (of een andere belanghebbende) ook zelfstandige de vernietiging van een doeloverschrijdende verrichting kan vorderen. Qui peut le plus, peut le moins. Het is niet duidelijk waarom het WVV niet hetzelfde zegt voor andere ontbindingsgronden.

In Nederland gaan de bevoegdheden van het OM verder. Marleen van Uchelen-Schipper, universitair docent/onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), bespreekt dit n.a.v. de zgn. ‘mondkapjesaffaire’.

* * *

Continue readingCivielrechtelijke bevoegdheden van het Openbaar Ministerie bij stichtingen en de ‘mondkapjesaffaire’

Postuniversitaire opleiding Curatoren & Vereffenaars: inschrijven kan nog

De avondopleiding Curator-Vereffenaar van KU Leuven en UAntwerpen in nauw overleg met de Ondernemingsrechtbanken is intussen een vaste waarde. In oktober start een nieuwe editie van deze postuniversitaire opleiding. Het betreft opnieuw een dubbele editie die van start gaat in Kortrijk en Brugge en wordt hernomen in Leuven en Antwerpen.

Continue reading “Postuniversitaire opleiding Curatoren & Vereffenaars: inschrijven kan nog”