Een vraag van ‘kapitaal’ belang: moeten aandeelhoudersleningen achtergesteld worden?

Een post door gastblogger Simon Landuyt (UGent)

Misschien de meest fundamentele regel in het vennootschapsrecht is dat de aandeelhouder pas rechten op het vennootschapsvermogen kan doen gelden wanneer de vennootschapsschuldeisers zijn voldaan (het netto-recht van de aandeelhouder).[1] Deze regel heeft religieuze wortels,[2] maar wordt tegenwoordig al te vaak verklaard door te stellen dat aandeelhouders recht hebben op de winst en ze dus als quid pro quo ook als eerste het verlies van de vennootschap moeten dragen.

Vanuit een moreel oogpunt is dit een flauwe verklaring, maar economisch houdt ze zeker geen steek. Indien de aandeelhouder bv. wenst dat zijn inbreng bij een faillissement in een andere rang dan de laagste wordt terugbetaald kan dit perfect verrekend worden in de prijs. Schuld zal dan gewoon duurder worden voor de vennootschap (bv. door een hogere interest) waardoor de return van de aandeelhouder wat daalt. Immers, schuldeisers zullen gecompenseerd willen worden omdat ze niet langer kunnen genieten van een buffer tegen verliezen die de inbreng anders vormt.

Tenzij het vennootschapsrecht universeel fout zit moeten er dan ook andere redenen zijn waarom de aandeelhouder als laagste in rang komt.[3] Continue reading “Een vraag van ‘kapitaal’ belang: moeten aandeelhoudersleningen achtergesteld worden?”

‘Privaatrecht in actie!’, met empirisch onderzoek naar verdeling bij faillissement

Verslagboek conferentie empirisch onderzoek in het privaatrecht (18 mei 2018)

De laatste jaren wordt steeds vaker gepleit voor meer empirisch onderzoek door rechtswetenschappers. Het uitvoeren van empirisch onderzoek veronderstelt evenwel een beroep op andere methoden dan deze die gangbaar zijn in de klassieke, dogmatische rechtswetenschap. Klassiek geschoolde juristen zijn doorgaans weinig (of zelfs niet) met deze methoden vertrouwd, wat voor hen een drempel kan vormen om zelf empirisch onderzoek uit te voeren.

Op 18 mei 2018 organiseerde het Gentse Centrum voor Verbintenissenrecht een conferentie, voorgezeten door Eric Dirix (KU Leuven) over empirisch onderzoek in het privaatrecht. De bijdragen van de conferentie werden gebundeld in het boek Privaatrecht in Actie!, uitgegeven bij die Keure. Hiermee wilden de initiatiefnemers aantonen dat klassiek geschoolde juristen wel degelijk in staat zijn empirisch onderzoek te voeren, dat niet alleen het klassieke rechtswetenschappelijke onderzoek kan aanvullen, maar ook voor de rechtspraktijk nuttige inzichten kan opleveren. Continue reading “‘Privaatrecht in actie!’, met empirisch onderzoek naar verdeling bij faillissement”

Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers

Recht is belangenafweging. Deze (evidente) waarheid is terug te vinden in zelfs de meest technische bepaling. Een mooi voorbeeld hiervan wordt geboden door de regeling voorzien in art. 37 WCO (binnenkort: art. XX.58 WER). Dit artikel bepaalt ten eerste het statuut van schuldvorderingen die beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie in een navolgende vereffening of faillissement en ten tweede de verhouding tussen deze schuldvorderingen en de rechten van zekergestelde schuldeisers. Een recent cassatiearrest van 22 februari 2018 (C.17/0503.N/1) luidt een ommekeer in wat deze verhouding betreft.  Continue reading “Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers”

Circulaire betreffende het pandregister

Op 1 januari 2018 treedt de Pandwet (eindelijk) in werking. Een belangrijk onderdeel van deze wet betrof de oprichting van een Nationaal Pandregister, pandregister genoemd, onder het beheer van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. De tegenstelbaarheid van het pandrecht wordt afhankelijk van de registratie in het nieuw ontworpen pandregister.

De werking van het pandregister is nader geregeld in het KB van 14 september 2017. Met circulaire 2017/C/76 van 23 november 2017 verschaft de FOD Financiën nuttige toelichting bij de Pandwet en het KB. De circulaire kan hier geraadpleegd worden.

Het faillissement: een paradijs voor banken?

Afscheidscollege oud-rector Bas Kortmann (Radboud Universiteit)

In geval van faillissement krijgen de gewone schuldeisers  (bijvoorbeeld leveranciers en afnemers) doorgaans geen enkele uitkering. Gemiddeld wordt van vorderingen van deze crediteuren minder dan 5% voldaan. Banken daarentegen zien kans het overgrote deel van hun vorderingen te innen. In zijn afscheidsrede aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) getiteld ‘Het faillissement, een paradijs voor banken’ besprak hoogleraar en voormalige rector Bas Kortmann of de wetgeving  en/of de rechtspraak de banken te vriendelijk gezind is.  Continue reading “Het faillissement: een paradijs voor banken?”

Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister

Toegang tot het Pandregister en verschuldigde retributies

In het Belgisch Staatsblad van vandaag (p. 88043) werd het Koninklijk Besluit tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen, gepubliceerd.

De voornaamste doelstelling van het Pandregister is het tegenwerpbaar maken aan derden van inpandgevingen of een eigendomsvoorbehoud op roerende goederen. Dit KB regelt de modaliteiten inzake de toegang tot dat Pandregister en de retributies verschuldigd voor de (vernieuwing van een) registratie van een pandrecht of een eigendomsvoorbehoud. Continue reading “Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister”

Don’t you want somebody to take the loss? Lessen uit een vergelijking tussen een vennootschap en een ‘non-recourse loan’

Een post door gastbloggers Benedict Steenhout en Michiel Verhulst, winnaars van de Prijs Dieterfonds 2017 voor de beste meesterproef in economie, recht en bedrijfskunde (KU Leuven)

In eerdere posts kwamen de geplande afschaffing van het minimumkapitaal en de risico’s voor de schuldeiser van de vennootschap aan bod. In deze bijdrage worden de risico’s van een vergaande aansprakelijkheidsbeperking geanalyseerd op basis van een functionele vergelijking met de non-recourse lening, d.i. een lening waarbij de schuldeiser bevoorrecht is op een onderpand, maar geen verhaalsrecht heeft dat dit onderpand te boven gaat. Non-recourse financiering is in België niet populair, maar is bv. courant in de Amerikaanse huizenmarkt.

Een ­non-recourse vennootschap en de bijhorende risico’s

Het idee achter een non-recourse lening klinkt eerder vreemd. Waarom zou een schuldeiser vrijwillig zijn uitwinningsmogelijkheden beperken tot een vaststaand onderpand, wetende dat bv. een hypotheek of pand ruimere verhaalsrechten met zich meebrengt? Dit verklaart vermoedelijk het aangehaalde gebrek aan populariteit in België. Nochtans merken we op dat de non-recourse gedachte terugkomt bij vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid, meer bepaald via de beperking van aansprakelijkheid van de deelgenoten. Continue reading “Don’t you want somebody to take the loss? Lessen uit een vergelijking tussen een vennootschap en een ‘non-recourse loan’”

Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)

Nieuwe praktische wegwijzer over boedelschulden verschenen bij Kluwer

Boedelschulden behoren tot het DNA van het insolventierecht. Als “schulden van de boedel” verwijzen ze naar de juridische ruwbouw van de insolventieprocedure. Die ruwbouw, de boedel, is een afgescheiden en onder bewind gesteld vermogen met een vereffenings- of saneringsdoel (typevoorbeeld: de faillissementsboedel). Boedelschulden zijn niets anders dan schulden waarvan de boedel zelf de schuldenaar is. De boedel moet ze betalen vóór de “schulden in de boedel” – simpel gesteld, de te vereffenen of saneren schulden van de insolvente schuldenaar.

Dat klinkt gemakkelijker dan het is. In een recente bijdrage, verschenen in de reeksen Faillissement & Reorganisatie en AdvocatenPraktijk van Kluwer, verheldert Gillis Lindemans het concept boedelschulden aan de hand van concrete toepassingen. Daarvan hieronder alvast eentje, als teaser: schulden uit huurovereenkomsten.

Continue reading “Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)”

Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht

Een verruimd insolventierecht met een betere afdwinging

In vorige posts waarschuwden we voor de gevaren die de geplande afschaffing van het minimumkapitaal, en bovenal van de werkelijke zetel, met zich meebrengt. Zijn schuldeisers zonder de werkelijke zetel dan loslopend wild voor opportunistische insiders? Continue reading “Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht”

Achterstelling van schuldvorderingen in het insolventierecht

In de financiering van ondernemingen neemt de achtergestelde schuldvordering een belangrijke plaats in, tussen kapitaal en schuld. In zijn recent gepubliceerde proefschrift heeft Roel Fransis (KUL) de achtergestelde schuldvordering aan een minitieus onderzoek onderworpen, zowel wat de juridische aard van deze rechtsfiguur betreft als de rechtsgevolgen ervan, in het bijzonder in het kader van insolventieprocedures. Met dit proefschrift heeft Roel Fransis, in de woorden van zijn promotor (Eric Dirix, KUL), “een fundamenteel werk afgeleverd dat onze kennis op vele terreinen van het verbintenissen-, goederenrecht en insolventierecht werkelijk vooruit helpt en dat tevens voor de rechtspraktijk van onschatbare waarde zal blijken te zijn”. Met deze beoordeling kan alleen maar ingestemd worden.

The Anatomy of Corporate Law

vesalius

This week the (already) third edition of the influential book The Anatomy of Corporate Law was published by Oxford University Press. The book provides the reader with a solid framework to understand corporate law from a comparative perspective. The following key jurisdictions are covered: US, UK, Brazil, Italy, France, Germany, and Japan. The general structure of the previous editions is maintained. The quality of the authors guarantees the quality of the work.

Continue reading “The Anatomy of Corporate Law”

You can’t have your cake and eat it too: on debt as equity

Een post door gastblogger Simon Landuyt

Debt and equity have in common that they are both provided to a company by an investor in return for a claim on its assets. For the creditor, the claim and the repayment date are fixed. On the other hand, the shareholder is a residual claimant. He will, in principle, only receive from the company to the extent the company’s assets exceed its liabilities. As a consequence, the claim of the shareholder is subordinated to the claim of the creditor. Therefore, at least in certain jurisdictions, it often happens that creditors or bankruptcy trustees try to qualify or “recharacterize” a rather vague financial contract of (another) investor into equity once the company gets into difficulties.

Continue reading “You can’t have your cake and eat it too: on debt as equity”

Towards a European covered bond framework

On 18 November 2016, the European Banking Authority (EBA) will be holding a public hearing to outline its draft proposals on the European covered bond framework. A presentation with the outline of the draft proposals on recommended further actions can be consulted here. The EBA report on covered bonds of July 2014, which identified best practices to enhance robustness of the covered bond regulation across the EU, can be read here.

Wetsontwerp Reparatiewet Nieuwe Pandwet

Inwerkingtreding opnieuw uitgesteld

Zie hier voor Wetsontwerp houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen. De datum van inwerkingtreding wordt uitgesteld van uiterlijk 1 januari 2017 naar 1 januari 2018.

‘You can’t dance at two weddings with one behind’ (Yiddish proverb)

The uneasy dual role of creditor and shareholder

1.

A previous post mentioned the rudimentary rule on distributions in the ‘partnership en commandite’ (limited liability partnership) in article 206 of the Belgian Company Code (‘BCC’), dating back to 1873:

“Third parties can force [the limited partner] to return any interest or dividends distributed to him, if such distributions are not taken from the non-fictitious profits of the partnership. The unlimited partner has recourse against the manager for any distributions he had to return, in case of fraud, bad faith or serious negligence by the manager.”

Today we discuss how one word in this antique (yet inspiring) rule foreshadows a topical subject: Continue reading “‘You can’t dance at two weddings with one behind’ (Yiddish proverb)”