Kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders in Delaware (en België?)

Voorontwerp WVV komt met maximumaansprakelijkheid voor bestuurders van rechtspersonen

In de recente gepubliceerde slides van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht m.b.t. het Voorontwerp van het Wetboek “Vennootschappen en Verenigingen” wordt de invoering van een kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking ten voordele van bestuurders van rechtspersonen besproken. Het Voorontwerp maakt ter zake geen onderscheid tussen feitelijke bestuurders en formeel benoemde bestuurders.

Het bekendste voorbeeld van de (overigens zeldzame) buitenlandse rechtstelsels die een gelijkaardige aansprakelijkheidsbeperking heeft ingevoerd, is Section 102(b)(7) of the Delaware General Corporation Law : Continue reading “Kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders in Delaware (en België?)”

Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister

Toegang tot het Pandregister en verschuldigde retributies

In het Belgisch Staatsblad van vandaag (p. 88043) werd het Koninklijk Besluit tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen, gepubliceerd.

De voornaamste doelstelling van het Pandregister is het tegenwerpbaar maken aan derden van inpandgevingen of een eigendomsvoorbehoud op roerende goederen. Dit KB regelt de modaliteiten inzake de toegang tot dat Pandregister en de retributies verschuldigd voor de (vernieuwing van een) registratie van een pandrecht of een eigendomsvoorbehoud. Continue reading “Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister”

Ondertussen in Nederland : versterking positie curator

Fraudebestrijding als aanvullende taak van de curator

Op 1 juli 2017 trad in Nederland de Wet versterking positie curator in werking. Dit is de zogenaamde derde pijler (naast de reorganisatiepijler en de moderniseringspijler) van het wetgevingsprogramma “herijking faillissementsrecht”. De nieuwe wet komt er naar aanleiding van de vaststelling dat in 25-35% van alle faillissementen frauduleuze handelingen plaatsvinden [1] en de naar schatting 1.2 miljard euro schade die ze jaarlijks veroorzaken [2]). Continue reading “Ondertussen in Nederland : versterking positie curator”

The principal-cost theory: a revolution in the debate on corporate law and governance?

Zohar Goshen and Richard Squire develop a new model for corporate governance in the Columbia Law Review

In a recently published papaer (here and here), commented on the Oxford Business Law Blog, a new theory of corporate governance is offered, referred to as the principal-cost theory. The theory challenges the theoretical foundations of the traditional agency-cost theory, in particular their one-size-fits-all policy recommendations.

The authors claim that the principal-cost theory demonstrates that the governance structure reducing control costs varies by firm. Lawmakers therefore should avoid one-size-fits all solutions. Rather they should seek to grow the menu of governance-structure. Accordingly, each firm could establish a governance mechanism adapted to its specific needs.

Does that mean that the agency-cost theory should be neglected from now on? Not necessarily. According to the authors, agent costs and principal costs are two sides of the same coin:

Any reallocation of control rights between shareholders and managers decreases one type of bust, but will  increase the other,  The rate of substitution is firm-specific, driven by factors such as business strategy, industry, and the personal characteristics of the key parties.”

Only time will tell whether this theory of principal costs marks the end of an era dominated by a uniform  theory of “good” corporate governance.

 

Roel Verheyden

Wanneer vandaag plots eerder blijkt plaats te vinden: Cassatie over invulling van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden

Uitspraak met belangrijke gevolgen voor o.a. bestuurders in vennootschapsgroepen

Drie BVBA’s met dezelfde zaakvoerder worden failliet verklaard, elk met openstaande sociale schulden. De faillietverklaring vindt plaats op volgende tijdstippen:

  • De eerste BVBA op 13 oktober 2009
  • De tweede en derde BVBA op 13 september 2012

Volgens art. 265, §2 W.Venn. kan een zaakvoerder van een BVBA hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale schulden indien hij in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring betrokken was bij minstens twee faillissementen met openstaande schulden ten aanzien van de RSZ.[1]

Kan de curator deze zaakvoerder op grond van dit artikel hoofdelijk aanspreken voor (een deel van) de sociale schulden van het derde faillissement? Het Hof van Cassatie zegt in een recent arrest (Cass. 7 april 2017, C.16.0390.N/1) dat dit mogelijk is. Continue reading “Wanneer vandaag plots eerder blijkt plaats te vinden: Cassatie over invulling van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden”

‘Law and…’-bewegingen in het privaatrecht: een frisse kijk op ons recht

Jura Falconis studiedag 28 april 2017, 12u30-16u30 (College De Valk, Leuven)

De verhouding van het recht tot andere disciplines vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten, waar het rechtsdenken van oudsher gekenmerkt wordt door pragmatisme en realisme. Geen wonder dat precies in deze omgeving het belang van de economische wetenschap voor de rechtsontwikkeling is ontstaan (Law & Economics). Het narratieve eigen aan de common law-traditie leidde er dan weer toe dat gezocht werd naar verbanden tussen recht en literatuur (Law & Literature). Is er wel een wezenlijk verschil met de uitleg van juridische teksten en fundamenteler nog: kan de literatuur een bijdrage leveren aan het oplossen van juridische vragen? Ook de verbanden met andere wetenschappen werden gelegd zodat er talrijke ‘ Law and…’-bewegingen het daglicht zagen . Continue reading “‘Law and…’-bewegingen in het privaatrecht: een frisse kijk op ons recht”

De collectieve vordering 2.0 : boedelvordering zonder boedelschade

Cass. 16 september 2016: curator kan soms ook vorderen zonder dat er collectieve schade is

In een eerdere post berichtten we over het arrest van het Hof van Cassatie van 16 september 2016. Daarin oordeelde het Hof dat de enige vennoot-rechtspersoon van een EBVBA hoofdelijk borg staat voor alle schulden ontstaan in de periode dat de vennootschap eenhoofdig was (art. 213, §2, 2de lid W.Venn.). Hoewel de enige vennoot enkel moet instaan voor de omvang van de schulden die werden aangegaan tijdens de eenhoofdigheid, geldt die aansprakelijkheid volgens het Hof ook ten aanzien van schuldeisers wier vordering dateert van vóór of  na de eenhoofdigheid. Bijgevolg, aldus het Hof, is de curator bevoegd om de aansprakelijkheid van de enige vennoot-rechtspersoon in rechte af te dwingen.

Op twee vlakken gaat dit arrest verder in op ingeslagen jurisprudentiële wegen: Continue reading “De collectieve vordering 2.0 : boedelvordering zonder boedelschade”

De lege boedelproblematiek: een onderbelichte kwaal zonder adequate remedie

Als de activa niet volstaan om zelfs maar de boedelschulden te betalen

Een curator heeft verregaande herstelbevoegdheden tijdens een faillissement, althans zolang er voldoende geld beschikbaar is om de procedure te financieren. Wat gebeurt er indien de boedel weinig tot geen activa bevat? Continue reading “De lege boedelproblematiek: een onderbelichte kwaal zonder adequate remedie”

Is het bestuur of de commissaris van de moedervennootschap aansprakelijk in het geval van een éénhoofdige dochtervennootschap?

Rechtbank van Koophandel te Antwerpen (afd. Turnhout) 8 november 2016

Een moedervennootschap bezit alle aandelen in een NV. Indien deze situatie van éénhoofdigheid langer dan een jaar duurt wordt de moedervennootschap onbeperkt aansprakelijk voor de dochtervennootschap (art. 646 W.Venn. – zie eerder arrest). Dit veroorzaakt een aanzienlijke verhoging van de schulden van de moedervennootschap (en bijgevolg een toename van de passiva in de faillissementsboedel indien de moedervennootschap failliet zou gaan). Leidt deze situatie tot de aansprakelijkheid van de bestuurders of de commissaris van de moedervennootschap? Deze vraag was aan de orde in een recent vonnis van de rechtbank van Koophandel te Antwerpen (afdeling Turnhout) van 8 november 2016 (A/14/03347 – inzake faillissement Waegener Group NV). Continue reading “Is het bestuur of de commissaris van de moedervennootschap aansprakelijk in het geval van een éénhoofdige dochtervennootschap?”

Cassatie verscherpt afdwinging aansprakelijkheid van vennoot bij eenhoofdigheid

Elke schuldeiser en bij faillissement de curator is bevoegd om aansprakelijke vennoot aan te spreken (Cass. 16 september 2016)

Het Hof van Cassatie beslist in een arrest (nr. C.14.0388.N) van 16 september 2016 dat de curator bevoegd is om in rechte op te treden tegen de enige vennoot-rechtspersoon van een éénhoofdig geworden BVBA. Continue reading “Cassatie verscherpt afdwinging aansprakelijkheid van vennoot bij eenhoofdigheid”