Experiments

The CJEU Vantaan kaupunki case: piercing the corporate veil via private enforcement of EU competition law

A post by Jasper Van Eetvelde & Michiel Verhulst

The CJEU judgement on the 14th of March 2019 in the Vantaan kaupunki case shows the increasing spillover effects of the public enforcement of competition law on the private enforcement thereof. The CJEU found that the concept of ‘undertaking’ as autonomously interpreted in competition law is applicable when claiming for damages on the basis of breaches of EU competition law. This has far-reaching consequences, since it implies that both the principles of parental liability and economic continuity are henceforth part of the national rules on the private enforcement of EU competition law. This triggers some reflections on corporate law on voluntary winding-up in general and the usefulness of focussing on the economic reality outside competition law. Continue reading “The CJEU Vantaan kaupunki case: piercing the corporate veil via private enforcement of EU competition law”

A reply to professor Madaus “The new European Relative Priority from the Preventive Restructuring Directive – The end of European Insolvency Law?”

A post by guest bloggers prof. dr. R.J. de Weijs, A.L. Jonkers LLM and M. Malakotipour LLB (University Amsterdam)

On March 26, 2019 the European Parliament will vote on the Preventive Restructuring Framework.

The initial draft Directive from 2016 contained a rule providing the basic protection that shareholders of a financially distressed and reorganized company could not hold on to any value unless the creditors by majority vote consented thereto. Such a rule is in force in US and German law and is referred to as an Absolute Priority Rule (‘APR’). The US has been an important source of inspiration for implementing such a far-reaching reorganization procedure. The Absolute Priority Rule is generally considered to be one of the most important rules of US bankruptcy law, see recently the US Supreme Court in the famous Czyzewski v. Jevic Holding Corp case, calling the APR “quite appropriately, bankruptcy’s most important and famous rule” and “the cornerstone of reorganization practice and theory.”[1]

Without much in-depth analyses or debate, the European Union is about to embark on a wild adventure. It seeks to implement the US reorganization culture, without however the most basic rule of protection. Continue reading “A reply to professor Madaus “The new European Relative Priority from the Preventive Restructuring Directive – The end of European Insolvency Law?””

Uitsluiting en uittreding na faillissement: de aandeelhouder op een zinkend schip ?

Post door gastblogger Robin Olivier Karpiel (student UA)

De procedure tot uitsluiting en uittreding is een populaire manier om geschillen tussen aandeelhouders van een BVBA of een NV te regelen. Conflicten worden zo binnen de vennootschap bij de wortel aangepakt. De uitsluiting (“u moet uw aandelen aan mij verkopen”) en uittreding (“u moet aandelen van mij kopen”) kunnen dankzij de overdracht van aandelen meteen ook de oorsprong van het geschil doen verdwijnen.

In tijden van dreigende insolventie kunnen wortels van conflicten echter zeer diep groeien. Eenmaal geschillen uitvoerig worden uitgespit, kan het voor de vennootschap zelf al te laat zijn en klopt het faillissement mogelijks aan de deur.

Maar wat indien een procedure tot uitsluiting of uittreding op dat moment al is ingesteld? Dient de aandeelhouder, als een kapitein op een zinkend schip, steeds als laatste aan boord van de onderneming te blijven? Of vormt de geschillenregeling de ideale reddingsboei ten tijde van financiële moeilijkheden? Deze en gerelateerde vragen komen aan bod in deze bijdrage.

Daarbij zal niet worden nagelaten om enkele relevante wijzigingen van het (recent goedgekeurde) WVV mee te nemen. Continue reading “Uitsluiting en uittreding na faillissement: de aandeelhouder op een zinkend schip ?”

TPR Wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden over vermogenssplitsing ~ Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven)

maandag 1 april 2019 om 16.00 uur, het Kleine Auditorium van het Academiegebouw (Rapenbrug 73, Leiden)

In het kader van de TPR-wisselleerstoel 2019 aan de Universiteit Leiden, houdt professor Joeri Vananroye op maandag 1 april 2019 om 16.00 uur zijn oratie met als titel:

Over de schutting:
de ongelijke waardering van vermogenssplitsing
in het burgerlijk en het ondernemingsrecht

De plechtigheid vindt plaats in het Kleine Auditorium van het Academiegebouw (Rapenbrug 73, 2311 GJ Leiden, Nederland). Vananroye doceert aan de KU Leuven ondernemingsrecht en economische analyse van het recht.

*  *  * Continue reading “TPR Wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden over vermogenssplitsing ~ Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven)”

Technologie & recht: Juridische reflecties over disruptieve technologieën en digitale transformaties

Studiedag Jura Falconis – 29 maart 2019

Ter gelegenheid van het nieuwe vak “Technologie en recht” aan de KU Leuven onder verantwoordelijkheid van professor Peggy Valcke, neemt Jura Falconis samen met professor Valcke de invloed van nieuwe technologie in verschillende rechtstakken onder de loep op de Jura Falconis Studiedag op vrijdag 29 maart 2019

Verschillende sprekers zullen ingaan op de invloed, problemen en opportuniteiten die de technologie stelt in hun specialisatie.

PROGRAMMA

Continue reading “Technologie & recht: Juridische reflecties over disruptieve technologieën en digitale transformaties”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Op vrijdag 26 april 2019 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 26ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

  • Hercodificatie en de rechtbank van de toekomst” door prof. Koen GEENS, minister van Justitie
  • Het nieuwe bewijsrecht” door prof. Benoît ALLEMEERSCH, deeltijds hoogleraar Instituut voor Gerechtelijk Recht KU Leuven, advocaat bij Quinz
  • Bestrijding van illegale handel” door prof. Bert DEMARSIN, hoofddocent Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven, Campus Brussel en KULAK
  • Besturen onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen: wat verandert voor bestuurders van rechtspersonen?” door prof. Marieke WYCKAERT, hoogleraar Jan Ronse-instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht KU Leuven, advocaat bij Eubelius
  • Intertemporeel recht (werking van de wet in de tijd)” door dr. Thijs Vancoppernolle, advocaat bij Quinz, vrijwillig wetenschappelijk medewerker Centrum voor Rechtsmethodiek KU Leuven
  • Fiscale implicaties van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen” door prof. Luc DE BROE, gewoon hoogleraar fiscaal recht KU Leuven, advocaat bij Laga
  • Overleeft de maatschap de hervormingen van het ondernemings-, insolventie- en vennootschapsrecht?” door prof. Joeri VANANROYE, hoofddocent Instituut voor Handels-en Insolventierecht KU Leuven, advocaat bij Quinz

Valuation in Dutch Corporate Law and Bankruptcy Law

A post by guest blogger Sebastiaan van den Berg

On 31 January 2019, Sebastiaan van den Berg successfully defended his PhD thesis at the Radboud University in Nijmegen (the Netherlands). Under supervision of prof. mr. S.C.J.J. Kortmann and prof. dr. W.G.M. Holterman, Sebastiaan studied aspects of business valuation in (i) corporate law proceedings and (ii) financial restructurings or reorganizations of companies. Having a background in both law and economics, his book Valuation in Dutch Corporate Law and Dutch Bankruptcy Law”, is based on interdisciplinary research. With this research and its conceptual approach to valuation (instead of a mere technical overview of valuation methodologies), the book offers a useful guide on the key valuation concepts and principles that are relevant in legal settings. Continue reading “Valuation in Dutch Corporate Law and Bankruptcy Law”

Van VSO naar CV erkend als SO

Michiel D’herde in TRV-RPS

In een eerdere blogpost schreef Michiel D’herde reeds over de VSO, en betoogde hij dat een bijzondere vennootschapsvorm voor sociale ondernemingen ook onder het nieuwe vennootschapsrecht bestaansreden heeft.

Inmiddels verscheen in het RPS-TRV een uitgebreid artikel van de hand van deze auteur over de reïncarnatie van de VSO in de coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming, zoals opgenomen in het inmiddels goedgekeurde WVV.

De auteur betoogt: Continue reading “Van VSO naar CV erkend als SO”

De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen

Bespreking van Cass. 2 februari 2018

Vorig jaar las u hier over het merkwaardige arrest van het Hof van Cassatie dd. 2 februari 2018 (“New Super Marché de la Remorque”) over aansprakelijkheid als aandeelhouder van een zaakvoerder in een Comm.V.

Inmiddels werd bij dit arrest een noot gepubliceerd in het TRV-RPS door Joris Lannoy (“De gewaagde positie van een externe zaakvoerder in de gewone commanditaire vennootschap”, noot onder Cass. 2 februari 2018), TRV-RPS 2018, 900 e.v.).

De auteur verdedigt dat een Comm.V. geldig kan worden opgericht met een structuur waarbij de beherende en stille vennoot zelf vennootschappen zijn, en met een zaakvoerder-natuurlijke persoon die zelf geen vennoot is maar wel controle uitoefent over beide vennoten-rechtspersonen.

Hij stelt echter vast dat zulke structuur in geval van financiële moeilijkheden een uitnodiging in zich draagt voor schuldeisers of curator om, de onbeperkte aansprakelijkheid van een beherend vennoot indachtig, te pogen aan te tonen dat de schijnbaar externe zaakvoerder ook als (beherend) vennoot van de Comm.V. moet worden beschouwd. Continue reading “De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen”

Is kennelijk grove fout nog gedekt door cap op bestuursaansprakelijkheid ?

Kleine bug in de cap

De cap op bestuursaansprakelijkheid in het WVV is goeddeels ontzenuwd, zoals eerder gesignaleerd. Door een amendement te elfder ure geldt de aansprakelijkheidsbeperking immers enkel nog voor toevallige lichte fouten (artikel 2:57, § 3, 1° WVV). Dergelijke kleinere zonden leiden echter in de praktijk hoe dan ook zelden tot bestuursaansprakelijkheid.

Een dergelijke spoedamputatie laat onvermijdelijk enkele kleine littekens na.

Continue reading “Is kennelijk grove fout nog gedekt door cap op bestuursaansprakelijkheid ?”

Pre-Insolvency Proceedings, A Normative Foundation and Framework

9780198799924 (1)

Oxford University Press recently published a book on pre-insolvency proceedings (aptly entitled) “Pre-Insolvency Proceedings, A Normative Foundation and Framework”. It is authored by Nicolaes Tollenaar and includes a foreword from Justice Richard Snowden.

The book develops a normative foundation for pre-insolvency proceedings and provides a framework outlining what an ideal pre-insolvency procedure might look like. It discusses the key economic and legal principles underlying restructuring proceedings, the system of voting in classes, the appropriate criteria for cram down and valuation. It further offers a comparative analysis of UK schemes and the Chapter 11 plan procedure with a view to drawing on the lessons learned from each.

The book is an updated translation of the (Dutch) PhD of the author (previously presented on this blog) and is available at:  https://global.oup.com/academic/product/pre-insolvency-proceedings-9780198799924?cc=nl&lang=en&

‘La bonne foi la plus stricte’

Een flexibel vennootschapsrecht vraagt een scherpe fiduciaire verplichting

Zoals bekend had in een eerste periode na de afkondiging van de Code Civil de goede trouw van artikel 1134 BW lang niet de belangrijke functie die het vandaag heeft in het contractenrecht. Eén van de auteurs die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het aanzwengelen van de rol van goede trouw in het Franse – en bij uitbreiding Belgische – recht is René Demogue (1872-1938). De argumentatie hiervoor vond Demogue in het contract van vennootschap (vandaag zouden we zeggen: de maatschap). De goede trouw die bij de maatschap werd aanvaard zag hij als de uitdrukking van een algemene regel voor alle overeenkomsten:

“Les contrats forment une sorte de microcosme; c’est une petite société où chacun doit travailler pour un but commun qui est la somme des buts individuels poursuivis par chacun, absolument comme dans la société civile ou commercial. Alors, à l’opposition entre le droit du créancier et l’intérêt du débiteur, tend à se substituer une certaine union.“

(R. Demogue, Traité des obligations en général, VI, 1931, nr. 3.)

Hoewel niemand het resultaat betwist, lijkt de redenering van Demogue me betwistbaar. Een vennootschap is geen contract zoals een ander. In een gewone overeenkomst hebben partijen tegengestelde belangen die ze egoïstisch mogen nastreven; de eisen van de goede trouw stellen hieraan negatieve grenzen. In een vennootschap is er een gemeenschappelijk belang; de eisen van de goede trouw leggen bij de behartiging van het samenlopend belang meer verregaande positieve plichten op. Als de regels van de maatschap de uitdrukking vormen van een gemeen recht, is het er een voor wat de hedendaags doctrine soms wel organizational contracts noemt.

*    *
*

De eisen van de goede trouw in een vennootschapscontext zijn onder meer veel ruimer dan louter het verbod op rechtsmisbruik. Geens en Wyckaert schrijven: Continue reading “‘La bonne foi la plus stricte’”

WVV goedgekeurd in Kamer – keuze voor nieuw regime mogelijk vanaf 1 mei 2019

CaptureZo-even werd door de plenaire vergadering van de Kamer de invoeringswet van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd. Na ondertekening door de Koning wordt dit wet.

De tekst die gisteren in de Commissie Handelsrecht werd goedgekeurd en aan de plenaire vergadering werd voorgelegd is hier te vinden.

De wet treedt in werking op 1 mei 2019. Continue reading “WVV goedgekeurd in Kamer – keuze voor nieuw regime mogelijk vanaf 1 mei 2019”

‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?

Post door gastblogger Arne Weemaes (student UA)

De regelgeving inzake de ontbinding en vereffening van vennootschappen is sinds 1995 meermaals gewijzigd. Aangezien de wetgever zich hierbij steeds beperkte tot specifieke onderdelen, bleven heel wat fundamentele aspecten onduidelijk of zelfs onbehandeld. Het gaat met name over de problematiek betreffende de sluiting van de vereffening en haar rechtsgevolgen. De bestaansreden van deze problematiek kan worden teruggebracht tot de formalistische opvatting van de sluiting van de vereffening door het Hof van Cassatie (Cass. 22 maart 1962, Pas. 1962, 80). Volgens die opvatting wordt de vereffening afgesloten door een formeel besluit van de algemene vergadering, ongeacht of de vereffening ook effectief inhoudelijk werd voltooid.

Het belangrijkste gevolg van deze formalistische opvatting is dat de mogelijkheid bestaat dat er bepaalde activa of passiva niet in de vereffeningsprocedure werden opgenomen en deze aldus ‘vergeten’ bestanddelen pas na de afsluiting van de vereffening worden opgemerkt. Gelet op het feit dat de (actieve) rechtspersoonlijkheid van de vennootschap reeds na de sluiting van de vereffening is uitgedoofd, vormt de hypothese van ‘vergeten’ activa en passiva een aanzienlijk probleem. In dat verband rijst nl. de vraag in welke mate de vennootschap, de vennoten en de schuldeisers ten opzichte van elkaar nog rechten kunnen laten gelden. Daar waar het huidige recht ter zake geen adequaat antwoord biedt, bevat het ontwerp-WVV een gloednieuwe regeling inzake deze kwestie.

Deze blogpost zal eerst stilstaan bij de mogelijkheden die vandaag bestaan wanneer men na de sluiting van de vereffening wordt geconfronteerd met ‘vergeten’ vermogensbestanddelen. Daarna volgt een analyse van de toekomstige regelgeving die de aangehaalde problematiek het hoofd tracht te bieden. Teneinde de relevante principes helder weer te geven, wordt een opdeling gemaakt tussen enerzijds ‘vergeten’ activa en anderzijds ‘vergeten’ passiva. Continue reading “‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?”

Frederik De Leo about Plessers-case on ‘Oxford Business Law Blog’

The day after the ECJ’s AG Szpunar delivered his opinion in the case Plessers, a first analysis by Frederik De Leo was published on the Corporate Finance Lab (see here). Other versions of this blog post have now appeared on the Oxford Business Law Blog (in English) and in ‘De Juristenkrant’ (in Dutch).

In these other versions, the author discusses the possible consequences of the ECJ following its AG’s opinion from a comparative perspective. In this context, the author observes the following: Continue reading “Frederik De Leo about Plessers-case on ‘Oxford Business Law Blog’”