Experiments

Aandeelhouder beschikt ook na afsluiting faillissement niet over zelfstandige vordering voor afgeleide schade

Cass. 10 mei 2019 (C.17.03.97.N) gaat verder op de ingeslagen weg

Dat het leerstuk van de afgeleide schade van een aandeelhouder voor sommigen nog niet aan zijn laatste episode was toegekomen, bewijst een uitspraak van het Hof van Cassatie op 10 mei 2019.

Wat we reeds wisten: indien een derde schade berokkent aan een vennootschap, beschikt een individuele aandeelhouder van die vennootschap voor zijn afgeleide schade niet over een vorderingsrecht ten aanzien van de foutieve derde, ook al stelt de vennootschap of de curator, na faillissement van de vennootschap, zelf geen vordering in. Continue reading “Aandeelhouder beschikt ook na afsluiting faillissement niet over zelfstandige vordering voor afgeleide schade”

Het winstoogmerk als onvermoed instrument van schuldeisersbescherming

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (5)

In het Belgische vennootschapsrecht staat het winstoogmerk centraal, ook na de invoering van het WVV (zie art. 1:1). De vennootschap heeft een plicht om gericht te zijn op uitkeringen, hetzij bij leven door middel van dividenden of andere uitkeringen hetzij door middel van een liquidatie-overschot.

In de 19de eeuw werd aan dit uitkeringsgebod zeer streng de hand gehouden. Het was een wapen tegen gebruik – in de toenmalige perceptie van de liberale juridische elite: ‘misbruik’ – van de vennootschapsvorm voor non profit doeleinden, in het bijzonder kerkelijke gestichten zoals kloosters of colleges (zie hier mijn rede hierover in het Hof van Cassatie bij de opening van het gerechtelijk jaar in 2012). Dit werd beschouwd als een terugkeer naar de mainmorte, de dode hand, van voor de Franse revolutie.

De Universiteit van Leuven, bijvoorbeeld, verloor haar rechtspersoonlijkheid in 1797 bij de inlijving van de zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk en kreeg die pas terug in 1911. De huidige KU Leuven – met als officiële naam “Katholieke Universiteit te Leuven” –  is overigens nog een andere rechtspersoon dan die uit 1911 en werd door de oude Universiteit opgericht bij de splitsing in een Nederlandstalige en een Franstalige universiteit. De juridische splitsing bestond nog niet. De oude Universiteit uit 1911,  “Université Catholique de Louvain – Katholieke Universiteit te Leuven”, bestaat nog als rechtspersoon. De fonds de commerce van deze oude Universiteit werd overgedragen aan de twee opvolgers. (Er zijn me geen berichten bekend van verhaalsbenadeling bij deze nochtans delicate operatie.)  Continue reading “Het winstoogmerk als onvermoed instrument van schuldeisersbescherming”

The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking

In search of the right balance between employee protection and efficiency of insolvency proceedings

In its preliminary ruling of today, the ECJ has followed its AG and decided that Council Directive 2001/23/EC (the ‘Directive’) must be interpreted as precluding national legislation, such as Article 61(3) of the Belgian WCO (now Article XX.86(3) WER), which, in the event of the transfer of an undertaking which has taken place in the context of proceedings for judicial restructuring by transfer under judicial supervision (‘GROG’) applied with a view to maintaining all or part of the transferor or its activity, entitles the transferee to choose the employees which it wishes to keep on.

On 23 April 2012, NV Echo entered into a judicial reorganisation proceeding. A collective agreement could not be reached and on 19 February 2013, a GROG was initiated. On 22 April 2013, NV Prefaco took over the business of NV Echo together with two-thirds of the total employees of the transferor.

Plessers, who was one of the dismissed employees, argued (among other things) that Continue reading “The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking”

Een stille maatschap: de georganiseerde afwezigheid van publiciteit en tóch een afgescheiden vermogen?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (4)

Vermogenssplitsing d.m.v. beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding komt met evidente nadelen en gevaren (hier). Gelukkig bestaat rond de vennootschap en de rechtspersoon een reeks juridische technologieën die de nadelen van van vermogenssplitsing verzachten. Deze technologieën zijn in het vennootschapsrecht meer ontwikkeld dan in het zakenrechten en zijn de laatste 200 jaar significant verbeterd. De eerste technologie is: publiciteit. We besteden daarbij bijzondere aandacht aan een afgescheiden vermogen zonder publiciteit: de stille maatschap.

Beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding zijn kenmerken van de rechtspersoon die zich aan derden opdringen. Vanuit het standpunt van de aandeelhouders, bestuurders en andere insiders lijkt een vennootschap misschien sterk op een contract. Vanuit het standpunt van derden is het echter meer een zakenrechtelijke figuur. Net als zakenrecht is vennootschapsrecht derdenrecht. De vennootschap heeft kenmerken die derden nolens volens moeten ondergaan.

De absolute minimumvoorwaarde daarvoor lijkt me dat die derden daarvan op de hoogte moeten worden gesteld door middel van publiciteit. Een publiciteisregime is in de regel iets dat geen grote opwinding veroorzaakt bij rechtsgeleerden. Continue reading “Een stille maatschap: de georganiseerde afwezigheid van publiciteit en tóch een afgescheiden vermogen?”

Belgische Corporate Governance Code 2020

De nieuwe Belgische Corporate Governance Code 2020 is vandaag voorgesteld. De code is van toepassing op vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de aandelen verhandeld worden op een gereglementeerde markt (‘genoteerde vennootschappen’) zoals gedefinieerd in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Continue reading “Belgische Corporate Governance Code 2020”

Over het recht op informatie van de schuldeiser die optreedt als ‘boedelberrederaar’

Eén jaar na de invoering van art. XX.225, §3 WER

Indien we het insolventielandschap met een staatsvorm zouden moeten vergelijken, komt het verlicht despotisme wellicht het dichtst in de buurt.[1] De curator die door een hogere macht (de rechtbank) wordt aangeduid om over het insolventielandschap te regeren, stelt alles in het werk om de belangen van de onderdanen (de schuldeisers) zo goed mogelijk te dienen. De schuldeisers zelf hebben en cours de route weinig inspraak in het beleid van de curator. Rekening en verantwoording door de curator vindt immers slechts plaats op de sluitingsvergadering (art. XX.170 WER). Continue reading “Over het recht op informatie van de schuldeiser die optreedt als ‘boedelberrederaar’”

UK Supreme Court enables expansive supply chain liability

A parent company’s liability for damage caused by its subsidiary is grounded in control

On 10 April 2019, in Vedanta v Lungowe, the UK Supreme Court confirmed the England and Wales Court of Appeal’s decision that Vedanta may owe a duty of care to neighbours of the copper mine operated by its Zambian subsidiary. The judgment is important in three respects. First, Vedanta v Lungowe marks the first time the UK Supreme Court found that a duty of care vis-à-vis parties other than the subsidiary’s employees may be owed by the parent company (albeit in its capacity of operator). Second, this duty of care is not novel and, therefore, the lenient test for adjudicatory jurisdiction is applicable. Third, in dicta, the UK Supreme Court clarified the legal basis and scope of supply chain liability.

In this post, the UK Supreme Court’s ruling is discussed, including the assessments of jurisdiction at a preliminary stage and the issue of novelty. It also reviews the implications of the Court’s dicta for the doctrine of supply chain liability. Continue reading “UK Supreme Court enables expansive supply chain liability”

Koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

Aan de vooravond van de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is het Koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht is hiermee definitief afgerond.  Continue reading “Koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen”

Concordantietabel W.Venn. – WVV

Artikel 32 WVV bepaalt dat de Koning de verwijzingen in wetten en koninklijke besluiten naar bepalingen die in het WVV werden opgenomen, kan aanpassen, met behulp van de bijgevoegde concordantietabel. De concordantietabel in kwestie werd ten gevolge van een vergetelheid niet in de wet van 23 maart 2019 ingevoegd. Continue reading “Concordantietabel W.Venn. – WVV”

Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming

9200000105529340Mr. Arpi Karapetian promoveerde op 14 maart 2019 aan de Universiteit van Groningen cum laude op het proefschrift: ‘Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Civielrechtelijke en strafrechtelijke normen voor bestuurders van noodlijdende ondernemingen’. Deze post bespreekt het onderzoek en gaat in op enkele conclusies m.b.t. het verband tussen het civielrechtelijk en strafrechtelijk normenkader; de beoordeling van selectieve betalingen voorafgaand aan het faillissement; en de beoordeling van de rechtmatigheid van het gedrag van bestuurders bij reddingspogingen.

Het leerstuk van de bestuurdersaansprakelijkheid beslaat een veelheid aan wettelijke en niet-wettelijke regels en beginselen over een breed palet aan onderwerpen. Er zijn naar Nederlands recht (maar zeker ook in andere jurisdicties) verschillende grondslagen van aansprakelijkheid aan te wijzen voor de bestuurder van een vennootschap. Continue reading “Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming”

The thinking of Hayek and Schumpeter on the efficiency of markets: similarities and differences

In the essay below, Dieter Van Esbroeck, discusses competing theories on market efficiency of Pareto, Hayek and Schumpeter. The different insights in the operations of the market lead to rather diverging policy recommendations to harvest the gains of free competition and efficiency. His essay won the Montaigne-Essay contest of 2019 organized by the Institute for Education in Philosophy and Social Sciences (Ifese).

Continue reading “The thinking of Hayek and Schumpeter on the efficiency of markets: similarities and differences”

Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (3)

Vermogenssplitsing (afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid) biedt, bleek uit een vorige post, evidente voordelen bij een bepaald gebruik in het ondernemingsrecht. Het schoolvoorbeeld is de beursgenoteerde onderneming met vele aandeelhouders.

Is de verklaring voor de positieve waardering van vermogenssplitsing in het ondernemingsrecht dan dit: ‘de voordelen zijn grosso modo groter dan de nadelen’? Dat speelt zeker een rol maar is geen voldoende verklaring. Het eerdere geschetste schoolvoorbeeld van één vennootschap met één handelsfonds en vele aandeelhouders komt in de eenvoudig vorm waarin het werd voorgesteld simpelweg nooit voor. Continue reading “Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap”

Wanneer ben je een onderneming?

Ben je een ondernemer wanneer je online oude fietsen verkoopt? En hoe zit dat dan fiscaal? Continue reading “Wanneer ben je een onderneming?”

De na- en voordelen van vermogenssplitsing

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (2)

In een vorige post bleek dat het ondernemingsrecht positiever aankijkt tegen vermogenssplitsing (beperkte aansprakelijkheid en afgescheiden vermogen) dan het privaatrecht.

Laten we dit vooropstellen: de traditionele weerzin tegen vermogenssplitsing is volkomen te begrijpen. De nadelen van beperkte aansprakelijkheid en afgescheiden vermogen zijn evident.

Wie geniet van beperkte aansprakelijkheid wordt verleid tot roekeloos gedrag. Hoog rendement gaat vaak samen met een groot risico. Beperkte aansprakelijkheid laat toe om het rendement zelf ten volle te genieten en het risico grotendeels af te wentelen op derden. Als de vennootschap insolvent is kan de aandeelhouder de sleutels afgeven aan de schuldeisers en zonder verdere aansprakelijkheid vertrekken. Beperkte aansprakelijkheid stimuleert een activiteit, heet het vaak. Dat is juist, maar het recht is er net vaak op ingesteld om activiteiten af te remmen, bv. als het negatieve effecten voor derden heeft. Aansprakelijkheid zorgt ervoor dat het rechtssubject deze externaliteiten internaliseert en er terug rekening mee houdt in zijn gedrag. Beperkte aansprakelijk kan deze internalisering ongedaan maken.

Ook het afschermen van activa van schuldeisers laat toe om te ontkomen aan aansprakelijkheid. In dat opzicht zijn beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding, hoewel juridisch verschillende technieken, economisch erg gelijkend. Het verschil zit ‘m in de klasse van schuldeisers die getroffen worden: de vennootschapsschuldeisers door beperkte aansprakelijkheid, de persoonlijke schuldeisers door vermogensafscheiding.

Zich onttrekken aan aansprakelijkheid is problematisch omdat aansprakelijkheid de belangrijkste remedie is die de jurist in zijn of haar gereedschapskist heeft. Continue reading “De na- en voordelen van vermogenssplitsing”

Invoeringswet WVV gepubliceerd

In het Belgisch Staatsblad van vandaag (2019-04-04) verscheen de Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen (blz. 33239).