Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen

Lab rat Gillis Lindemans verdedigt op 29 oktober aan de KU Leuven zijn proefschrift: “Actio pauliana: remedie met toekomst voor schuldeisers van rechtspersonen”. Meer info vindt u hier. In deze post krijgt u alvast een voorsmaakje.

Als een schuldenaar zijn schuld niet betaalt, dan kan de schuldeiser beslag leggen op zijn goederen. Holt de schuldenaar zijn vermogen uit, dan dus ook het onderpand van zijn schuldeiser. De schuldeiser heeft daartegen een krachtige remedie: de actio pauliana. De schuldeiser kan daarmee rechtshandelingen aanvechten waarmee zijn schuldenaar hem bewust of bedrieglijk benadeelt.

Het lijkt daarbij van geen belang of de schuldenaar een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Nochtans scheppen rechtspersonen een bijzonder risico.

Continue reading “Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen”

‘Invoering van de samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid zal leiden tot een explosie van aansprakelijkheids-vorderingen’

Professor Matthias Storme (KU Leuven) over hervorming van het verbintenissenrecht

In het meest recente nummer van de Juristenkrant analyseert Professor Storme in een prikkelend opiniestuk de hervorming van het burgerlijk wetboek, vooral het luik verbintenissenrecht (“Een nieuw verbintenissenrecht: oude wijn in oude zakken”,  Juristenkrant 2018, afl. 372, 17 – zonder paywall ook hier te lezen). Zijn uitgangspunt is dat de hoge aanpassingskost van een nieuw wetboek enkel verantwoord is indien dit opweegt tegen de verbeteringen die zo’n nieuw wetboek brengt. Zijn conclusie is dat dit niet het geval is in het voorliggende ontwerp.

Interessant is dat deze bijdrage ook aandacht besteedt aan de opheffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent, die eerder ook hier op deze blog aan bod kwam: Continue reading “‘Invoering van de samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid zal leiden tot een explosie van aansprakelijkheids-vorderingen’”

Zorgt het ontwerp van nieuw BW voor een spectaculaire verzwaring van de externe bestuursaansprakelijkheid?

Voorgestelde afschaffing van immuniteit van uitvoeringsagent heeft onvoorziene gevolgen voor handelsverkeer

Het in een vorige post besproken cassatie-arrest van  4 mei 2018 bevestigt nogmaals dat ook de bestuurder van een vennootschap kan genieten van de immuniteit van de uitvoeringsagent indien hij wordt aangesproken door een contractuele schuldeiser van de vennootschap voor de niet-uitvoering van de contractuele verbintenis van die vennootschap:

“Lorsqu’une personne morale agit par un organe pour l’exécution de son obligation contractuelle, celui-ci ne peut être déclaré responsable sur le plan extracontractuel que si le manquement qui lui est reproché a causé un dommage autre que celui résultant de la mauvaise exécution du contrat.

Le moyen, qui, en cette branche, repose sur le soutènement qu’il suffit, pour engager sa responsabilité, que l’organe ait manqué à l’obligation générale de prudence, manque en droit.”

Ik zelf werd, zoals zovelen, ingeleid in de regel van de immuniteit van de uitvoeringsagent door een bespreking van het zgn. “Stuwadoorsarrest” van 7 december 1973. Ik had, zoals zovelen, geen idee wat een stuwadoor of stevedore is. Het bleek “iets in de haven” te zijn. Als student stopte ik dit in het het mentale vakje van kennis die ik wellicht nooit nodig zou hebben. Misschien komt het door mijn koudwatervrees, maar havenwerk sprak me niet aan.

Het onderschatten van de immuniteit van de uitvoeringsagent was een zware vergissing. Continue reading “Zorgt het ontwerp van nieuw BW voor een spectaculaire verzwaring van de externe bestuursaansprakelijkheid?”

Het Hof van Cassatie over het startpunt van de verjaringstermijn bij het niet-naleven van de alarmbelprocedure

Cass. 2 mei 2018: verjaringstermijn start bij verstrijken termijn van 2 maanden voor bijeenkomen AV

In een arrest van 4 mei 2018 oordeelde het Hof van Cassatie over het startpunt van de vijfjarige verjaringstermijn van bestuursaansprakelijkheid bij de niet-naleving van de alarmbelprocedure. Deze procedure bepaalt dat, wanneer ten gevolge van geleden verlies het netto-actief gedaald is tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal,  het bestuursorgaan er voor zorgt dat de algemene vergadering bijeenkomt binnen een termijn van ten hoogste twee maanden nadat het verlies is vastgesteld of krachtens wettelijke of statutaire bepalingen had moeten worden vastgesteld (art. 332 W.Venn. voor de NV). Het Hof oordeelt dat de verjaringstermijn begint te lopen op het einde van de termijn van 2 maanden binnen de welke de AV had moeten zijn bijeengekomen: Continue reading “Het Hof van Cassatie over het startpunt van de verjaringstermijn bij het niet-naleven van de alarmbelprocedure”

Breaking news: Wetboek Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door ministerraad

De Ministerraad heeft zopas het ontwerp van Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd. Het gaat om wellicht de meest verregaande hervorming van het recht inzake vennootschappen, verenigingen en stichtingen die ons land ooit heeft gekend.

Continue reading “Breaking news: Wetboek Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door ministerraad”

De aansprakelijkheid als bedrijfsrevisor en commissaris van een failliet verklaarde vennootschap

Hof van beroep Antwerpen 3 mei 2018 over schade veroorzaakt door miskenning controleopdracht bedrijfsrevisor en waarschuwingsplicht van de commissaris in geval van éénhoofdigheid

In een recent arrest van 3 mei 2018 oordeelde het hof van beroep te Antwerpen inzake het faillissement van Waegener Group NV (2017/AR/89) over een vordering van de curatoren die de bedrijfsrevisor verweten fouten te hebben begaan, zowel in de uitoefening van zijn taken als bedrijfsrevisor en als commissaris, waardoor de failliete boedel schade heeft geleden. Dit arrest stelt interessante vragen over collectieve schade aan de orde. Continue reading “De aansprakelijkheid als bedrijfsrevisor en commissaris van een failliet verklaarde vennootschap”

Hoe ver moet het monopolie van de curator reiken?

Nieuwe regeling van art. XX.225 wordt best uitgebreid

In het nieuwe insolventierecht wordt het vorderingsrecht voor collectieve schade verschillend geregeld bij enerzijds de aansprakelijkheid kennelijk grove fout (art. XX.225) en anderzijds alle andere aansprakelijkheidsgronden, zoals wrongful trading (art. XX.227), de actio mandati of de aansprakelijkheid voor niet-naleving van de alarmbelprocedure. Bij kennelijk grove fout hebben individuele schuldeisers een afgeleid vorderingsrecht, waardoor ze bij stilzitten van de curator deze vordering ten hoeve van de boedel kunnen benaarstigen. Bij de andere aansprakelijkheidsgronden hebben schuldeisers dit recht niet; ze hebben enkel een vorderingsrecht voor eigen rekening bij persoonlijke schade.

Is dit verschil in behandeling verantwoord? Continue reading “Hoe ver moet het monopolie van de curator reiken?”

Van minimumkapitaal naar maximumkapitaal

Naar de vennootschap met zeer beperkte aansprakelijkheid

In vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid zoals een NV of een BV(BA) zijn de aandeelhouders niet aansprakelijk. Daar zijn goede reden voor. Kapitaalintensieve projecten kunnen op deze manier veel aandeelhouders als financier aantrekken. Die aandeelhouders kunnen door de niet-aansprakelijkheid hun investeringen met een gerust hart diversifiëren en overlaten aan een gespecialiseerd management. Door de niet-aansprakelijkheid van aandeelhouders kunnen aandelen ook vrij overdraagbaar worden: vennootschapsschuldeisers hoeven hun toestemming niet te verlenen. Continue reading “Van minimumkapitaal naar maximumkapitaal”

Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Bestuursaansprakelijkheid vormt een belangrijke grens op de perverse prikkels die aandeelhouders zonder aansprakelijkheid hebben. Een eerdere post beschreef hoe andeelhoudersaansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid in belangrijke mate communicerende vaten zijn.

De logische consequentie daarvan is dat een vermindering aan het aandeelhoudersrisico (bv. door het afschaffen van het minimumkapitaal) zou leidt tot een verhoging van het risico van bestuursaansprakelijkheid (J.-M. Nelissen Grade en M. Wauters, “Reforming Legal capital: harmonisation or fragmentation of creditor protection?” in K. Geens en K.J. Hopt (eds.), The European Company Law Action Plan Revisited, Leuven, Leuven University Press, 2010, (25) 47-49).

We zien echter dat bestuursaansprakelijk valt onder de toepassing van aansprakelijkheidsbeperkende regels, vaak buiten het vennootschaps­recht. Deze beperkingen zijn vaak typisch Belgisch zijn en worden bv. niet of niet in dezelfde mate teruggevonden in Nederland. De opportuniteit van hun toepassing op het bestuursaansprakelijkheid is verre van evident.

De vennootschapsinsiders genieten hier immers van een “double indemnity”: ze zijn door de rechtspersoonsrtechniek niet gehouden als aandeelhouder en ontspringen via deze flankerende maatregel ook nog eens wegens deze flankerende regels de foutaansprakelijkheid voor bestuurders.  Om de belangrijkste van deze flankerende regels te noemen: Continue reading “Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?”

Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post zoomde in op het belang van externe bestuursaansprakelijkheid (uit onrechtmatige daad) voor de bescherming van derden. Dat is bijna een open deur. Wat minder wordt erkend is dat ook interne bestuursaansprakelijkheid in belangrijke – en we durven te stellen: doorslaggevende – mate derdenbeschermend is.

Interne bestuursaansprakelijkheid is de contractuele aansprakelijkheid die bestuurders oplopen ten aanzien van de vennootschap zelf. De aansprakelijkheid wordt door de actio mandati of vennootschapsvordering afgedwongen. Wie aan de actio mandati denkt, denkt spontaan aan het belang van aandeelhouders; niet aan schuldeisers of andere derden. Contractuele aansprakelijkheid beschermt typisch partijen, niet derden. Toch beschermt deze vordering ook schuldeisers. Continue reading “Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen”

Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post stelde in het licht dat  bestuursaansprakelijkheid ook, en wellicht vooral, de belangen van derden dient.

Dat bestuursaansprakelijkheid derden beschermt is evident bij de externe bestuursaansprakelijkheid. Dat is de aansprakelijkheid die de bestuurder oploopt ten aanzien van derden bij onrechtmatige daden die hij begaat in hoedanigheid. Het mooie aan de Belgische regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid is dat ze differentiëren tussen vrijwillige schuldeisers (bv. op grond van een overeenkomst) en onvrijwillige schuldeisers (bv. slachtoffer van een onrechtmatige daad).

Beperkte aansprakelijkheid is immers veel minder evident bij onvrijwillige schuldeisers: die schuldeisers hebben niet vrijwillig een band met een entiteit met beperkte aansprakelijkheid. De regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid reflecteren dat verschil: Continue reading “Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid”

De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen

Een post door gastblogger Frederik Voet

De minderheidsvordering werd reeds ‘onterecht onbemind’ genoemd. Het instrument dat de minderheidsaandeelhouder wordt aangereikt om bestuurders aansprakelijk te stellen, wordt immers voornamelijk gekenmerkt door een gebrek aan toepassing in de praktijk. Nochtans is er wel degelijk nood aan een doeltreffend instrument, aangezien de minderheidsaandeelhouder de kans dient te worden geboden om de bestuurders aansprakelijk te stellen voor bestuursfouten wanneer de meerderheid van de algemene vergadering weigert de vennootschapsvordering in te stellen. Deze situatie is zeker niet denkbeeldig, aangezien het vaak diezelfde meerderheidsaandeelhouders zijn die de bestuurders hebben benoemd en bijgevolg eventuele fouten bedekken met de mantel der liefde. Continue reading “De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen”

Bestuursaansprakelijkheid als belangrijkste remedie ter bescherming van derden

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

De belangrijkste vennootschapsrechtelijke remedie ter bescherming van derden is welllicht bestuursaansprakelijkheid. Beperkte aansprakelijkheid voor aandeelhouders en aansprakelijkheid voor bestuurders zijn in belangrijke mate communicerende vaten: de aansprakelijkheid verschuift van de beneficiarissen van een vermogen (de aandeelhouders) deels naar de bewindvoerders over dat vermogen (de bestuurders).

Op die wijze verschaft het vennootschapsrecht de voordelen van beperkte aansprakelijkheid voor aandeelhouders (vnl. mogelijkheid om grote kapitalen bijeen te brengen bij vele financiers, mogelijkheid voor financiers om te diversifiëren over veel projecten, mogelijkheid voor financiers om bestuur te delegeren aan specialisten), terwijl de negatieve gevolgen daarvan (excessief risicogedrag) worden afgevlakt. Continue reading “Bestuursaansprakelijkheid als belangrijkste remedie ter bescherming van derden”

De pauliana tegen de splitsing van een insolvente vennootschap. Ook een rechtspersoon mag waardig sterven.

Noot in TRV/RPS over onevenwichtige splitsing in schemerzone voor faillissement

Als een rechtspersoon op de rand van het faillissement staat, kunnen insiders proberen het vermogen van die rechtspersoon  uit te hollen door middel van een herstructurering, bijvoorbeeld een splitsing. Zo kunnen ze nog snel de gezonde delen uit de rechtspersoon halen vóór de curator die vereffent ten voordele van de schuldeisers. Met de actio pauliana kan een dergelijke schuldeisersbenadelende splitsing echter onder bepaalde voorwaarden niet-tegenwerpelijk worden verklaard. Ook kunnen insiders mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schuldeisersbenadeling die uit de splitsing is voortgekomen.

In een recente noot in het TRV-RPS bespreken we een interessant toepassingsgeval, waarover de rechtbank van koophandel van Gent (afdeling Dendermonde) zich heeft gebogen. We analyseren daarbij kritisch de toepassingsvoorwaarden voor pauliana-aanvechting  van een splitsing en de band tussen paulianeus gedrag van insiders en hun aansprakelijkheid. Vooral de schadebegroting van de rechtbank doet verbazen: hoofdelijke aansprakelijkheid van de gesplitste vennootschappen en hun zaakvoerders voor het hele faillissementspassief. Met een goed begrip van wat pauliaanse verhaalsbenadeling net is, wordt duidelijk dat daarmee meer dan de werkelijke schade wordt vergoed: Continue reading “De pauliana tegen de splitsing van een insolvente vennootschap. Ook een rechtspersoon mag waardig sterven.”

Verdoken uitkeringen: de pauliana slaat weer toe

De hervonden jeugd van een antiek wapen

Als een vennootschap ter ziele dreigt te gaan, is het voor insiders verleidelijk nog snel de overgebleven activa te versluizen naar een ander vermogen. Dat kan hun persoonlijk vermogen zijn, of dat van een andere rechtspersoon onder hun controle. Want zeg nu zelf: waarom de lekkerste brokjes aan de vennootschapsschuldeisers laten, indien u er zelf nog van kunt genieten?

Wees toch maar op uw hoede: de vennootschapsschuldeisers zijn gewapend tegen dat soort snode verdoken uitkeringen.  Continue reading “Verdoken uitkeringen: de pauliana slaat weer toe”