De aansprakelijkheid als bedrijfsrevisor en commissaris van een failliet verklaarde vennootschap

Hof van beroep Antwerpen 3 mei 2018 over schade veroorzaakt door miskenning controleopdracht bedrijfsrevisor en waarschuwingsplicht van de commissaris in geval van éénhoofdigheid

In een recent arrest van 3 mei 2018 oordeelde het hof van beroep te Antwerpen inzake het faillissement van Waegener Group NV (2017/AR/89) over een vordering van de curatoren die de bedrijfsrevisor verweten fouten te hebben begaan, zowel in de uitoefening van zijn taken als bedrijfsrevisor en als commissaris, waardoor de failliete boedel schade heeft geleden. Dit arrest stelt interessante vragen over collectieve schade aan de orde. Continue reading “De aansprakelijkheid als bedrijfsrevisor en commissaris van een failliet verklaarde vennootschap”

Hoe ver moet het monopolie van de curator reiken?

Nieuwe regeling van art. XX.225 wordt best uitgebreid

In het nieuwe insolventierecht wordt het vorderingsrecht voor collectieve schade verschillend geregeld bij enerzijds de aansprakelijkheid kennelijk grove fout (art. XX.225) en anderzijds alle andere aansprakelijkheidsgronden, zoals wrongful trading (art. XX.227), de actio mandati of de aansprakelijkheid voor niet-naleving van de alarmbelprocedure. Bij kennelijk grove fout hebben individuele schuldeisers een afgeleid vorderingsrecht, waardoor ze bij stilzitten van de curator deze vordering ten hoeve van de boedel kunnen benaarstigen. Bij de andere aansprakelijkheidsgronden hebben schuldeisers dit recht niet; ze hebben enkel een vorderingsrecht voor eigen rekening bij persoonlijke schade.

Is dit verschil in behandeling verantwoord? Continue reading “Hoe ver moet het monopolie van de curator reiken?”

Van minimumkapitaal naar maximumkapitaal

Naar de vennootschap met zeer beperkte aansprakelijkheid

In vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid zoals een NV of een BV(BA) zijn de aandeelhouders niet aansprakelijk. Daar zijn goede reden voor. Kapitaalintensieve projecten kunnen op deze manier veel aandeelhouders als financier aantrekken. Die aandeelhouders kunnen door de niet-aansprakelijkheid hun investeringen met een gerust hart diversifiëren en overlaten aan een gespecialiseerd management. Door de niet-aansprakelijkheid van aandeelhouders kunnen aandelen ook vrij overdraagbaar worden: vennootschapsschuldeisers hoeven hun toestemming niet te verlenen. Continue reading “Van minimumkapitaal naar maximumkapitaal”

Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Bestuursaansprakelijkheid vormt een belangrijke grens op de perverse prikkels die aandeelhouders zonder aansprakelijkheid hebben. Een eerdere post beschreef hoe andeelhoudersaansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid in belangrijke mate communicerende vaten zijn.

De logische consequentie daarvan is dat een vermindering aan het aandeelhoudersrisico (bv. door het afschaffen van het minimumkapitaal) zou leidt tot een verhoging van het risico van bestuursaansprakelijkheid (J.-M. Nelissen Grade en M. Wauters, “Reforming Legal capital: harmonisation or fragmentation of creditor protection?” in K. Geens en K.J. Hopt (eds.), The European Company Law Action Plan Revisited, Leuven, Leuven University Press, 2010, (25) 47-49).

We zien echter dat bestuursaansprakelijk valt onder de toepassing van aansprakelijkheidsbeperkende regels, vaak buiten het vennootschaps­recht. Deze beperkingen zijn vaak typisch Belgisch zijn en worden bv. niet of niet in dezelfde mate teruggevonden in Nederland. De opportuniteit van hun toepassing op het bestuursaansprakelijkheid is verre van evident.

De vennootschapsinsiders genieten hier immers van een “double indemnity”: ze zijn door de rechtspersoonsrtechniek niet gehouden als aandeelhouder en ontspringen via deze flankerende maatregel ook nog eens wegens deze flankerende regels de foutaansprakelijkheid voor bestuurders.  Om de belangrijkste van deze flankerende regels te noemen: Continue reading “Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?”

Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post zoomde in op het belang van externe bestuursaansprakelijkheid (uit onrechtmatige daad) voor de bescherming van derden. Dat is bijna een open deur. Wat minder wordt erkend is dat ook interne bestuursaansprakelijkheid in belangrijke – en we durven te stellen: doorslaggevende – mate derdenbeschermend is.

Interne bestuursaansprakelijkheid is de contractuele aansprakelijkheid die bestuurders oplopen ten aanzien van de vennootschap zelf. De aansprakelijkheid wordt door de actio mandati of vennootschapsvordering afgedwongen. Wie aan de actio mandati denkt, denkt spontaan aan het belang van aandeelhouders; niet aan schuldeisers of andere derden. Contractuele aansprakelijkheid beschermt typisch partijen, niet derden. Toch beschermt deze vordering ook schuldeisers. Continue reading “Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen”

Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post stelde in het licht dat  bestuursaansprakelijkheid ook, en wellicht vooral, de belangen van derden dient.

Dat bestuursaansprakelijkheid derden beschermt is evident bij de externe bestuursaansprakelijkheid. Dat is de aansprakelijkheid die de bestuurder oploopt ten aanzien van derden bij onrechtmatige daden die hij begaat in hoedanigheid. Het mooie aan de Belgische regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid is dat ze differentiëren tussen vrijwillige schuldeisers (bv. op grond van een overeenkomst) en onvrijwillige schuldeisers (bv. slachtoffer van een onrechtmatige daad).

Beperkte aansprakelijkheid is immers veel minder evident bij onvrijwillige schuldeisers: die schuldeisers hebben niet vrijwillig een band met een entiteit met beperkte aansprakelijkheid. De regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid reflecteren dat verschil: Continue reading “Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid”

De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen

Een post door gastblogger Frederik Voet

De minderheidsvordering werd reeds ‘onterecht onbemind’ genoemd. Het instrument dat de minderheidsaandeelhouder wordt aangereikt om bestuurders aansprakelijk te stellen, wordt immers voornamelijk gekenmerkt door een gebrek aan toepassing in de praktijk. Nochtans is er wel degelijk nood aan een doeltreffend instrument, aangezien de minderheidsaandeelhouder de kans dient te worden geboden om de bestuurders aansprakelijk te stellen voor bestuursfouten wanneer de meerderheid van de algemene vergadering weigert de vennootschapsvordering in te stellen. Deze situatie is zeker niet denkbeeldig, aangezien het vaak diezelfde meerderheidsaandeelhouders zijn die de bestuurders hebben benoemd en bijgevolg eventuele fouten bedekken met de mantel der liefde. Continue reading “De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen”