De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap

Doctoraatsseminarie Roel Verheyden (KU Leuven)

Net als de gewone colleges gaat ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus zijn of haar werk in uitvoering voorstelt, online deze dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om de presentatie door de doctorandus hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen. Vandaag: Roel Verheyden over “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”.

Op het menu onder meer een overzicht van de gevallen van collectieve en individuele schade, een rechtsvergelijkend overzicht van de rol van individuele schuldeisers bij de uitoefening van de vordering voor collectieve schade en een eigen voorstel voor een hertekening van het afgeleid vorderingsrecht ingevoerd in art. XX.225 WER. Continue reading “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”

Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing

A guest post by Michiel Stuyts

The new corona virus affects all aspects of our lives. As law reflects human activity, so does COVID-19 raise questions in virtually all legal domains. Securities law is no exception. Due to the threat that the virus poses for financial market stability, short selling is being temporarily banned left and right[1] and is monitored more strictly[2] and supervisory authorities have started warning against fraudulent schemes attempting to profit from ongoing market volatility[3]. As regards market abuse, the European Securities and Markets Authority (ESMA) is well aware of the risk that the new corona virus poses for insider dealing and has stated that “issuers should disclose as soon as possible any relevant significant information concerning the impacts of COVID-19 on their fundamentals, prospects or financial situation in accordance with their transparency obligations under the Market Abuse Regulation”[4]. However, due to the pervasive nature of the virus and the drastic extent of governmental measures taken to combat it, it seems that the market abuse risk lies not so much with individual issuers and their shares but is rather elevated to a wholly different level.

Recently newspapers have reported that certain US senators have dumped their personal stock in January and February 2020 before the severity of the virus’ consequences on the US health system, economy and stock market became clear to the public[5]. Some of the senators reportedly received private briefings about the virus from administration officials. All the while, President Trump confirmed his confidence in the stock market through his favourite social media outlet[6]. Calls for the senators’ resignation due to alleged insider dealing grow increasingly loud. It is unclear how the US Securities and Exchange Commission (SEC) will tackle this matter, if at all.

It is interesting to assess the case from an EU law perspective. Continue reading “Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing”

Garantieregeling voor particulieren en bedrijven getroffen door coronacrisis

De coronacrisis betekent een regelrechte aanslag op de liquiditeit van vele ondernemingen. Om het economisch weefsel intact te houden, heeft de federale regering op initiatief van de Minister van Financiën en met ondersteuning van de Nationale Bank van België, een overeenkomst uitgewerkt met de financiële sector. Details van deze overeenkomst zijn vandaag gepubliceerd op de website van de Nationale Bank. Continue reading “Garantieregeling voor particulieren en bedrijven getroffen door coronacrisis”

Ondertussen in Nederland – hervorming van het insolventierecht

Met de invoering van boek XX WER heeft de Belgische wetgever het insolventierecht recent op punt gesteld. Verwacht wordt dat de coronacrisis op korte termijn tot bepaalde bijsturingen zal leiden. De basis is er echter, met het faillissement (gericht op liquidatie) enerzijds en de gerechtelijke reorganisatie (gericht op continuïteit) anderzijds. In die zin is België voorbereid op de nakende crisis. De situatie is anders in Nederland. Daar woedt het debat over de hervorming van het insolventierecht reeds geruime tijd, met een voor Belgische juristen verrassende academische intensiteit. Dit debat is vorige week in een stroomversnelling geraakt (zie de berichtgeving hierover in het FD). Continue reading “Ondertussen in Nederland – hervorming van het insolventierecht”

De openportaalbenadering (nu meer dan ooit)

Elk advocatenkantoor heeft ondertussen via LinkedIn laten weten dat het beschikbaar blijft voor haar cliënten. Dit is het minste van wat – volgens de wetgever – een essentiële beroepsgroep verwacht mag worden. Huidige post is geen reclame maar strekt er gewoon toe de fundamentals van de procedure van gerechtelijke reorganisatie in herinnering te brengen, en dan in het bijzonder de openportaalbenadering. Continue reading “De openportaalbenadering (nu meer dan ooit)”

Het intern reglement in het WVV: ingrijpende wijzigingen, maar niet voor de CV

Een post door gastbloggers Evariest Callens en Louis De Meulemeester (UGent)

Vennootschappen draaien in essentie om samenwerking. De spelregels van deze samenwerking tussen de verschillende aandeelhouders worden in principe in de statuten vastgelegd en kunnen slechts met bijzondere meerderheid worden gewijzigd. Toch zijn het niet enkel de statuten waarin afspraken worden gemaakt omtrent de rechten van aandeelhouders en de werking van de vennootschap. In de praktijk wordt voor dezelfde doeleinden bijvoorbeeld frequent gebruik gemaakt van een intern reglement (soms ook wel ‘huishoudelijk reglement’ of ‘reglement van inwendige orde’ genoemd). Met de introductie van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) heeft de wetgever het gebruik van het intern reglement aan een aantal beperkende voorwaarden onderworpen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in boek 2 WVV en gelden dus in principe voor alle rechtspersonen geregeld in het WVV. Voor wat betreft de coöperatieve vennootschap voorziet het WVV evenwel in een, voor de praktijk niet onbelangrijke, afwijkende regeling. Continue reading “Het intern reglement in het WVV: ingrijpende wijzigingen, maar niet voor de CV”

Is er leven na de vereffening?

Cass 14 februari 2020 (C.19.0108.F/2)

In een arrest van 14 februari 2020 (C.19.0108.F/2) heeft het Hof van Cassatie zich gebogen over de gevolgen van “l’extinction de l’être moral”. Continue reading “Is er leven na de vereffening?”

Studiedag ‘Schuldeiser & Rechtspersoon’: inschrijven is nog mogelijk

update: uitgesteld naar nog te bepalen datum

beeld studiedag 19 maart

Volgende week 19 maart 2020 gaan onder voorzitterschap van Prof. Dr. Eric Dirix enkele vooraanstaande experten in op de interactie tussen de nieuwe regels in het vennootschaps- en verenigingsrecht en bescherming uit het insolventierecht. Hieronder worden de verschillende presentaties kort samengevat. Rode draad doorheen deze presentaties is het proefschrift Schuldeiser & Rechtspersoon (Intersentia, 2020) van dr. Gillis Lindemans. Inschrijven voor de laatste plaatsen kan nog via deze link

Deze studiedag werd erkend door OVB (4u), IGO (3,5u – boek inbegrepen), IBJ en de Nationale Kamer van Notarissen (4 u) worden aangevraagd. De inschrijvingsprijs van EUR 175 omvat het boek Schuldeiser & Rechtspersoon (met een winkelwaarde van EUR 165), dat op de studiemiddag zelf wordt overhandigd. De documentatie wordt digitaal ter beschikking gesteld.

Continue reading “Studiedag ‘Schuldeiser & Rechtspersoon’: inschrijven is nog mogelijk”

Vertegenwoordiging: ABC en WVV

Presentatie over basisprincipes van vertegenwoordiging

Ter gelegenheid van de alumnidag van de Leuvense rechtsfaculteit gaven we een presentatie over de basisprincipes van vertegenwoordiging, met bijzondere aandacht voor de bijzondere uitdaging van vertegenwoordiging van rechtspersonen en andere organisaties. Hier vindt u de slides en de presentatie zelf: Continue reading “Vertegenwoordiging: ABC en WVV”

Carve out voor chirografaire schuldeisers

In een recente empirische studie (“Faillissement: wat blijft er nog voor de schuldeisers?”) beschrijft prof. dr. Joke Baeck het trieste lot van de chirografaire schuldeiser. Zijn/haar faillissementsdividend is meestal aan de (erg) magere kant. Nadat de boedelschuldeisers en de zekergestelde schuldeisers gepasseerd zijn, is het spreekwoordelijke vet van de soep. Om de positie van chirografaire schuldeisers te verbeteren, kan gedacht worden aan een carve out-regeling, waarbij een deel van de opbrengt van goederen waarop een zekerheid rust, voorbehouden wordt voor chirografaire schuldeisers (die veelal de minst sterke schuldeisers zijn, en zelf niet in (contractuele) bescherming kunnen voorzien). Zoals professor Baeck in haar bijdrage opmerkt, kan de mosterd voor zo’n regeling over het Kanaal gehaald worden. Continue reading “Carve out voor chirografaire schuldeisers”

Voordelen van alle aard (ook) na faillissement

Kan de bestuurder van een vennootschap na het faillissement van de vennootschap nog voordelen van alle aard genieten, en daarop belast worden? Het Hof van Cassatie heeft deze vraag positief beantwoord in een arrest van 23 januari 2020 (F.18.0134.N/3). Continue reading “Voordelen van alle aard (ook) na faillissement”

Redeneringen ‘a contrario’ in het WVV

Editoriaal in TRV/RPS, 2020, p. 3 e.v.

Wikipedia, zoals bekend een autoriteit op vlak van juridisch redeneren, stelt over de redenering a contrario:

“Vooral onder juristen zijn a contrario redeneringen populair. Als er een wettelijke regel is “indien A, dan B” (implicatie), dan kan daar de conclusie uit worden getrokken: “indien niet A, dan niet B”. Maar een dergelijke gevolgtrekking in deze vorm is onjuist, hoewel de conclusie (dat niet B) wel juist kan zijn. Slechts als eerstgenoemde regel luidde:(1) “alléén indien A, dan B” (replicatie) , of (2) “Als en slechts als A, dan B” (equivalentie) is deze omkering toelaatbaar volgens de wetten van de logica. Bij een beroep op een argumentatie a contrario moet dus altijd een lampje gaan branden.”

Ook in het ondernemingsrecht zijn a contrario redeneringen verdacht (zie ook Koen Geens over  “vermoeiende a contrarioconclusies” in zijn boekbespreking van Asser-Maeijer 5-V, TPR 1998, 1149).

De a contrario redenering leidt conclusies af uit het stilzwijgen van de wetgever: “als een rechtgevolg wordt vastgeknoopt aan A, en er niets gezegd wordt over B, dan zal de wetgever wel gewenst hebben hebben dat het rechtsgevolg niet geldt voor B.”

Dat miskent dat de wetgever meestal slechts een beperkte focus heeft bij het opstellen van een tekst. Als in de Wet betreffende Olifanten staat dat olifanten vier poten moeten hebben, dan kan daar niets over giraffen worden uit afgeleid. Dat was gewoon niet de focus van de wetgever op dat ogenblik.

De zaak wordt anders indien er een Wetboek betreffende Alle Dieren wordt geschreven. Indien het hoofdstuk voor de olifant bepaalt dat de olifant twee grote oren en korte dikke nek moet hebben, komt men wel in de verleiding gevolgen te trekken uit de afwezigheid van gelijkaardige regels in het hoofdstuk over de giraffen. De focus van een codificatie is net systematisch na te denken over wat gelijk moet zijn en verschillen tussen de verschillende behandelde figuren.

In een editoriaal in het laatste nummer van het TRV/RPS (“Wat zegt de wetgever als hij zwijgt?”) geef ik enkele voorbeelden van hoe ook in het WVV a contrario redeneringen niet altijd opgaan: Continue reading “Redeneringen ‘a contrario’ in het WVV”

Wat kan in een VZW: verlies naast de wettelijke specialiteit de actio pauliana niet uit het oog

Gillis Lindemans in VZW Actueel

Voor VZW Actueelschreef Gillis Lindemans een speciale bijdrage over
de schuldeisersbescherming in de VZW. Hij begint met de analyse hoe de “verenigingsrechtelijke” norm van de wettelijke specialiteit soms te kort schiet:

“Grens van het toelaatbare niet altijd even duidelijk

Een VZW kent uiteraard geen regels over dividenduitkering. Toch kunnen insiders zichzelf of anderen verrijken ten koste van het verenigingsvermogen, zij het dan op
een minder pasklare wijze. Zoals aangegeven, bestaat de grens van het toelaatbare daarbij in de wettelijke specialiteit van de VZW, zoals neergelegd in art. 1:2 WVV. Continue reading “Wat kan in een VZW: verlies naast de wettelijke specialiteit de actio pauliana niet uit het oog”

Latente schulden: zorgenkind voor wie zijn vennootschap ontbindt

Ontbinding en vereffening in één akte – bouwonderneming – tienjarige aansprakelijkheid

De doelstelling van de vereffeningsprocedure in het vennootschapsrecht is ervoor te zorgen dat volgend op de ontbinding alle activa worden gerealiseerd en bestemd voor de betaling van de schulden alvorens het liquidatiesaldo wordt verdeeld onder de vennoten.[1] Ter realisatie van deze doelstelling omkleedt de wetgever de vereffeningsprocedure met diverse waarborgen (waaronder rechterlijke controle, benoeming van een vereffenaar, …).

Wanneer de vereffeningsprocedure gebrekkig is ontstaat het risico dat aandeelhouders de ontbinding aanwenden om zich te verrijken ten koste van de schuldeisers: hun liquidatiesaldo neemt immers proportioneel toe met elke schuld die onbetaald achterblijft na sluiting van de vereffening.[2] Een gebrekkige vereffeningsprocedure kan zich m.a.w. vertalen in een opportunistische ontbindingsincentive in hoofde van de aandeelhouders.

Kwetsbare schuldeisers

In het bijzonder schulden uit onrechtmatige daad die slechts latent aanwezig zijn op het moment van ontbinding, vermits eventuele schade zich slechts op termijn zal manifesteren zijn hier kwetsbaar voor en dreigen met lege handen achter te blijven.[3] Continue reading “Latente schulden: zorgenkind voor wie zijn vennootschap ontbindt”

“Lopende overeenkomsten bij faillissement: niet-uitvoeren is niet hetzelfde als beëindigen”

’t Amendement in TRV-RPS 2020/1

Art. XX.139, § 1 WER verschaft de curator drie mogelijkheden met betrekking tot lopende overeenkomsten, waarbij lopende overeenkomsten worden gedefinieerd als overeenkomsten die zijn gesloten vóór de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde werd gemaakt. De curator kan beslissen om de overeenkomst (i) verder uit te voeren, (ii) niet verder uit te voeren of (iii) eenzijdig te beëindigen

De eerste optie spreekt voor zich, namelijk de verder uitvoering (nakoming/voortzetting) door de curator van de overeenkomst. De medecontractant heeft ten laste van de boedel recht op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na het faillissement. Als boedelschuldeiser kan de medecontractant dus een contante betaling van zijn schuldvordering vorderen voor prestaties geleverd na faillissement. Continue reading ““Lopende overeenkomsten bij faillissement: niet-uitvoeren is niet hetzelfde als beëindigen””