Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht

Een verruimd insolventierecht met een betere afdwinging

In vorige posts waarschuwden we voor de gevaren die de geplande afschaffing van het minimumkapitaal, en bovenal van de werkelijke zetel, met zich meebrengt. Zijn schuldeisers zonder de werkelijke zetel dan loslopend wild voor opportunistische insiders? Continue reading “Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht”

Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen

Worden de aandelen aan toonder weer ingevoerd?

In een vorige post hielden we de voorgenomen afschaffing van het minimumkapitaal kritisch tegen het licht. Een tweede voorgestelde wijziging is meer fundamenteel. Het werkelijke-zetelmechanisme zou verdwijnen ten gunste van een volledige vrijheid om de lex societatis te kiezen, ook als de onderneming enkel of voornamelijk in België actief is of vanuit België wordt geleid.[1]

Bij de veelgehoorde argumenten voor een vrije keuze kunnen alvast de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

Continue reading “Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen”

Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.

In twee vorige posts belichtten we de bescheiden maar onderschatte verdiensten van een lompe inbrengverplichting als het minimumkapitaal. Deze of elke andere regel de de negatieve aspecten van beperkte aansprakelijkheid wil mitigeren is echter weinig zinvol als door rechtskeuze deze regel kan ontweken. Continue reading “Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.”

Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal

De sprong richting flexibiliteit

De Minister van Justitie bereidt een ambitieuze (her)codificatiebeweging voor.[1] Voor het rechtspersonenrecht zal de hervorming vertrekken van de voorstellen van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht, zoals  besproken in het parlement.[2] “Flexibiliteit” (of “soepelheid”) is bij de hervorming een – hét – kernbegrip.[3] In het belang van die flexibiliteit moeten onder eerder besproken beschermingstechnieken sneuvelen: het minimumkapitaal en de werkelijke zetel.

In deze post houden we de afschaffing van het minimumkapitaal (buiten bij de NV, daar moet het van Europa) kritisch tegen het licht. Continue reading “Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal”

Achterstelling van schuldvorderingen in het insolventierecht

In de financiering van ondernemingen neemt de achtergestelde schuldvordering een belangrijke plaats in, tussen kapitaal en schuld. In zijn recent gepubliceerde proefschrift heeft Roel Fransis (KUL) de achtergestelde schuldvordering aan een minitieus onderzoek onderworpen, zowel wat de juridische aard van deze rechtsfiguur betreft als de rechtsgevolgen ervan, in het bijzonder in het kader van insolventieprocedures. Met dit proefschrift heeft Roel Fransis, in de woorden van zijn promotor (Eric Dirix, KUL), “een fundamenteel werk afgeleverd dat onze kennis op vele terreinen van het verbintenissen-, goederenrecht en insolventierecht werkelijk vooruit helpt en dat tevens voor de rechtspraktijk van onschatbare waarde zal blijken te zijn”. Met deze beoordeling kan alleen maar ingestemd worden.

Modelcharter voor bestuurders van overheidsbedrijven

Het federale regeerakkooord van 10 oktober 2014 voorzag dat de regering een “charter van de bestuurder van overheidsbedrijven” zou opstellen in het kader van het evenwicht tussen de taken als bestuurder (en de belangen van de onderneming) en deze van (vertegenwoordiger van) de overheid.

GUBERNA, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (‘centrum public governance’), heeft als kenniscentrum inzake corporate governance recent een modelcharter opgesteld. Op basis hiervan kunnen overheidsbedrijven zelf een eigen charter opstellen, aangepast aan de specifieke doelstellingen en context van de onderneming in kwestie.

Het modelcharter werkt met 10 algemene richtlijnen (‘principes’), die gerespecteerd moeten worden voor iedereen, met ‘aanbevelingen’ (volgens het comply or explain-principe), en met suggesties of ‘aandachtspunten’.

Het eerste principe ‘respecteren van voorafgaande voorwaarden bij aanvaarding mandaat‘, kent bijvoorbeeld als aandachtspunten:

  • de kandidaat-bestuurder mag enkel mandaten opnemen waarvoor hij zich ten volle kan inzetten
  • voor het aanvaarden van een hernieuwing van zijn mandaat moet de bestuurder zichzelf de vraag stellen of hij nog een toegevoegde waarde biedt voor het bedrijf

Deze aandachtspunten zijn zeer actueel in het licht van de recente discussie over politieke bestuursmandaten bij bedrijven of intercommunales.

De overige principes zijn:

  • concentreren op taken eigen aan de bestuurder
  • verdedigen van de belangen van het overheidsbedrijf in lijn met diens specificiteit
  • streven naar een onafhankelijke positie
  • volgen van hoge standaarden van integriteit
  • zich gepast gedragen bij besluitvorming
  • zich informeren over en respecteren van vertrouwelijke informatie
  • onderhouden van expertise
  • onderhouden van adequate en constructieve relaties met het management, de aandeelhouders en andere stakeholders
  • bevorderen evaluatiecultuur

Karel-Jan Vandormael

Kan één schuldeiser samen-lopen?

Pluraliteitsregels in Nederlands en Belgisch insolventierecht

1.

In een recent arrest van 24 maart 2017 heeft de Hoge Raad zijn vaste rechtspraak bevestigd dat het voor het uitspreken van een faillietverklaring is vereist dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft . De Hoge Raad zie de rechtvaardiging hierin dat:

“het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft.” 

Het is een klassieke regel van Nederlands insolventierecht die o.a. een belangrijke rol speelt in de plot van de roman Karakter (1938) van F. Bordewijk: Continue reading “Kan één schuldeiser samen-lopen?”

“Nee is nee” – lessen uit de zaak Telegraaf Media Groep (TMG)

Concurrerende bieder bij een bod door de controlerende aandeelhouder

Afgelopen dinsdagavond deed de Ondernemingskamer te Amsterdam een uitspraak in de zaak rond de overname van Telegraaf Media Groep (TMG) door Mediahuis en de familie Van Puijenbroek (samen het “consortium”). Kort gezegd wees de rechter de voorziening van concurrerende bieder Talpa af, zodat de weg voor een overname door het consortium nu open ligt.

Deze beslissing is één van de weinige Nederlandse uitspraken over concurrerende biedingen bij een openbaar overnamebod. Het gaat in op een aantal interessante vragen over de rol van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de controlerende aandeelhouder bij een overname. Deze blogpost is een eerste commentaar die deze zaak in de ruimere juridische context kadert, parallellen trekt met de Amerikaanse overname-rechtspraak, en bespreekt welke lessen getrokken kunnen worden uit deze zaak. Continue reading ““Nee is nee” – lessen uit de zaak Telegraaf Media Groep (TMG)”

Soms is lomp slim

Regels inzake minimumkapitaal zijn makkelijk na te komen en af te dwingen

Een eerdere post had het over het verplicht minimumkapitaal. Niet-aansprakelijkheid van de aandeelhouder wordt door het bestaan van een verplichte en achtergestelde inbreng  “beperkte aansprakelijkheid”. Zeker voor kleine vennootschappen met een controlerende aandeelhouder is de prikkel die het wettelijk minimumkapitaal met zich brengt reëel.

Het minimumkapitaal is niet langer en vogue in de doctrine. Continue reading “Soms is lomp slim”

TFR-prijs 2017 toegekend aan Christophe De Backere: fiscale aftrekbaarheid van kosten door een vennootschap

De TFR-prijs 2017 werd toegekend aan Christophe De Backere voor zijn bijdrage “Pleidooi voor een zuivere toepassing van artikel 49 WIB 1992 in de vennootschapsbelasting” (TFR 2016, afl. 500, 368-388). De TFR-prijs werd in 1982 in het leven geroepen om het beste artikel uit een jaargang van het Tijdschrift voor Fiscaal Recht te bekronen, geschreven door een jonge auteur. De doctorandus treedt op die manier in de voetsporen van de Leuvense professoren Axel Haelterman en Niels Bammens.

Over het bekroonde artikel

De vraag naar de fiscale aftrekbaarheid van kosten die worden gemaakt door een vennootschap is een evergreen die geregeld leidt tot geschillen tussen een vennootschap en de belastingadministratie. Continue reading “TFR-prijs 2017 toegekend aan Christophe De Backere: fiscale aftrekbaarheid van kosten door een vennootschap”

`Je est un autre´: cassatie over de doorbraak van beperkte aansprakelijkheid op grond van algemene voorwaarden

Cass 27 januari 2017 over algemene voorwaarden die bestuurder aanduiden als medeschuldenaar

Een vennootschap die voertuigen huurde gaat failliet waardoor de huursom niet volledig wordt betaald. De verhuurder zoekt verhaal bij een bestuurder van de gefaillieerde vennootschap die als orgaan van de vennootschap de huurovereenkomst had ondertekend. De algemene voorwaarden van die huurovereenkomst bepaalden :

“Indien het materieel in huur genomen wordt door een vennootschap is niet enkel deze vennootschap gehouden tot naleving en uitvoering van de overeenkomst maar ook, te persoonlijken titel, hoofdelijk en ondeelbaar met de huurder, de bestuurder, zaakvoerder of gevolmachtigde die namens de vennootschap de overeenkomst heeft getekend. De ondertekenaar verbindt zich dus ook persoonlijk, hoofdelijk en ondeelbaar met de vennootschap waarvoor hij optreedt, tot naleving van alle bepalingen voorzien in de overeenkomst en de algemene voorwaarden van deze overeenkomst.”

Volstaat dit om de bestuurder die namens de vennootschap ondertekende persoonlijk te verbinden voor de onbetaalde vennootschapsschuld? Het Hof van Cassatie sprak zich hier over uit in een arrest van 27 januari 2017 (C.16.0141.N). Continue reading “`Je est un autre´: cassatie over de doorbraak van beperkte aansprakelijkheid op grond van algemene voorwaarden”

‘Moral hazard’ en ‘eigen risico’ bij beperkte aansprakelijkheid

De rechtspersoonstechniek als ‘verzekering’ en het minimumkapitaal als ‘franchise’

De vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid heeft gevolgen die derden moeten ondergaan. Het bekendste gevolg is dat vennootschapsschuldeisers zich moeten zich laten tegenwerpen dat een aandeelhouder niet aansprakelijk is voor de vennootschapsschulden.

De niet-aansprakelijkheid van de rechtspersoonstechniek werkt als een “verzekering” van de aandeelhouders tegen het ondernemingsrisico. Dat risico verdwijnt uiteraard niet, maar verschuift naar de vennootschapsschuldeisers. Economisch treden de vennootschapsschuldeisers, al dan niet willig, op als een verzekeraar van de aandeelhouders. Continue reading “‘Moral hazard’ en ‘eigen risico’ bij beperkte aansprakelijkheid”

Hoe misbruik maken van een rechtspersoon? De 5 belangrijkste ingrediënten op een rijtje

Vennootschapsrecht is (ook) derdenrecht

In verkeerde handen is een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid  een riskant instrument. De rechtspersoon is immers een vermogenstechniek met voor derden bindende effecten.

Daarmee lijkt het vennootschapsrecht op zakenrecht: zakenrecht is immers “derdenrecht”. Beide rechtstakken laten toe afspraken te maken die aan derden tegenwerpelijk zijn. Vennootschapsrecht kan daarom conceptueel niet worden gereduceerd tot een “contract” tussen vennootschapsinsiders.

De voor derden bindende kenmerken van de rechtspersoonstechniek geven aandeelhouders en bestuurders de mogelijkheid om opportunistisch met activa en passiva, goederen en aansprakelijkheden, te schuiven ten nadele van derden. We noemen kort de belangrijkste van die kenmerken: Continue reading “Hoe misbruik maken van een rechtspersoon? De 5 belangrijkste ingrediënten op een rijtje”

Verdoken uitkeringen: de pauliana slaat weer toe

De hervonden jeugd van een antiek wapen

Als een vennootschap ter ziele dreigt te gaan, is het voor insiders verleidelijk nog snel de overgebleven activa te versluizen naar een ander vermogen. Dat kan hun persoonlijk vermogen zijn, of dat van een andere rechtspersoon onder hun controle. Want zeg nu zelf: waarom de lekkerste brokjes aan de vennootschapsschuldeisers laten, indien u er zelf nog van kunt genieten?

Wees toch maar op uw hoede: de vennootschapsschuldeisers zijn gewapend tegen dat soort snode verdoken uitkeringen.  Continue reading “Verdoken uitkeringen: de pauliana slaat weer toe”

‘Law and…’-bewegingen in het privaatrecht: een frisse kijk op ons recht

Jura Falconis studiedag 28 april 2017, 12u30-16u30 (College De Valk, Leuven)

De verhouding van het recht tot andere disciplines vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten, waar het rechtsdenken van oudsher gekenmerkt wordt door pragmatisme en realisme. Geen wonder dat precies in deze omgeving het belang van de economische wetenschap voor de rechtsontwikkeling is ontstaan (Law & Economics). Het narratieve eigen aan de common law-traditie leidde er dan weer toe dat gezocht werd naar verbanden tussen recht en literatuur (Law & Literature). Is er wel een wezenlijk verschil met de uitleg van juridische teksten en fundamenteler nog: kan de literatuur een bijdrage leveren aan het oplossen van juridische vragen? Ook de verbanden met andere wetenschappen werden gelegd zodat er talrijke ‘ Law and…’-bewegingen het daglicht zagen . Continue reading “‘Law and…’-bewegingen in het privaatrecht: een frisse kijk op ons recht”