Experiments

Trust and freedom of establishment: some preliminary observations on the CJEU’s ruling in the Panayi Trust case

Trusts can be considered to be ‘entities’ which can come under the scope of the freedom of establishment

On September 14th 2017, the CJEU ruled on the Panayi Trust case (Case C-646/15), to which we have already referred in an earlier blog post. The CJEU’s ruling in the Panayi Trust case will provide ample opportunity for debate and reflection in the near future, especially with Brexit coming into view.

However, in this blog post we will restrict ourselves to a brief presentation of the case and some first observations regarding the question whether trusts can indeed come under the scope of the freedom of establishment. Continue reading “Trust and freedom of establishment: some preliminary observations on the CJEU’s ruling in the Panayi Trust case”

A uniform European regulation on the law applicable to the effectiveness of a cross-border assignment of a claim: no longer the elephant in the room?

A post by guest blogger Louis Coussée

The assignment of a claim is an important legal instrument for the financial market. It enables both simple transfers of claims from one person to another and complex financial operations used to finance the business activity of firms, such as financial collateral arrangements, factoring and securitization. Furthermore, it enables the availability of capital and credit across borders and allows small and medium enterprises (SMEs) to obtain credit at affordable rates. In a globalizing context, such cross-border transactions are a daily routine.

Substantively, there exists no harmonization in the field of the assignment of a claim on EU-level. The question which law is applicable to the assignment of a claim, therefore, can have a huge impact on the outcome of a dispute, when national jurisdictions apply different rules to make an assignment effective against third parties. The Rome-I Regulation contains a provision on the applicable law to the assignment of a claim. However, art. 14 of the Rome-I Regulation does not provide an answer to the most important question, i.e. which law governs the effectiveness of an assignment against third parties. This question is widely discussed and the topic of choice-of-law rules for the assignment of claims in financial services and markets is considered to be one of the most complicated, challenging and arcane. Continue reading “A uniform European regulation on the law applicable to the effectiveness of a cross-border assignment of a claim: no longer the elephant in the room?”

Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over de AkzoNobel zaak

Uitspraak van 10 augustus 2017 door de Nederlandse voorzieningenrechter

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van de uitspraak van 10 augustus 2017 door de Nederlandse voorzieningenrechter in de AkzoNobel zaak. In deze zaak probeerde de activistische aandeelhouder Elliott het ontslag af te dwingen van de voorzitter van de raad van commissarissen van AkzoNobel, Antony Burgmans, door om de bijeenroeping van de algemene vergadering te vragen. De weigering van de raad van commissarissen van Akzo om dit te doen, werd door Elliott in de Nederlandse rechtbanken aangevochten.

De activistische aandeelhouder Elliott kreeg van de Nederlandse rechter echter opnieuw ongelijk, nadat het reeds bot had gevangen in een eerdere uitspraak in een enquêteprocedure (zie hier voor een analyse van de eerste uitspraak).

Volgens Vos is deze uitspraak niet helemaal verrassend en kan deze gekaderd worden in het Nederlandse “stakeholder model”, waarin de rechten van aandeelhouders sterk beperkt worden. De auteur wijst echter op de mogelijke inconsistentie van de Nederlandse recht met de regels i.v.m. het bijeenroepen van de algemene vergadering onder de Europese Aandeelhoudersrichtlijn.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.

De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?

De Nederlandse Hoge Raad stelde op 8 september het Europese Hof van Justitie enkele interessante prejudiciële vragen over de Peeters/Gatzen-vordering (ECLI:NL:HR:2017:2269). Voor hen die er het raden naar hebben wie die Peeters of Gatzen dan wel zijn, eerst een korte toelichting. De andere lezers kunnen gelijk naar de navolgende alinea’s scrollen.

1.

In eerdere posts wezen we al op de actio pauliana als techniek van schuldeisersbescherming. Ze laat schuldeisers, en na faillissement de boedel, toe om handelingen niet-tegenwerpelijk te laten verklaren, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden. We noemen hier omwille van de bondigheid enkel de voornaamste twee: Continue reading “De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?”

Het hoog “nu-of-nooit”-gehalte van de vereffening en het vergeten agency-conflict

In een eerdere blogpost werd de minderheidsvordering reeds omschreven als een heilig doel zonder middelen. In een recente bijdrage in TRV-RPS stelden we vast dat deze minderheidsvordering ontbreekt na de ontbinding van een vennootschap en stelden we een elegant alternatief voor, ter bescherming van de minderheidsvennoten tijdens de vereffening.   Continue reading “Het hoog “nu-of-nooit”-gehalte van de vereffening en het vergeten agency-conflict”

Instrument of the European Law Institute: Rescue of Business in Insolvency Law

Since the global financial crisis, the topic of business rescue ranks top on the insolvency law related agenda of both the EU and national legislators faced by a rapid growth of insolvencies, which highlighted the importance of efficient mechanisms for dealing with financially distressed, but viable business. For the ELI (European Law Institute), this fueled the momentum to launch an in-depth project on furthering the rescue of such businesses across Europe.

Continue reading “Instrument of the European Law Institute: Rescue of Business in Insolvency Law”

Le droit de l’insolvabilité nouveau est arrivé

De wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, werd vandaag gepubliceerd in het BS. Het wetgevende proces, waarvan op deze blog regelmatig verslag werd uitgebracht, is hiermee afgerond. De wet treedt in werking op 1 mei 2018, en zal van toepassing zijn op insolventieprocedures geopend vanaf die dag.

Continue reading “Le droit de l’insolvabilité nouveau est arrivé”

De rol van boekhoudtechniek in het ontstaan van afgescheiden vermogens

Tim Hartford (BBC) over oorsprong van dubbel boekhouden

In de BBC podcast 50 things that made the modern economy spreekt Tim Hartford deze week over de geschiedenis van dubbel boekhouden.

Rechtsvormende rol van boekhoudregels

Het belang van boekhoudtechniek overstijgt het boekhoudrecht Het is niet ongewoon dat een boekhoudkundige techniek het materieel recht de weg wijst. Continue reading “De rol van boekhoudtechniek in het ontstaan van afgescheiden vermogens”

De obligatielening

obligatie

De obligatielening neemt een belangrijke plaats in, in de financiering van (Belgische) ondernemingen. Veertig jaar (en een aantal financiële crisissen) na de publicatie van het standaardwerk van Van Hille, Aandelen en obligaties in het Belgische recht, ligt een nieuw standaardwerk voor, geschreven door een schare auteurs o.l.v. Diederik Bruloot en Kristof Maresceau (UGent). Continue reading “De obligatielening”

Draft Dutch bill on pre-insolvency proceedings

Yesterday, the Dutch government published a new draft bill seeking to introduce pre-insolvency proceedings in the Netherlands (a previous post on pre-insolvency proceedings can be found here). The draft bill can be found here. An unofficial English translation is available at the website of RESOR.

Continue reading “Draft Dutch bill on pre-insolvency proceedings”

Het zwaard van Damocles hangt boven de insolventieprocedures zoals we ze kennen: na de pre-pack (“Estro”), ook de overdracht onder gerechtelijk gezag (“Echo”)?

Arbeidshof stelt prejudiciële vraag over de verenigbaarheid van artikel 61, §3 WCO met Europese richtlijn 2001/23/EG

In een recent arrest (Arbh. 14 augustus 2017, 2016/AH/191, onuitg.) heeft het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Hasselt de volgende prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie gesteld:

“Is het keuzerecht voor de overnemer uit artikel 61 §4 (thans artikel 61 §3) van de Belgische Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO-wet), als onderdeel van Hoofdstuk 4 van Titel 4 van deze wet waarbij de ‘gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’ wordt geregeld, in de mate dat deze ‘gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’ is aangewend met het oog op het behoud van een geheel of een gedeelte van de vervreemder of van zijn activiteiten, in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2001/23/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, in het bijzonder met de artikelen 3 en 5 van deze richtlijn?”

Die vraag kwam er naar aanleiding van een overdracht onder gerechtelijk gezag van NV Echo door NV Prefaco op 22 april 2013. NV Prefaco nam ongeveer twee derden van het totale personeelsbestand van NV Echo over, zijnde 164 werknemers. Een werkneemster die niet werd overgenomen, stelde NV Prefaco in gebreke om haar tewerk te stellen. Continue reading “Het zwaard van Damocles hangt boven de insolventieprocedures zoals we ze kennen: na de pre-pack (“Estro”), ook de overdracht onder gerechtelijk gezag (“Echo”)?”

Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over prijs bij verplicht openbaar bod

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van het arrest van 20 juli 2017 inzake Marco Tronchetti Promovera SpA e.a. v. Consob, waarin het Hof van Justitie voor de eerste keer oordeelde over de interpretatie van artikel 5(4) van de Overnamerichtlijn, dat in de mogelijkheid voorziet voor nationale financiële toezichthouders om de prijs van een verplicht openbaar bod aan te passen. In deze zaak had de Italiaanse financiële toezichthouder, de Consob, besloten om de prijs van het verplicht openbaar bod te verhogen omdat er sprake was van samenspanning tussen de bieder en één van de verkopende aandeelhouders.

De vraag die werd voorgelegd aan het Hof was of het concept van “samenspanning” niet te onduidelijk was om een prijsaanpassing te rechtvaardigen. Het Hof van Justitie laat het finale oordeel aan de Italiaanse rechter, maar lijkt toch te suggereren dat er geen probleem is met het Italiaanse recht. De uitspraak is ook erg interessant voor Belgische juristen, aangezien België een gelijkaardige bepaling als Italië heeft met betrekking tot de prijsaanpassing bij verplicht bod.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.

 

Insider trading onder de MAR: streng, maar (ook) rechtvaardig?

Post door gastbloggers Stefan Mees en Michiel Stuyts over hun bijdrage in TRV-RPS

Het MAR-tijdperk

Met de inwerkingtreding van de Market Abuse Regulation (hierna “MAR”) op 3 juli 2016 brak een nieuw tijdperk aan binnen de regels met betrekking tot het marktmisbruik. Bij dergelijke juridische omwenteling, is het opportuun om bestaande en nieuwe reglementering te (her)bekijken in een gewijzigde maatschappelijke en juridische context. Continue reading “Insider trading onder de MAR: streng, maar (ook) rechtvaardig?”

Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Bestuursaansprakelijkheid vormt een belangrijke grens op de perverse prikkels die aandeelhouders zonder aansprakelijkheid hebben. Een eerdere post beschreef hoe andeelhoudersaansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid in belangrijke mate communicerende vaten zijn.

De logische consequentie daarvan is dat een vermindering aan het aandeelhoudersrisico (bv. door het afschaffen van het minimumkapitaal) zou leidt tot een verhoging van het risico van bestuursaansprakelijkheid (J.-M. Nelissen Grade en M. Wauters, “Reforming Legal capital: harmonisation or fragmentation of creditor protection?” in K. Geens en K.J. Hopt (eds.), The European Company Law Action Plan Revisited, Leuven, Leuven University Press, 2010, (25) 47-49).

We zien echter dat bestuursaansprakelijk valt onder de toepassing van aansprakelijkheidsbeperkende regels, vaak buiten het vennootschaps­recht. Deze beperkingen zijn vaak typisch Belgisch zijn en worden bv. niet of niet in dezelfde mate teruggevonden in Nederland. De opportuniteit van hun toepassing op het bestuursaansprakelijkheid is verre van evident.

De vennootschapsinsiders genieten hier immers van een “double indemnity”: ze zijn door de rechtspersoonsrtechniek niet gehouden als aandeelhouder en ontspringen via deze flankerende maatregel ook nog eens wegens deze flankerende regels de foutaansprakelijkheid voor bestuurders.  Om de belangrijkste van deze flankerende regels te noemen: Continue reading “Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?”

Snap’s IPO, an update

A post by guest blogger Vincent Chantillon

In March this year, Snap went public. It did so by issuing shares without voting rights. Since the previous blogpost about this IPO, there have been some developments that are worth pointing out.

Snap has had some troubled months, with two disappointing earnings results. In July, the share price fell below the IPO price of 17$. Since then, the stock has continued to fall, with a rebound in the past week. Continue reading “Snap’s IPO, an update”