In het meest recente nummer van De Juristenkrant stippen Frederik De Leo en Roel Verheyden de burgerrechtelijke middelen aan waarover de curator en individuele schuldeisers beschikken wanneer zij geconfronteerd worden met faillissementsfraude. De aanleiding daartoe is een recente Panoreportage, waarin de zogenaamde phoenixing-praktijk aan de kaak werd gesteld. De auteurs schrijven daarover het volgende: Continue reading “Faillissementsfraude: civiel recht brengt enig soelaas”
Author: Corporate Finance Lab
Het pharmakon-gehalte van het economisch recht
Meer en meer wordt het huidige, op kapitalistische leest geschoeide, economische systeem – waarin economische groei en winstbejag de voornaamste drijfveren van het economisch gebeuren blijven uitmaken – in vraag gesteld. Ideologen, sociologen, historici, psychologen en zelfs economen wijzen erop dat, zo we op een duurzame en vredige wijze verder willen samenleven op onze planeet, het dringend anders moet en ook kan. Zo maken o.a. de pollutie van de leefomgeving, de uitputting van de natuurlijke grondstoffen, de toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid fundamentele problemen uit die dringend aangepakt moeten worden, willen we ons en onze nakomelingen een leefbare toekomst kunnen bieden.
Opvallend is dat in dit hele debat de juristen afwezig blijven. Nochtans vertaalt regelgeving de economische waarden die onze maatschappij schragen en bepaalt zij het kader waarbinnen de economische activiteit te voeren is. Juridische basisconcepten, zoals de fundamentele mensenrechten of de notie openbare orde, laten toe om dit kader verder in te vullen in functie van de gehanteerde waarden. Diverse juridische concepten en constructies, zoals de vrije mededinging en de vrijheid van ondernemen, overeenkomsten, rechtspersoonlijkheid, intellectuele rechten, zijn instrumenten die een centrale rol spelen in de organisatie van de economische activiteit.
Met een lezingenreeks wil de Vakgroep Privaat en Economisch Recht van de VUB deze juridische stilte doorbreken. Na een aantal interdisciplinaire uiteenzettingen die de maatschappelijke context kaderen, zullen vooraanstaande juristen een reeks bestaande rechtsfiguren onder de loep nemen. De bedoeling daarbij is na te gaan of en hoe deze rechtsfiguren, in hun huidige vorm, de gewijzigde ingesteldheid die noodzakelijk is voor een duurzame samenleving, kunnen schragen dan wel of zij hiertoe aan verandering toe zijn, omdat zij katalysatoren zijn voor excessen die de bovenvermelde fundamentele problemen kunnen verergeren. Daarbij zal worden aangegeven of en hoe deze rechtsfiguren in de praktijk al kunnen worden aangewend om duurzame economische activiteiten te garanderen.
Restructuring of Corporate Groups: Conference on Rescue of Business in Insolvency Law
The European Law Institute (ELI) and Business and Liability Research Network (BLRN) of the Leiden Law School organise a conference on restructuring of corporate groups in the afternoon of 5 December 2018. ELI’s Business Rescue Report of Prof. Em. Bob Wessels and Prof. Stephan Madaus is the starting point for discussions on the treatment of insolvent corporate groups.
Bob Wessels (Leiden University) and Stephan Madaus (Halle-Wittenberg University, Germany) will introduce the ELI Business Rescue Report and the results of this European study with respect to restructuring of corporate groups in Europe. Prof. Joeri Vananroye (KU Leuven, Belgium) will discuss Belgian perspectives on corporate restructuring and Prof. Reinout Vriesendorp will elaborate on issues of director’s liability. Leiden Law School researchers Jessie Pool, Ilya Kokorin and Gert-Jan Boon will present a case study on corporate groups.
ELI Business Rescue Report
Aandeelhoudersaansprakelijkheid, feitelijk bestuur en de forfaitaire beperking van bestuurdersaansprakelijkheid in het ontwerp-WVV
Een post door gastblogger Esther Goldschmidt
De aandeelhouder als feitelijk bestuurder
De bevoegdheden van een aandeelhouder binnen een vennootschap zijn beperkt tot de uitoefening van zijn aandeelhoudersrechten: het stemrecht binnen de algemene vergadering van aandeelhouders en bepaalde andere vermogensrechten en lidmaatschapsrechten. De uitoefening van de eigenlijke bestuurstaken is voorbehouden aan de raad van bestuur van de vennootschap en de bestuurders zijn hiervoor aansprakelijk. De formele afbakening van bevoegdheden van aandeelhouders (in het kader van de algemene vergadering) en bestuurders (in het kader van de raad van bestuur of een ander bestuurs- of vertegenwoordigingsorgaan), leidt tot de conclusie dat aandeelhouders principieel alle aansprakelijkheid voor daden van bestuur binnen de vennootschap ontlopen.
De mogelijkheid een aandeelhouder aansprakelijk te stellen als feitelijk bestuurder vormt een uitzondering op dit principe. Continue reading “Aandeelhoudersaansprakelijkheid, feitelijk bestuur en de forfaitaire beperking van bestuurdersaansprakelijkheid in het ontwerp-WVV”
Kamercommissie Handelsrecht keurt ontwerp-WVV goed ‘in eerste lezing’
De Kamercommissie Handelsrecht keurde deze namiddag het ontwerp-WVV goed. Er komt een tweede lezing om “de in eerste lezing aangenomen tekst” na een reflectieperiode nogmaals tegen het licht te houden. In commissie vindt de tweede lezing in principe ten vroegste plaats tien dagen nadat het commissieverslag en de door de commissie aangenomen tekst werden rondgedeeld.
Bij de tweede lezing kunnen amendementen worden ingediend op de in eerste lezing aangenomen tekst en kunnen, onder meer op grond van een wetgevingstechnische nota opgesteld door de diensten van de Kamer, wetgevingstechnische verbeteringen worden voorgesteld. Deze amendementen en verbeteringen kunnen in commissie geen aanleiding geven tot een derde lezing.
Uiteraard moet daarna de tekst goedgekeurd in tweede lezing, nog naar de plenaire vergadering.
bron parlementaire procedure: Kamer
Opnieuw: de Belgische ‘cap’ in de Nederlandse doctrine
“te veel risico’s van moral hazard en onbillijk jegens crediteuren en bestuurders zelf”
De Belgische ‘cap’ op bestuursaansprakelijkhied is wellicht het meest grensverleggende en omstreden deel van de Belgische hervorming van het vennootschapsrecht. Het krijgt dan ook relatief veel aandacht vanuit Nederland (zie eerder hier).
Met de recente bijdrage van O. Oost (Erasmus Universiteit Rotterdam) over “Een wettelijke cap op bestuurdersaansprakelijkheid naar Belgisch voorbeeld?” in WPNR 7211 dient te worden vastgesteld dat het debat over de Belgische ‘cap’ meer aandacht kreeg in Nederlandse tijdschriften dan in Belgische. Dat is merkwaardig.
Mr. Oost concludeert zijn bijdrage over het Belgische voorstel als volgt:
“Het ‘plafonneren’ van de aansprakelijkheid is een interessante nieuwe richting voor het bestuurdersaansprakelijkheid, waarbij ik heb bezien of wij die in Nederland ook in zouden kunnen slaan. Na een bespreking van de redenen voor invoering van de beperking en een vergelijking met de huidige alternatieven naar Nederlands recht, te weten de vrijtekening, de vrijwaring en de verzekering, concludeer ik dat die alternatieven te prefereren zijn boven een cijfermatige aansprakelijkheidsbeperking.
Dit omdat de overwegingen om een maximering in te voeren niet allemaal overtuigen in de Nederlandse context, en omdat op zichzelf beschouwd te veel bezwaren kleven aan een maximering van aansprakelijkheid, gelet op (i) risico’s voor moral hazard, (ii) de soms onbillijke gevolgen van een maximering jegens een crediteur en (iii) de onbillijke uitwerking in voorkomende gevallen jegens de bestuurders zelf.”
Op 8 november houdt Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven en TPR Wisselleerstoel houder aan de Universiteit Leiden) aan de Universiteit Leiden de Hazelhoff Guest Lecture over de Belgische ‘cap’vanuit een reflectie over beperkte aansprakelijkheid en de rol van bestuursaansprakelijkheid daarbij.
Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement
Recent kwamen de gevolgen en werkwijze van frauduleuze faillissementen opnieuw in de publieke belangstelling. In het recentste nummer van de Juristenkrant betoogt meester Vincent Verlaeckt dat er effectief middel bestaat tegen frauduleuze faillissementen en de gekende lege dozen: de (ambtshalve) aanstelling van een voorlopig bewindvoerder (artikel XX.32 WER).
Verlaeckt argumenteert dat door een tijdige ambtshalve interventie van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel, enerzijds activa kunnen bewaard blijven die anders dreigen te verdwijnen op een bedrieglijke (of toch rangverstorende) manier en anderzijds insolvabele elementen sneller uit het handelsverkeer kunnen genomen worden, door een faillietverklaring op dagvaarding van de bewindvoerder.
Verlaeckt schrijft hierover over onder meer: Continue reading “Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement”
Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen
Lab rat Gillis Lindemans verdedigt op 29 oktober aan de KU Leuven zijn proefschrift: “Actio pauliana: remedie met toekomst voor schuldeisers van rechtspersonen”. Meer info vindt u hier. In deze post krijgt u alvast een voorsmaakje.
Als een schuldenaar zijn schuld niet betaalt, dan kan de schuldeiser beslag leggen op zijn goederen. Holt de schuldenaar zijn vermogen uit, dan dus ook het onderpand van zijn schuldeiser. De schuldeiser heeft daartegen een krachtige remedie: de actio pauliana. De schuldeiser kan daarmee rechtshandelingen aanvechten waarmee zijn schuldenaar hem bewust of bedrieglijk benadeelt.
Het lijkt daarbij van geen belang of de schuldenaar een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Nochtans scheppen rechtspersonen een bijzonder risico.
Continue reading “Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen”
Oplichting van aandeelhouders en schuldeisers: hebben zij individueel een vorderingsrecht?
R. Verheyden en J. Vananroye, “Ook een aandeelhouder mag oplichting persoonlijk nemen”, noot bij Cass. 25 januari 2017, RW 2018-19, 261-266
In het recentste nummer van het RW bespreken Roel Verheyden en Joeri Vananroye het arrest van het Hof van Cassatie van 25 januari 2017 over oplichting van aandeelhouders. Dit arrest werd begin februari 2017 reeds hier besproken.
Het betrokken arrest stelt dat oplichting door middel van listige kunstgrepen veronderstelt dat deze kunstgrepen bepalend moeten zijn voor de afgite of de levering van de zaak en dat zij in de regel eraan voorafgaan. Feiten die zich voordoen na de afgifte of levering van de zaak, kunnen evenwel in aanmerking worden genomen als zij de bedrieglijke aard onthullen van de handelingen die gesteld werden vóór die afgifte of levering.
Verheyden en Vananroye schrijven hierover onder meer: Continue reading “Oplichting van aandeelhouders en schuldeisers: hebben zij individueel een vorderingsrecht?”
Corporate Finance Lab start derde jaar
Corporate Finance Lab viert vandaag haar tweede verjaardag. Of ook: 380 posts door meer dan 30 auteurs, meer dan 200.000 views en bijna 75.000 bezoekers.
Tot de meeste gelezen posts van de afgelopen twee jaar behoren, in willekeurige volgorde: Continue reading “Corporate Finance Lab start derde jaar”
Tweede advies Raad van State over ontwerp-WVV beschikbaar
Op de website van de Kamer verscheen het advies van de Raad van State van 13 september 2018 over het Wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen. De bespreking van dit wetsontwerp staat op de agenda van de Kamercommissie Handelsrecht van 1 oktober 2018.
Dagvaardingen en groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid: let op uw woorden!
Een post door gastblogger Sven Sobrie
Een groepering zonder rechtspersoonlijkheid is als zodanig geen rechtssubject. Zij kan – behoudens wettelijke uitzonderingen – geen drager zijn van rechten en verplichtingen. Dat betekent evenwel niet dat een dergelijke groepering niet kan deelnemen aan het rechtsverkeer. Wél is daarvoor wat intellectuele gymnastiek vereist. In groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid is het niet de groepering als zodanig, maar zijn het de gezamenlijke leden, die titularis zijn van de rechten en verplichtingen van de groepering. Deelname aan het rechtsverkeer is dus perfect mogelijk, maar dan via het gezamenlijk optreden van de leden. Zo kan een werknemer geldig verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst met een feitelijke vereniging, begrepen als het geheel van haar leden.
Een dergelijk ‘collectief optreden’ neemt in de praktijk doorgaans de vorm aan van één lid (de voorzitter, de secretaris, de penningmeester, …) die rechtshandelingen stelt als vertegenwoordiger van de individuele leden. Op die manier hoeft niet elke muzikant zijn krabbel te zetten wanneer de lokale fanfare beslist om een nieuwe trommel te kopen. Een mandaat kan voorzien zijn in de statuten of kan ad hoc worden toegekend, uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend. Er kan zelfs sprake zijn van een schijnmandaat, indien aan alle voorwaarden daarvan is voldaan.
Procesrechtelijk gelden dezelfde principes. Een groepering zonder rechtspersoonlijkheid kan als eiser of verweerder een procedure voeren, al is het dan niet de groepering als zodanig, maar wel de individuele leden, die procespartij zijn. Opnieuw krijgt dat doorgaans praktische uitwerking via een of andere vorm van vertegenwoordiging. De rechtspraak toont zich daarbij – terecht – veeleer soepel: wie in het algemeen belast is met bestuur en vertegenwoordiging van de groepering wordt doorgaans ook bevoegd geacht om namens de leden qualitate qua een geding te voeren. Een uitdrukkelijke procesvolmacht is dus niet vereist.
Wel dient men op te letten bij de formulering van de gedinginleidende akte. Continue reading “Dagvaardingen en groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid: let op uw woorden!”
Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?
Een post door gastblogger Rubben Lindemans (Racine)
Het is een bekende frustratie dat een schuldeiser vaak onvoldoende zicht heeft op het roerende vermogen van zijn schuldenaar, aangezien hiervoor – anders dan voor het onroerend vermogen – veelal niet kan worden teruggevallen op een (publiek raadpleegbaar) register. Dit gebrek aan transparantie vertaalt zich in de Belgische rechtspraktijk wellicht het meeste aan de hand van de talloze bankbeslagen die worden gelegd bij de Belgische grootbanken, in de hoop er activa van zijn debiteur aan te treffen. Drie maal touwtje trekken, niet altijd prijs.
De Europese Bankbeslagverordening van 15 mei 2014 kan dan ook enigszins revolutionair worden genoemd in de mate dat hierin een mogelijkheid is voorzien voor een schuldeiser om tezamen met een verzoek tot afgifte van een “Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen” (naar goede gewoonte beter gekend onder een Engelse afkorting, met name “EAPO” wat staat voor “European Account Preservation Order”), een verzoek tot het verkrijgen (bank)rekeninginformatie van zijn debiteur in te dienen. Continue reading “Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?”
In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?
Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in het Tijdschrift voor Privaatrecht
In de meest recente aflevering van het Tijdschrift voor Privaatrecht gaat Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in op de aloude vraag in wiens belang het bestuur van een vennootschap moet handelen. Interessant is dat dit onderwerp in één adem behandeld wordt met het “boedelbelang”, momenteel nog een onderbelicht concept in de Belgische doctrine.
Na de vaststelling dat de huidige juridische doctrine in binnen- en buitenland niet in staat is om een éénduidig antwoord te geven op de centrale onderzoeksvraag, wordt ten rade gegaan bij verschillende rechtseconomische theorieën over vennootschappen én insolventieprocedures. Achtereenvolgens passeren de revue: de transactiekostentheorie, de contracttheorie, de eigendomstheorie, de agent-principaaltheorie, de law & finance literatuur, de teamproductietheorie, de creditors’ bargain theorie, de ruime contracttheorie, de complexe wanorde theorie, de teamproductietheorie en de expliciete waarden theorie.
Tijdens een kritische bespreking van voornoemde theorieën worden telkens de aanwezige bouwstenen geïdentificeerd die nodig zouden zijn om een uniforme theorie over het vennootschaps- en boedelbelang vorm te geven. Vervolgens neemt de auteur de normatieve stelling in dat het bestuur van een vennootschap/boedel in het belang van de residuele economische eigenaars (residual owners) moet handelen. Dit rechtseconomisch begrip wordt in de bijdrage verder geconcretiseerd aan de hand van een glijdende schaal: Continue reading “In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?”
9de Grote Prijs Jean Bastin 2019: de schulden en de solvabiliteit van Staten
Het Fonds Scientifique Jean Bastin ivzw zal de Prijs toekennen van een bedrag van 20.000 euro aan de auteur van het beste werk, uitgegeven na 1 januari 2016 of nog uit te geven, dat één van de volgende thema’s behandelt :
De schulden en de solvabiliteit van Staten:
- De Staat in arbitrage: internationale handels- en investeringsarbitrage. Problematiek van de tenuitvoerlegging van veroordelingen ten laste van een Staat. Reikwijdte en beperking van de uitvoeringsimmuniteit. Remedies. Het vraagstuk over de tenuitvoerlegging en de post-arbitrale bemiddeling over het kwantum van de veroordeling.
- De Staat-schuldenaar: de problematiek van aasgierfondsen, beschermende wetgeving. Schuldenmarkt. Forum shopping. Uitvoering van buitenlandse arbitrale beslissingen of vonnissen.
- De failliete Staat: problematiek van de overheidsschulden. Plaatsing onder het toezicht van het IMF.
Continue reading “9de Grote Prijs Jean Bastin 2019: de schulden en de solvabiliteit van Staten”