Kredietopening, lening en wederbeleggingsvergoeding: the story goes on & on & on

In een eerdere blogpost werd de discussie over de kwalificatie van een overeenkomst als een kredietopening dan wel een lening op interesten besproken naar aanleiding van twee cassatiearresten van 2020. Deze kwalificatie is van belang voor de omvang van de wederbeleggingsvergoeding die verschuldigd is wanneer een krediet vervroegd terugbetaald wordt. Enkel bij een lening op interesten speelt de beperking van art. 1907bis oud BW.

In 2021 volgden twee bijkomende cassatiearresten over deze materie, die recent gevolgd werden door een cassatiearrest van 3 februari 2022. De conclusie van advocaat-generaal Ria Mortier bij het laatstgenoemde cassatiearrest is verhelderend.

Continue reading “Kredietopening, lening en wederbeleggingsvergoeding: the story goes on & on & on”

De maatschap en de vereffening van haar onderneming – Cass. 30 september 2021

Cass. 30 september 2021 (C.210045.N)

Het Rechtskundig Weekblad nr. 23 van 5 februari 2022 (RW 2021-22, p. 900) publiceert een arrest van het Hof van Cassatie dd 30 september 2021 over de vereffening van een maatschap van Limburgse gerechtsdeurwaarders. (Voor zover ik kan nagaan werd dit arrest niet gepubliceerd in Juportal.)

Inzet van het geschil ten grond was de vraag of er door de rechtbank een vereffenaar diende te worden aangesteld voor de afwikkeling van de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen de maten.

Het arrest a quo van het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde dat er een maatschap was tussen de natuurlijke personen gerechtsdeurwaarders die hun arbeid inbrachten, waarbij het saldo van de winsten na betaling van de werkingskosten en de vergoedingen van gerechtsdeurwaarder 1 en 2 werden gereserveerd bij de BV van gerechtsdeurwaarder drie. Het Hof van Beroep oordeelde dat, omdat er geen sprake was van een onderneming in mede-eigendom tussen de maten, er geen vereffenaar diende te worden aangesteld bij afwezigheid van gezamenlijke eigendom. Het Hof van Cassatie vond dit in de geschetste omstandigheden geen verantwoording naar recht.

Continue reading “De maatschap en de vereffening van haar onderneming – Cass. 30 september 2021”

De ‘quasi’ in de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent

Cass. 4 februari 2022 (C.21/0278.F)

De aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten betreft de vraag in welke mate een contractuele schuldeiser een buitencontractuele vordering heeft indien een uitvoeringsagent van zijn schuldenaar door een onrechtmatige daad schade veroorzaakt aan deze contractuele schuldeisers. In de praktijk is een belangrijk toepassingsgeval de aansprakelijkheid van een bestuurder (C) van een rechtspersoon (B) t.a.v. een contractspartner (A) van die rechtspersoon.

In het huidige recht heeft de uitvoeringsagent, een verregaande immuniteit t.a.v. de contractuele schuldeiser van zijn opdrachtgever: A kan C in de regel niet aanspreken. Het oud BW zelf zwijgt hierover; deze immuniteit volgt uit vaststaande rechtspraak sinds het bekende Stuwadoors-arrest uit 1973 (Cass. 7 december 1973, NV Muller-Thomson en NV Wm. H. Muller & cot/ Royal Insurance Company Ltd, Arr. Cass. 1974, 1974, 395; JT 1974, 443; Pas. 1974, 376; RW 1973-1974, 1597, noot J. Herbots). Zie hier, hier en hier voor de wilde plannen m.b.t. de uitvoeringsagent in het ontwerp van nieuw buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.

Een klassieke uitzondering op de immuniteit van de uitvoeringsagent betreft fouten die ook een misdrijf uitmaken (bv. onvrijwillige slagen en verwondingen). Vandaar dat er meestal sprake is van een ‘quasi-immuniteit’. Een arrest van het Hof van Cassatie van 4 februari 2022 behandelt de vraag of deze uitzondering op een burgerrechtelijke immuniteit veronderstelt dat de betrokken uitvoeringsagent voor de strafrechter werd vervolgd en veroordeeld.

Continue reading “De ‘quasi’ in de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent”

Is de vereffenaar een mini-curator?

Cass. 26 november 2021 (C.20.0572.F)

Een curator is de bewindvoerder van de faillissementsboedel. Die boedel bundelt de executierechten van de schuldeisers in het kader van het algemeen beslag op het vermogen van de debiteur. De curator heeft daardoor zowel de ‘partijrechten’ van de debiteur als ‘derdenrechten’ van de schuldeisers (bv. pauliana, bv. mogelijkheid om zich soms op niet-tegenwerpelijkheid te beroepen, bv. mogelijkheid om collectieve schade te vorderen die debiteur zelf buiten faillissement niet zou kunnen vorderen).

Een vereffenaar, aangesteld bij ontbinding van een rechtspersoon, is daarentegen een orgaan van de rechtspersoon. De vereffenaar heeft in beginsel enkel de rechten die de rechtspersoon zelf heeft. Dat geldt ook bij een deficitaire vereffening, die nochtans dezelfde situatie wil afwikkelen als een faillissement.

Er bestaan goede redenen voor dat verschil in bevoegdheden: de vereffenaar wordt doorgaans door de algemene vergadering van aandeelhouders aangesteld en biedt daarom niet dezelfde garanties inzake onafhankelijkheid als een curator. Het zou onverantwoord zijn dat de vereffenaar zoals een curator de rechten van de schuldeisers overneemt. (Daarmee is overigens niet gezegd dat er geen garanties zijn omtrent een ordentelijke vereffening, zie J. Van Eetvelde, Ontbinding en vereffening van vennootschappen, Proefschrift KU Leuven, 2022, 388 e.v.).

In een arrest van 26 november 2021 kon het Hof van Cassatie deze principes bevestigen m.b.t. de bevoegdheid inzake collectieve schade voor de vereffenaar van een commanditaire vennootschap: “[Si le liquidateur] exerce ses pouvoirs dans l’intérêt de la société et des créanciers, le liquidateur ne représente que la société et non les créanciers. Il ne peut dès lors mettre en œuvre que les actions qui appartiennent à la société.

Continue reading “Is de vereffenaar een mini-curator?”

Behoort een huur- of bezettingsvergoeding na faillissement tot de onroerende boedel of de algemene boedel?

Cass. 9 december 2021 (C.21.0159)

Art. 1576 al. 1 Ger. W. bepaalt : “Huur- en pachtgelden worden vanaf het beslagexploot voor onroerend gehouden om, samen met de prijs van het onroerend goed, volgens de rang van de hypotheken te worden verdeeld.

Geldt dit ook voor gelden die worden ontvangen na faillissement? En voor een vergoeding in het kader van een bezetting ter bede? Het Hof van Cassatie deed er uitspraak over in een arrest van 9 december 2021:

Continue reading “Behoort een huur- of bezettingsvergoeding na faillissement tot de onroerende boedel of de algemene boedel?”

Can minutes of Belgian corporate bodies be drawn up in a language other than one of the national languages?

1.

Many Belgian companies and associations with international activities have a governing body with an international composition. Board meetings are often held in a language that all directors understand, such as English. It is established practice that the minutes of these meetings are then also drawn up in the same language.

However, under the current language legislation[1], a company must draw up all “acts and documents required by law and regulations[2] in Dutch, French or German, depending on the location of its place of business (“exploitatiezetel” / “siege d’exploitation”).[3]

Continue reading “Can minutes of Belgian corporate bodies be drawn up in a language other than one of the national languages?”

Nieuwe cassatierechtspraak over de toepassing van nieuwe wetten op lopende contracten

Cass. 22 november 2021

1.

De wetgever heeft de laatste jaren behoorlijk wat gesleuteld aan het contractenrecht. Soms nam hij daarbij de tijd om uitdrukkelijk te regelen in welke mate de wetswijziging in kwestie van toepassing is op lopende contracten. De praktijk prijst zich dan doorgaans gelukkig. Even goed zijn er echter gevallen waarin de wetgever die vraag niet – of onvolledig – beantwoordt. In die gevallen moet men teruggrijpen naar het zogenaamde algemeen intertemporeel recht.

2.

Tot voor kort golden er in het algemeen intertemporeel contractenrecht grosso modo drie basisregels:

  • Regel 1: in principe is de nieuwe wet niet van toepassing op lopende contracten, maar blijft de oude wet daarop van toepassing.
  • Regel 2: is de nieuwe wet echter dwingend of raakt ze de openbare orde, dan is ze toch van toepassing op lopende contracten.
  • Regel 3: de geldigheid van een contract of van een contractueel beding blijft nochtans beheerst door de wet die van kracht was ten tijde van de contractsluiting. Deze regel omvat twee aspecten: (i) contracten/clausules die geldig waren ten tijde van de contractsluiting, blijven geldig, ook na de inwerkingtreding van een wet op grond waarvan die contracten/clausules ongeldig zouden worden, en (ii) contracten/clausules die ongeldig waren ten tijde van de contractsluiting, blijven ongeldig, ook na de inwerkingtreding van een wet op grond waarvan die contracten/clausules geldig zouden worden.

Deze basisregels zijn ontwikkeld in de rechtspraak,[1] maar de wetgever is van plan om ze te codificeren in het Nieuwe Burgerlijk Wetboek. Het Wetsvoorstel houdende Boek 1 “Algemene bepalingen” van het Burgerlijk Wetboek[2] bevat inderdaad de volgende bepaling:

“Art. 1.2. Toepassing van de wet in de tijd

[…]

In afwijking van het tweede lid, blijft de oude wet van toepassing op contracten gesloten onder deze wet, tenzij de nieuwe wet van openbare orde of dwingend recht is of de toepassing ervan bepaalt op lopende contracten.

De geldigheid van het contract blijft evenwel beheerst door de wet die van toepassing was op het ogenblik van zijn totstandkoming.”

3.

In een arrest van 22 november 2021[3] heeft het Hof van Cassatie de bovenstaande regels echter deels bijgesteld.

Continue reading “Nieuwe cassatierechtspraak over de toepassing van nieuwe wetten op lopende contracten”

Short-termism in Belgian corporate governance

A teaser of the opening lecture of Tom Vos on 21 February, 6-8 pm

“The finance world’s short-termism will destroy our communities, economies and the planet” (Sasja Beslik, World Economic Forum, 2017).

“Short-termism […] is one of the greatest threats to America’s enduring prosperity” (Joe Biden, Wall Street Journal, 2016)

These quotes illustrate that stock-market short-termism is considered a big problem. But is short-termism really a problem in Belgium? And what elements of corporate governance encourage or discourage short-termist behavior? If it is a problem, what governance reforms should we consider? 

I discuss these questions on 21 February (6-8 pm) during an opening lecture for a course at the University of Antwerp on short-termism in Belgian corporate governance. Below, I already offer a teaser of this lecture.

Continue reading “Short-termism in Belgian corporate governance”

BOEK XX WER wordt (een beetje) menselijker, sneller en straffer gemaakt … maar toch niet volledig.

Een post door gastblogger Vincent Verlaeckt

Bij wet van 28 november 2021 met de niet zo bescheiden benaming “Wet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken“ werden twee aanpassingen aan boek XX WER doorgevoerd. Vroeger zou men dit eerder lezen in een reparatiewet of – als men liever geen aandacht erop wou vestigen – in een programmawet. Alles evolueert.

Continue reading “BOEK XX WER wordt (een beetje) menselijker, sneller en straffer gemaakt … maar toch niet volledig.”

The impact of the EU Restructuring Directive on the Belgian collective plan: “To class or not to class?” – that’s the question for the Belgian legislator

A post by guest blogger Jente Dengler

The official deadline for the implementation of the Directive (EU) 2019/1023 on restructuring and insolvency was scheduled for 17 July 2021. Like many other Member States, Belgium availed itself of the possibility foreseen in the Directive to benefit from an extension of the implementation period by a maximum of one year. The Directive introduces the obligation to separate creditors into different classes for the purpose of voting on restructuring plans in order to prevent vulnerable creditors from being treated unfairly in business restructurings. Such class formation for the approval of a restructuring plan is unprecedented in Belgian insolvency law and could completely upset the bargaining dynamics between stakeholders in Belgian restructurings.

In his article “The impact of the EU Restrucuring Directive on the Belgian collective plan: “To class or not to class?” – that’s the question for the Belgian legislator” (available here), guest blogger Jente Dengler discusses the potential impact of the Directive’s voting model on the Belgian restructuring practice.

A summary of the full article published in INSOL International’s Collection of Short Papers can be found below:

Continue reading “The impact of the EU Restructuring Directive on the Belgian collective plan: “To class or not to class?” – that’s the question for the Belgian legislator”

Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen

In rechtsreeks.be, het gedigitaliseerde archief van de bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven op initiatief van bibliothecaris Christophe Malliet (zie eerder hier) bevindt zich nu ook het proefschrift van Jeroen Delvoie over Orgaantheorie in rechtspersonen van privaatrecht (2010).

Toerekening aan rechtspersonen betreft de vraag wanneer schadeverwekkend handelen (met inbegrip van een stilzitten) kan worden toegerekend aan een rechtspersoon. Meestal wordt gesproken over het toerekenen van onrechtmatige daden aan de rechtspersoon, maar het gaat eigenlijk om het toerekenen van schadeveroorzakend handelen (dat op het niveau van rechtspersoon en natuurlijke persoon verschillend kan worden beoordeeld). Bij natuurlijke personen is de toerekeningsvraag een feitelijke kwestie (“wie heeft het gedaan?”). Bij een rechtspersoon dient ook een juridisch link te worden gelegd tussen het schadeverwekkend handelen enerzijds en het onstoffelijk rechtssubject dat de rechtspersoon is anderzijds.

Het voorontwerp van nieuw buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht geeft voor het eerst een expliciete regel hieromtrent met artikel 5.158, dat de aansprakelijkheid van rechtspersonen voor leden van bestuursorganen schoeit op de leest van de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde (hiervoor wordt intern verwezen naar artikel 5.157, dat de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde regelt).

Continue reading “Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen”

Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW

Het laatste nummer van het TPR is helemaal besteed aan bijdragen over het voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek.

Met Olivier Roodhooft schreef ik een bijdrage in dit thema-nummer over (i) toerekening aan rechtspersonen en (ii) de aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten (‘hulppersonen’) t.a.v. de contractuele schuldeiser van hun opdrachtgever.

Continue reading “Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW”

A blank cheque for SPACs? 

The regulator, SPAC and investor point of view – 29 October 2021

Q1 of this year will go down as the 2000 internet bubble for SPACs. There was a unique confluence of factors that drove that insane risk-seeking behaviour, particularly at a retail investor level.” – FT, 27.09.2021

The next EU Financial Law clinic (Jan Ronse Institute, KU Leuven) will deal with one of the most intriguing phenomenons of this year: “special purpose acquisition companies”, or SPACs for short.

SPACs, short for “special purpose acquisition companies”, are companies without commercial operations or material assets. Once incorporated, they aim to raise money through an IPO to then buy another already existing company. Which company will be acquired is typically unknown at the time of the IPO. Investors therefore indeed give a “blank cheque” to the SPAC.

SPACs were probably one of the hottest product in the US investment industry in early 2021. In Europe, the picture is more diverse. While there have been over 32 SPACs in the Netherlands this year to date, Belgium is still waiting for its first SPAC.

In this financial law clinic, our four distinguished speakers will explore the topic of SPACs from a regulatory, practical and investor protection perspective. They will first discuss the process of creating a SPAC and the subsequent de-SPAC procedure, with attention for the practical and regulatory challenges involved, based on practical experience with cases in the Netherlands and Luxembourg. They will then focus on the (potential) regulatory framework (prospectus, MiFID product governance, market abuse, and AIF legislation) and compare the SPAC-process with traditional IPOs. In addition, the speakers will address the question why certain Member States seem to attract many more SPACs than others, and analyze the diverse supervisory responses to the phenomenon (by ESMA and several national regulators). Finally, the speakers will discuss potential causes for the recent difficulties experienced by SPACs and the future potential of the phenomenon.

Our four speakers are experts in this area. Gregory Frigo is a senior policy officer at the European Securities and Markets Authority (ESMA) and has been working on the recent ESMA guidance on SPACs. Annemie Rombouts will present the FSMA’s recently published minimum standards for SPACs. Martijn Schoonewille, attorney at law at the Loyens&Loeff Amsterdam office, has advised several SPACs in both the Netherlands and Luxemburg.  Vanessa Marquette, attorney at law at the Loyens&Loeff Brussels office, has analyzed the regulatory constraints for SPACs in Belgium and conducted a comparative overview of the treatment of SPACs in Belgium, Luxembourg and in the Netherlands.

Continue reading “A blank cheque for SPACs? “

‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht

Verwijzingen naar niet langer bestaande of gewijzigde normatieve teksten

Wikipedia definiëert linkrot als “het fenomeen waarbij op een internetpagina met links na enige tijd steeds meer aangeklikte links niet werken, omdat de doelpagina uit de lucht is, een andere naam heeft gekregen of omdat de webpagina of site niet meer bestaat.” 

Ook in het recht kennen we linkrot: normatieve teksten (wetten, maar ook reglementen, statuten of overeenkomsten) die verwijzen naar andere normatieve teksten die niet langer bestaan of waarvan de inhoud is gewijzigd.

Continue reading “‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht”

De gemeenrechtelijke beperkingen inzake derdenverzet zijn niet van toepassing op het derdenverzet tegen een faillietverklarend vonnis (Cass. 9 september 2021)

Een post door gastblogger mr. Vincent Verlaeckt

Met het arrest van 9 september 2021 (C.21.0043.N) heeft het Hof van Cassatie nogmaals de processuele autonomie en specialiteit van de insolventiewetgeving bevestigd.

Het Hof diende zich uit te spreken over de toepasselijkheid van artikel 1122, 2de lid, 3° Ger.W. op een ingesteld derdenverzet tegen het faillietverklarend vonnis. Dit artikel bevat een opsomming van partijen die volgens gemeenrecht geen derdenverzet kunnen aantekenen.

Continue reading “De gemeenrechtelijke beperkingen inzake derdenverzet zijn niet van toepassing op het derdenverzet tegen een faillietverklarend vonnis (Cass. 9 september 2021)”

%d bloggers like this: