Over het fiscaal statuut van de vaste vertegenwoordiger

Arrest Cassatie schept duidelijkheid(?)

In een arrest van 23 januari 2020 (F.18.0079.N) oordeelde het Hof van Cassatie dat de ‘vaste vertegenwoordiger’ van een bestuurder-rechtspersoon in een andere vennootschap kwalificeert als een ‘bedrijfsleider’ in de zin van art. 32, eerste lid, 1° WIB 1992.

De feiten die aan het arrest ten grondslag lagen van de volgende. De heer X was aangeduid als vaste vertegenwoordiger van vennootschap A, die was aangesteld als bestuurder-rechtspersoon in vennootschap B. De echtgenote van de heer X had een geldlening verstrekt aan vennootschap B. De vraag rees nu of art. 18, lid 1, 4° WIB 1992 van toepassing was op de interesten die de vennootschap betaalde op deze geldlening.

Continue reading “Over het fiscaal statuut van de vaste vertegenwoordiger”

The Pre-pack Saga Continues: Nederlandse Hoge Raad geeft Europees Hof van Justitie een “tweede kans”

Na Smallsteps (en Plessers), nu Heiploeg

De Nederlandse Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag in de context van de pre-pack waarin de Heiploeg concern verkeerde twee prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Deze vragen spruiten voort uit de onvrede in de Nederlandse insolventierechtelijke doctrine over het arrest Smallsteps: de redenering van het Hof van Justitie is bekritiseerbaar en de gevolgen van de uitspraak zijn onwenselijk (zie in dat verband bv. een recente empirische studie over het gunstig effect van pre-packs op het behoud van werkgelegenheid). In het voorgemeld arrest Smallsteps heeft het Hof van Justitie (grof gesteld) geoordeeld dat de pre-pack praktijk niet valt onder de categorische uitzondering in artikel 5(1) van de Europese richtlijn 2001/23/EC. Een pre-pack mag dan wel een faillissementsprocedure of soortgelijke procedure zijn (eerste toepassingsvoorwaarde), maar het hoofddoel van een pre-pack is niet de liquidatie van het vermogen van de vervreemder (tweede toepassingsvoorwaarde) én de pre-pack praktijk staat niet onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie (derde toepassingsvoorwaarde). Dat wil zeggen dat bij een pre-pack de werknemers in principe mee moeten overgaan met de overgedragen onderneming (art. 3 van die richtlijn), zij het dat die bepaling geen beletsel vormt voor ontslagen die zijn ingegeven door additionele redenen van economische, technische of organisatorische aard (art. 4 van die richtlijn, de zgn. ETO-redenen). Dit arrest was ook de reden dat het Belgisch stil faillissement nooit het levenslicht heeft gezien.

Met deze twee nieuwe prejudiciële vragen geeft de Nederlandse Hoge Raad aan het Europees Hof van Justitie de kans om haar standpunt in Smallsteps te herzien of te verduidelijken. Het antwoord op die vragen heeft mogelijk ook implicaties voor het Belgisch stil faillissement en/of de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder het gerechtelijk gezag (dat sinds het Europese arrest Plessers met veel onzekerheid is omgeven).

De prejudiciële vragen luiden als volgt: Continue reading “The Pre-pack Saga Continues: Nederlandse Hoge Raad geeft Europees Hof van Justitie een “tweede kans””

Twee jaar Wet Hervorming Ondernemingsrecht: vereenvoudigen is niet simpel

Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht

De Wet Hervorming Ondernemingsrecht werd twee jaar geleden afgekondigd (zie hier voor een overzicht van de belangrijkste wijzigingen). Deze wet schafte de handelaar af als aanknopingspunt en stelde een formeel ondernemingsbegrip (art. I.1,1° WER) in de plaats. Daarbij stond vereenvoudiging voorop. Tijd voor een evaluatie van deze peuter. Continue reading “Twee jaar Wet Hervorming Ondernemingsrecht: vereenvoudigen is niet simpel”

Interest van leningen als beroepskost: Cassatie stelt duidelijke (?) grenzen

In fiscale middens werd (reikhalzend) uitgekeken naar de tussenkomst van het Hof van Cassatie in de discussie of interesten van een lening die door een vennootschap werd aangegaan voor de financiering van een kapitaalvermindering of dividenduitkering kwalificeren als beroepskosten in de zin van artikel 49, eerste lid, WIB92. Deze tussenkomst is er nu met het Nyrstar-arrest. Continue reading “Interest van leningen als beroepskost: Cassatie stelt duidelijke (?) grenzen”

Faillissement: het Hof van Cassatie redt de hypothecaire schuldeisers die vergeten een aangifte van schuldvordering te doen

Een post door gastblogger Vincent Verlaeckt

In zijn arrest van 12 maart 2020 (Nr. C.19.0437.N) heeft het Hof een einde gemaakt aan een jarenlange discussie in de rechtsleer en rechtspraak over de gevolgen voor een hypothecaire schuldeiser die heeft nagelaten tijdig een aangifte van schuldvordering te doen in het passief van zijn gefailleerde schuldenaar. Continue reading “Faillissement: het Hof van Cassatie redt de hypothecaire schuldeisers die vergeten een aangifte van schuldvordering te doen”

Verwachte Covid-19 solvabiliteitsproblemen nopen fiscus tot soepelere positie bij vrijstelling waardevermindering op handelsvorderingen

Een post door gastblogger mr. Elien Van Malder

De fiscale administratie verwacht dat de uitzonderlijke situatie die werd veroorzaakt door de verspreiding van Covid-19 en de opgelegde maatregelen nadelige gevolgen zullen hebben voor de solvabiliteit van sommige ondernemingen. De fiscus legt daarom enige soepelheid aan de dag bij de analyse van de vrijstellingsvoorwaarden van de waardeverminderingen op handelsvorderingen in haar circulaire 2020/C/45 van 23 maart 2020. Continue reading “Verwachte Covid-19 solvabiliteitsproblemen nopen fiscus tot soepelere positie bij vrijstelling waardevermindering op handelsvorderingen”

Ondernemingsrecht in tijden van corona

Het coronavirus laat het recht niet onberoerd (zie wat het contractenrecht betreft, de bijdrage van professor Dirix). Op korte termijn wordt een ad hoc oplossing gezocht voor acute problemen. Op (middel)lange termijn moet de verhouding tussen recht en crisis als zodanig worden onderzocht (zie reeds, E.R. Muller, T. Hartlief, B.F. Keulen & H. Kummeling, “Crises, rampen en recht”, Handelingen NJV, 144e jaargang/2014-I, Deventer, Kluwer 2014, PDF). Hoe moet het recht omgaan met een wereldwijde crisis? Versterkt of tempert het recht de crisis? Kan het recht crisisbestendig gemaakt worden? De vraag stellen is ze voor een keer niet beantwoorden. Continue reading “Ondernemingsrecht in tijden van corona”

Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers

Post door Frederik de Leo (KU Leuven en UHasselt), Wiepke Bartstra (UvA) en Aart Jonkers (UvA)

Het Nederlandse wetsvoorstel voor de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) maakt een dwangakkoord buiten faillissement mogelijk en voorziet daarbij in een stemming in klassen. Als een klasse tegen het reorganisatieplan stemt, dan kan de rechter alsnog overgaan tot homologatie van dat plan via een categorie-overschrijdende cram down. Artikel 384, lid 4, onderdeel b geeft daarbij aan de tegenstemmende klasse van schuldeisers het recht om uitbetaling in cash geld/contanten te eisen ten bedrage van wat zij naar verwachting in faillissement zou ontvangen. Dit lijkt op het eerst gezicht onschuldig, maar betreft in werkelijkheid een doorgedreven bescherming voor schuldeisers met zekerheidsrechten. Die bescherming is onnodig, in strijd met de grondbeginselen van de WHOA en kan een hold-out positie met nuisance value creëren voor de economisch reeds machtige schuldeisers, ten nadele van de zwakkeren die mogelijk wel bescherming verdienen. Bovendien is deze regel, voor zover ons bekend, uniek in internationaal perspectief en is ze in onze ogen een gevaarlijk experiment. Continue reading “Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers”

Verkrijging te goeder trouw van financiële activa

Doctoraatsseminarie Marc Van de Looverbosch (KU Leuven)

Net als de gewone colleges aan de KU Leuven, worden ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus/a zijn/haar werk in uitvoering voorstelt, online gehouden dezer dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om presentaties van zulke doctoraatsseminaries hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen.

Vandaag: Marc Van de Looverbosch met zijn presentatie waarvoor als titel geldt “Bezit, geld, titel: verkrijging te goeder trouw van financiële activa”. Continue reading “Verkrijging te goeder trouw van financiële activa”

Vult de geconflicteerde bestuurder het aanwezigheidsquorum?

Een post door gastbloggers Victor Burki en Stefan Mees (Linklaters)

Met de invoering van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna “WVV”)[1], werd ook gesleuteld aan de belangenconflictregeling voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap. Deze regeling, die vroeger terug te vinden was in art. 259 van het Wetboek van vennootschappen (hierna “W.Venn.”)[2] voor de BVBA (met een college van zaakvoerders) en in art. 523 W.Venn. voor de NV, staat vandaag in art. 5:76 WVV voor de BV en in art. 7:96 WVV voor de NV.

De nieuwe bepaling is inhoudelijk niet sterk gewijzigd, behalve dat voortaan in elke vennootschap een onthoudingsplicht wordt opgelegd aan de geconflicteerde bestuurder[3]. Onder het oude W.Venn. gold reeds een onthoudingsplicht voor geconflicteerde bestuurders in genoteerde vennootschappen.[4] In het nieuwe WVV wordt deze onthoudingsplicht uitgebreid tot bestuurders van alle vennootschappen.

De vraag rijst meteen wat het gevolg is van deze regel voor de berekening van de aanwezigheids- en meerderheidsvereisten voor vergaderingen van een (collegiaal) bestuursorgaan. Deze blogpost onderzoekt hoe men het aanwezigheidsquorum en de meerderheid moet berekenen wanneer een of meerdere bestuurders zich dienen te onthouden omwille van een belangenconflict. Dit is bijzonder relevant wanneer de helft of meer van de bestuurders een belangenconflict heeft.

Vullen geconflicteerde bestuurders het aanwezigheidsquorum? Hoe wordt de beslissingsmeerderheid dan berekend? Wat wanneer een meerderheid van de bestuurders geconflicteerd is? Moet er in dat geval doorverwezen worden naar de algemene vergadering? Continue reading “Vult de geconflicteerde bestuurder het aanwezigheidsquorum?”

De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap

Doctoraatsseminarie Roel Verheyden (KU Leuven)

Net als de gewone colleges gaat ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus zijn of haar werk in uitvoering voorstelt, online deze dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om de presentatie door de doctorandus hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen. Vandaag: Roel Verheyden over “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”.

Op het menu onder meer een overzicht van de gevallen van collectieve en individuele schade, een rechtsvergelijkend overzicht van de rol van individuele schuldeisers bij de uitoefening van de vordering voor collectieve schade en een eigen voorstel voor een hertekening van het afgeleid vorderingsrecht ingevoerd in art. XX.225 WER. Continue reading “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”

Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing

A guest post by Michiel Stuyts

The new corona virus affects all aspects of our lives. As law reflects human activity, so does COVID-19 raise questions in virtually all legal domains. Securities law is no exception. Due to the threat that the virus poses for financial market stability, short selling is being temporarily banned left and right[1] and is monitored more strictly[2] and supervisory authorities have started warning against fraudulent schemes attempting to profit from ongoing market volatility[3]. As regards market abuse, the European Securities and Markets Authority (ESMA) is well aware of the risk that the new corona virus poses for insider dealing and has stated that “issuers should disclose as soon as possible any relevant significant information concerning the impacts of COVID-19 on their fundamentals, prospects or financial situation in accordance with their transparency obligations under the Market Abuse Regulation”[4]. However, due to the pervasive nature of the virus and the drastic extent of governmental measures taken to combat it, it seems that the market abuse risk lies not so much with individual issuers and their shares but is rather elevated to a wholly different level.

Recently newspapers have reported that certain US senators have dumped their personal stock in January and February 2020 before the severity of the virus’ consequences on the US health system, economy and stock market became clear to the public[5]. Some of the senators reportedly received private briefings about the virus from administration officials. All the while, President Trump confirmed his confidence in the stock market through his favourite social media outlet[6]. Calls for the senators’ resignation due to alleged insider dealing grow increasingly loud. It is unclear how the US Securities and Exchange Commission (SEC) will tackle this matter, if at all.

It is interesting to assess the case from an EU law perspective. Continue reading “Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing”

Garantieregeling voor particulieren en bedrijven getroffen door coronacrisis

De coronacrisis betekent een regelrechte aanslag op de liquiditeit van vele ondernemingen. Om het economisch weefsel intact te houden, heeft de federale regering op initiatief van de Minister van Financiën en met ondersteuning van de Nationale Bank van België, een overeenkomst uitgewerkt met de financiële sector. Details van deze overeenkomst zijn vandaag gepubliceerd op de website van de Nationale Bank. Continue reading “Garantieregeling voor particulieren en bedrijven getroffen door coronacrisis”

Ondertussen in Nederland – hervorming van het insolventierecht

Met de invoering van boek XX WER heeft de Belgische wetgever het insolventierecht recent op punt gesteld. Verwacht wordt dat de coronacrisis op korte termijn tot bepaalde bijsturingen zal leiden. De basis is er echter, met het faillissement (gericht op liquidatie) enerzijds en de gerechtelijke reorganisatie (gericht op continuïteit) anderzijds. In die zin is België voorbereid op de nakende crisis. De situatie is anders in Nederland. Daar woedt het debat over de hervorming van het insolventierecht reeds geruime tijd, met een voor Belgische juristen verrassende academische intensiteit. Dit debat is vorige week in een stroomversnelling geraakt (zie de berichtgeving hierover in het FD). Continue reading “Ondertussen in Nederland – hervorming van het insolventierecht”

De openportaalbenadering (nu meer dan ooit)

Elk advocatenkantoor heeft ondertussen via LinkedIn laten weten dat het beschikbaar blijft voor haar cliënten. Dit is het minste van wat – volgens de wetgever – een essentiële beroepsgroep verwacht mag worden. Huidige post is geen reclame maar strekt er gewoon toe de fundamentals van de procedure van gerechtelijke reorganisatie in herinnering te brengen, en dan in het bijzonder de openportaalbenadering. Continue reading “De openportaalbenadering (nu meer dan ooit)”