TPR Wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden over vermogenssplitsing ~ Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven)

maandag 1 april 2019 om 16.00 uur, het Kleine Auditorium van het Academiegebouw (Rapenbrug 73, Leiden)

In het kader van de TPR-wisselleerstoel 2019 aan de Universiteit Leiden, houdt professor Joeri Vananroye op maandag 1 april 2019 om 16.00 uur zijn oratie met als titel:

Over de schutting:
de ongelijke waardering van vermogenssplitsing
in het burgerlijk en het ondernemingsrecht

De plechtigheid vindt plaats in het Kleine Auditorium van het Academiegebouw (Rapenbrug 73, 2311 GJ Leiden, Nederland). Vananroye doceert aan de KU Leuven ondernemingsrecht en economische analyse van het recht.

*  *  * Continue reading “TPR Wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden over vermogenssplitsing ~ Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven)”

Technologie & recht: Juridische reflecties over disruptieve technologieën en digitale transformaties

Studiedag Jura Falconis – 29 maart 2019

Ter gelegenheid van het nieuwe vak “Technologie en recht” aan de KU Leuven onder verantwoordelijkheid van professor Peggy Valcke, neemt Jura Falconis samen met professor Valcke de invloed van nieuwe technologie in verschillende rechtstakken onder de loep op de Jura Falconis Studiedag op vrijdag 29 maart 2019

Verschillende sprekers zullen ingaan op de invloed, problemen en opportuniteiten die de technologie stelt in hun specialisatie.

PROGRAMMA

Continue reading “Technologie & recht: Juridische reflecties over disruptieve technologieën en digitale transformaties”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Op vrijdag 26 april 2019 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 26ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

  • Hercodificatie en de rechtbank van de toekomst” door prof. Koen GEENS, minister van Justitie
  • Het nieuwe bewijsrecht” door prof. Benoît ALLEMEERSCH, deeltijds hoogleraar Instituut voor Gerechtelijk Recht KU Leuven, advocaat bij Quinz
  • Bestrijding van illegale handel” door prof. Bert DEMARSIN, hoofddocent Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven, Campus Brussel en KULAK
  • Besturen onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen: wat verandert voor bestuurders van rechtspersonen?” door prof. Marieke WYCKAERT, hoogleraar Jan Ronse-instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht KU Leuven, advocaat bij Eubelius
  • Intertemporeel recht (werking van de wet in de tijd)” door dr. Thijs Vancoppernolle, advocaat bij Quinz, vrijwillig wetenschappelijk medewerker Centrum voor Rechtsmethodiek KU Leuven
  • Fiscale implicaties van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen” door prof. Luc DE BROE, gewoon hoogleraar fiscaal recht KU Leuven, advocaat bij Laga
  • Overleeft de maatschap de hervormingen van het ondernemings-, insolventie- en vennootschapsrecht?” door prof. Joeri VANANROYE, hoofddocent Instituut voor Handels-en Insolventierecht KU Leuven, advocaat bij Quinz

Van VSO naar CV erkend als SO

Michiel D’herde in TRV-RPS

In een eerdere blogpost schreef Michiel D’herde reeds over de VSO, en betoogde hij dat een bijzondere vennootschapsvorm voor sociale ondernemingen ook onder het nieuwe vennootschapsrecht bestaansreden heeft.

Inmiddels verscheen in het RPS-TRV een uitgebreid artikel van de hand van deze auteur over de reïncarnatie van de VSO in de coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming, zoals opgenomen in het inmiddels goedgekeurde WVV.

De auteur betoogt: Continue reading “Van VSO naar CV erkend als SO”

De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen

Bespreking van Cass. 2 februari 2018

Vorig jaar las u hier over het merkwaardige arrest van het Hof van Cassatie dd. 2 februari 2018 (“New Super Marché de la Remorque”) over aansprakelijkheid als aandeelhouder van een zaakvoerder in een Comm.V.

Inmiddels werd bij dit arrest een noot gepubliceerd in het TRV-RPS door Joris Lannoy (“De gewaagde positie van een externe zaakvoerder in de gewone commanditaire vennootschap”, noot onder Cass. 2 februari 2018), TRV-RPS 2018, 900 e.v.).

De auteur verdedigt dat een Comm.V. geldig kan worden opgericht met een structuur waarbij de beherende en stille vennoot zelf vennootschappen zijn, en met een zaakvoerder-natuurlijke persoon die zelf geen vennoot is maar wel controle uitoefent over beide vennoten-rechtspersonen.

Hij stelt echter vast dat zulke structuur in geval van financiële moeilijkheden een uitnodiging in zich draagt voor schuldeisers of curator om, de onbeperkte aansprakelijkheid van een beherend vennoot indachtig, te pogen aan te tonen dat de schijnbaar externe zaakvoerder ook als (beherend) vennoot van de Comm.V. moet worden beschouwd. Continue reading “De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen”

Is kennelijk grove fout nog gedekt door cap op bestuursaansprakelijkheid ?

Kleine bug in de cap

De cap op bestuursaansprakelijkheid in het WVV is goeddeels ontzenuwd, zoals eerder gesignaleerd. Door een amendement te elfder ure geldt de aansprakelijkheidsbeperking immers enkel nog voor toevallige lichte fouten (artikel 2:57, § 3, 1° WVV). Dergelijke kleinere zonden leiden echter in de praktijk hoe dan ook zelden tot bestuursaansprakelijkheid.

Een dergelijke spoedamputatie laat onvermijdelijk enkele kleine littekens na.

Continue reading “Is kennelijk grove fout nog gedekt door cap op bestuursaansprakelijkheid ?”

‘La bonne foi la plus stricte’

Een flexibel vennootschapsrecht vraagt een scherpe fiduciaire verplichting

Zoals bekend had in een eerste periode na de afkondiging van de Code Civil de goede trouw van artikel 1134 BW lang niet de belangrijke functie die het vandaag heeft in het contractenrecht. Eén van de auteurs die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het aanzwengelen van de rol van goede trouw in het Franse – en bij uitbreiding Belgische – recht is René Demogue (1872-1938). De argumentatie hiervoor vond Demogue in het contract van vennootschap (vandaag zouden we zeggen: de maatschap). De goede trouw die bij de maatschap werd aanvaard zag hij als de uitdrukking van een algemene regel voor alle overeenkomsten:

“Les contrats forment une sorte de microcosme; c’est une petite société où chacun doit travailler pour un but commun qui est la somme des buts individuels poursuivis par chacun, absolument comme dans la société civile ou commercial. Alors, à l’opposition entre le droit du créancier et l’intérêt du débiteur, tend à se substituer une certaine union.“

(R. Demogue, Traité des obligations en général, VI, 1931, nr. 3.)

Hoewel niemand het resultaat betwist, lijkt de redenering van Demogue me betwistbaar. Een vennootschap is geen contract zoals een ander. In een gewone overeenkomst hebben partijen tegengestelde belangen die ze egoïstisch mogen nastreven; de eisen van de goede trouw stellen hieraan negatieve grenzen. In een vennootschap is er een gemeenschappelijk belang; de eisen van de goede trouw leggen bij de behartiging van het samenlopend belang meer verregaande positieve plichten op. Als de regels van de maatschap de uitdrukking vormen van een gemeen recht, is het er een voor wat de hedendaags doctrine soms wel organizational contracts noemt.

*    *
*

De eisen van de goede trouw in een vennootschapscontext zijn onder meer veel ruimer dan louter het verbod op rechtsmisbruik. Geens en Wyckaert schrijven: Continue reading “‘La bonne foi la plus stricte’”

WVV goedgekeurd in Kamer – keuze voor nieuw regime mogelijk vanaf 1 mei 2019

CaptureZo-even werd door de plenaire vergadering van de Kamer de invoeringswet van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd. Na ondertekening door de Koning wordt dit wet.

De tekst die gisteren in de Commissie Handelsrecht werd goedgekeurd en aan de plenaire vergadering werd voorgelegd is hier te vinden.

De wet treedt in werking op 1 mei 2019. Continue reading “WVV goedgekeurd in Kamer – keuze voor nieuw regime mogelijk vanaf 1 mei 2019”

‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?

Post door gastblogger Arne Weemaes (student UA)

De regelgeving inzake de ontbinding en vereffening van vennootschappen is sinds 1995 meermaals gewijzigd. Aangezien de wetgever zich hierbij steeds beperkte tot specifieke onderdelen, bleven heel wat fundamentele aspecten onduidelijk of zelfs onbehandeld. Het gaat met name over de problematiek betreffende de sluiting van de vereffening en haar rechtsgevolgen. De bestaansreden van deze problematiek kan worden teruggebracht tot de formalistische opvatting van de sluiting van de vereffening door het Hof van Cassatie (Cass. 22 maart 1962, Pas. 1962, 80). Volgens die opvatting wordt de vereffening afgesloten door een formeel besluit van de algemene vergadering, ongeacht of de vereffening ook effectief inhoudelijk werd voltooid.

Het belangrijkste gevolg van deze formalistische opvatting is dat de mogelijkheid bestaat dat er bepaalde activa of passiva niet in de vereffeningsprocedure werden opgenomen en deze aldus ‘vergeten’ bestanddelen pas na de afsluiting van de vereffening worden opgemerkt. Gelet op het feit dat de (actieve) rechtspersoonlijkheid van de vennootschap reeds na de sluiting van de vereffening is uitgedoofd, vormt de hypothese van ‘vergeten’ activa en passiva een aanzienlijk probleem. In dat verband rijst nl. de vraag in welke mate de vennootschap, de vennoten en de schuldeisers ten opzichte van elkaar nog rechten kunnen laten gelden. Daar waar het huidige recht ter zake geen adequaat antwoord biedt, bevat het ontwerp-WVV een gloednieuwe regeling inzake deze kwestie.

Deze blogpost zal eerst stilstaan bij de mogelijkheden die vandaag bestaan wanneer men na de sluiting van de vereffening wordt geconfronteerd met ‘vergeten’ vermogensbestanddelen. Daarna volgt een analyse van de toekomstige regelgeving die de aangehaalde problematiek het hoofd tracht te bieden. Teneinde de relevante principes helder weer te geven, wordt een opdeling gemaakt tussen enerzijds ‘vergeten’ activa en anderzijds ‘vergeten’ passiva. Continue reading “‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?”

Nagelaten bekentenis van een onboetvaardig examinator

Tevens: vingerwijzingen bij het schrijven van een juridisch advies

De eerste examenperiode is dood en bijna begraven. De vrijheid van een nieuw semester is een goede gelegenheid voor enkele reflecties over winnende strategieën bij het beantwoorden van examenvragen. We doen dit voor de courante examenvorm van een vraag om een juridisch advies.  Hopelijk zijn de vingerwijzingen ook nuttig voor jonge juristen die gevraagd worden om advies te geven.

We starten met een akelig geheimpje over examinatoren; we bespreken de implicaties van de partijdige en voorspellende aard van een advies; en we eindigen met een syllabus errorum: een niet-uitputtende bespreking van courante valkuilen.

Only human after all: gebruiksaanwijzing voor de omgang met examinatoren

(1)

Als je schrijft, – wat je ook schrijft –, moet je altijd de lezer voor ogen houden. Die lezer is een mens. Die mens heeft misschien slecht geslapen, staat hoogstwaarschijnlijk onder tijdsdruk, heeft misschien geen intrinsieke interesse in je tekst en zou zich veel liever overgeven aan de verzamelde werken van Kavafis of de laatste aflevering van Temptation Island.

Die menselijkheid is ongetwijfeld een ernstig gebrek in hoofde van de lezer, maar wel een dat het probleem van de schrijver is. De lezer heeft altijd gelijk, zelfs al heeft de lezer ongelijk. Continue reading “Nagelaten bekentenis van een onboetvaardig examinator”

HvJ bevestigt dat paulianeuze onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens faillissement onder Brussel I-verordening valt

Hof van Justitie volgt conclusie van AG Bobek in de zaak C 535/17

Op 6 februari 2019 bevestigde het Hof van Justitie de conclusie van de advocaat-generaal (zie hier) dat ook een paulianeuze onrechtmatige daadsvordering (de zgn. Peeters/Gatzen-vordering naar Nederlands recht) ingesteld tijdens het faillissement van een vennootschap onder het toepassingsgebied van de Brussel I-verordening valt (for an excellent review in English: see the analysis of prof. G. Van Calster, especially with regard to the consequences of the ECJ-judgement for the applicable law in this area). Continue reading “HvJ bevestigt dat paulianeuze onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens faillissement onder Brussel I-verordening valt”

TPR-Wisselleerstoel 2019 aan UGent: “‘n Unieke Benadering tot Skuldverligting aan Oorbelasde Kredietverbruikers in Suid-Afrika”

Inaugurale lezing door prof. dr. Corlia Van Heerden donderdag 14 maart 2019 om 16u.

De inaugurale lezing van de TPR-Wisselleerstoel 2019 over:

Die Nasionale Kredietwet 34 van 2005: ‘n Unieke Benadering tot Skuldverligting aan Oorbelasde Kredietverbruikers in Suid-Afrika

door prof. Corlia Van Heerden (Universiteit Pretoria, Zuid-Afrika), TPR-Wisselleerstoelhouder aan de UGent, vindt plaats op donderdag 14 maart 2019 om 16u. in de Academieraadzaal, Campus Aula, Voldersstraat 9, 9000 Gent. Inschrijven is hier mogelijk.

Wetsontwerpen met aanpassing fiscale bepalingen aan WVV: teksten zoals goedgekeurd door de Kamercommissie Financiën

Op de website van de Kamer verschenen de teksten zoals die in de Kamercommissie Financiën werden goedgekeurd van de fiscale wetsontwerpen tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hier) en tot regeling van de overgang van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting naar de onderwerping aan de vennootschapsbelasting (hier).

Dit laatste werd eerder hier besproken door Tom Bonne.

Deze wetsontwerpen worden nu voorgelegd aan de plenaire vergadering.  Daarmee staan de flankerende fiscale bepalingen even ver als het ontwerp-WVV zelf. Verwacht kan worden dat ook de tekst van het bijkomend advies van de Raad van State over amendementen op het ontwerp-WVV binnenkort publiek beschikbaar wordt.

Feniks-vennootschappen naar Belgisch recht

De goederen van een onderneming zullen in het economisch verkeer vaak als een eenheid worden beschouwd. Deze goederen worden immers verbonden door één gezamenlijke bestemming, nl. de betrokken economische activiteit. In de regel zal de waarde van het geheel van de ondernemingsgoederen ook groter zijn dan de som van de waarde van de afzonderlijke onderdelen. De ondernemingsgoederen in hun geheel bieden immers een winstvermogen dat bij een opsplitsing verloren gaat (going-concern-waarde). Naar die meerwaarde van de onderneming als een geheel wordt vaak verwezen als naar goodwill of clientèle. Dit is de waarde die voortvloeit uit de mogelijkheid van toekomstige bestellingen en dit dankzij de activa van de onderneming. Clientèle is aldus een bijkomende waarde die de onderneming heeft bovenop de waarde van de lichamelijke en onlichamelijke activa in juridische zin.

Clientèle wordt vaak omschreven als een res nullius. In de zakenrechtelijke zin van het woord is het echter helemaal géén res: enkel bedrijfseconomisch is het een goed. Mertens drukt het in een andere context zo uit: “Cliënteel is dan (slechts) in die zin ‘eigendom’ dat de ‘afwerving’ ervan slechts toegestaan is wanneer die volgens de gekende spelregels (en dus op rechtmatige wijze) gebeurt.” (D. Mertens, “Bescherming van cliënteel”, RW 2010-11, (1458) 1468, nr. 15.) Een gerechtvaardigde verwachting op toekomstige contracten is geen goed in de klassieke zakenrechtelijke zin, zelfs geen onlichamelijk recht (zie E. Dirix, “Overdracht van en beslag op toekomstige schuldvorderingen, In het nu, wat worden zal, Opstellen Schoordijk, Deventer, Kluwer, 1991, (39) 43, nr. 5).

Dit heeft belangrijke gevolgen indien schuldeisers de goederen willen uitwinnen. De onderneming bestaat immers uit afzonderlijke goederen met een verschillende aard (roerende en onroerende, lichamelijke en onlichamelijke). Continue reading “Feniks-vennootschappen naar Belgisch recht”

De bescherming van de rechten van de mens door een rechtspersoon: een nieuwe rechtsvordering in het collectief belang

Art. 17 Ger.W. gewijzigd en de rechtsvorderingen ter bescherming van collectieve belangen op mekaar afgestemd

Artikel 137 van de Wet van 21 december 2018  houdende diverse bepalingen betreffende justitie (Staatsblad 31 december 2018) vult artikel 17 van het Ger.W. (vereiste van hoedanigheid en belang)  aan met de volgende alinea:

“De rechtsvordering van een rechtspersoon, die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, is eveneens ontvankelijk onder de volgende voorwaarden:
1° het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is van bijzondere aard, onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang;
2° de rechtspersoon streeft op duurzame en effectieve wijze dit maatschappelijk doel na;
3° de rechtspersoon treedt op in rechte in het kader van dat maatschappelijk doel, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel;
4° de rechtspersoon streeft met zijn rechtsvordering louter een collectief belang na.”

Continue reading “De bescherming van de rechten van de mens door een rechtspersoon: een nieuwe rechtsvordering in het collectief belang”