Wanneer ben je een onderneming?

Ben je een ondernemer wanneer je online oude fietsen verkoopt? En hoe zit dat dan fiscaal? Continue reading “Wanneer ben je een onderneming?”

De na- en voordelen van vermogenssplitsing

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (2)

In een vorige post bleek dat het ondernemingsrecht positiever aankijkt tegen vermogenssplitsing (beperkte aansprakelijkheid en afgescheiden vermogen) dan het privaatrecht.

Laten we dit vooropstellen: de traditionele weerzin tegen vermogenssplitsing is volkomen te begrijpen. De nadelen van beperkte aansprakelijkheid en afgescheiden vermogen zijn evident.

Wie geniet van beperkte aansprakelijkheid wordt verleid tot roekeloos gedrag. Hoog rendement gaat vaak samen met een groot risico. Beperkte aansprakelijkheid laat toe om het rendement zelf ten volle te genieten en het risico grotendeels af te wentelen op derden. Als de vennootschap insolvent is kan de aandeelhouder de sleutels afgeven aan de schuldeisers en zonder verdere aansprakelijkheid vertrekken. Beperkte aansprakelijkheid stimuleert een activiteit, heet het vaak. Dat is juist, maar het recht is er net vaak op ingesteld om activiteiten af te remmen, bv. als het negatieve effecten voor derden heeft. Aansprakelijkheid zorgt ervoor dat het rechtssubject deze externaliteiten internaliseert en er terug rekening mee houdt in zijn gedrag. Beperkte aansprakelijk kan deze internalisering ongedaan maken.

Ook het afschermen van activa van schuldeisers laat toe om te ontkomen aan aansprakelijkheid. In dat opzicht zijn beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding, hoewel juridisch verschillende technieken, economisch erg gelijkend. Het verschil zit ‘m in de klasse van schuldeisers die getroffen worden: de vennootschapsschuldeisers door beperkte aansprakelijkheid, de persoonlijke schuldeisers door vermogensafscheiding.

Zich onttrekken aan aansprakelijkheid is problematisch omdat aansprakelijkheid de belangrijkste remedie is die de jurist in zijn of haar gereedschapskist heeft. Continue reading “De na- en voordelen van vermogenssplitsing”

Invoeringswet WVV gepubliceerd

In het Belgisch Staatsblad van vandaag (2019-04-04) verscheen de Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen (blz. 33239).

Het WVV als middel tegen terreur: strengere transparantieverplichtingen voor VZW’s en stichtingen

Nog voor de goedkeuring van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verengingen (WVV) werd er in de Kamercommissie Handels – en Economisch Recht al een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van datzelfde WVV. Concreet voorziet het wetvoorstel in een algemene verplichting voor VZW’s en stichtingen om hun jaarrekening bij de NBB neer te leggen en de verplichting om alle inkomende en uitgaande giften te registreren.

Het ingediende wetsvoorstel beoogt meer transparantie te verkrijgen inzake de financiering van VZW’s, IVZW’s en stichtingen en is bedoeld als een anti-terreurmaatregel. Hoewel het goedgekeurde WVV hierover geen woord rept, hebben een aantal volksvertegenwoordigers alsnog een wetsvoorstel ingediend om hier aan tegemoet te komen. Continue reading “Het WVV als middel tegen terreur: strengere transparantieverplichtingen voor VZW’s en stichtingen”

Waarom wordt vermogenssplitsing anders gewaardeerd in het burgerlijk en het ondernemingsrecht?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (1)

Wie een handboek burgerlijk recht uit de 19de eeuw openslaat krijgt een zeer duidelijk beeld. Alle goederen van een persoon gelden als onderpand voor het nakomen van al zijn schulden. Het is daarbij niet toegelaten om, buiten de wet om, rond bepaalde goederen een schutting te plaatsen en die af te schermen voor bepaalde schuldeisers of net voor te bestemmen voor bepaalde schuldeisers. Vermogenssplitsing door middel van beperkte aansprakelijk of vermogensafscheiding kan een persoon niet zomaar zelf opzetten. In de Frans-Belgische traditie wordt dit meestal zo uitgedrukt: elke persoon heeft één en slechts één vermogen. Vermogenssplitsing wordt scheef bekeken.

Wat is het beeld op in de 21ste eeuw? Wel dat is op het eerste zicht verrassend gelijkaardig. Het voornoemde adagium wordt nog altijd als principe vooropgesteld. Zeker de rechtsorde heeft sindsdien meerde figuren erkend die gelden als een afgescheiden vermogen, zoals een maatschapsgemeenschap, een kwaliteitsrekening of een onverdeelde boedel. Overigens nooit zonder een hevige strijd en voor sommige van die figuren zijn er nog eilandjes waar achtergebleven weerstanders moedig doorstrijden.

Het principe en de dwingendrechtelijke aard van dit principe zijn echter nauwelijks betwist. Het nieuwe ontwerp van goederenrecht dat werd ingediend in de Belgische Kamer bevestigt het dan ook.

Deze oppervlakkige continuïteit verschuilt echter een langzame maar ingrijpende tectonische verschuiving. Continue reading “Waarom wordt vermogenssplitsing anders gewaardeerd in het burgerlijk en het ondernemingsrecht?”

“Het insolventierecht permanent in de steigers”

Oratie door Professor Eric Dirix bij toelating tot het emeritaat beschikbaar

Bij Intersentia verscheen in de reeks Acta Falconis de oratie die Professor Eric Dirix uitsprak bij de toelating tot het emeritaat: Het insolventierecht permanent in de steigers. Deze oratie is ook hier te consulteren via de website van de Leuvense Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Het boekje bevat ook de laudatio uitgesproken door Professor Vincent Sagaert.

Opmerkelijk in deze rede is het pleidooi voor een minder aandeelhoudersvriendelijk insolventierecht: Continue reading ““Het insolventierecht permanent in de steigers””

Belgische wetgever maakt verregaande controle mogelijk van overeenkomsten en praktijken tussen ondernemingen

Een post door gastblogger professor Evelyne Terryn (KU Leuven)

Op 21 maart 2019 heeft de voltallige Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van het WER met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken goedgekeurd. Deze wet is onder de radar gebleven hoewel hij een ingrijpende hervorming inhoudt van het ondernemingsrecht en het verbintenissenrecht en een verregaande controle toelaat van praktijken en overeenkomsten tussen ondernemingen. Continue reading “Belgische wetgever maakt verregaande controle mogelijk van overeenkomsten en praktijken tussen ondernemingen”

Uitsluiting en uittreding na faillissement: de aandeelhouder op een zinkend schip ?

Post door gastblogger Robin Olivier Karpiel (student UA)

De procedure tot uitsluiting en uittreding is een populaire manier om geschillen tussen aandeelhouders van een BVBA of een NV te regelen. Conflicten worden zo binnen de vennootschap bij de wortel aangepakt. De uitsluiting (“u moet uw aandelen aan mij verkopen”) en uittreding (“u moet aandelen van mij kopen”) kunnen dankzij de overdracht van aandelen meteen ook de oorsprong van het geschil doen verdwijnen.

In tijden van dreigende insolventie kunnen wortels van conflicten echter zeer diep groeien. Eenmaal geschillen uitvoerig worden uitgespit, kan het voor de vennootschap zelf al te laat zijn en klopt het faillissement mogelijks aan de deur.

Maar wat indien een procedure tot uitsluiting of uittreding op dat moment al is ingesteld? Dient de aandeelhouder, als een kapitein op een zinkend schip, steeds als laatste aan boord van de onderneming te blijven? Of vormt de geschillenregeling de ideale reddingsboei ten tijde van financiële moeilijkheden? Deze en gerelateerde vragen komen aan bod in deze bijdrage.

Daarbij zal niet worden nagelaten om enkele relevante wijzigingen van het (recent goedgekeurde) WVV mee te nemen. Continue reading “Uitsluiting en uittreding na faillissement: de aandeelhouder op een zinkend schip ?”

TPR Wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden over vermogenssplitsing ~ Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven)

maandag 1 april 2019 om 16.00 uur, het Kleine Auditorium van het Academiegebouw (Rapenbrug 73, Leiden)

In het kader van de TPR-wisselleerstoel 2019 aan de Universiteit Leiden, houdt professor Joeri Vananroye op maandag 1 april 2019 om 16.00 uur zijn oratie met als titel:

Over de schutting:
de ongelijke waardering van vermogenssplitsing
in het burgerlijk en het ondernemingsrecht

De plechtigheid vindt plaats in het Kleine Auditorium van het Academiegebouw (Rapenbrug 73, 2311 GJ Leiden, Nederland). Vananroye doceert aan de KU Leuven ondernemingsrecht en economische analyse van het recht.

*  *  * Continue reading “TPR Wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden over vermogenssplitsing ~ Prof. Dr. J. Vananroye (KU Leuven)”

Technologie & recht: Juridische reflecties over disruptieve technologieën en digitale transformaties

Studiedag Jura Falconis – 29 maart 2019

Ter gelegenheid van het nieuwe vak “Technologie en recht” aan de KU Leuven onder verantwoordelijkheid van professor Peggy Valcke, neemt Jura Falconis samen met professor Valcke de invloed van nieuwe technologie in verschillende rechtstakken onder de loep op de Jura Falconis Studiedag op vrijdag 29 maart 2019

Verschillende sprekers zullen ingaan op de invloed, problemen en opportuniteiten die de technologie stelt in hun specialisatie.

PROGRAMMA

Continue reading “Technologie & recht: Juridische reflecties over disruptieve technologieën en digitale transformaties”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Op vrijdag 26 april 2019 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 26ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

  • Hercodificatie en de rechtbank van de toekomst” door prof. Koen GEENS, minister van Justitie
  • Het nieuwe bewijsrecht” door prof. Benoît ALLEMEERSCH, deeltijds hoogleraar Instituut voor Gerechtelijk Recht KU Leuven, advocaat bij Quinz
  • Bestrijding van illegale handel” door prof. Bert DEMARSIN, hoofddocent Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven, Campus Brussel en KULAK
  • Besturen onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen: wat verandert voor bestuurders van rechtspersonen?” door prof. Marieke WYCKAERT, hoogleraar Jan Ronse-instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht KU Leuven, advocaat bij Eubelius
  • Intertemporeel recht (werking van de wet in de tijd)” door dr. Thijs Vancoppernolle, advocaat bij Quinz, vrijwillig wetenschappelijk medewerker Centrum voor Rechtsmethodiek KU Leuven
  • Fiscale implicaties van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen” door prof. Luc DE BROE, gewoon hoogleraar fiscaal recht KU Leuven, advocaat bij Laga
  • Overleeft de maatschap de hervormingen van het ondernemings-, insolventie- en vennootschapsrecht?” door prof. Joeri VANANROYE, hoofddocent Instituut voor Handels-en Insolventierecht KU Leuven, advocaat bij Quinz

Van VSO naar CV erkend als SO

Michiel D’herde in TRV-RPS

In een eerdere blogpost schreef Michiel D’herde reeds over de VSO, en betoogde hij dat een bijzondere vennootschapsvorm voor sociale ondernemingen ook onder het nieuwe vennootschapsrecht bestaansreden heeft.

Inmiddels verscheen in het RPS-TRV een uitgebreid artikel van de hand van deze auteur over de reïncarnatie van de VSO in de coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming, zoals opgenomen in het inmiddels goedgekeurde WVV.

De auteur betoogt: Continue reading “Van VSO naar CV erkend als SO”

De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen

Bespreking van Cass. 2 februari 2018

Vorig jaar las u hier over het merkwaardige arrest van het Hof van Cassatie dd. 2 februari 2018 (“New Super Marché de la Remorque”) over aansprakelijkheid als aandeelhouder van een zaakvoerder in een Comm.V.

Inmiddels werd bij dit arrest een noot gepubliceerd in het TRV-RPS door Joris Lannoy (“De gewaagde positie van een externe zaakvoerder in de gewone commanditaire vennootschap”, noot onder Cass. 2 februari 2018), TRV-RPS 2018, 900 e.v.).

De auteur verdedigt dat een Comm.V. geldig kan worden opgericht met een structuur waarbij de beherende en stille vennoot zelf vennootschappen zijn, en met een zaakvoerder-natuurlijke persoon die zelf geen vennoot is maar wel controle uitoefent over beide vennoten-rechtspersonen.

Hij stelt echter vast dat zulke structuur in geval van financiële moeilijkheden een uitnodiging in zich draagt voor schuldeisers of curator om, de onbeperkte aansprakelijkheid van een beherend vennoot indachtig, te pogen aan te tonen dat de schijnbaar externe zaakvoerder ook als (beherend) vennoot van de Comm.V. moet worden beschouwd. Continue reading “De gewaagde positie van de zaakvoerder van een CommV die geen vennoot is: Cassatie, WVV en het Nederlandse Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen”

Is kennelijk grove fout nog gedekt door cap op bestuursaansprakelijkheid ?

Kleine bug in de cap

De cap op bestuursaansprakelijkheid in het WVV is goeddeels ontzenuwd, zoals eerder gesignaleerd. Door een amendement te elfder ure geldt de aansprakelijkheidsbeperking immers enkel nog voor toevallige lichte fouten (artikel 2:57, § 3, 1° WVV). Dergelijke kleinere zonden leiden echter in de praktijk hoe dan ook zelden tot bestuursaansprakelijkheid.

Een dergelijke spoedamputatie laat onvermijdelijk enkele kleine littekens na.

Continue reading “Is kennelijk grove fout nog gedekt door cap op bestuursaansprakelijkheid ?”

‘La bonne foi la plus stricte’

Een flexibel vennootschapsrecht vraagt een scherpe fiduciaire verplichting

Zoals bekend had in een eerste periode na de afkondiging van de Code Civil de goede trouw van artikel 1134 BW lang niet de belangrijke functie die het vandaag heeft in het contractenrecht. Eén van de auteurs die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het aanzwengelen van de rol van goede trouw in het Franse – en bij uitbreiding Belgische – recht is René Demogue (1872-1938). De argumentatie hiervoor vond Demogue in het contract van vennootschap (vandaag zouden we zeggen: de maatschap). De goede trouw die bij de maatschap werd aanvaard zag hij als de uitdrukking van een algemene regel voor alle overeenkomsten:

“Les contrats forment une sorte de microcosme; c’est une petite société où chacun doit travailler pour un but commun qui est la somme des buts individuels poursuivis par chacun, absolument comme dans la société civile ou commercial. Alors, à l’opposition entre le droit du créancier et l’intérêt du débiteur, tend à se substituer une certaine union.“

(R. Demogue, Traité des obligations en général, VI, 1931, nr. 3.)

Hoewel niemand het resultaat betwist, lijkt de redenering van Demogue me betwistbaar. Een vennootschap is geen contract zoals een ander. In een gewone overeenkomst hebben partijen tegengestelde belangen die ze egoïstisch mogen nastreven; de eisen van de goede trouw stellen hieraan negatieve grenzen. In een vennootschap is er een gemeenschappelijk belang; de eisen van de goede trouw leggen bij de behartiging van het samenlopend belang meer verregaande positieve plichten op. Als de regels van de maatschap de uitdrukking vormen van een gemeen recht, is het er een voor wat de hedendaags doctrine soms wel organizational contracts noemt.

*    *
*

De eisen van de goede trouw in een vennootschapscontext zijn onder meer veel ruimer dan louter het verbod op rechtsmisbruik. Geens en Wyckaert schrijven: Continue reading “‘La bonne foi la plus stricte’”