Experiments

KB nr. 15: een tijdelijk wettelijk moratorium

Op vrijdag 24 april 2020 is Koninklijk besluit n° 15 betreffende de tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis in werking getreden (BS 24 april 2020, 28732, ed. 2) . Met deze regeling, die al een tijdje in de lucht hing, beoogt de Regering ademruimte te bieden aan ondernemingen die getroffen worden door de COVID-19 crisis. De kern van de regeling is een wettelijk moratorium dat ondernemingen beschermt tegen bepaalde acties van hun schuldeisers. Voorlopig geldt dit moratorium tot 17 mei 2020. Continue reading “KB nr. 15: een tijdelijk wettelijk moratorium”

Over het fiscaal statuut van de vaste vertegenwoordiger

Arrest Cassatie schept duidelijkheid(?)

In een arrest van 23 januari 2020 (F.18.0079.N) oordeelde het Hof van Cassatie dat de ‘vaste vertegenwoordiger’ van een bestuurder-rechtspersoon in een andere vennootschap kwalificeert als een ‘bedrijfsleider’ in de zin van art. 32, eerste lid, 1° WIB 1992.

De feiten die aan het arrest ten grondslag lagen van de volgende. De heer X was aangeduid als vaste vertegenwoordiger van vennootschap A, die was aangesteld als bestuurder-rechtspersoon in vennootschap B. De echtgenote van de heer X had een geldlening verstrekt aan vennootschap B. De vraag rees nu of art. 18, lid 1, 4° WIB 1992 van toepassing was op de interesten die de vennootschap betaalde op deze geldlening.

Continue reading “Over het fiscaal statuut van de vaste vertegenwoordiger”

The Pre-pack Saga Continues: Nederlandse Hoge Raad geeft Europees Hof van Justitie een “tweede kans”

Na Smallsteps (en Plessers), nu Heiploeg

De Nederlandse Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag in de context van de pre-pack waarin de Heiploeg concern verkeerde twee prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Deze vragen spruiten voort uit de onvrede in de Nederlandse insolventierechtelijke doctrine over het arrest Smallsteps: de redenering van het Hof van Justitie is bekritiseerbaar en de gevolgen van de uitspraak zijn onwenselijk (zie in dat verband bv. een recente empirische studie over het gunstig effect van pre-packs op het behoud van werkgelegenheid). In het voorgemeld arrest Smallsteps heeft het Hof van Justitie (grof gesteld) geoordeeld dat de pre-pack praktijk niet valt onder de categorische uitzondering in artikel 5(1) van de Europese richtlijn 2001/23/EC. Een pre-pack mag dan wel een faillissementsprocedure of soortgelijke procedure zijn (eerste toepassingsvoorwaarde), maar het hoofddoel van een pre-pack is niet de liquidatie van het vermogen van de vervreemder (tweede toepassingsvoorwaarde) én de pre-pack praktijk staat niet onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie (derde toepassingsvoorwaarde). Dat wil zeggen dat bij een pre-pack de werknemers in principe mee moeten overgaan met de overgedragen onderneming (art. 3 van die richtlijn), zij het dat die bepaling geen beletsel vormt voor ontslagen die zijn ingegeven door additionele redenen van economische, technische of organisatorische aard (art. 4 van die richtlijn, de zgn. ETO-redenen). Dit arrest was ook de reden dat het Belgisch stil faillissement nooit het levenslicht heeft gezien.

Met deze twee nieuwe prejudiciële vragen geeft de Nederlandse Hoge Raad aan het Europees Hof van Justitie de kans om haar standpunt in Smallsteps te herzien of te verduidelijken. Het antwoord op die vragen heeft mogelijk ook implicaties voor het Belgisch stil faillissement en/of de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder het gerechtelijk gezag (dat sinds het Europese arrest Plessers met veel onzekerheid is omgeven).

De prejudiciële vragen luiden als volgt: Continue reading “The Pre-pack Saga Continues: Nederlandse Hoge Raad geeft Europees Hof van Justitie een “tweede kans””

Twee jaar Wet Hervorming Ondernemingsrecht: vereenvoudigen is niet simpel

Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht

De Wet Hervorming Ondernemingsrecht werd twee jaar geleden afgekondigd (zie hier voor een overzicht van de belangrijkste wijzigingen). Deze wet schafte de handelaar af als aanknopingspunt en stelde een formeel ondernemingsbegrip (art. I.1,1° WER) in de plaats. Daarbij stond vereenvoudiging voorop. Tijd voor een evaluatie van deze peuter. Continue reading “Twee jaar Wet Hervorming Ondernemingsrecht: vereenvoudigen is niet simpel”

Interest van leningen als beroepskost: Cassatie stelt duidelijke (?) grenzen

In fiscale middens werd (reikhalzend) uitgekeken naar de tussenkomst van het Hof van Cassatie in de discussie of interesten van een lening die door een vennootschap werd aangegaan voor de financiering van een kapitaalvermindering of dividenduitkering kwalificeren als beroepskosten in de zin van artikel 49, eerste lid, WIB92. Deze tussenkomst is er nu met het Nyrstar-arrest. Continue reading “Interest van leningen als beroepskost: Cassatie stelt duidelijke (?) grenzen”

Faillissement: het Hof van Cassatie redt de hypothecaire schuldeisers die vergeten een aangifte van schuldvordering te doen

Een post door gastblogger Vincent Verlaeckt

In zijn arrest van 12 maart 2020 (Nr. C.19.0437.N) heeft het Hof een einde gemaakt aan een jarenlange discussie in de rechtsleer en rechtspraak over de gevolgen voor een hypothecaire schuldeiser die heeft nagelaten tijdig een aangifte van schuldvordering te doen in het passief van zijn gefailleerde schuldenaar. Continue reading “Faillissement: het Hof van Cassatie redt de hypothecaire schuldeisers die vergeten een aangifte van schuldvordering te doen”

Verwachte Covid-19 solvabiliteitsproblemen nopen fiscus tot soepelere positie bij vrijstelling waardevermindering op handelsvorderingen

Een post door gastblogger mr. Elien Van Malder

De fiscale administratie verwacht dat de uitzonderlijke situatie die werd veroorzaakt door de verspreiding van Covid-19 en de opgelegde maatregelen nadelige gevolgen zullen hebben voor de solvabiliteit van sommige ondernemingen. De fiscus legt daarom enige soepelheid aan de dag bij de analyse van de vrijstellingsvoorwaarden van de waardeverminderingen op handelsvorderingen in haar circulaire 2020/C/45 van 23 maart 2020. Continue reading “Verwachte Covid-19 solvabiliteitsproblemen nopen fiscus tot soepelere positie bij vrijstelling waardevermindering op handelsvorderingen”

Algorithm-Driven Information Gatekeepers: Legal and Regulatory Aspects

A presentation by Professor Aline Darbellay (Centre for Banking and Finance Law at the University of Geneva)

Prof. Aline Darbellay (Centre for Banking and Finance Law at the University of Geneva) discusses “Algorithm-Driven Information Gatekeepers: Legal and Regulatory Aspects” in a presentation of 15′.

She argues that information gatekeepers manage the flow of information from issuers to investors. The focus of securities regulation was traditionally laid on mandatory disclosure requirements. In modern financial markets, information production is no longer the core issue. Concern has increasingly been raised about the role of information intermediaries as screeners of relevant information. Continue reading “Algorithm-Driven Information Gatekeepers: Legal and Regulatory Aspects”

Public interest and data governance of financial market infrastructures

A presentation by Dr Joseph Lee (University of Exeter)

Dr Joseph Lee, Co-Director of Centre for Corporate and Commercial Law and  Senior lecturer in law,  University of Exeter , discusses in a slidecast the  role of financial market infrastructures (“FMI”), such as stock exchanges, in generating public goods in the age of digitalisation of data.

He identifies what public goods FMIs can produce, discusses what public interests can be achieved through these public goods and analyses the legal and regulatory implications for FMI’s data management, data policies, and data governance. Continue reading “Public interest and data governance of financial market infrastructures”

Sustainable Finance

A presentation by Arnaud Van Caenegem, PhD Researcher (KU Leuven)

Two years have passed since the European Commission published its Action Plan: Financing Sustainable Growth to mainstream sustainability into the financial system. A presentation (16′) by Mr. Arnaud Van Caenegem, PhD Researcher (KU Leuven) covers the coming about of the action plan, its objectives and the progress made, with a particular focus on the Taxonomy Regulation and the Regulation on Sustainability-related Disclosures. It also highlights the major implications of the European Green Deal for the financial sector and elaborates on the next steps in its transformation. Continue reading “Sustainable Finance”

Who owns your Bitcoins?

Recent case law from France and England

In a video  (15′), I discuss two recent judgements, one French and one English, that deal with property law aspects of Bitcoins. These precedents matter for the proprietary protection of the holder of Bitcoins and the question who is entitled to the fruits of Bitcoins. Continue reading “Who owns your Bitcoins?”

Ondernemingsrecht in tijden van corona

Het coronavirus laat het recht niet onberoerd (zie wat het contractenrecht betreft, de bijdrage van professor Dirix). Op korte termijn wordt een ad hoc oplossing gezocht voor acute problemen. Op (middel)lange termijn moet de verhouding tussen recht en crisis als zodanig worden onderzocht (zie reeds, E.R. Muller, T. Hartlief, B.F. Keulen & H. Kummeling, “Crises, rampen en recht”, Handelingen NJV, 144e jaargang/2014-I, Deventer, Kluwer 2014, PDF). Hoe moet het recht omgaan met een wereldwijde crisis? Versterkt of tempert het recht de crisis? Kan het recht crisisbestendig gemaakt worden? De vraag stellen is ze voor een keer niet beantwoorden. Continue reading “Ondernemingsrecht in tijden van corona”

Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers

Post door Frederik de Leo (KU Leuven en UHasselt), Wiepke Bartstra (UvA) en Aart Jonkers (UvA)

Het Nederlandse wetsvoorstel voor de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) maakt een dwangakkoord buiten faillissement mogelijk en voorziet daarbij in een stemming in klassen. Als een klasse tegen het reorganisatieplan stemt, dan kan de rechter alsnog overgaan tot homologatie van dat plan via een categorie-overschrijdende cram down. Artikel 384, lid 4, onderdeel b geeft daarbij aan de tegenstemmende klasse van schuldeisers het recht om uitbetaling in cash geld/contanten te eisen ten bedrage van wat zij naar verwachting in faillissement zou ontvangen. Dit lijkt op het eerst gezicht onschuldig, maar betreft in werkelijkheid een doorgedreven bescherming voor schuldeisers met zekerheidsrechten. Die bescherming is onnodig, in strijd met de grondbeginselen van de WHOA en kan een hold-out positie met nuisance value creëren voor de economisch reeds machtige schuldeisers, ten nadele van de zwakkeren die mogelijk wel bescherming verdienen. Bovendien is deze regel, voor zover ons bekend, uniek in internationaal perspectief en is ze in onze ogen een gevaarlijk experiment. Continue reading “Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers”

Verkrijging te goeder trouw van financiële activa

Doctoraatsseminarie Marc Van de Looverbosch (KU Leuven)

Net als de gewone colleges aan de KU Leuven, worden ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus/a zijn/haar werk in uitvoering voorstelt, online gehouden dezer dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om presentaties van zulke doctoraatsseminaries hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen.

Vandaag: Marc Van de Looverbosch met zijn presentatie waarvoor als titel geldt “Bezit, geld, titel: verkrijging te goeder trouw van financiële activa”. Continue reading “Verkrijging te goeder trouw van financiële activa”

Vult de geconflicteerde bestuurder het aanwezigheidsquorum?

Een post door gastbloggers Victor Burki en Stefan Mees (Linklaters)

Met de invoering van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna “WVV”)[1], werd ook gesleuteld aan de belangenconflictregeling voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap. Deze regeling, die vroeger terug te vinden was in art. 259 van het Wetboek van vennootschappen (hierna “W.Venn.”)[2] voor de BVBA (met een college van zaakvoerders) en in art. 523 W.Venn. voor de NV, staat vandaag in art. 5:76 WVV voor de BV en in art. 7:96 WVV voor de NV.

De nieuwe bepaling is inhoudelijk niet sterk gewijzigd, behalve dat voortaan in elke vennootschap een onthoudingsplicht wordt opgelegd aan de geconflicteerde bestuurder[3]. Onder het oude W.Venn. gold reeds een onthoudingsplicht voor geconflicteerde bestuurders in genoteerde vennootschappen.[4] In het nieuwe WVV wordt deze onthoudingsplicht uitgebreid tot bestuurders van alle vennootschappen.

De vraag rijst meteen wat het gevolg is van deze regel voor de berekening van de aanwezigheids- en meerderheidsvereisten voor vergaderingen van een (collegiaal) bestuursorgaan. Deze blogpost onderzoekt hoe men het aanwezigheidsquorum en de meerderheid moet berekenen wanneer een of meerdere bestuurders zich dienen te onthouden omwille van een belangenconflict. Dit is bijzonder relevant wanneer de helft of meer van de bestuurders een belangenconflict heeft.

Vullen geconflicteerde bestuurders het aanwezigheidsquorum? Hoe wordt de beslissingsmeerderheid dan berekend? Wat wanneer een meerderheid van de bestuurders geconflicteerd is? Moet er in dat geval doorverwezen worden naar de algemene vergadering? Continue reading “Vult de geconflicteerde bestuurder het aanwezigheidsquorum?”