Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?

Een nieuwerwets ondernemingsbegrip maakt zijn entrée

Een eerdere post meldde de publicatie vorige week van het wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van Economisch Recht. Dit boek beoogt de huidige Faillissementswet en de Wet Continuïteit Ondernemingen te vervangen. Spectaculair in dit ontwerp is  de uitbreiding van het toepassingsgebied van de insolventieprocedures (het voorgestelde Art. XX.1. §  1. WER). Twee wijzigingen springen daarbij in het oog:  Continue reading “Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?”

De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm

Een troebele poel gevoed door meerdere bronnen

Een vorige post ging over de onverdeelde nalatenschap als organisatievorm. De goederen van een onverdeelde nalatenschap vormen een boedel. De onverdeelde boedel (ook ‘boedelgemeenschap’) moet onderscheiden worden van de onverdeelde zaak (ook ‘zaaksgemeenschap’). Dit onderscheid verklaart een reeks belangrijke rechtsgevolgen. Onbelicht in de klassieke Frans/Belgische traditie, kreeg dit onderscheid in de Belgische doctrine slechts recent de aandacht die het verdient.[1] Continue reading “De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm”

De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen

Een olifant in de kamer van het Belgisch privaatrecht

Vermogensafscheiding kreeg in mijn eigen Leuvense rechtenopleiding een centrale plaats doorheen het curriculum. In het licht van de recente aandacht van Anglo-Amerikaanse law & economics-auteurs (denk: Hansmann, Kraakman, Armour, …) voor entity shielding (vermogensafscheiding, dus) als een essentieel en onvervangbaar kenmerk van vennootschapsrecht, was dit een benadering die haar tijd vooruit was.

Ook familiaal vermogensrecht en erfrecht kregen een belangrijke plaatst in die opleiding. Toch heb ik nooit gehoord dat de onverdeelde nalatenschapschap een afgescheiden vermogen was. Gezien de gezonde obsessie voor afgescheiden vermogens liet dit stilzwijgen geloven dat de onverdeelde nalatenschap dan ook géén afgescheiden vermogen was.

Deze gevolgtrekking was fout:  de onverdeelde nalatenschap vormt wel degelijk een afgescheiden vermogen.[1] Continue reading “De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen”

Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht

Een verruimd insolventierecht met een betere afdwinging

In vorige posts waarschuwden we voor de gevaren die de geplande afschaffing van het minimumkapitaal, en bovenal van de werkelijke zetel, met zich meebrengt. Zijn schuldeisers zonder de werkelijke zetel dan loslopend wild voor opportunistische insiders? Continue reading “Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht”

Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen

Worden de aandelen aan toonder weer ingevoerd?

In een vorige post hielden we de voorgenomen afschaffing van het minimumkapitaal kritisch tegen het licht. Een tweede voorgestelde wijziging is meer fundamenteel. Het werkelijke-zetelmechanisme zou verdwijnen ten gunste van een volledige vrijheid om de lex societatis te kiezen, ook als de onderneming enkel of voornamelijk in België actief is of vanuit België wordt geleid.[1]

Bij de veelgehoorde argumenten voor een vrije keuze kunnen alvast de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

Continue reading “Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen”

Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal

De sprong richting flexibiliteit

De Minister van Justitie bereidt een ambitieuze (her)codificatiebeweging voor.[1] Voor het rechtspersonenrecht zal de hervorming vertrekken van de voorstellen van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht, zoals  besproken in het parlement.[2] “Flexibiliteit” (of “soepelheid”) is bij de hervorming een – hét – kernbegrip.[3] In het belang van die flexibiliteit moeten onder eerder besproken beschermingstechnieken sneuvelen: het minimumkapitaal en de werkelijke zetel.

In deze post houden we de afschaffing van het minimumkapitaal (buiten bij de NV, daar moet het van Europa) kritisch tegen het licht. Continue reading “Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal”

Modelcharter voor bestuurders van overheidsbedrijven

Het federale regeerakkooord van 10 oktober 2014 voorzag dat de regering een “charter van de bestuurder van overheidsbedrijven” zou opstellen in het kader van het evenwicht tussen de taken als bestuurder (en de belangen van de onderneming) en deze van (vertegenwoordiger van) de overheid.

GUBERNA, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (‘centrum public governance’), heeft als kenniscentrum inzake corporate governance recent een modelcharter opgesteld. Op basis hiervan kunnen overheidsbedrijven zelf een eigen charter opstellen, aangepast aan de specifieke doelstellingen en context van de onderneming in kwestie.

Het modelcharter werkt met 10 algemene richtlijnen (‘principes’), die gerespecteerd moeten worden voor iedereen, met ‘aanbevelingen’ (volgens het comply or explain-principe), en met suggesties of ‘aandachtspunten’.

Het eerste principe ‘respecteren van voorafgaande voorwaarden bij aanvaarding mandaat‘, kent bijvoorbeeld als aandachtspunten:

  • de kandidaat-bestuurder mag enkel mandaten opnemen waarvoor hij zich ten volle kan inzetten
  • voor het aanvaarden van een hernieuwing van zijn mandaat moet de bestuurder zichzelf de vraag stellen of hij nog een toegevoegde waarde biedt voor het bedrijf

Deze aandachtspunten zijn zeer actueel in het licht van de recente discussie over politieke bestuursmandaten bij bedrijven of intercommunales.

De overige principes zijn:

  • concentreren op taken eigen aan de bestuurder
  • verdedigen van de belangen van het overheidsbedrijf in lijn met diens specificiteit
  • streven naar een onafhankelijke positie
  • volgen van hoge standaarden van integriteit
  • zich gepast gedragen bij besluitvorming
  • zich informeren over en respecteren van vertrouwelijke informatie
  • onderhouden van expertise
  • onderhouden van adequate en constructieve relaties met het management, de aandeelhouders en andere stakeholders
  • bevorderen evaluatiecultuur

Karel-Jan Vandormael

Kan één schuldeiser samen-lopen?

Pluraliteitsregels in Nederlands en Belgisch insolventierecht

1.

In een recent arrest van 24 maart 2017 heeft de Hoge Raad zijn vaste rechtspraak bevestigd dat het voor het uitspreken van een faillietverklaring is vereist dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft . De Hoge Raad zie de rechtvaardiging hierin dat:

“het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft.” 

Het is een klassieke regel van Nederlands insolventierecht die o.a. een belangrijke rol speelt in de plot van de roman Karakter (1938) van F. Bordewijk: Continue reading “Kan één schuldeiser samen-lopen?”

TFR-prijs 2017 toegekend aan Christophe De Backere: fiscale aftrekbaarheid van kosten door een vennootschap

De TFR-prijs 2017 werd toegekend aan Christophe De Backere voor zijn bijdrage “Pleidooi voor een zuivere toepassing van artikel 49 WIB 1992 in de vennootschapsbelasting” (TFR 2016, afl. 500, 368-388). De TFR-prijs werd in 1982 in het leven geroepen om het beste artikel uit een jaargang van het Tijdschrift voor Fiscaal Recht te bekronen, geschreven door een jonge auteur. De doctorandus treedt op die manier in de voetsporen van de Leuvense professoren Axel Haelterman en Niels Bammens.

Over het bekroonde artikel

De vraag naar de fiscale aftrekbaarheid van kosten die worden gemaakt door een vennootschap is een evergreen die geregeld leidt tot geschillen tussen een vennootschap en de belastingadministratie. Continue reading “TFR-prijs 2017 toegekend aan Christophe De Backere: fiscale aftrekbaarheid van kosten door een vennootschap”

`Je est un autre´: cassatie over de doorbraak van beperkte aansprakelijkheid op grond van algemene voorwaarden

Cass 27 januari 2017 over algemene voorwaarden die bestuurder aanduiden als medeschuldenaar

Een vennootschap die voertuigen huurde gaat failliet waardoor de huursom niet volledig wordt betaald. De verhuurder zoekt verhaal bij een bestuurder van de gefaillieerde vennootschap die als orgaan van de vennootschap de huurovereenkomst had ondertekend. De algemene voorwaarden van die huurovereenkomst bepaalden :

“Indien het materieel in huur genomen wordt door een vennootschap is niet enkel deze vennootschap gehouden tot naleving en uitvoering van de overeenkomst maar ook, te persoonlijken titel, hoofdelijk en ondeelbaar met de huurder, de bestuurder, zaakvoerder of gevolmachtigde die namens de vennootschap de overeenkomst heeft getekend. De ondertekenaar verbindt zich dus ook persoonlijk, hoofdelijk en ondeelbaar met de vennootschap waarvoor hij optreedt, tot naleving van alle bepalingen voorzien in de overeenkomst en de algemene voorwaarden van deze overeenkomst.”

Volstaat dit om de bestuurder die namens de vennootschap ondertekende persoonlijk te verbinden voor de onbetaalde vennootschapsschuld? Het Hof van Cassatie sprak zich hier over uit in een arrest van 27 januari 2017 (C.16.0141.N). Continue reading “`Je est un autre´: cassatie over de doorbraak van beperkte aansprakelijkheid op grond van algemene voorwaarden”

Hoe misbruik maken van een rechtspersoon? De 5 belangrijkste ingrediënten op een rijtje

Vennootschapsrecht is (ook) derdenrecht

In verkeerde handen is een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid  een riskant instrument. De rechtspersoon is immers een vermogenstechniek met voor derden bindende effecten.

Daarmee lijkt het vennootschapsrecht op zakenrecht: zakenrecht is immers “derdenrecht”. Beide rechtstakken laten toe afspraken te maken die aan derden tegenwerpelijk zijn. Vennootschapsrecht kan daarom conceptueel niet worden gereduceerd tot een “contract” tussen vennootschapsinsiders.

De voor derden bindende kenmerken van de rechtspersoonstechniek geven aandeelhouders en bestuurders de mogelijkheid om opportunistisch met activa en passiva, goederen en aansprakelijkheden, te schuiven ten nadele van derden. We noemen kort de belangrijkste van die kenmerken: Continue reading “Hoe misbruik maken van een rechtspersoon? De 5 belangrijkste ingrediënten op een rijtje”

Verdoken uitkeringen: de pauliana slaat weer toe

De hervonden jeugd van een antiek wapen

Als een vennootschap ter ziele dreigt te gaan, is het voor insiders verleidelijk nog snel de overgebleven activa te versluizen naar een ander vermogen. Dat kan hun persoonlijk vermogen zijn, of dat van een andere rechtspersoon onder hun controle. Want zeg nu zelf: waarom de lekkerste brokjes aan de vennootschapsschuldeisers laten, indien u er zelf nog van kunt genieten?

Wees toch maar op uw hoede: de vennootschapsschuldeisers zijn gewapend tegen dat soort snode verdoken uitkeringen.  Continue reading “Verdoken uitkeringen: de pauliana slaat weer toe”

Klare wijn over gebakken peren: ex tunc vernietigen, ex nunc waarderen

Cass 13 januari 2017 over gevolgen van een vernietiging van een overdracht van aandelen wegens schending verbod ‘financial assistance’

Wat zijn de gevolgen van de vernietiging van een overdracht van aandelen terwijl de waarde van die aandelen ondertussen significant is gedaald? Wie draagt het risico voor die waardevermindering en blijft met de gebakken peren zitten: de koper of de verkoper? Over dit vraagstuk boog het Hof van Cassatie zich in een arrest van 13 januari 2017.

Het verhaal dat schuilgaat achter de rechtsvraag ontvouwt zich als een kleine tragedie. Twee zussen verkopen aan dezelfde koper hun aandelen in quasi identieke commanditaire vennootschappen op aandelen (Comm.VA) die uitgebreide aandelenportefeuilles beheren. Wanneer de waarde van die beleggingen keldert omwille van de financiële crisis, blijft de koper in gebreke het nog uitstaande deel van de prijs te betalen. Zodus dagvaarden de zussen de koper.

Plottwist: in plaats van een vonnis waarmee ze de betaling van het resterende deel van de overdrachtsprijs kunnen ten uitvoer leggen, kijken ze aan tegen de vernietiging van de overdracht.

Continue reading “Klare wijn over gebakken peren: ex tunc vernietigen, ex nunc waarderen”

Cassatie: ook een aandeelhouder mag oplichting persoonlijk nemen

Cassatie 25 januari 2017 bevestigt dat aandeelhouder een bestuurder kan aanspreken voor persoonlijke schade

Het faillissement dreigt voor een vennootschap. Om werkgelegenheid te redden is een overheid bereid om een grote investering te doen en aldus aandeelhouder te worden van de vennootschap. Een voorwaarde daarbij is dat de bestaande private aandeelhouders ook bijkomende inbreng doen. De vennootschap gaat later failliet. Het blijkt dan dat de private aandeelhouders hun inbreng op frauduleuze wijze uit de vennootschap hebben weggesluisd.

Heeft de overheid een schadevergoedingsaanspraak tegen de private aandeelhouders en de met hen verbonden bestuurders? Continue reading “Cassatie: ook een aandeelhouder mag oplichting persoonlijk nemen”

De advocaat van de curator : een keuze onder dubbel toezicht

Een post door gastblogger Dr. Sven Sobrie

Iedereen is vrij om zijn verweer in rechte naar eigen goeddunken te organiseren. Die vrijheid omvat onder meer de vrije keuze van advocaat en de vrije keuze om überhaupt een advocaat onder de arm te nemen. Terwijl ook de faillissementscurator in beginsel van deze keuzevrijheid geniet, worden de keuzes die hij maakt wel nauwlettend in het oog gehouden. Hij zal zich tweemaal moeten verantwoorden. Continue reading “De advocaat van de curator : een keuze onder dubbel toezicht”