Frederik De Leo op de Oxford Business Law Blog over de pre-pack

The pre-pack: what else? (Estro/Smallstep)

Op Oxford Business Law Blog verscheen vandaag een analyse door Frederik De Leo (KU Leuven) van het arrest “Estro/Smallstep” van het Europees Hof van Justitie.  Daarbij merkt de auteur op dat het voorlopig intrekken van de bepaling inzake het stil faillissement  in het Belgisch wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht door minister Geens een slimme zet was. Volgens de auteur zou de desbetreffende bepaling (het toenmalig ontwerp-artikel XX.33 WER) de toets aan het Europees recht per het arrest “Estro/Smallstep” niet gehaald hebben.

U kon in een eerder gepubliceerde post door Frederik De Leo op deze blog reeds een uitgebreidere analyse lezen.

Scheidingsaandeel bij uittreding: vergeet ook de persoonlijke schuldeisers niet

Editoriaal over beslag op aandelen door Joeri Vananroye en Bram Van Baelen (TRV 2017, 391)

In het laatste nummer van het TRV schreven Vananroye en Van Baelen een editoriaal over beslag op aandelen. Dit thema kwam op deze blog ook reeds herhaaldelijk aan bod (hier, hier, hier en hier).  Beslag op aandelen wordt er beschreven als een manier om persoonlijke schuldeisers liquiditeit te verschaffen, zonder liquidatie van de vennootschap.

Naast liquidatie en beslag op aandelen is er nog een derde model om aandeelhouders en hun persoonlijke schuldeisers liquiditeit te verschaffen: Continue reading “Scheidingsaandeel bij uittreding: vergeet ook de persoonlijke schuldeisers niet”

‘Niet kennis van de onbevoegdheid, maar kennis van misbruik van bevoegdheid’

Kwade trouw als exceptie onder de Eerste Richtlijn

De Eerste Richtlijn geeft lidstaten de mogelijkheid om voor handelingen die de grenzen van het vennootschapsdoel overschrijden te bepalen dat de vennootschap niet verbonden is “indien zij bewijst dat de derde wist dat de handeling de grenzen van dit doel overschreed of hiervan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn.” Een eerdere post wees erop dat deze uitzondering enkel gebruikt kan worden voor doeloverschrijdende handelingen; niet voor andere statutaire bevoegdheidsbeperkingen. Een andere post pleitte ervoor om de lege ferenda ook voor doeloverschrijdende handelingen terug te vallen op de basisregel van de Eerste Richtlijn: “De grenzen welke door de statuten of door een beslissing van de bevoegde organen aan de bevoegdheden van de organen van de vennootschap worden gesteld, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij openbaar zijn gemaakt.

Nergens stelt de Eerste Richtlijn (noch de Belgische vennootschapswetgever) dat de kwade trouw van derden i.v.m. een bevoegdheidsbeperking tot gevolg heeft dat de vennootschap er zich toch op kan beroepen t.a.v. die derde te kwader trouw. Niettemin neemt de Belgische rechtsleer aan dat de vennootschap toerekening kan vermijden door het bewijs te leveren van de kwade trouw van de mede-contractant van de vennootschap (J. Ronse, De Vennootschapswetgeving 1973, p. 171, nr. 326; L. Simont, ,,La loi du 6 mars 1973 modifiant la législation relative aux sociétés commerciales”, RPS 1979, p. 43, nr. 44; N. Geelhand, ,,De externe vertegenwoordigingsmacht van de organen van de vennootschap”, TRV 1994, p. 64, nr. 5; S. De Dier, Nietigheid van bestuursbesluiten in een vennootschap, Roularta, Roeselare, 2016, 177, nr. 191). Er wordt hiervoor meestal een grondslag gezocht in het leerstuk van de derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk.

Is dit wel verzoenbaar met het systeem van de Eerste Richtlijn? Continue reading “‘Niet kennis van de onbevoegdheid, maar kennis van misbruik van bevoegdheid’”

Boek XX WER met nieuw insolventierecht goedgekeurd in Kamer

Vrije beroeper, landbouwer, VZW, stichting en maatschap ook in bereik van insolventierecht

Het Wetsontwerp houdende invoeging van het boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht werd door de plenaire vergadering van de Kamer goedgekeurd.

U las hier eerder reeds een algemene bespreking, een bespreking van het toepassingsgebied dat gebruik maakt van een nieuw ondernemingsbegrip, over het stil faillissement (dat niet werd weerhouden), over het faillissement van maatschap en VOF, over nieuwe wrongful trading-regels, over de verhuis van bestuursaansprakelijkheid van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht en over nieuwe intitiatiefrechten voor schuldeisers.

Welke middelen heiligt het statutaire doel nog?

Pleidooi voor een verminderde tegenwerpelijkheid van het statutair doel

Een vorige post bracht in herinnering hoe de Eerste Richtlijn lidstaten de optie – maar niet de verplichting – geeft om voor handelingen die de grenzen van het vennootschapsdoel overschrijden – maar niet voor andere statutaire beperkingen – te bepalen dat de vennootschap niet verbonden is “indien zij bewijst dat de derde wist dat de handeling de grenzen van dit doel overschreed of hiervan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn. Openbaarmaking van de statuten alleen is hiertoe echter geen voldoende bewijs.

De Belgische wetgever heeft van deze optie gebruik gemaakt: zie de artikels 258 (BVBA), 407 (CVBA), 526 (NV), 859 (ESV), 897 en 903 (SE), 966 en 972 (SCE) W.Venn.

Het verdient volgens mij de voorkeur dat België niet langer van deze door de Europese wetgever toegelaten uitzondering gebruik maakt. Continue reading “Welke middelen heiligt het statutaire doel nog?”

Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’

Een post door gastblogger Arne Vanhees

In eerdere posts op deze blog werd reeds gewezen op de nadelige gevolgen die overdrachtsbeperkingen op aandelen kunnen hebben voor de persoonlijke schuldeisers-beslagleggers van aandeelhouders. Verder werd er gewezen op de wenselijkheid van een wettelijk ingrijpen. Het ‘verhaal’ van en voor de persoonlijke schuldeiser is momenteel namelijk te complex.

Het doel van een dergelijk wettelijk ingrijpen zou niet moeten zijn om de negatieve externaliteiten voor persoonlijke schuldeisers volledig weg te werken. Het is gepaster om te streven naar een evenwichtsoefening tussen de nadelen die overdrachtsbeperkingen opleveren voor de persoonlijke schuldeisers en de voordelen die ze opleveren voor de vennootschappen die er gebruik van maken. “The appropriate goal of corporate law, is immers, to advance the aggregate social welfare of all who are affected by a firm’s activities, including the firm’s shareholders, employees, suppliers, and customers, as well as third parties (…)”. [1]:

De wetgever zou best duidelijkheid scheppen op het vlak van de (rechtsgrond voor) tegenwerpelijkheid van statutaire overdrachtsbeperkingen aan persoonlijke schuldeisers-beslagleggers. Op dit punt heerst er namelijk grote onduidelijkheid in de rechtsleer. Er vallen drie strekkingen te onderscheiden: Continue reading “Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’”

Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)

Nieuwe praktische wegwijzer over boedelschulden verschenen bij Kluwer

Boedelschulden behoren tot het DNA van het insolventierecht. Als “schulden van de boedel” verwijzen ze naar de juridische ruwbouw van de insolventieprocedure. Die ruwbouw, de boedel, is een afgescheiden en onder bewind gesteld vermogen met een vereffenings- of saneringsdoel (typevoorbeeld: de faillissementsboedel). Boedelschulden zijn niets anders dan schulden waarvan de boedel zelf de schuldenaar is. De boedel moet ze betalen vóór de “schulden in de boedel” – simpel gesteld, de te vereffenen of saneren schulden van de insolvente schuldenaar.

Dat klinkt gemakkelijker dan het is. In een recente bijdrage, verschenen in de reeksen Faillissement & Reorganisatie en AdvocatenPraktijk van Kluwer, verheldert Gillis Lindemans het concept boedelschulden aan de hand van concrete toepassingen. Daarvan hieronder alvast eentje, als teaser: schulden uit huurovereenkomsten.

Continue reading “Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)”

De procesbevoegdheid van een ‘charitable trust’ voor een Belgische rechter

Procesrechtelijke muizenissen rond trusts

Gepubliceerde Belgische rechtspraak betreffende trusts is eerder zeldzaam. Bij het bestuderen van de Belgische rechtspraak ter zake duiken soms toch interessante gevallen op waar Belgische rechters met deze buitenlandse rechtsfiguur worden geconfronteerd.

In een procesrechtelijke context kan in het bijzonder worden gewezen op het vonnis van de rechtbank te Brussel van 24 februari 2006 en het daaropvolgende arrest van het hof van beroep te Brussel van 9 september 2009 (beiden beschikbaar op www.fisconet.be). Deze rechtspraak, waaraan in de Belgische rechtsleer al bij al weinig aandacht is besteed, is niettemin voldoende interessant om even onder de loep te nemen. Continue reading “De procesbevoegdheid van een ‘charitable trust’ voor een Belgische rechter”

Ondertussen in Nederland : versterking positie curator

Fraudebestrijding als aanvullende taak van de curator

Op 1 juli 2017 trad in Nederland de Wet versterking positie curator in werking. Dit is de zogenaamde derde pijler (naast de reorganisatiepijler en de moderniseringspijler) van het wetgevingsprogramma “herijking faillissementsrecht”. De nieuwe wet komt er naar aanleiding van de vaststelling dat in 25-35% van alle faillissementen frauduleuze handelingen plaatsvinden [1] en de naar schatting 1.2 miljard euro schade die ze jaarlijks veroorzaken [2]). Continue reading “Ondertussen in Nederland : versterking positie curator”

Rumoer rond het stil faillissement

Opiniestuk Frederik De Leo in Trends

Frederik De Leo (doctoraatsbursaal, Instituut voor Handels- en Insolventierecht, KU Leuven en vaste auteur bij Corporate Finance Lab), schreef vandaag in Trends een opiniestuk over De stille dood van het stil faillissement. Continue reading “Rumoer rond het stil faillissement”

Beslag op aandelen in het Belgisch recht

In een eerdere post werd uitgelegd dat een adequate beslagprocedure op aandelen in een vennootschap een belangrijke rol speelt bij de bescherming van de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders. Twee zakenrechtelijke kenmerken van het organisatierecht, capital lock-in en entity shielding verminderen de globale liquiditeit van het persoonlijke vermogen van een aandeelhouder. De daling van liquiditeit kan negatieve gevolgen hebben op de positie van de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders. Rechtseconomisch gezien beperkt een effectieve beslagprocedure de kans dat (malafide) aandeelhouders de positie van hun persoonlijke schuldeisers benadelen.

Dit blogbericht werpt een eerste blik op de organisatie van de beslagprocedure in het Belgisch recht. Het aanzicht toont een weinig fraai beeld: Continue reading “Beslag op aandelen in het Belgisch recht”

Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over Arco (en bevestigt Hof van Justitie): garantie strijdig met art. 10 en 11 Gw.

In eerdere berichten werd reeds uitvoerig ingegaan over de strijdigheid van de Belgische Arco-garantie met het Unierecht.

Eergisteren was het aan het Grondwettelijk Hof om na een lange weg (zie eerder RvS 25 maart 2013, nr. 22.969 en GwH 5 februari 2015, nr. 15/2015) een einduitspraak te vellen over de prejudiciële vraag gesteld door de Raad van State: Continue reading “Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over Arco (en bevestigt Hof van Justitie): garantie strijdig met art. 10 en 11 Gw.”

Het einde van de slapende vennootschappen

Publicatie van Wet van 17 mei 2017 tot wijziging van diverse wetten met het oog op de aanvulling van de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen

De wetswijziging van 17 mei 2017, die maandag werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad,[1] luidt het einde in van de zgn. ‘slapende vennootschappen’. De wetgever wijzigt hiermee de gerechtelijke ontbindingsprocedure vervat in art. 182 W.Venn. krachtens dewelke vennootschappen die gedurende drie opeenvolgende jaren geen jaarrekening hebben neergelegd gerechtelijk kunnen worden ontbonden. Continue reading “Het einde van de slapende vennootschappen”

De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?

Een voorstel van amendement door gastblogger Julie Cuppens

Het wetsontwerp (zie voor eerdere posts hier) tot hervorming van het insolventierecht stelt het faillissement en de gerechtelijke reorganisatie open voor de maatschap (art. XX. 1. §1, eerste lid c) WER). De memorie van toelichting bij het wetsontwerp verwijst voor de verantwoording daarvan onder meer naar een van de eerste posts op deze blog (Kamer 2016-17, nr. 2407/001, p 25).

Het wetsontwerp voorziet met het voorgestelde nieuwe artikel XX. 103. lid 2 en 3 uitdrukkelijk dat de maat wordt betrokken in de faillissementsprocedure tegen de maatschap: Continue reading “De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?”

‘Des moeurs d’une simplicité admirable’: over de ‘algemene maatschap’

Over het subversieve karakter van de maatschap

1.

Het Burgerlijk Wetboek kende van 1804 tot 1999 bepalingen rond de “algemene vennootschap”, in de terminologie van vandaag de “algemene maatschap”. Deze artikelen stellen ook voor de hedendaagse civilist –  zo zulks bestaat –  interessante thema’s aan de orde rond bepaalbaarheid van voorwerp, interpretatie of wetsontduiking:  Continue reading “‘Des moeurs d’une simplicité admirable’: over de ‘algemene maatschap’”