De feitelijke vereniging in rechte na 1 november 2018

Wijzigingen door de Wet Hervorming Ondernemingsrecht aan het optreden in rechte door organisaties zonder rechtspersoonlijkheid

Opmerkelijk —  maar nog grotendeels onopgemerkt — is dat de Wet Hervorming Ondernemingsrecht een tweede § toevoegt aan art. 703 Ger.W.:

“§ 2. Indien een groepering zonder rechtspersoonlijkheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen is ingeschreven, volstaat de vermelding van haar benaming en zetel die bij haar gegevens in de Kruispuntbank zijn opgenomen om, in gedingen met betrekking tot de gezamenlijke rechten en verplichtingen van de leden van de groepering, te doen blijken van de identiteit van haar gezamenlijke deelgenoten.
   Indien de inschrijving in de Kruispuntbank tevens de identificatiegegevens omvat van een algemeen lasthebber, kan de groepering in dezelfde gedingen in rechte optreden, als eiser of als verweerder, en tevens in persoon verschijnen door tussenkomst van die lasthebber, onverminderd de toepassing, wat betreft vennootschappen, van artikel 36, 1°, van het Wetboek van vennootschappen, doch uitsluitend om in rechte op te treden als verweerder.”

Daarmee regelt de Belgische wetgeving voor het eerst op algemene wijze het optreden in rechte van organisaties zonder rechtspersoonlijkheid. We analyseren de draagwijdte hiervan en onderzoeken of dit zo spectaculair is als het lijkt. Continue reading “De feitelijke vereniging in rechte na 1 november 2018”

Verenigd Koninkrijk plant deflexibilisering van ‘limited partnerships’

Zijn commanditaire vennootschapsvormen zwakste schakel in het organisatierecht?

In het VK publiceerde het Department for Business, Energy and Industrial Strategy deze week een open consultatie over voorgenomen wijzigingen in het recht rond limited partnerships. Een limited partnership lijkt op de Belgische commanditaire vennootschap, waar het  general partners heeft die onbeperkt aansprakelijk is en één of meerdere limited partners wiens aansprakelijkheid beperkt is tot hun inbreng.

Opvallend is dat de voorgenomen hervorming zeer sterk de richting uitgaat van een verstrenging.  Eén van de wijzigingen die wordt overwogen is dat de “principal place of business” van een limited partnership zich in het VK zou moeten bevinden; voor een jurisdictie die het uithangbord is van de zgn. statutaire zetel-leer is dat opmerkelijk. De reden voor de verstrenging is het sterk toegenomen misbruik dat gemaakt wordt van de limited partnership. Continue reading “Verenigd Koninkrijk plant deflexibilisering van ‘limited partnerships’”

Koninklijk Besluit inzake insolventie van vrije beroepers

Verloop van de insolventieprocedure bij vrije beroepers

Op vrijdag 27 april 2018 is het Koninklijk Besluit dat de nadere toepassingsregels van boek XX WER voor de vrije beroepen regelt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dit besluit trad gisteren (1 mei 2018) in werking, net als het eerder besproken besluit inzake de vergoeding van insolventiefunctionarissen.

Algemeen

Door de uitbreiding van het toepassingsgebied van het insolventierecht tot ondernemingen (zie art. XX, §1, alinea 1 WER), zijn ook alle rechtspersonen en natuurlijke personen met een activiteit als vrij beroeper thans onderworpen aan het faillissement en de gerechtelijke organisatie. Vanuit het bet besef van de verregaande implicaties voor vrije beroepers heeft men extra aandacht willen besteden aan de eigenheid van deze beroepscategorie. Het besproken KB inzake de insolventie van vrije beroepers beantwoordt aan de noodzaak voor corrigerende maatregelen die zich aldus opdrong. Continue reading “Koninklijk Besluit inzake insolventie van vrije beroepers”

Koninklijk Besluit inzake vergoeding insolventiefunctionarissen: het eerste commentaar

Nieuwe regeling inzake ereloon en kosten

Op 27 april 2018 verscheen het KB houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van insolventiefunctionarissen in het Belgisch Staatsblad. Het KB bevat de uitvoeringsmaatregelen voorzien in art. XX.20, §§3-5 van het Wetboek Economisch Recht (WER). Naar dit KB werd met bijzondere aandacht uitgekeken: niet alleen door insolventiefunctionarissen, maar ook door rechtbanken en andere stakeholders (in het bijzonder schuldeisers). Continue reading “Koninklijk Besluit inzake vergoeding insolventiefunctionarissen: het eerste commentaar”

Uitvoerings-KB’s voor Boek XX in Staatsblad gepubliceerd

kosten en ereloon van insolventiefunctionaris & insolventie vrije beroepen

In de tweede editie van het Belgisch Staatsblad verschenen vandaag de volgende KB’s ter uitvoering van Boek XX dat op 1 mei 2018 in werking treedt :

  • het KB van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen; en
  • het KB van 26 april 2018 houdende uitvoering van artikel XX.1, § 1, laatste lid, van het Wetboek van economisch recht wat betreft de toepassing van boek XX van het Wetboek van economisch recht op de beoefenaars van een vrij beroep

 

Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht gepubliceerd in Staatsblad

De Wet Hervorming Ondernemingsrecht werd vandaag gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zie over deze hervorming hier en hier.

Geldt ‘marginale toetsing’ ook voor de curator van een faillissement?

‘It’s complicated’

Er bestaat een consensus dat de rechter zich bij de toetsing van het gedrag van vennootschapsbestuurders terughoudend moet opstellen ten aanzien van gewone bestuursfouten. Vaak wordt gesteld dat de rechter de handelingen van de bestuurder slechts marginaal kan toetsen. Een marginale toetsing heeft tot gevolg dat alleen de gedragingen die kennelijk buiten de grenzen van een normaal handelen liggen als fout worden aangemerkt, in plaats dat de lichtste fout in aanmerking wordt genomen.  Het voorgenomen nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen zal deze standaard codificeren voor bestuurders.

Marginale toetsing erkent de beleidsvrijheid van de bestuurder en wil voorkomen dat bestuurders uit vrees voor aansprakelijkheid bij elk mislukt project enkel risicoloze beslissingen nemen waardoor waardevolle projecten niet zouden worden gerealiseerd.

De vraag rijst of ook het gedrag van een curator “marginaal” moet worden getoetst. [1] Continue reading “Geldt ‘marginale toetsing’ ook voor de curator van een faillissement?”

De vennootschapsgroep: onderneming in het nieuwe insolventierecht?

Een recente beslissing van het United States Court of Appeal for the Ninth Circuit (voor een bespreking zie hier) nodigt uit om enkele woorden te wijden aan het statuut van de vennootschapsgroep onder het nieuwe insolventierecht. Aan de orde was de vraag of, in het kader van een Chapter 11 procedure, de stemming over het reorganisatieplan “per plan” of “per schuldenaar” moet gebeuren. Continue reading “De vennootschapsgroep: onderneming in het nieuwe insolventierecht?”

Simple comme bonjour: wat de Wet Hervorming Ondernemingsrecht wijzigt aan het vennootschapsrecht

Hoofdelijkheid zal voor elke maatschap gelden

De hervorming van het ondernemingsrecht sensu lato van minister van justitie Koen Geens gebeurt in drie grote golven: (i) het insolventierecht in Boek XX WER ingevoerd bij Wet van 11 augustus 2017; (ii) het ondernemingsrecht sensu stricto vorige maand in de Kamer goedgekeurd, met inwerkingtreding op 1 november 2018, en (iii) het vennootschaps-, verenigingen- en stichtingsrecht dat de parlementaire processie nog moet starten.

De tweede golf – laten we het Wet Hervorming Ondernemingsrecht noemen, ook al is dat voorbarig zolang de Koning er zijn Filip niet heeft ondergezet – bevat reeds enkele wijzigingen aan het vennootschapsrecht, ingegeven door de afschaffing van de notie handelaar. Dit zijn niet de tien exotische vennootschapsvogels in de lucht waarvoor u elke dag een e-mailuitnodiging krijgt voor een nieuwe studiedag, wel een bescheiden vogel in de hand. Bescheiden, maar soms toch met vérstrekkende gevolgen:  Continue reading “Simple comme bonjour: wat de Wet Hervorming Ondernemingsrecht wijzigt aan het vennootschapsrecht”

Superconfex-arrest: Cassatie bevestigt principes over draagwijdte van ‘lex concursus’ en individuele schade bij oplichting

Cassatie 4 april 2017 (“Superconfex”)

In een arrest van 4 april 2017 (P.16.0484) inzake het faillissement van de bekende textielketen “Superconfex”, diende het Hof van Cassatie zich te buigen over enkele vragen die zich situeren in het domein van het (Europese) insolventierecht en het strafrecht. We focussen daarbij op de voornaamste juridische knopen die het Hof moest doorhakken: het toepassingsgebied van de lex concursus en de aanwezigheid van individuele schade in hoofde van een schuldeiser die slachtoffer was van oplichting. Continue reading “Superconfex-arrest: Cassatie bevestigt principes over draagwijdte van ‘lex concursus’ en individuele schade bij oplichting”

Finale tekst Wet Hervorming Ondernemingsrecht beschikbaar

De finale tekst van de Wet Hervorming Ondernemingsrecht – nog een wetsontwerp tot aan de ondertekening door de Koning – is beschikbaar op de website van de Kamer. Besprekingen van deze wet las u hier en hier.

‘Het voorgestelde Belgische kwantitatieve aansprakelijkheids-maximum verdient geen navolging in Nederland’

P. Broere en O. Oost: “De mythe van bestuurdersaansprakelijkheid”, Ars Aequi 2018

In het redactioneel van het april-nummer van het Nederlandse tijdschrift Ars Aequi schrijven Pjotr Broere (Radboud Nijmegen) en Olivier Oost (Erasmus Rotterdam) over de in België voorgenomen ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid.

Ze zijn kritisch over de gevolgen (“Nu bestuurdersaansprakelijkheid vaak pas aan de orde is als de vennootschap geen verhaal biedt, betekent dit dat de gelaedeerde voor de schade opdraait“) en de motivering van de voorgenomen regel (“Het wetsvoorstel lijkt ervan uit te gaan dat het aansprakelijkheidsrisico van bestuurders lastig te verzekeren is. Daarvoor bestaat echter geen empirische onderbouwing“). Zij besluiten :

“Een kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking in combinatie met een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering zou er, tot slot, naar Belgisch recht toe leiden dat een bestuurder behoudens bedrieglijk opzet in het geheel niet persoonlijk geraakt wordt door een bestuurdersaansprakelijkheidsvordering, hoe terecht die vordering ook moge zijn. Dit lijkt ons wenselijk noch afschrikwekkend. Vergoedend is het evenmin, als het schadebedrag althans het maximumbedrag te boven gaat. Het voorgestelde Belgische kwantitatieve aansprakelijkheidsmaximum verdient geen navolging in Nederland. Onzes inziens volstaatde hoge kwalitatieve drempel die voor bestuurdersaansprakelijkheid geldt. Aansprakelijkheid van bestuurders – het moet geen mythe worden.”

Continue reading “‘Het voorgestelde Belgische kwantitatieve aansprakelijkheids-maximum verdient geen navolging in Nederland’”

APR-prijs voor beste juridische meesterproef aan KU Leuven naar Bram Van Baelen over beslag op aandelen

“Het uitvoerend beslag op aandelen in een BVBA”, Master KU Leuven

De APR-prijs 2016-2017 (Algemene Praktische Rechtsverzameling) voor beste meesterproef aan de KU Leuven is toegekend aan Bram Van Baelen voor zijn thesis “Het uitvoerend beslag op aandelen in een BVBA”. Promotor van de meesterproef was Prof. Dr. Joeri Vananroye.

De meesterproef gaat over de verschillende hindernissen die de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders kunnen ondervinden wanneer zij uitvoerend beslag willen leggen op aandelen in een BVBA. In eerdere blogposts hier over het belang van beslag op aandelen in “organizational law” en over het beslag op aandelen naar Belgisch recht kon u reeds de probleemstelling lezen.

Over de auteur

IMG_1153Bram Van Baelen behaalde met grote onderscheiding zijn Master in de Rechten aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven (bachelor 2013-2015; master 2015-2017, major: Economisch recht/ minor: Publiekrecht) en werkt sindsdien als assistent aan het Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht waar hij een proefschrift voorbereidt. Tijdens het schrijven van de meesterproef was hij voorzitter van LOKO, de Leuvense Overkoepelende Kringenorganisatie.

Over de meesterproef

Continue reading “APR-prijs voor beste juridische meesterproef aan KU Leuven naar Bram Van Baelen over beslag op aandelen”

Corporate/Bankruptcy governance: van parlementaire democratie tot dictatoriale autocratie

Economics trumps politics

Er wordt regelmatig gepleit voor meer aandeelhoudersinspraak (“shareholder democracy”) bij het bestuur van vennootschappen. Sommige auteurs baseren zich daarvoor op een interne rechtsvergelijking tussen de vennootschap en een parlementaire democratische staat. Anderen menen dat die vergelijking niet opgaat en dat de aangetroffen verschillen gerechtvaardigd kunnen worden. In een recente bijdrage, gepubliceerd in het Rechtskundig Weekblad, sluiten we ons aan bij die tweede strekking en verrijken we de bestaande doctrine door de vergelijking uit te breiden naar vennootschappen in financiële moeilijkheden, m.i.v. insolventieprocedures.

Voor de interne rechtsvergelijking tussen het bestuursmodel van een (middelgrote naamloze) vennootschap (al dan niet in financiële moeilijkheden) en een parlementaire democratische staat gebruiken we een viertal testcases die doorheen de bijdrage telkens terug komen: (i) de identiteit van de stemgerechtigden, (ii) het aantal stemmen per stemgerechtigde, (iii) de uiteindelijke beslissingsmacht en (iv) de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van het bestuur. Uit die interne rechtsvergelijking leiden we af dat de parlementaire democratie als bestuursvorm geenszins consequent wordt toegepast tijdens de verschillende levensfases van de (middelgrote naamloze) vennootschap.

Het zogenaamd parlementair democratisch besluitvormingsproces van financieel gezonde vennootschappen lijkt in werkelijkheid meer op een aristocratisch besluitvormingsproces, waarbij de “rijke en wijze” aandeelhouders het voor het zeggen hebben. M.b.t. de testcase “het aantal stemmen per stemgerechtigde” merken we bij financieel gezonde vennootschappen bijvoorbeeld het volgende op: Continue reading “Corporate/Bankruptcy governance: van parlementaire democratie tot dictatoriale autocratie”

RPS-TRV Prijs naar Michiel D’herde voor masterproef over de toekomst van de vennootschap met sociaal oogmerk

“Apologie voor een miskende vennootschapsvorm” (master vennootschapsrecht, KU Leuven)

De TRV-RPS Prijs 2017 voor de beste meesterproef in het vennootschapsrecht aan een Belgische universiteit is toegekend aan meester Michiel D’herde voor zijn thesis “Apologie voor een miskende vennootschap”. Deze masterproef werd gemaakt in het kader van de aanvullende master vennootschapsrecht van de KU Leuven (campus Brussel). Promotor van de masterproef was Prof. Dr. Marleen Denef.

Zijn masterproef verdedigt de Belgische vennootschap met sociaal oogmerk (“VSO”) en benadert deze vanuit een rechtsvergelijkend perspectief, gecombineerd met een case study van drie ondernemingen. De volledige tekst van de masterproef is hier te lezen. Een geactualiseerde, herwerkte versie zal worden gepubliceerd in het TRV-RPS. U las eerder hier een blogpost van de bekroonde auteur over de VSO.

Over de gelauwerde auteur

michielMichiel D’herde heeft gestudeerd aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven (Bachelor 2011-2014; Master 2014-2016), waar hij afstudeerde magna cum laude (major: economisch recht; minor: sociaal recht). In 2017 behaalde hij een Master-na-Master in het Vennootschapsrecht aan de KU Leuven (magna cum laude). Sindsdien werkt hij als advocaat bij Quinz, binnen het departement Corporate, M&A en Life Sciences.

Over de masterproef

Continue reading “RPS-TRV Prijs naar Michiel D’herde voor masterproef over de toekomst van de vennootschap met sociaal oogmerk”